zondag 29 juni 2014

Valken om de toren

 

 


Ad Kolen
 

’De tèlevizietoren’ is de naam die Tilburgers aanwenden voor de zendmast tussen Tilburg en Loon op zand. Met televisie heeft het 140 meter hoge gebouw weinig meer maken. De mast doet vooral dienst voor omroepzenders en mobiel telefoonverkeer. Sinds enkele jaren is er een functie bijgekomen. Oplettend voorbijgangers weten het al langer, vooral vogelaars merken al meerder jaren Slechtvalken (Falco Peregrinus), op rondom de toren. In oktober 2012 werd dan ook, onder auspiciën van ’Werkgroep Slechtvalk Nederland’ een nestkast geplaatst voor deze prachtige vogelsoort. De kast staat op de rand van de bovenste betonnen ring, tegen het rode hekwerk. Vanaf de Udenhoutse weg, maar vooral vanuit het Noorderbos is er goed zicht op dit enorme bouwsel.
 
Het eerste broedseizoen, 2013, was het gelijk raak. Er werden 3 eieren gelegd en 2 jonge Slechtvalken konden succesvol het nest verlaten. Ook het broedseizoen van 2014 is tot zover een succes. Uit opnieuw 3 eieren kwamen 2 jongen; mannetjes. Half mei waren ze al goed te zien vanaf de grond, met verrekijker uiteraard, vanuit het Noorderbos. Begin juni zagen we de oudervogels vaak druk bezig met jagen en aanvoeren van prooien voor de snel groeiende jongen.
 
Het menu van de Slechtvalk bestaat nagenoeg uitsluitend uit vogels. Variërend van kleine mezensoorten tot reigers. In Midden-Europa werden 210 verschillende vogelsoorten als prooi van de Slechtvalk vastgesteld. De biotoop is bepalend om welke soorten en aantallen het gaat. De voorkomende vogelsoorten zijn het jachtdoel. In de stad zijn dat vaak duiven in open gebieden zoals in Zeeland en de Waddeneilanden kunnen dat allerlei steltlopers zijn maar ook een gans pikken ze wel eens uit de lucht.
 Slechtvalken jagen meestal in de vlucht op vogels. Vanuit een hoge uitkijkpost wordt uitgekeken tot een geschikte prooi voorbij komt. Als die passeert stort de valk zich in een kenmerkende duikvlucht naar beneden, met licht samengevouwen vleugels,  of met de vleugels geheel tegen het lijf, naar gelang in welke hoek de aanval plaats vindt.
 
 De Slechtvalk is lang het voorbeeld geweest van een roofvogelsoort die over heel de wereld door veelvuldig pesticiden gebruik in zijn bestaan werd bedreigd. In een deelgebied, zoals Fennoscandinavië  zag men het aantal paren van 2000-3500 zakken tot 65 in 1975. De reductie van het aantal overwinteraars in ons land sinds 1950 is daarom niet verbazingwekkend evenmin als de lichte toenamen sinds 1985. De Slechtvalk is nu bezig met een langzame gestage opmars in Nederland. Van 1 paar voor 1985 via de schatting van 2006 van ongeveer 32 broedparen naar meer dan 120 in 2012.
 
De Slechtvalk stelt geen hoge eisen aan zijn biotoop, een goed aanbod aan voedsel, vogels en een veilige broedplaats zijn de belangrijkste voorwaarden. Het nest  bevind zich vaak op een richel van een steile rotswand en in onze omgeving is dat steeds vaker een hoog gebouw. Echter een hoge boom of op de bodem in gebieden waar steile rotswanden ontbreken, komt ook voor! Een vrije aanvliegroute tot de nestplaats en een open landschap om te jagen behoren ook tot de eisen die de Slechtvalk stelt aan zijn leefomgeving. Het is bepaald geen bosvogel.  De meeste Slechtvalken broeden de eerste keer als ze 2 of 3 jaar oud zijn. Een paar blijft gewoonlijk een leven lang bij elkaar. Maar soms kan een indringer een van de echtlieden verjagen.
 
Aan het einde van maart tot begin april worden de roodbruine eieren gelegd, 3  tot 4 meestal. Zowel het vrouwtje als de man bebroeden de eieren gedurende 29 tot 32 dagen. De jongen blijven van 35 tot 42 dagen in het nest. Dan duurt het nog ongeveer 2 maanden voordat ze helemaal zelfstandig zijn.
 
Nestkasten opgehangen op plaatsen die daar voor geschikt zijn zoals koeltorens van elektriciteitscentrales en andere hoge gebouwen hebben bijgedragen aan de snelle ontwikkeling van de populatie Slechtvalken in Nederland,  een doorslaand succes dus! Steeds vaker echter gebruiken ze meer natuurlijke broedplaatsen zoals op duinen en zandplaten langs de kust en in kraaiennesten op hoogspanningsmasten en in bomen. In het Noorderbos leek het even dat het paar een plek op een hoogspanningsmast gevonden had, maar de nestkast is toch meer geschikt.
 Bovenop de hoge woontoren, de Westpoint, in het centrum van Tilburg is in maart 2005 een nestkast voor deze snelle vogeljager geplaats. Vanaf 2008 is het een succesvolle broedplek waar ieder jaar meerdere jongen uitvliegen. Nu ook vanuit het Noorderbos aanwas en positieve geluiden vanuit Hilvarenbeek en Breda. Een mooie ontwikkeling in onze omgeving. Wie weet wordt de stadsduif in de toekomst met uitsterven bedreigd in Midden-Brabant!
 Reacties naar: adkolen@kpnmail.nl
 Kijk ook eens op mijn weblog
over vogels en andere natuurbelevenissen in het Quirijnstokpark in Tilburg Noord:

 

 
 

zaterdag 11 januari 2014

Vogelexcursie Kraaijenbergse plassen






Ad Kolen

Verslag van de vogelexcursie van de Vogelwerkgroep KNNV Tilburg rond de Kraaijenbergse plassen o.l.v. Johan van Laerhoven met Anneke Bruijnzeels, Ben Akkermans, Siem Pepping, Leon Tinnemans, Dirk-Jan Tilborghs, Hennie de Graaf, Erik Blommestijn, Hetty Bosman en Ad Kolen.

Zaterdag 11 januari 2014, 08.30 u. - 14.00 u.
Wisselend bewolkt met zon en wat regen aan het einde, matige wind, 4-8°C.

08.00 u. Vertrek met 2 auto's vanaf het Burgemeester van de Mortelplein in Tilburg richting Den Bosch.  Na de afslag Grave - Cuijk bereiken we het uitgebreide plassengebied tussen deze 2 plaatsen aan de Maas. Johan van Laerhoven, weet er aardig de weg en leidt ons langs de verschillende plassen om wat stukjes te lopen en het water af te speuren naar bijzonderheden. We bezoeken een vogelkijkhut, waar op deze beschutte plek, voldoende tijd wordt ingeruimd voor koffie en een boterham. Het aantal watervogels is groot we tellen in totaal 44 vogelsoorten.

Hoewel het beheer, de begrazing, als zeer extensief wordt omschreven is gezien de plaatselijke drassige kapot getreden bodem, de druk toch soms1 wel hoog. We zien Schotse Hooglanders en Exmoorpony’s.




De Exmoorpony is een ras van kleine en sobere pony’s afkomstig uit het Verenigde Koninkrijk. Deze sterke pony's leven nog in halfwilde kuddes in Nationaal Park Exmoor. Ze kenmerken zich door hun licht- of donkerbruine vacht met meelsnuit. De Exmoorpony behoort naast het przewalskipaard tot de laatste rassen van wilde oerpony's. Oorspronkelijk kwam dit soort pony's voor in heel West-Europa, maar alleen in het zuidwesten van Engeland, het gebied dat Exmoor heet, zijn de primitieve kenmerken niet volledig weggekruist door met andere paardenrassen te veredelen. De Exmoorpony is naar het gebied vernoemd waar zij als sinds eeuwen voorkomen. Het gebied Exmoor is zeer heuvelachtig en bestaat voor het grootste deel uit heide en moerassen. Men vindt hier nog steeds de meeste Exmoorpony's, hoewel zij ook door particulieren elders worden gefokt. Het ras is behoord tot de oudste ponyrassen uit Engeland en is waarschijnlijk een van de best bewaarde wilde voorouders van de gedomesticeerde pony- en paardenrassen.



Het volgen van de vogelmeldingen op waarneming.nl levert actuele informatie op. Meerdere Toppers en een Zwarte Ibis zouden hier al enige tijd rond hangen.

Met geen van beide soorten lijkt het te lukken. Als we nog een keer langs de plas rijden waar we begonnen zijn zien we echter dicht bij een dobberende groep Toppers, bestaande uit 19 vrouwtjes en 1 mannetje. Van sommige eendensoorten trekken en overwinteren de mannetjes en vrouwtjes afzonderlijk van elkaar. Toppers en ook de Nonnetjes die we later zien, zijn daar een voorbeeld van. Met behulp van onze verrekijkers en meerdere telescopen kunnen we ze goed en langdurig bekijken. Ze duiken aan de rand van de plas steeds naar de bodem om voedsel te zoeken. Waarschijnlijk dwarrelt er van alles op door die activiteiten daar ook enkele Kommeeuwen en Meerkoeten geïnteresseerd op deze plek rondhangen. Een iets rondere kop, door het ontbreken van de kuif doet ze al direct verschillen van de gelijkende Kuifeenden. Ook de vrij brede kol rondom de snavel is kenmerkend, hoewel vrouwelijke Kuifeenden dat ook wel eens hebben, maar gewoonlijk veel smaller is. Het mannetje is duidelijk herkenbaar door grijze delen op de rug. De rug van de Kuifeend is zwart.

De Zwarte Ibis overnacht in een ondiep deel van een van de plassen en foerageert overdag op het om ringende bouwland. Het afspeuren van akkers levert wel Rietganzen op maar geen Zwarte ibis.

De Kraaijenbergse plassen - Het beheer

Het uitgestrekte Kraaijenbergse Plassengebied (ongeveer 40 ha) ligt in de provincie Noord-Brabant en valt onder de gemeenten Cuijk en Grave. Het ligt tussen deze 2 plaatsen langs de Maas. Het maakt deel uit van de Beerse Overlaat. Tot 1942 stroomde bij hoog water de Maas binnendijks richting Den Bosch. Het gebied heeft van oudsher een agrarisch karakter. Vanaf 1968 wordt in het gebied industriezand, grind en klei gewonnen.

De Kraaijenbergse Plassen hebben 2 functies, die voor een gedeelte gerealiseerd en nog steeds in ontwikkeling zijn. Het oostelijk gedeelte heeft een recreatieve functie, het westelijk gedeelte een natuurontwikkeling functie. Deze functionele scheiding is uiteraard van invloed op het beheer van het gebied.

Het beheer van de oevers en randzones door de gemeente Cuijk en het Brabants Landschap, zijn gericht op duurzame instandhouding, onderhoud en behoorlijk gebruik. Ten behoeve van het beheer van de plassen 1 tot en met 5 is door de gemeente Cuijk een beheerplan opgesteld. Dit plan voorziet in een periodiek onderhoud van alle oeverstroken. Oeverzones waar recreanten verblijven worden intensief onderhouden, op andere plaatsen is het onderhoud beperkter.

Voor de natuuroevers is gekozen voor een zeer extensief, beheervriendelijk en natuurlijk onderhoud: het beweiden met paarden en runderen. Het begrazingsgebied is flink uitgebreid. Momenteel wordt dit gebied belopen door Exmoor- en Konikpaarden en Galloway-runderen en Schotse Hooglanders. Door permanente begrazing zorgen deze dieren voor een natuurlijke verschraling van de aanwezige begroeiing. Dat komt de diversiteit van de vegetatie ten goede. Plas 5 is vanwege de natuurfunctie volledig overgedragen aan Brabants Landschap.






 
WAARGENOMEN VOGELS:

Fuut (Podiceps cristatus) 
Aalscholver (Phalacrocorax carbo)
Knobbelzwaan (Cygnus olor)
Rietgans (Anser fabalis)
Kolgans (Anser albifrons)
Grauwe gans (Anser anser)
Soepgans (Anser anser forma domestica)
Grote Canadese gans (Branta canadensis)
Brandgans (Branta leucopsis)
Nijlgans (Alopochen aegyptiaca
Smient (Anas penelope)
Krakeend (Anas strepera)
Wilde eend (Anas platyrhynchos)          
Soepeend (Anas platyrhynchos forma domestica)
Slobeend (Anas clypeata)
Tafeleend (Aythya ferina)
Kuifeend (Aythya fuligula)
Topper (Aythya marila)
Brilduiker (Bucephala clangula)
Nonnetje (Mergellus albellus)
Grote zaagbek (Mergus merganser)
Buizerd (Buteo buteo)
Meerkoet (Fulica atra)
Kievit (Vanellus vanellus)          
Kokmeeuw (Chroicocephalus ridibundus)
Zilvermeeuw (Larus argentatus) 
Holenduif (Columba oenas)
Houtduif (Columba  palumbus)
Winterkoning (Troglodytes troglodytes   
Merel (Turdus merula)
Kramsvogel (Turdus pilaris)
Koperwiek (Turdus iliacus)
Goudhaan (Regulus regulus)
Pimpelmees (Parus caeruleus)
Koolmees (Parus major)
Gaai (Garrulus glandarius)
Ekster (Pica pica)        
Kauw (Corvus monedula)
Zwarte kraai (Corvus corone)
Spreeuw (Sturnus vulgaris)        
Huismus (Passer domesticus)              
Groenling (Chloris chloris)         
Kneu (Carduelis cannabina)
Goudvink (Pyrrhula pyrrhula)

Aantal vogelsoorten 44  




Reacties naar: adkolen@kpnmail.nl


Kijk ook eens op mijn weblog

over vogels en andere natuurbelevenissen in het Quirijnstokpark in Tilburg Noord:



 


dinsdag 31 december 2013

Kraagden; variant grove den of afwijking!





Kraagden in de bossen van Izin in het zuiden van Wit-Rusland.




Ad Kolen

Eind april, begin mei 2007 maakten 6 Tilburgse natuuronderzoekers een reis door het zuiden van Wit-Rusland. langs de rivier Pripyat en aangrenzende gebieden. Op zondag 29 april gingen ze op stap naar Izin, een bosgebied zuidwestelijk van de Stad Pinks. Een tamelijke open grove dennenbos met plaatselijk veel ondergroei van zwarte- en rode bosbessen en kleine bomen als berken en lijsterbessen. Dit reservaat is veel natuurlijker dan het Belovezhskaya Pushcha (het Wit-Russische deel van het oerbos.) In Izin worden geen bomen gekapt volgens onze deskundige begeleider Alexcée Dubrovski.


 Kraagden in het de bossen van Izin in het zuiden van Wit-Rusland.

Deze botanicus (inmiddels helaas overleden) lichte eerst het een en ander toe; In 1985 waren er in Wit-Rusland nog maar weinig natuurreserva­ten. Hij heeft gewerkt bij het Landbouwcentrum dat zich met ruilverkaveling en ontginningen bezig hield. Verantwoordelijk voor het aanwijzen van gebieden die later reservaat werden, zoals de bossen van Izin. Hij laat allerlei kaarten en foto's zien waaronder een lijst met vogelwaarnemingen die in een vorig bezoek door de Vogelwerkgroep KNNV Tilburg werd gemaakt en als basis diende voor verder onderzoek naar vogels in dit gebied.

Tijdens deze dagwandeling doorkruisen we een uitzonderlijk mooie gebied en zijn de waarnemingen van de plaatselijke flora en fauna uitgebreid en talrijk.


Kraagden in de bossen van Izin in het zuiden van Wit-Rusland.

Op een van de meest opmerkelijk waarnemingen werden we door Alexcée gewezen; een Kraagden, een variant van de Grove den, volgens hem. Opstaande rijen schors (‘kragen’) zijn het kenmerk. Het is een flink exemplaar die naar schatting ergens tussen de 100 en 200 jaar oud is. De kragen omvatten, horizontaal een de deel van de stam, niet helemaal rond. Meer komen we er op dat moment niet van te weten. Jammer dat we niet doorgevraagd hebben. Terug in Nederland probeerde ik meer over dit verschijnsel te pakken te krijgen. Zonder enig resultaat helaas.

In 2008 tref ik een vergelijkend verschijnsel in het Mastbos bij Breda aan. Later dit nog meer gezien in dat gebied, maar ook in Loonse en Drunense duinen enkele malen. Na de 2e waarneming denk ik aan een relatie met de al wat gevorderde leeftijd van de boom. Bij jongere bomen het niet gezien! 


Kraagden in de bossen van "Langoed Gorp en Roovert" bij Goirle.

Recentelijk (23-12-2013), tijdens een wandeling door de gevarieerde bossen van ”Landgoed Gorp en Roovert” opnieuw een exemplaar aangetroffen. Duidelijk ouder dan die eerder door mij in Nederland werden gezien. De overeenkomst met die van Wit-Rusland is groot. Gelijk kun je wel zeggen, maar jonger! Opnieuw erg nieuwsgierig geworden, struin ik internet af. Na heel veel gegoogle ben ik nog niet verder gekomen!


Kraagden in de bossen van "Langoed Gorp en Roovert" bij Goirle.


Wie kan me hier bij helpen:

Kraagden; variant grove den of afwijking(ziekte)?




Reacties naar: adkolen@kpnmail.nl


Kijk ook eens op mijn weblog

over vogels en andere natuurbelevenissen in het Quirijnstokpark in Tilburg Noord:

woensdag 25 december 2013

De herdertjes lagen bij nachte



Kempische heideschapen


Ad Kolen

In mijn prille jeugdjaren is de basis van het ’kerstgevoel’ ontstaan. De warme huiselijkheid, de geborgenheid en het vreedzaam verbonden zijn staan nog steeds voor wat Kerstmis voor mij betekend. Dat werd toen geflankeerd door de symbolieken van het ’katholieke kerstfeest’; de nachtmis, de kerstboom, de kerststal en kerstliedjes. Het kerstgezang was blijkbaar belangrijker dan ik dacht. Nu, de teksten van verschillende kerstliederen lezend, komen ze me nog bekend voor. Meerdere van die liedjes helemaal weer mee kunnen zingen, nou ja zingen! Drie van de vier coupletten van ”De herdertjes lagen bij nachte” weet ik zo naar boven te halen.

Het eerste couplet; ”De herdertjes lagen bij nachte, zij lagen bij nacht in het veld, zij hielden vol trouwe de wachte, zij hadden hun schaapjes geteld.”, speelden we als kinderen thuis na met de beelden van de kerststal. Schapen zijn ’aaibare beesten’ maar weet dat ze al sinds heugenis een belangrijke rol in het leven van de mens spelen. Dit kerstverhaal is een mooie aanleiding dit aspect wat verder uit te diepen.

De schapen uit de tijd van de geboorte van het kerstkindje zagen er waarschijnlijk heel anders uit dan de rassen die we hier nu in Nederland kennen. Daar, in het Midden-Oosten, kwamen de wilde voorouders (Moeflon, Urial en Argali) voor van het sinds circa 6500 voor Christus bekende huisschaap. Het schaap behoort tot de oudste huisdiersoorten. Schapen komen over de hele wereld voor en zijn gefokt voor uitlopende doelen en aangepast aan verschillende terreinen.

Het vrij kleine Soayschaap is het meest primitieve Europese  huisschaap. Achtergelaten op Schotse eilanden is een gehard ras ontstaan. Ze kunnen zich met minimale verzorging goed redden. Ze zijn nauwelijks gedomesticeerd. Evenals hun directe voorouder, de moeflon, zijn soayschapen haarschapen met een maximale haargroei van zeven centimeter per jaar. Wolvorming, een vacht van meer dan tien centimeter, geldt als een teken van domesticatie. Soayschapen hoeven dus niet geschoren worden, ze ruien in de zomer. In Nederland wordt dit primitieve schapenras in gezet voor begrazing in Noord-Hollandse duingebieden.

Uit archeologisch vondsten is vastgesteld dat er in Nederland tussen 3500 en 3000 jaar voor Christus al schapen werden gehouden. De Nederlandse schaapsrassen zijn verdeeld in heideschapen, van de schrale heide en zandgronden en de weideschapen van de voedzamere kleigronden. In Brabant en ook in Limburg en op grote delen van de oostelijke zandgronden zijn het vooral de verschillende rassen heideschapen die vele eeuwen lang een belangrijke rol speelden. In onze streken was dat lang het Kempische heideschaap. Het is een niet zo groot of grof schaap, lang, licht van stuk en staat tamelijk hoog op de poten. De staart is lang en op de lange nek staat een hoornloze kop met een iets verheven neus en een plat voorhoofd.


Door het steeds opnieuw kappen van bossen voor akkers draagden de eerst akkerbouwers en veeltelers bij aan het ontstaan van heidevelden op de zandgronden. Na het instorten van het Romeinse rijk werd het merendeel weer bebost en pas in de vroege middeleeuwen ontstonden weer heidevelden die aanvankelijk alleen werden gebruikt om vee te weiden.

Vooral in de achttiende en de negentiende eeuw speelden de heideschapen, met name in Brabant, een belangrijke rol in het toen in de landbouw florerende “heidepotstalsysteem”. Hierbij werden de akkers op de randen van de bekendalen vruchtbaar gehouden met de mest van schapen die op de heide en de graslanden langs de beken geweid werden. De mest verzamelde men in de potstallen en werd vermengd met heideplaggen en –strooisel. Daarnaast zijn schapen ook steeds belangrijk geweest in de voedselvoorziening(vlees) en het maken van kleding(wol).

Hoewel het romantisch klinkt was schaapherder het minst betaalde beroep in die tijd. Het hoeden van schapen was dan vaak ook kinderarbeid. Bij uitzondering waakte een oudere vakkundige ‘schieper ’ over de kudde. Dikwijls een eenzame bezigheid op de grote stille heide.






Met onderstaande tekst wens ik iedereen fijne kerstdagen en een gevleugeld, maar vooral gezond 2014 toe!




Reacties naar: adkolen@kpnmail.nl


Kijk ook eens op mijn weblog

over vogels en andere natuurbelevenissen in het Quirijnstokpark in Tilburg Noord:


donderdag 24 oktober 2013

Vogeltrekdag 20 oktober 2013




 

Ad Kolen


Openbare Vogeltrekdag op het Viaduct aan de Meierijbaan Tilburg, georganiseerd door de Vogelwerkgroep KNNV Tilburg op zondag 20 oktober 2013, 07.00 u. - 15.00 u.





Kijk ook  op www.trektellen.nl voor alle waarnemingen van trektelpost, Viaduct Meierijbaan Tilburg.





Tellers: Ad Kolen, Ralph Akkermans, Leo van Zeeland, Peer Bussink, Johan Wolfs, Henk Moller Pillot, Hans Sanders, Anneke Bruijnzeels, Ben Akkermans, Geertje Venemans, Arnold van Rijsewijk en Jan van Laarhoven. Met 24 bezoekers, Agnes Houben en Frits van Ameijde.

Vanmorgen voor 07.00 u. richting het oude viaduct aan de Meierijbaan fietsende, glinsterde het groen en de bestrating nog van de regen. Het was echter droog en het luchtruim nagenoeg helder met een bijna volle maan en flonkerende sterren.

De momenteel overal talrijke aanwezige Roodborsten lieten ook op het viaduct, uit verschillende richtingen, nog in het donker hun parelende zang horen.

Hoewel het zicht goed was werd tijdens het eerste tel uur maar 1 trekkende vogel waargenomen. Een Zanglijster. De van hun slaapplaats (op Industrieterrein-Loven) komende Kokmeeuwen(569) niet meegerekend.


 



Na enige tijd kon, in het 2e uur, aan de later invoegende tellers gemeld worden;


 "Er is trek"!


Op deze inlandse trektelpost zijn gewoonlijk alleen in oktober trekkende vogels waar te nemen. Meestal valt de piek vanaf half oktober. Dit jaar werd er tot half oktober echter nauwelijks trek waargenomen op Trektelpost "Viaduct Meierijbaan, Tilburg". (Oude Eindhovense over het Wilhelminakanaal.)

Met ruim 250 Vinken en tientallen Spreeuwen, binnen een uur, wordt het als snel duidelijk dat er vandaag vogels trekken over Noord-Brabant. Ook gisteren werd dit al vastgesteld.

In totaal werden vanaf het viaduct 2340 trekkend vogels, in 30 soorten, geteld. De piek lag in het 2e en het 3e uur, van 09.00 u. tot 11.00 u.  Daarna werd het minder, met uitsluiting van het laatste uur werden wel steeds redelijke aantallen gezien.

Bijna de helft van het aantal overtrekkende vogels bestond uit Vinken, 1116 exemplaren. De 2e plaats werd door Spreeuwen, met 635 exemplaren ingenomen en met 128 stuks komt de Koperwiek op de 3e plaats. Verder werden als trekvogels genoteerd; Aalscholver(1), Appelvink(3,) Arend specie(1), Boerenzwaluw(1), Boomvalk(1), Buizerd(16), Graspieper(35), Grote gele kwikstaart(1), Groenling(2), Holenduif(7), Houtduif(35), Kievit(17), Keep(11), Kneu(16), Koolmees(1), Kruisbek(7), Lijster specie(44), Merel(15), Putter(11), Ringmus(11), Rietgors(3), Sijs(2), Veldleeuwerik(118), Vink specie(60), Witte kwikstaart(7), Zanglijster(13) en Zangvogel specie(22.)

De meeste trekkende vogels in onze omgeving vliegen in najaar vanuit het noordoosten naar het zuidwesten. Een deel houdt een meer westelijke richting aan en komt uiteindelijk in Engeland te recht.



 
Naast de mooie trekwaarnemingen was het een heerlijke dag om buiten te zijn. Om 07.00 u. was het al 12°C. en was er geen wind. later op de dag nam die wat toe, maar ook de temperatuur steeg, tot 18°C. Het trektellen en het toelichten, aan bezoekers, was een aangename bezigheid bij deze weersomstandigheden. Het voorgaande jaar lag de temperatuur 8°C. lager en stond er een stevige wind.

Het aangrenzende landschapspark Moerenburg, het met flinke eiken omzoomde talud van de oprit van de oude snelweg en het Wilhelminakanaal zijn op zich al vogelrijk en trekken vogels aan. Ter plaatse werd waargenomen: Aalscholver(4), Boomklever(2), Buizerd(4), Dodaars(2), Gaai(1), Groene specht(1), Grote bonte specht(2), Heggenmus((1), Koolmees(8), Meerkoet(13), Merel(3), Nijlgans(3),  Roek(2), Roodborst(4), Sperwer, (3), Tjiftjaf(1), Slechtvalk(1,) Sperwer(3), Staartmees(7), Steenuil(1), Stormmeeuw (10), Vink (20), Wilde eend(26), IJsvogel(1) en Zanglijster (5.)



Reacties naar: adkolen@kpnmail.nl


Kijk ook eens op mijn weblog

over vogels en andere natuurbelevenissen in het Quirijnstokpark in Tilburg Noord:


zondag 29 september 2013

IVN-wandeling Noorderbos Tilburg



Grote parasolzwam (Lepiota procera)

Ad Kolen



Op de laatste zondag van september wordt al meerdere jaren op rij de maandelijkse IVN wandeling in het Noorderbos bij Tilburg Noord gelopen. Vele andere activiteiten op deze mooie dag en de beperkte persaandacht zijn mogelijk de oorzaak van het lage deelnemers aantal. Inclusief de 2 gidsen (Ad Kolen en Sylvia de Laat) vertrokken in totaal 10 personen vanaf de hoofdingang aan de Stokhasseltlaan.



Het prachtig zonnige weer in deze mooie zeer gevarieerde omgeving maakte het tot een waar genoegen hier rond te lopen. Jammer voor hen die er niet bij waren! In het begin liep de groep door een ouder aangrenzen bosdeel. Het is geschat een minstens honder jaar geleden beplante zandverstuiving. Een uitloper van de Loonse en Drunense Duinen. Verschillende boomsoorten staan door elkaar; grove den, zeeden, Amerikaanse en zomereiken, berk en tamme kastanje. Met een ondergroei van lijsterbes, vuilboom, vlierbes en adelaarsvaren. Tussen de lage en hoge begroeiingen ontdekken we steeds meer soorten paddenstoelen. Prachtige halfopen maar ook geheel geopende parasolzwammen staan statig te pronken. Aardappelbovisten en vele andere soorten staan overal tussen.




De (gekanaliseerde) Zandley voert het water van de Waterzuiveringsinstallatie noord door het Noorderbos af richting de Maas. Het Noorderbos is aangelegd op de voormalige vloeivelden van de stad. Meerdere tientallen jaren in de vorige eeuw werd hier het stads- en industriewater gezuiverd via de gedraineerde vloeivelden. De zandgronden van de voormalige Loonse Heide lieten het water snel door, het vervuilde slip bleef achter. In het meer open deel van het gebied worden verschillende zaaddragende bomen en struiken bewonderd. Het Noorderbos werd beplant met eiken; eikenhakhoutbos onder de hoogspanningsmasten en een gemengd parkbos in de rest van het gebied. Verassende dingen worden ontdekt; Een met prachtig roodkleurende bladerende getooide amberboom. De paarse mooi gevormde zaden van de kardinaalsmuts met oranje zaden er in. En de mispel met nog onrijpe vruchten was ook voor de gids een nieuwe ontdekking.

 
De vruchten van de kardinaalsmuts


Boven ons, tussen de boomtoppen verschijnt een grote roofvogel. Het duurt even voor iedereen hem ziet maar kan met zekerheid als een Wespendief gedetermineerd worden. Een mooie waarneming!

Een aantal deelnemende wandelaars valt het groot aantal huisje slakken op. Op sommige boomstammen loopt het aantal op tot meerdere tientallen.

Dwars over een brede aftakking van de Zandley lopen 2 aquaducten; transportkanalen waardoor het vervuilde water naar verder gelegen vloeivelden geleid werd.

Ananasgallen op een jonge eik en knoopgalletjes aan de onderkant van een blad. Beide reacties van de boom worden veroorzaakt door een galwesp die er een eitje in gelegd heeft. De vorm en grootte verschillen per soort die de infectie veroorzaakt.

Op en langs een dijk langs een breed transportkanaal groeien grote pimpernel en boerenwormkruid. De grote pimpernel is de waardplant van het pimpernelblauwtje maar heeft daarbij ook nog een mierensoort nodig om te kunnen floreren; een knoopmierensoort.

Volgens de overlevering zou een krans van boerenwormkruid kinderen behoeden tegen bedplassen.

Boerenwormkruid.

Schuin door het geboortebos gaat het richting het vertrekpunt.

Een deelnemer, oud medewerker plantsoenendienst meldt een pruikenboom gezien te hebben. We weten niet precies wat hij bedoelt. Later zien we langs de asfaltweg die naar de plas leidt een zaailing van een fluweelboom of azijnboom. Deze behoort wel tot de pruikenboomfamilie!

Een ontspannen wandeling met leuke waarnemingen waaronder, naast de Wespendief nog 14 andere vogelsoorten.




Reacties naar: adkolen@kpnmail.nl


Kijk ook eens op mijn weblog

over vogels en andere natuurbelevenissen in het Quirijnstokpark in Tilburg Noord: