zaterdag 17 december 2011

O dennenboom, O dennenboom


Dit (kerst)verhaal is eerder gepubliceerd in december 2006.

Ad Kolen

Wie kent niet het eenvoudige kerstliedje;

O dennenboom, O dennenboom wat zijn je takken wonderschoon.
Ik heb je laatst in het bos zien staan, toen zaten er geen kaarsje aan.
O dennenboom, O dennenboom enz.

Een prachtig teder liedje, een echt kinderliedje. Maar iets klopt er niet in de tekst. Hoewel we tegenwoordig vele verschillende soorten als kerstboom optuigen zijn dat gewoonlijk geen dennen maar sparren. Waarschijnlijk vindt dit liedje zijn oorsprong in het Duitse kerstliedje;

O Tannenbaum, o Tannenbaum, Wie treu sind deine Blätter.
Du grünst nicht nur zur Sommerzeit, nein, auch im Winter, wenn es schneit.

                                Foto van internet.

Ook met een zeer gevoelige tekst maar hier gaat het wel over een sparrenboom (Tannenbaum). Bij de vertaling heeft men, misschien vanwege de betere klank, niet zo nauw gekeken. Uiteindelijk horen alle naaldbomen onder dezelfde familie, de Pinaceae, de dennenfamilie.

Fijnspar, ’De kerstboom’
Als kerstboom kennen we al heel lang de fijnspar. Met zijn voor- en nadelen is de fijnspar voor mijn gevoel toch ’De kerstboom’. In mijn prille jeugdjaren, haalde mijn vader de dag voor kerstmis zo’n spar uit een stukje familiebos. In mijn herinnering verspreidde de prachtig aangeklede boom een heerlijke frisse geur de eerste week. Iedere keer als je binnen kwam rook je dat. Het nadeel was dat tegen de tijd dat hij werd opgeruimd, de dag na ’Driekoningen’, er vaak niet veel meer dan een stam met kale takken over was. De meeste naalden lagen er onder. De warmte in de huiskamer geholpen door de vele grijpgrage kinderhandjes waren daar de oorzaak van. De Gewone fijnspar (Picea abies) komt van oorsprong niet in ons land voor. De soort is inheems in berggebieden vanaf Scandinavië tot noordwest Rusland en Centraal Europa.

Vurenhout
Al heel lang worden in heel Europa en ook in het oosten van de USA sparrenbossen aangeplant. Als kerstboom en voor de houtproductie. Het hout van de fijnspar heet vuren en is bleek roomkleurig. Vurenhout is van nature niet erg duurzaam, matig sterk maar goed te bewerken. Het wordt dan ook overal voor gebruikt. De fijnspar heeft dicht op elkaar staande, stijve naalden. Ze zijn puntig en circa 1,5 cm lang. De vorm van de fijnspar is netjes torenvormig (spits toelopend) en de takken staan in kransen boven elkaar. In zijn oorspronkelijk verspreidingsgebied kan de fijnspar wel 40 meter hoog worden. Vanwege verschillende eigenschappen zijn steeds meer andere boomsoorten populair als kerstboom.

De Nordmann
De Nordmann of voluit de Nordmannspar is erg in trek de laatste jaren en wordt dan ook in grote aantallen aangeboden. Het is een zilverspar ook wel de Kaukasische zilverspar genoemd. Die zoals deze naam al zegt in de westelijke Kaukasus en ook in het noordoosten van Turkije oorspronkelijk voorkomt. Daar kan deze prachtige dichte boom wel 70 meter hoog worden. Mooi als kerstboom die lang zijn naalden vasthoudt maar geen geur verspreidt. Leuk is wel de grijze stam, zeker als het een wat grotere boom is.

Blauwspar
Wel geurig is de blauwspar. Deze Picea pungens verspreidt een frisse citroengeur en is ook lang houdbaar. Deze boomsoort vindt zijn oorsprong op de hellingen van de Rocky Mountains  (USA).

Omerika
Ook wel als blauwspar wordt de Servische spar (Picea omorika) genoemd. De kleine, kwetsbare wilde populatie van deze soort komt uit het dal van de Drina (Servië/Bosnië Herzegovina). De naalden zijn aan de bovenzijde groen en aan de onderzijde zilverkleurig.

De nobilis
De nobilis (edele zilverspar – Abies nobilis) is ook een  bijzondere kerstboom. De dunne naalden staan kort op elkaar en voelen zacht aan. Er staan zelfs naalden op de stam. De onderzijde van de naalden is gestreept en ze verspreiden (volgens de ANWB bomengids) een zwakke uiengeur.

Opgedrongen tradities
Kerstbomen worden gekweekt en komen vooral uit Denemarken, België, Duitsland en ook uit ons land. Er worden er ruim 3 miljoen per jaar verkocht. Ze groeien sneller dan loofbomen en zijn gemiddeld na circa 6 jaar geschikt voor de verkoop. Uit de bossen mogen al lang geen kerstbomen meer gehaald worden. Wel zorgelijk is dat rond kerstmis in de tuincentra producten aangeboden worden die direct uit de natuur afkomstig zijn zoals platmossen en mistletoe(maretak). De laatste is een zeldzaamheid in ons land. De oorsprong van de aangeboden planten is niet bekend maar waarom zou je toegeven aan opgedrongen tradities die niet tot de onze behoren.

Fijne feestdagen en een gezonde toekomst.

vrijdag 16 december 2011

’Het Kerststallenbos’


Dit (kerst)verhaal is eerder gepubliceerd in december 2009.


Ad Kolen

Komende uit een arbeidersgezin met 7 kinderen, herinner ik me ’kerst’ uit mijn jeugd vooral als een sfeervol gebeuren. Iets met gezelligheid, zorg maar ook samenhorigheid als gezin. Geboren precies in het midden van de vorige eeuw(1950) was het geen ’vetpot’ zoals men placht te zeggen. We hadden het goed met zijn negenen, maar luxe, het woord kende we niet eens. Creatief als mijn vader was, samen met de zorgzaamheid van mijn moeder, was ’kerst’ een hoogtepunt tot in mijn verste herinneringen.

’De kerststal’
Een rode draad daarin was ’de kerststal’. Het bouwsel, een eigen creatie van mijn vader, was van een flink formaat. Wel een halve meter hoog. Berkenstammetjes met meerdere dwarsverbindingen droegen een echt strooien dak. Het was roggestro, wat toen nog verbouwd werd. Misschien kwam het wel van Ome Sjaak, zijn broer die boerde, waar hij vaak ging helpen. De beelden, ook groot, waren tevens speciaal. De os en de ezel achterin en de kameel stond met de vele schaapjes en herders om de stal. De zwarte koning, Balthazar zie ik nog zo staan, met een gouden kist hoog voor zich uit dragende. Een kleurig geheel gegoten in gips. In onbewaakte momenten, als moeder het niet zag, speelden we er graag mee. We lieten ze in gedachte door de kamer draven door ze steeds op te pakken. Dat ging nog al eens fout, waarbij soms een kop rolde. Met schoenlijm werd die er weer op geplakt. De fracturen bleven zichtbaar, de kameel had er wel 3 op het laatst!

Het zilveren vogeltje
De kerstboom was ook een verhaal op zich. Niet weken van te voren maar de dag voor kerstavond werd er pas over gesproken. Uit een familiebos nabij het Wandelbos kwam een flinke fijnspar en werd op kerstavond opgetuigd. Ik kan me een jaar herinneren dat de boom de dag erop al weer weg was. Met een zwaai vloog de brandende spar ’de plaots’ op. Vanaf toen geen echte kaarsjes meer! De Fijnspar, was, is en blijft: ’De kerstboom’, met zijn voor- en zijn nadelen. In mijn herinnering verspreidde de prachtig aangeklede boom een heerlijke frisse geur van hars. Iedere keer als je binnen kwam rook je dat. Een nadeel was dat hij tegen de tijd dat hij werd opgeruimd, bijna kaal was. Vaak was, van de weer uitgeklede boom, niet veel meer over dan een stam met kale takken. De meeste naalden waren er afgevallen. Ook het zilverkleurige vogeltje met een staart van dikke nylondraad en de zilveren klokjes met glitter op de rode vlakken staan diep in mijn herinnering gegrift. ’De kerstboom’ werd en wordt nog volop gekweekt en komt nu echt niet meer uit de bossen. De Gewone fijnspar (Picea abies) vindt zijn oorsprong niet in ons land. De soort is inheems in berggebieden vanaf Scandinavië tot noordwest Rusland en Centraal Europa.

De nachtmis
De nachtmis hoorde er ook zeker bij. Mijn ouders waren niet fanatiek katholiek (mijn moeder wat meer dan mijn vader) maar ze ’geloofden mee’ zoals ik dat zag, later vooral! Dus wij ook, iedereen deed dat in onze omgeving, zo ging dat toen nog. Echt in het midden van de nacht anderhalf uur blauwbekken in een ijskoude kerk vergeet je niet. Maar met de chocolademelk, warme worstenbroodjes, en in betere tijden gebraden konijn, in het verschiet bleef je in gedachten warm. Je beleefde het gewoon! Vele jaren later, bij het uitruimen van het ouderlijke huis, komen we ’De kerststal’ tegen. Een gammel ding, bijna al het stro is van het dak en de berkenstammetjes waren gespleten, door de veel te grote spijkers die pa gebruikt had. Toch was hij nog mooi! ”Die mag niet weg” werd er geroepen! Ik heb die herinneringen dus niet alleen.

Kerstgevoel in mei
Tijdens een van mijn vele vogelreizen had ik enkele jaren terug een bijzondere ervaring. Het was in de Prypjatmoerassen in het zuiden van Wit-Rusland. Een tocht door een 15 km. breed hoogveengebied bracht ons door stukken met massale opslag van berken. Duizenden hagelwitte berkenstammetje stonden naast elkaar in het water. Door de wisselende, soms hoge waterstanden waren ze afgestorven. ”Net een potlodenbos”. Riep iemand, ”Nee” was mijn reactie; ”Het is een kerststallenbos”. Toen, midden in het voorjaar, begreep niemand mijn plotselinge link naar kerstmis. Mooie witte, gave, rechte stammetjes, grandioos materiaal voor vele duizenden schitterende kerststallen! Onverwacht was de kerststal thuis en het bijbehorende gevoel, bij me opgekomen. Dit ’Kerststallenbos’ had ik mijn vader willen laten zien!

Sfeer vasthouden
Kerst is voor mij nog steeds een intiem familiegebeuren. Met vrouw, uitgevlogen zoon en mijn ijzersterke schoonmoeder (die wel honderd jaar wordt!) zetten we de traditie voort van thuis, gezelligheid en wat eten. We proberen op een eenvoudige manier, in contrast met de weelderige overdaad van vandaag; ’kerst’, de sfeer uit het verleden, vast te houden!

dinsdag 13 december 2011

Vogels van de Dongevallei; De Zwarte zwaan

Het 1e paar in maart 2008.

Ad Kolen      

Eind februari 2008 vertelde een vrouw in de Dongevallei over Zwarte zwanen (Cygnus atratus) die ze er gezien had. Tijdens de 1e vogeltelling in maart 2008 werd, niet geheel onverwacht dus, een paar bij de fietsbrug aan Lange Dijk aangetroffen. Het mannetje gedroeg zich erg agressief ten opzichte van andere waterbewoners. Onder andere Wilde eenden (Anas Platyrhynchos) en Canadese ganzen (Branta canadensis) verjoeg hij. Tot half juli van dat jaar werd het paar in totaal 7 maal waargenomen, tijdens de 2 maal per maand in dit gebied uitgevoerde vogeltellingen. Hoewel er geen nakomelingen gezien werden kon volgens de SOVON BMP-richtlijnen een territorium worden vastgesteld.

Het 1e paar in maart 2008.

Daarna werd de soort pas weer in november aangetroffen. Het betrof een solitair exemplaar. Begin 2009 waren er nog 3 waarnemingen van een solitaire Zwarte zwaan. Even werd nog verondersteld dat een van de vogels, mogelijk met jong elders in de Reeshof verbleef. Zwarte zwanen kunnen ook buiten het hier gebruikelijke broedseizoen jongen voort brengen. Helemaal duidelijk is het niet maar Zwarte zwanen hebben een ander ritme in hun broedcyclus, ze houden waarschijnlijk (gedeeltelijk) hun Australisch bioritme aan. Zwarte zwanen kunnen het gehele jaar broeden en broedparen kunnen meerdere broedsels per jaar uitvoeren.

Zicht op het prachtige verenkleed; de gekrulde veren boven en deel van de witte slagpennen is te zien.

Later werd duidelijk dat de helft van het paar gestorven was of misschien naar elders vertrokken. In oktober / november werd de solitaire Zwarte zwaan nog 2 maal gezien. In 2010 waren er tot half april 4 waarnemingen. Daarna ontbrak de vogel tot het 2e deel van oktober. Op de voorlaatste dag van het jaar werd de vogel nog een keer gezien. Dus het verhaal is nog niet ten einde. Ik ben benieuwd naar het vervolg.

Het achtergebleven vrouwtje worstelt zich door het ijs op 10 januari 2009.

Zoals de Witte kwikstaart niet helemaal wit is en de Rode wouw niet geheel rood, is ook de Zwarte zwaan voor een aanzienlijk deel maar ook niet geheel zwart. Zwemmende, met goed gesloten vleugels lijken ze geheel zwart, maar in de vlucht vallen de witte slagpennen op. Alle slagpennen zijn geheel wit, zowel de hand- als de armpennen. Door de verschillende zwarte vleugeldekveren worden de witte slagpennen voor de helft bedekt en zijn dus niet zichtbaar in rustende toestand. Opvallend en erg mooi zijn de krullen op vleugeldekveren. Het is een forse verschijning, deze zwaan, maar iets slanker en kleiner dan de Knobbelzwaan (Cygnus olor) die ook veel als siervogel gehouden werd. De snavel van de Zwarte zwaan is rood met een witte band aan de punt. De poten met de zwemvliezen hebben een zwarte kleur.

De Zwarte zwaan is in vele Europese landen een geliefde siervogel waar flink voor wordt betaald. De soort is van oorsprong inheems in Australië. De eerste levende exemplaren werden aan het einde van de 18e eeuw naar Europa gehaald. Ook in ons land worden al geruime tijd Zwarte zwanen in gevangenschap gehouden. Om wegvliegen te voorkomen werden ze geleewiekt. Tegenwoordig duiken overal vrijvliegende exemplaren op. De eerste meldingen van in het wild broedende Zwarte zwanen komen uit de 2e helft van de jaren zeventig van de vorige eeuw. De soort heeft de afgelopen jaren een succesvolle vrij levende populatie weten op te bouwen. In de ons omringende landen is deze zwaan niet of nauwelijks succesvol. In Nederland werd in 1994 de populatie op 25-30 paren geschat. Vanuit het Delta gebied, het rivierengebied, Noord-Brabant en Noord- en Zuid-Holland breidde ze zich over het gehele land uit tot een aantal van nu meer dan 100 broedparen. De Zware zwanen in de Dongevallei zijn mogelijk ontsnapte vogels, daar er tenminste een exemplaar een ring droeg.


Het nieuwe paar. 


Het mannetje wat is aan komen vliegen, en voor het eerst op 11 maart werd gezien is een echte macho. Tijdens vele waarnemingen van het paar was hij uiterst agressief tegen andere grote vogelsoorten. Hij had het vooral tegen de Canadese ganzen. De agressie sloeg ook op het vrouwtje over zoals op 2 juni; ’’Op de brede vaart parallel aan de Reuverlaan is het paar Zwarte zwanen in conflict met een paar Canadese ganzen met jongen. Eerst probeer het mannetje Zwarte zwaan de Canadese ganzen te verjagen, kort daarop mengt ook het vrouwtje zich in de schermutselingen. Het gaat er even hard aan toe, waarbij de jongen (van de Canadese ganzen) in verdrukking komen. Een pul duikt onder water om veilig weg te kunnen komen’’.

Later als de rust is terugkeert worden door het paar Zwarte zwanen bewegingen gemaakt die als baltsen zou kunnen omschrijven. Op meerdere andere gelegenheden werd er gebaltst door het mannetje of door beide exemplaren. Al deze waarnemingen zijn voldoende voor het vaststellen van een territorium. Van daadwerkelijk broeden zijn er tot nu geen waarnemingen gedaan. Na augustus werden ze beide helaas niet meer gezien dit jaar.

In de 1e maand van 2011 verscheen er geen Zwarte zwaan tijdens beide tellingen. In de 2e maand werd tweemaal het overgebleven exemplaar aangetroffen. Op vrijdag 11 maart 2011 kwamen er onverwacht weer 2 Zwarte zwanen in beeld. De 2 volgende tellingen ontbraken Ze. Vanaf de 1e telling in mei tot en met de laatste in augustus was het paar steeds te zien. Alleen op 30 juli ontbraken ze. Ondertussen kon worden vastgesteld dat de meer dan 2 jaar alleen in het gebied verbleven Zwarte zwaan (met blauwe voetring) een vrouwtjes.

zaterdag 10 december 2011

Bloeiende Gaspeldoorn




Ad Kolen

Enkele bloeiende bloemen aan een Gaspeldoorn (Ulex europaeus )in de winter zijn niet uitzonderlijk. Een paar van die prachtige warm gele vlinderbloemige zie je ieder jaar wel rond kerstmis. Ook met sneeuw en ijzel erop is geen zeldzaamheid. Drie weken geleden bloeide er een struik nagenoeg geheel langs de Burgermeester Bechtweg in het Noorderbos. Een week later meldde Richard Smulders een volop bloeiend exemplaar vanuit de Dongevallei in de Reeshof aan de andere zijde van Tilburg. Vandaag trof ik naast de vele struiken met enkele bloemen, meerdere hele struiken vol met bloemen op verschillende plaatsen in het Noorderbos aan. De volledige bloei valt gewoonlijk van april tot in juni.


Uitzonderlijke waarnemingen kun je wel zeggen. Maar die waren er meer de 2e helft van dit jaar. Zo zag ik 2e bloei bij het krentenboompje, bij de Amerikaanse vogelkers en ook het fluitenkruid toonde voor de 2e maal massaal hun witte bloemschermen.

We kennen van de zomereik het Sint Jansschot in  juni. In september stonden echter aan vele wat jongere zomereiken in het Noorderbos jonge twijgen met frisgroen blad. Het was dit jaar dan ook uitzonderlijk gesteld met het weer. Na een koele natte zomer bleef het langdurig behoorlijk warm waarop blijkbaar veel planten nog reageerden.

De gaspeldoorn is een vrij zeldzame doornstruik van droge zandgronden, heide en de binnenduinen langs de hele Atlantische kust van Europa. Plaatselijk kunnen ze echter algemeen voorkomen. Mogelijk zijn ze in het zuiden van ons land hier en daar oorspronkelijk wild. In het Noorderbos is de soort talrijk. Na de aanleg van dit recreatiebos en de Tilburgse randweg daar doorheen is de gaspeldoorn massaal te voorschijn gekomen. De soort komt er echter al lang voor volgens Peter van Ruth. In de ’Atlas van de Noord-Brantse Flora’’(J.M.A Cools-1989) staat; Zeer zeldzaam, gewoonlijk lokaal en slechts op een enkele plaats met veel exemplaren(nabij Tilburg.) Kwam voor 1950 meer voor maar is sterk achteruitgegaan, op bermen van wegen, paden, spoorwegen en aan randen van loof- en naaldbossen(voornamelijk grove dennen- en eikenberkenbossen.) Kwam vroeger ook voor in struikheidevelden, ondermeer nabij Prinsenbeek. In de Reeshof, langs de Moerse dreef bijvoorbeeld, werden massaal Gaspeldoornstruiken aangeplant. In de Dongevallei zouden het dus weleens verwilderde planten van deze aanplanten kunnen zijn!



De Gaspeldoorn is een struik met veel vertakte doorns met een hoogt van 60 tot 200 cm. De zijtakken zijn afstaand behaard en staan schuin afstaand omhoog. De bloemen staan in de oksel van de bladdoorns. De bladeren zijn priemvormig, stijf met een stekelpunt.




woensdag 16 november 2011

Schotse Hooglanders




Ad Kolen

Schotse Hooglanders, harige runderen met grote horens, kom je op veel plaatsen in de Nederlandse natuur tegen. Zowel binnen als buiten de stad. Ruim 25 jaar terug zag je ze nauwelijks. Wijzigingen in gebruik en beheer van bestaande natuurgebieden en de aanleg van veel ’nieuwe natuur’ veranderde een hoop. Machinaal onderhoud werd voor beheerders onbetaalbaar en raakte derhalve steeds meer in onbruik. Mede door andere inzichten burgerde de inzet van grote grazers als paarden en runderen helemaal in. De komst van Schotse Hooglanders werd in het begin ook door mij kritisch bekeken. Kempische heideschapen en Roodbrandrunderen passen toch beter in de Brabantse natuur!

Op verschillende manieren invloed op een gebied
De vele vogelinventarisaties en –tellingen die ik in de loop der jaren uitvoerde leidde vaak door gebieden met Schotse Hooglanders. Meningmaal werd het ’vogelen’ onderbroken om deze ’goeie lobbesen’ gade te slaan. De bedoeling van de inzet van deze beesten is de openheid in een gebied te behouden of te bevorderen en variatie in de flora te brengen. Schotse Hooglanders hebben op verschillende manieren invloed op een gebied. Alleen al hun aanwezigheid is bepalend. De hoeven drukken de bodem aan en openen de vegetatie. Vaak lopen ze paden uit, door zich via vaste routes te verplaatsen. Daarnaast gaan ze dwars door alles heen. Onder hun forse gewicht worden planten verpletterd en breken taken van bomen en struiken af. Aan de langharige wollige vacht kleven zaden en komen ergens anders weer op de bodem terecht. De verspreiding van zaden is een niet onbelangrijke bijkomstigheid. In waterrijke gebieden kunnen ze de oevervegetaties behoorlijk beïnvloeden, soms nadelig. Langs het Leikeven, op Huis ter Heide, werd een deel van de oever, met kwetsbare vegetatie voor deze beesten afgesloten.

Een kudde Schotse Hooglanders, wadende door het water in de Biesbosch.

Vaak in en nabij water
Schotse Hooglanders verblijven vaak in en nabij water, niet alleen om te drinken. Ze zoeken afkoeling bij hoge temperaturen en schrikken er niet voor terug om tot bijna schofthoogte door het water te waden als uitweg wanneer mensen te dicht bij komen. Zwemmen heb ik ze nog niet zien doen! Bij het observeren van etende Schotse Hooglanders verbaas ik me steeds. Hun eetlust is groot en het menu zeer gevarieerd. Het voedsel vergaren geschied gewoonlijk langzaam vooruit lopend. Hier een plukje gras, daar een jonge akkerdistel, links een hap blad van de zwarte els en rechts wordt een groepje planten, jacobskruiskruid, met de tong van de onderste bladeren ontdaan. Het lijkt als of er geen voorkeur bestaat. Ze eten bijvoorbeeld verschillende grassoorten die vaak overdadig groeien in natuurterreinen zoals; pijpenstrootje, zwenkgras, struisgras en bochtige smele maar ook blauwe bosbes, veldzuring en brandnetel worden met smaak verorberd. Schotse Hooglanders zetten extra voedsel in de zomer om in vetreserves voor de winter.



Stevige keutels
Door dit gevarieerde voedsel zijn de uitwerpselen van Schotse Hooglanders vast van vorm, het zijn stevige keutels. Heel anders dan die van ons melkvee. Melkkoeien produceren de bekende koeienvlaaien, ze zijn voortdurend aan de diaree. Op de plaats van herkomst, de Schotse Hooglanden en de eilanden voor de Schotse westkust, met name het eiland Skye, moeten de dieren hun voedsel bij elkaar zoeken in arme begroeiingen. Situaties die bij ons veel op heidevelden voorkomen. Grazen op bemeste weilanden, met gras met hoge voedingswaarde verdragen Schotse Hooglanders minder goed en veroorzaakt ook bij deze beesten permanente diaree.

Taai en gehard ras
Schotse Hooglanders zijn betrekkelijk kleine runderen. Het is een taai en gehard ras, wat gedurende de zomer en de winter buiten verblijft. Stieren hebben een schofthoogte van 120-130 cm. Met een gewicht van ongeveer 600 kg. De koeien met een schofthoogte van 100 cm. Wegen circa 400 kg. Tegenwoordig zijn ze echter wel zwaarder dan zo’n 100 jaar geleden. Door selectie op vleesopbrengst zijn er stieren van wel 900 kg. De meeste Schotse Hooglanders zijn roodbruin, maar ook vaalgeel, met zwarte smalle tijgerstrepen, egaal zwart, lichtgrijsbruin en soms ook wit komt voor. Dieren met witte vlekken zijn niet van een zuiver ras maar gekruist met andere runderrassen.



Natuurlijke selectie
Zover als bekend is gaat de geschiedenis van het Schotse Hoogland ras terug totaan de 16e eeuw. Oudere gegevens zijn niet achterhaald. Wel staat vast dat het om een heel oud type rund gaat. De voorouders van dit ras en enkele andere Britse rassen waren waarschijnlijk de Keltische runderen die al 2000 jaar voor Christus op de Britse eilanden rondliepen. Die op hun buurt, volgens aanwijzigingen, afstammen van de Hamitische Longhorn die afkomstig is uit het Midden-Oosten. Ook zijn er theorieën die spreken van kruisingen(lang geleden) met andere runderen waaronder de Tibetaanse / Nepalse jak. De Schotse Hooglander is feitelijk niet door mensen verbeterd. Om te overleven diende ze zichzelf te verbeteren. De barre omstandigheden in de Schotse Hooglanden hebben er, door een proces van natuurlijke selectie, namelijk gedurende bijna 1000 jaar voor gezorgd dat alleen de sterkste en beste aangepaste runderen konden overleven en nageslacht voortbrachten.

Sterk moederinstinct
Een bijverschijnsel van domesticatie is het feit dat Schotse Hooglanders geen vast paartijd kennen. De koeien kunnen het gehele jaar vruchtbaar worden. In ieder seizoen worden dan ook kalveren geboren. Wel is er een duidelijke geboortepiek in het voorjaar en in de zomer. De eerste paar weken tonen de koeien een sterk moederinstinct en beschermen de kalveren tegen elk mogelijk gevaar. Kom nooit te dicht bij en ga niet tussen het kalf en de koe staan, dan heb je nooit problemen met deze beesten. Zorg er ook voor dat dieren niet afgezonderd van de kudde raken. Ze kunnen dan proberen, onverwacht langs je heen de kudde toch te bereiken. De draagtijd is normaal gesproken 9 maanden en 10 dagen. De koe kan echter de bevalling een maand uitstellen als de omstandigheden niet gunstig zijn. Gewoonlijk draagt een stier in de kudde zorg voor de voortplanting maar kunstmatige bevruchting is ook mogelijk bij deze koeien. In de Dongevallei werd dit jaar door inseminatie geregeld dat de kalveren in oktober werden geboren.



Een juist geboren kalf
Hulp bij bevallingen hebben Schotse Hooglanders niet nodig. De reden daarvan is dat de kalveren bij de geboorte een naar verhouding laag gewicht hebben. Voor de geboorte zondert de koe zich af van de rest van de kudde. Aan het begin van een vogeltelling op 8 oktober in de Dongevallei trof ik een koe van dit ras aan met een juist geboren kalf. Het jong werd door de moeder schoongelikt, er waren nog resten van een vlies zichtbaar op de kop. Het jonge stiertje deed al wankele stappen op zoek naar de tepels van de koe. Een van de vele momenten dat ik genoot van kijken naar deze toch bijzondere koeiensoort, die mijn verwondering heeft opgewekt.


maandag 7 november 2011

Peerke raakt kastanjes kwijt !


Ad Kolen

Op een zonnige middag in oktober maakt een man foto’s van de bomen in het kruiswegpark van Peerke Donders in Tilburg Noord. ”Peerke Donders verliest 70 bomen” las hij deze week het Brabants Dagblad. ”Ik woon al 75 jaor in Tilburg, mar hier ben ik nog noot gewist” Zei hij; ”Dus ben ik mar n's gaon kèken”.

 De  paardenkastanjes in betere tijden, oktober 2004.

Opnieuw in de belangstelling
Voor mij is dit echter wel bekend terrein. Mijn woonplek ligt op korte afstand van hier en al op jonge leeftijd kwam ik hier regelmatig. ’Onze Pa’ maakte met ons na de kerk op zondag vaak een wandeling naar ’Tante Pieta’ op het Lijnsheike. Dikwijls liepen we dan door naar Peerke. Al was dat een fikse wandeling vanuit den Besterd, de herinnering daaraan staat me wel als iets prettigs bij. Meer als een mok water uit de koperen kranen bij de pomp zat er voor ons niet in, maar toch, het was leuk! Het bedevaartsoord was behoorlijk populair in die tijd bij de brave Tilburgers, het merendeel van de bevolking was toen nog katholiek. Wij gingen in de tijd nog gewillig naar de kerk, zelfs voor schooltijd in de eerste jaren mijn lagere schooltijd. Na 1965 nam de belangstelling voor deze bijzondere plek af. Het ’Heiligdom’ lag inmiddels aan de rand van het nieuwe Tilburg Noord met veel flats en bewoners uit andere streken. Ook waren de Katholieke bolwerken in het zuiden aan het afbrokkelen. Momenteel beleeft het Kruiswegpark een nieuwe glorietijd door toenemende belangstelling uit Suriname, het nieuwe museum en ook cultuurhistorisch staat het in de belangstelling.

Het Peerke Donderspaviljoen, een museum voor naastenliefde.

En verrichtte wonderen
In 1923 werd de kapel gebouwd en in 1931 bouwde men het geboortehuisje van Peerke Donders na. Daarvoor werden ’IJsseltjes’ gebruikt die vrij kwamen bij de sloop van arbeidershuisjes aan het Smidspad. Toen kreeg ook het Kruiswegpark vorm. In de maand mei van 1926 werd de kruisweg ingezegend om de pelgrims een nuttige tijdsbesteding te bezorgen. Pas na de 2e Wereldoorlog was deze gereed zoals we die nu kennen. Op 27 oktober 2009 (zijn 200e geboortedag) werd het Peerke Donders Paviljoen, Museum voor Naastenliefde geopend, in het Kruiswegpark. De eenvoudige, maar stijlvolle openlucht kapel moest hiervoor wijken. In het museum is ruimte voor wisselende exposities met dit onderwerp. Peerke (Petrus Donders 1809-1887) werd geboren in het armoedige huisje van een thuiswever aan de Moerstraat aan de rand van de Heikant in het noorden van Tilburg. In 1842 vertrok hij als priester naar Suriname. Hij predikte er het Christelijke geloof, verpleegde melaatsen, bekeerde indianen en bosnegers en verrichte wonderen. Volgens de overlevering zou hij bijvoorbeeld tijdens extreme droogte een kring in het zand getrokken hebben, na een slag op de grond borrelt er water op. Hij stierf in 1887 aan een nierontsteking, na enige laatste rustige levensjaren. In 1901 werd Peerke opnieuw begraven in de Kathedraal van Paramaribo. In 1982 zalig verklaart Paus Johannes Paulus de 2e hem zalig.

Standbeeld van Peerke Donders aan het Wilhelminapark in Tilburg.
Van bleekgroen naar roestkleurig oranje
Een flink aantal van de bomen die al in mijn jeugdjaren in het kruiswegpark stonden, hebben nu problemen, ze zijn ziek. Het gaat hier om paardenkastanjes. Eerst wat meer over deze boomsoort. Aesculus hippocastanum is de wetenschappelijke naam, in het Nederlands wordt ook hij ook wel wilde kastanje genoemd. Het is de boom met de niet te eten vruchten. De tamme kastanje (Castanea sativa), met kastanjes die wij mensen wel kunnen lekker vinden, is geen familie. De familie van de Paardenkastanjes (Hippocastanaceae), met allemaal tegenoverstaande, handvormige samengestelde bladeren omvat 25 leden. De naam kastanje hebben ze wel gekregen om dat hun vruchten op die van de tamme kastanje lijken. Het deel paarden zegt iets over het gebruiken van ’wilde’ kastanjes als medicijn voor paarden door de Turken en de schors kent toepassingen in de veeartsenijkunde. Daar komt nog bij dat de afvallende bladeren op de twijgen littekens achter laten in de vorm van een hoefijzer. Je kunt er duidelijk de rangschikking van de spijkers in een hoefijzer herkennen. De handvormige bladeren zijn samengesteld uit ongeveer 7 deelblaadjes zonder steel. Die blaadjes stralen uit vanuit de dikke nerf in het midden en kunnen wel 12 cm. breed worden. Het deelblad is naar de top toe breder en eindigt abrupt in een spits puntje. Van bleekgroen in de lente naar diepgroen in de zomer en eindigend in roestkleurig oranje in de herfst. Waarna de deelbladeren los van elkaar afvallen.

Bloeiende paardenkastanjes.

Ze zijn zo mooi
In het voorjaar bloeien ze prachtig in witte feestelijk kandelaarachtige bloemen, er is ook een rode variant. De bloeistengel in het midden van de bloem heeft talrijke korte zijarmpjes die de bloesems dragen. Eind april, begin mei is dat een feest voor het oog. Aan de bloeistengel ontwikkelen zich de vruchten in een betrekkelijk klein aantal. De stekelige bolsters (omhulsels) zijn aanvankelijk groen, ook hard en leerachtig, die bruin worden en scheuren waarna de vruchten te voorschijn komen. De vruchten, de kastanjes zijn groot, glanzend bruin, met één bleke vlek, hard, zwaar en scheef. Geen wonder dat kinderen ze verzamelen, ze zijn zo mooi! De schors van de paardenkastanje is prachtig, roestbruin en laat geleidelijk in dunne plakken los. En niet te vergeten de schitterende bruine kleverige knoppen, die in het voorjaar zwellen en openbarsten om het feest te laten beginnen. Al met al een mooie boom, een van mijn favorieten, het hele jaar door. Ook kan in de winter is hij prachtig, kaal maar met een eigen specifieke vorm.

De prachtige vormen komen naar voren bij deze kale paardenkastanje aan de Baronielaan in Breda.


Bloedingsziekte
De ziekte begint met een bloedend wondje. Op de bast van de paardenkastanje ontstaat een vlek, waaruit stroperige rode vloeistof begint te lopen. Alsof de boom bloed. Het is de bloedingsziekte, die ook op bij Peerke’s bomen heeft toegeslagen! Daarna wordt het erger. De vlekken worden groter. De barst scheurt open en andere ziektekiemen infecteren de boom. Sommige bomen sterven af, andere overleven maar genezen niet. Een mysterieuze ziekte die in 2002 plots de kop op stak. Deze aandoening werd ook vastgesteld in Engeland, Duitsland, Frankrijk en België.

Tondelzwammen op een zieke paardenkastanje.

Werkgroep Aesculaap
In samenwerking met de universiteit van Wageningen werd de werkgroep ’Aesculaap’ opgericht om de geheimen van dit mysterie te achterhalen. De werkgroep coördineert o.a. de acties rondom deze ziekte. In 2006 werd de veroorzaker vastgesteld, een bacterie uit de groep van de Speudomonas syringea. Verder onderzoek volgde naar de verspreidingswijze van de bacterie in de boom en het milieu. Door monitoring komt naar voren in hoe verre de ziekte zich heeft verspreidt. Een zoektocht naar oplosrichtingen om de kastanjeziekte te beheersen deed de werkgroep in 2007 en 2008. Hierna werd onderzoek voorgezet naar de effectiviteit van remstoffen en de toepasbaarheid daarvan. Er wordt nog verder gekeken naar het natuurlijk verloop van de ziekte. Dat is vaak wel moeilijk daar de meeste zieke bomen, gevaarlijk worden en dus gekapt worden. Mogelijk zijn er ook genetische verschillen in de gevoeligheid voor de bloedingsziekte. Aan de hand van de onderzoeksresultaten worden aanbevelingen gedaan voor verder onderzoek, dus het probleem is nog lang niet opgelost.

Gevelde paardenkastanjes.

In 2 dagen 70 bomen neergelegd
Op maandag 31 oktober begon men met het neerleggen van de kastanjes. Nog dezelfde middag werden met zware vrachtwagens grote stammen afgevoerd. Aan het einde van de volgende dag waren alle boomstammen afgevoerd en werden de laatste hopen versnipperde takken in containers verzameld. De rest van de week en ook nog daarna wordt besteed aan het verwijderen van de stronken en het aanleggen van een asfaltpad. Waarna het geheel omgeploegd en bemest gaat worden. Op een afstand kijkende naar de omtrek van het kruiswegpark is er niet eens zoveel veranderd. Het geheel is wat ijler geworden maar de vorm is intact gebleven. Van de verschillende soorten loofbomen die het park omzomen zijn er geen verwijderd. Binnenin zijn echter alle Paardenkastanjes, wat berken en esdoorns gekapt, zo’n 70 bomen in totaal. In deze openbare gelegenheid was dit jammer genoeg een noodzakelijke ingreep.
Opmerkingen als terug brengen naar de oorspronkelijke structuur werden ook hier weer gebruikt, een vaak geuit excuus bij kaalslag. Bij de geschiedenis, de ontwikkeling van een bijna 100 jaar oud park horen ook later geplante bomen als deze paardenkastanjes, helaas konden ze niet blijven staan. Het is eveneens spijtig dat meerdere soorten mezen en spechten hun broedgelegenheid verloren. Ook de Boomklevers,  de Boomkruipers, de Bosuil en meerdere ander vogelsoorten zullen naar andere plekken moeten uitzien om te broeden!


Voor (boven) en na (onder) de kap, eigenlijk is er niet zo veel gewijzigd van buiten af gezien.


woensdag 2 november 2011

Bosuilen actief


Ad Kolen

Ook de Bosuilen waren actief deze morgen. Eerder deze week zag in een uil vliegen in de avondschemering nabij Loon op Zand, een Bosuil waarschijnlijk. Vanmorgen hoorde ik in dezelfde omgeving, vanuit een bos aan de Financiën het geluid van zowel een mannetje als een vrouwtje Bosuil.

Tegen het dorp Loon op Zand aan, uit de bomen rond het ’Witte kasteel’, klonk nog een keer het geluid van een vrouwelijke Bosuil.

Merel zingt nog steeds!



Ad Kolen

Op dit weblog staat in oktober, op de 22e een bericht over een laat zingende Merel; “Zingende Merel in oktober!” Enkele tientallen meters de Bartokstraat in vanaf de kruising met de Peter Donderstraat zingt de vogel alsof het voorjaar is. Meest in de ochtendschemering, maar ook erna en in de avondschemering laat hij zich horen. Dat was op de volgende data; 3, 4, 5, 7, 16, 22 en 23 oktober. Dan lijkt het stil te worden. Ook dit laatste weekend van oktober, als ik op verschillende tijdstippen zowel in de ochtend -als in de avondschemering de betreffende plek passeer is er niets te horen.

Op maandag(31-10), als ik wat eerder op pad ga in de ochtend klinkt de welluiden zang weer vanuit de grote linde voor enkele woonhuizen. Dat is tegen 06.00 u. wat nu, na de wijziging in de wintertijd, een uur voor zonsopgang valt. Gisteren (01-11) klonk even een wat minder uitbundig liedje maar deze ochtend leek het wel weer voorjaar. De vogel zong er lustig op los. Wie weet zit er wel ergens zijn vrouwtje op eieren of met juist uitgekomen jongen! Dat sluit ik niet uit, waarom zou de vogel anders zo zingen!

Wat me ook is opgevallen dat rond het tijdstip van zingen ook andere Merels in de buurt zich laten horen. Niet de zang maar voortdurend het bekende ‘pinken’ en andere alarmerende geluiden klinken van verschillende kant. Ik let voordurend op, als ik ergens anders buiten ben in de ochtend- of avondschemering, of nog meer Merels zingen. Nog geen gehoord tot nu toe vanaf begin oktober.

Heeft nog iemands anders zingende Merels in oktober gehoor, dit jaar of in voorgaande jaren?

dinsdag 1 november 2011

Visarenden


Ad Kolen

Naast het broedseizoen in het voorjaar, de piek in de vogeltrek in oktober, is de maand september voor mij als ’vogelaar’ altijd weer een toptijd door de aanwezigheid van Visarenden (Pandion haliaetus.) De Europese Visarend is een uitgesproken trekvogel die de winter in Afrika doorbrengt. Soms wordt ook rond de Middellandse zee overwinterd en in uitzonderlijke gevallen in Midden-Europa (Hongarije.) De Visarenden broed (nog) niet Nederland, we kennen deze vogelsoort hier alleen als trekvogel en overzomeraar. Visarenden die over Nederland trekken zijn vooral broedvogels uit Scandinavië. Tijdens het voorjaar is de trekdrift hoog en willen ze zo snel mogelijk naar hun broedgebied. Tijdens de najaarstrek hebben ze echter niet zo’n haast. Al in augustus, maar vooral in september, verblijven doortrekkende Visarend vaak geruime tijd in ons land in gebieden die rijk zijn aan vis. Op allerlei, vaak onverwachte plaatsen worden ze gezien.


Visarenden (Pandion haliaetus)   Foto: Walter Appels.

 De visarend is onmiskenbaar vanwege het masker en het bruinwitte uiterlijk. De lengte is ongeveer 51 tot 60 cm., groter dan de Buizerd (Buteo buteo). Het mannetje is iets kleiner dan het vrouwtje. De boven­zijde is zwartbruin, de kop wit, donker­ge­streept op de boven­kop, enigszins gekuifd; brede zwarte band door het oog, overgaand in het zwartbruin van de bovenzijde. Onderzijde wit en een geban­deerde staart. De donkere band over de borst is per individu variërend maar bij het vrouw­tje meestal groter. Bij jonge vogels zijn alle veren van de bovendelen geel­bruin gerand.

Concentraties van deze visvangers vinden jaarlijks plaats in de Biesbosch in deze 9e maand van het jaar. Ik probeer dan ook jaarlijks in september een lang weekend of soms een dag of 5 in dit Nationaal Park te verblijven. Vanaf mijn bootje ’De Groeten’, een oud motorjachtje van 7.80 m. x 2.50, geniet ik dan van de vogels en de rust. Met een diepgang van 80 cm. kan ik doordringen tot in de kern van dit alleen over het water bereikbaar gebied. In 2011 is het er door het vele slechte weer niet van gekomen. Dit verhaal speelt zich dan ook af in het voorgaande jaar halverwege de maand september.

In het zuidelijk deel van de Brabantse Biesbosch is recentelijk een groot natuur- en veiligheidsproject uitgevoerd, de Zuiderklip. Dijken van grote landbouwpolders zijn doorgestoken en kreken werden aangelegd. Doorstroming en opslag van grote hoeveelheden water moeten de Merwede ontlasten bij extreme hoge wateraanvoer. Op vrijdagavond installeer ik mijn bootje voor de afsluiting van de Zuiderklip bij de voormalige polders Lepelaar en de Plomp. Dit gebied is niet toegankelijk voor boten. Drijvende stalen buizen aan ketting maken de toegang tot de kreek onmogelijk. Vanaf hier is er goed zicht over de uitgestrekte waterrijke omgeving. Bij het aanmeren staat er veel wind, het valt niet mee om de boot in de juiste positie te krijgen. Uiteindelijk met een lijn aan een paal en twee lijnen aan elk een anker kan de motor uit en de avond vallen.

Ingang van de kreek door de Zuiderklip bij de voormalige polders Lepelaar en de Plomp.

Na 19.30 u, neemt de wind af en wordt het een rustige avond. Vele ganzen verplaatsen zich in de lucht. Dicht bij en veraf strijkt van alles neer op het water; Nijl- en Grauwe ganzen (Anser anser), Meerkoeten (Fulica atra) en verschillende soorten eenden. In de nacht verzamelen veel vogels zich om de boot. Tijdens half wakkere momenten in mijn slaap hoor ik Nijlgansen (Loochen aegyptiacus), Canadese ganzen (Branta canadensis), Meerkoeten en Krakeenden (Anas strepera). Honderden Krakeenden dobberen overal op het water om de boot bij het wakker worden in de ochtendschemering. Ook het fluitende geluid van Smienten (Maréca penelope) klinkt op enig afstand. Talloze vogels hebben zich over de uitstrekte waterpartij verspreidt.

Op deze zaterdagochtend is het aanvankelijk bewolkt en valt er wat regen. Daarna breekt de lucht open en verschijnt een volledige regenboog boven de kreek. Met wat bewolking, veel zon en temperatuur tot 16 graden wordt het toch een prachtige dag. Meerdere Grote zilverreigers (Casmerodius albus) waden behoedzaam door ondiep water. Met de poten ruim voor de helft in het water stappen ze voorzichtig voort. De hals, die gewoonlijk gebogen is wordt nu helemaal gestrekt om zo ver mogelijk van zich af te kunnen kijken. Een exemplaar komt al foeragerende erg dicht in de richting van de boot. Het zwarte puntje op de gele snavel is te zien. Af en toe vangen ze een visje.

Het is bijna 11.00 u. geworden. Het spektakel begint, de beste roofvogelshow is er niets bij, dit is echt! Een Visarend met prooi, een flinke vis, in de poten strijkt neer in de boomtoppen van Jannezand. De vogel begeeft zich echter al snel buiten mijn gezichtsveld en is helaas niet meer te volgen.  Een half uur later komt ruim 5 minuten een in de lucht cirkelende Visarend in beeld. De vogel speurt het ondiepe water af naar een mogelijke prooi, een vis. De Visarend vangt zijn prooi gewoonlijk door te bidden(= vleugelwiekend stilhangen in de lucht) op een hoogte van 20-30 m. Ziet hij een vis dan stort de vogel zich met half gesloten vleugels naar beneden. Juist voor het water geraakt wordt, gaan de poten naar voren en dan verdwijnt hij meestal geheel onder water. De gegrepen vis wordt in de klauwen geklemd en meestal met de kop naar voren weggedragen. De Visarend kan ook in een boom of op een paal op de uitkijk zitten om daar vandaan te duiken.

Drie Buizerds verschijnen kort in het vizier. Niet veel tijd daarna passeert weer een Visarend met een prooi de poten. Ondertussen is het 12.00 u. geworden. De 2 eerder waargenomen Visarenden deze ochtend bevonden zich op een flinke afstand. Nu verschijnt plotseling een exemplaar op enkele tientallen meters afstand schuin boven me. In totaal de vogel zo’n 25 minuten in de kijker weten te vangen. Steeds cirkelende, soms biddende. Tot tweemaal toe hangt de vogel recht boven me. Vanuit het luik in het dek van de boot kijkende met het hoofd helemaal achter over gebogen in de nek, kan in de gele iris van het oog zien. Daar de 2 eerder waargenomen Visarenden met prooi het toneel verlieten ga ik er van uit dat het nu om een andere vogel gaat! Dit exemplaar heeft echter weinig succes met voedsel vergaren. Twee duikvluchten hebben geen goed resultaat als gevolg. Een derde vangstpoging wordt voortijd afgebroken door juist boven het water met een boog weer op te vliegen. Opvallend is dat bij beide duikvluchten tijdens het opvliegen uit het water de vogel de druppels van zich afschut. Ik kan me herinner dat ook al een gezien te hebben bij een geslaagde duikvlucht.

De wind is flink toegenomen het waait weer behoorlijk. Twee Buizerds en een vrouwtje Sperwer (Accipiter gentilis) dicht bij elkaar in de lucht, nabij de boot. Dan verschijnt weer een Visarend. Iets na 13.00 u. is een Visarend in een van de in het water staande restanten van fruitbomen neer gestreken. Het zijn de overblijfselen van de boomgaard van een boerderij die hier eens stond. De vogel is onrustig, kijkt steeds om zich heen. Dan wordt het duidelijk waarom, onder zijn linkerpoot bevindt zich een juist gevangen vis.  Vrij snel vliegt de vogel weer op met de spartelende vis stevig omklemd in de linker klauw. Al vliegende wordt ook met de andere poot de vis vastgegrepen. Het is nauwelijks te geloven maar op de achtergrond vliegt nog een Visarend in dezelfde richting, met vis. Kort daarop verplaatst een vrouwtje Bruine Kiekendief (Circus aeruginosus) zich boven het riet.

13.45 u. Op een behoorlijke afstand van de boot vliegen 150 Kievieten (Vanellus vanellus) en een Visarend. De Visarend maakt een duikvlucht, die echter voortijdig wordt afgebroken. Daar opvolgend, met geruime tijd ertussen, een duikende Visarend boven de Moordplaat gezien en een cirkelende en biddende Visarend wat dichterbij aangetroffen.

15.10 u. Twaalf Buizerds hoog in de lucht. Ze maken trekkende bewegingen in zuidwestelijke richting. De trekrichting van de meeste door Nederland trekkende vogels is in het najaar van noordoost naar zuidwest. Even later keren 2 Buizerds terug naar de aangrenzende polder. Het is een bekend verschijnsel wat eerder door me gezien werd tijdens trekvogeltellingen. Het zijn plaatselijke Buizerds die zich even bij overtrekkende soortgenoten voegen om daarna weer naar hun territorium terug keren. Dan wordt het rustig en passeren er geen opmerkelijke of hoge aantalen vogels nog mijn gezichtsveld.

Iets na 19.30 u. hebben 13 Witte kwikstaarten (Motacilla alba) zich verzameld op de metalen buizen die de kreek afsluiten. 20.15 u. In de schemering strijken flinke aantallen ganzen neer op het water. 20.30 u. Het is bijna donker, nog meer ganzen komen aanvliegen en landen op het water. 21.30 u. De maan belicht het strakke rimpelloze water van de kreek, de wind is geheel weggevallen. Een rustig einde van een bewogen dag.


Grauwe ganzen (Anser anser) in de lucht.

Bij de uitvoering van dit project is een groot areaal aan vooral ondiep water ontstaan. Het zijn prima visgronden waarvan de Visarenden volop gebruik maken. Nog niet eerder zag ik zoveel Visarenden bij elkaar. Niet eerder de soort zo actief bezig gezien met het vangen van vis. Vandaag 9 keer een Visarend waargenomen waarvan 4 exemplaren met een juist gevangen prooi in de klauwen. Er vanuit gaande dat ze niet tweemaal snel achtereen met een gevangen vis wegvliegen, staat het vast dat het om 4 Visarenden gaat. Waarschijnlijk wel enkele meer om dat de overigen zeker niet allemaal dubbele waarnemingen waren. Een ervaring waar je als ’vogelaar’ jaren van ‘na geniet’!