zaterdag 11 juli 2015

De Brand; Vlinderen




Langs de rijkelijk begroeide oevers van de door de Brand stromende Zandley 
zijn libellen, vlinders en andere insecten talrijk.


Ad Kolen


Met regelmaat de vogels volgen in een bepaald gebied is een zeer boeiende activiteit. Door op een gestandaardiseerde wijze via een vaste route de aantallen en hun gedrag vast te leggen zijn op termijn interessante ontwikkelingen te volgen. Het gebied wordt op deze wijze vertrouwd en de andere bewoners bekenden. Het betreffende gebied in dit geval is De Brand bij Udenhout en de bekenden zijn hier de vlinders.

Het woord vlinderen staat onder andere voor het zich bewegen of verplaatsen op de wijze van een vlinder; fladderen. Dat ga je vanzelf ook doen als je ze wilt volgen. Van een zich in een rechte lijn verplaatsen is bij vlinders geen sprake, heb ik ondertussen ondervonden.

Mijn kennis van vlinders is beperkt maar deze 'fladderaars' boeien me echter al een tijdje. Snel details in je gedachte vastleggen werkt bij ook deze soort goed. Hun gedrag is echter meer onberekenbaar. 

Pogingen enkele jaren terug, om in de Biesbosch een oranje luzernevlinder te bemachtigen, liepen op niets uit. De soort was talrijk aanwezig maar liet zich niet in mijn netje vangen. Ook maar beter, beschadigingen zijn snel aangebracht. Het zijn fragile beestjes. Vangen is dus geen optie!

Vlinders zien is ook afhankelijk van de temperatuur en de wind, ook dat is ondertussen duidelijk. Een warme zonnig dag met nauwelijks wind, als vandaag leek dus wel mogelijkheden te bieden.




Kleine ijsvogelvlinder met dichte vleugels.

Al snel na mijn eerste stappen in dit mooiste stukje Brabant, verschijnen er wonderlijke schepsels. Een kleine ijsvogelvlinder (Limenitis populi) warmt zich op in een beukenbos. Een zonnig plekje op het afgevallen blad is blijkbaar het meest geschikt. Nog regelmatig wordt deze bonte verschijning gezien in de loop van de dag. De randen en open plekken in bossen zijn het meest in zwang. Neerstrijken doen ze steeds op een plekje waar ook de zon kan komen. De vlucht is vaak met open gespreide vleugels wat de herkenning eenvoudiger maakt. De witte vakjes op de vleugels, met donkere achtergrond, zijn typerend.




Kleine ijsvogelvlinder van boven gezien.


’Witjes’ fladderen overal om me heen. Ze zijn erg talrijk, vooral het groot koolwitje (Pieris brassicae) laat zich vaak zien. Soms zitten ze even stil en kunnen goed bekeken worden. Na enige tijd is het onderscheid met het kleine koolwitje (Pieris rapae) helder. Deze gelijkende soort is duidelijk kleiner en de donkere vlekken en tekeningen zijn erg vaag.

Grijsgroen gezoomde aderen op de achtervleugel zijn een duidelijk kenmerk van het klein geaderd witje (Pieris napi). Het vrouwtje heeft donkere vlekken en een veeg op de voorvleugel. Van zowel het mannetje als het vrouwtje zijn de vleugels grijs bestoven en is de onderzijde geelachtig getint.

Het nog kleinere boswitje (Leptidea sinapis), is in zijn kleine eenvoud, een prachtige verschijning. Een teer vlindertje dat echter alleen in Limburg gezien wordt. Het zeer dunne, uitstekende achterlijfje, buiten de lange vleugels uitstekend, is op een foto, genomen op de Sint Pieterberg op waarneming.nl te zien.

De Citroenvlinder (Goneptyrex rhamni) is wel een algemene verschijning in de Brand en op vele andere plaatsen in ons land. Op de details letten, zoals bij vogels is bij vlinders zeker van belang om ze te kunnen determineren. Nog meer zelfs, het formaat is veel kleiner dan van de meeste vogels. Citroenvlinders hebben ook hun eigen specifieke kenmerken. Het citroen gele mannetje en het vaal gele vrouwtje hebben beide een oranje vlek op de vleugel. Op de duidelijke spitse vleugelpunten lettende is het onderscheid met ’de witjes’ snel te zien!’


Koevinkje.

Het koevinkje (Aphantopus hyperanthus) en het bruin zandoogje (Manolia jurtina), zijn soorten, die vooral door hun bewegelijkheid, niet altijd eenvoudig van elkaar te onderscheiden zijn. Vooral de mannetjes zijn in de vlucht door hun donkere vleugels erg gelijkend. Als ze gaan zitten en de vleugels spreiden is het verschil wel te zien. Het mannetje bruin zandoogje heeft slechts één vlekje op de bovenzijde van de donkere vleugel. Het mannetje van het koevinkje heeft er meerdere. De vrouwtjes hebben meer kleuren, ook de onderzijden van de vleugels van beide geslachten bevatten meerdere verschillen.

Een wonderlijke verschijning, steeds zwevende boven bloeiende grassen! De lange voelsprieten zijn typisch, puntige knotsen met een kromming aan het einde. Als er een gaat zitten is het snel duidelijk. Zwarte vleugels met rode vlekken in paren wijzen uit dat het om een Sint-Jansvlinders gaat. Verrassend hoe anders ze zijn in de vlucht!



Sint Jansvlinder.

Ruim 4 uurtjes ’vlinderen’ en dan meer dan 10 verschillende soorten van elkaar kunnen onderscheiden geeft een goed gevoel.

Ook vlinders kijken is leuk, wordt vervolgd!


Reacties via adkolen@kpnmail.nl




Het Groot dikkopje (Ochlodes faunus), ook gezien vandaag.



vrijdag 10 juli 2015

Quirijnstokpark; Vogeltelling 10-07-2015





Ad Kolen.


Broedvogelinventarisatie in het Quirijnstokpark in Tilburg Noord, met een IJsvogel als toegift!


Al aan het begin van de telronde een leuke waarneming gedaan; een IJsvogel vliegt laag over de vijver naar het noordelijke eiland. De vogel vliegt snel en is direct weer buiten beeld. De typische manier van vliegen en de felle blauwe tinten van de veren springen er zo uit dat deze tropisch aandoende verschijning niet te missen is. Deze vogelsoort al vaker gezien in het park, maar dat is al weer enkele jaren terug! Twee enthousiaste berichtjes van Hans en Agnes van Poppel, aan het begin van deze maand zagen ze tweemaal een IJsvogel in het park, maakte me extra alert. Hoewel de aantallen van IJsvogel landelijk gezien weer in de lift zitten valt het in onze omgeving nog aardig tegen. De waarnemingen zijn nog bepekt in Tilburg en de wat wijdere omgeving.




Konijn (Oryctolagus cuniculuc)  talrijk aanwezig in het Quirijnstokpark.

Twee Gaaien zitten op de rand van een van de lagere balkons van de meest noordelijke flat. Ze hebben beiden iets wits, iets eetbaars waarschijnlijk in de snavel.


WAARGENOMEN VOGELS:

Tamme eend (Anas platyrhynchos forma domestica)      8
Houtduif (Columba  palumbus)                                         5z     
Gierzwaluw (Apus apus)                                                   1
IJsvogel (Alcedo atthis)                                                     1
Winterkoning (Troglodytes troglodytes)                            4z    
Roodborst (Erithacus rubecula)                                        1z       
Merel (Turdus merula)                                                       11&2z  
Zwartkop (Sylvia atricapilla)                                               4z 
Tjiftjaf (Phylloscopus collybita)                                           5z 
Pimpelmees (Parus caeruleus)                                          1
Koolmees (Parus major)                                                     9
Boomklever (Sitta europaea)                                              2
Gaai (Garrulus glandarius)                                                 2
Ekster (Pica pica)                                                                6 
Kauw (Corvus monedula)                                                   1 
Zwarte kraai (Corvus corone)                                             7 
Vink (Fringilla coelebs)                                                      1&5z  

 Aantal vogels                                                                    76
 Aantal vogelsoorten                                                          17
   
Konijn (Oryctolagus cuniculus)                                         14


Mail me als je wilt reageren; adkolen@kpnmail.nl

vrijdag 21 november 2014

Bosuilenwandeling


 
 
 
Bosuilenwandeling in de Loonse en Drunense Duinen
 
Ad Kolen
 
Al vanaf begin september dit jaar(2014) hoor ik enkele malen per week het geluid van een of meerdere Bosuilen (Strix aluco) tijdens mijn fietstocht door de Loonse en Drunense Duinen op weg naar mijn werk in Waalwijk. In deze periode gaat het merendeel van de tocht in het donker, de zon is meestal nog niet op. Enkele keren tijdens een terugtocht wat later op de dag, het is dan al weer donker, waren ze ook te horen. Ook buiten dit Nationaal Park, bij Loon op Zand en in de buurt van Kaatsheuvel merk ik ze op.
 
Pas sinds het begin van dit jaar rijd ik ook als de zon nog niet verschenen is of deze al weer onder is door het gebied. Al eerder Bosuilen in de omgeving gehoord maar me niet gerealiseerd dat de soort er zo talrijk voorkomt en een behoorlijk lange periode van het jaar te horen is.
 
Voor een nadere kennismaking met deze bijzondere vogelsoort loop ik op een rustige avond in de derde week van november 2014 het gebied in. Vanaf de Venloonsestraat in Loon op Zand de Waalwijkse baan op richting Kaarsheuvel. Het fietspad volgen lijkt de meest veilige manier op de weg niet kwijt te raken.
 
op een rustige avond in de 3e week van november 2014 het gebied in. Vanaf de Venloonsestraat in Loon op Zand de Waalwijkse baan op richting Kaatsheuvel. Het fietspad volgen lijkt de meest veilige manier om niet de weg kwijt te raken.  

Vanaf de ruim verlichte straat het bos inlopende is nauwelijks een hand voor de ogen te zien. Het is zwaar bewolkt en de maan is afwezig. Zoals bekend wennen je ogen aan het donker. Na 15-20 minuten zijn de contouren van het bos, de bomen, open stukken en het fietspad vrij duidelijk te zien. Tegen verwachting is het behoorlijk stil in het bos. Af en toe klinken ver weg metaal-achtige geluiden vanuit een werkplaats of hal. Maar verder is het vrij stil. De nabij gelegen wegen zijn niet te horen!
 
Helaas ook geen enkel geluid van Bosuilen klinkt me in de oren. Enkele Winterkoninkjes en een Merel zijn de enige vogelgeluiden die te horen zijn. Tot aan het grote open (heide)veld nabij de IJsbaan blijft het verder stil. Een pauze aan de rand van het veld, op de nieuwe half ronde "Leugenbank", is het genieten van de stilte! Het is wel koud maar wind staat er nauwelijks, dus het is wel lekker buiten (met een dikke jas aan!)
 
Terug richting Loon op Zand moeten de ogen opnieuw wennen in het donkere bos, de open ruimte is zoveel lichter dan het besloten bos. Dat duurt ook zeker weer een kwart uur.
 
Als de hoop zo goed als opgegeven is, klinkt niet zo ver van Loon op Zand, uit de verte vaag het geluid van een mannetje Bosuil. De Bosuil is de meest herkenbare uilensoort, het laat geen twijfel wanneer je hem hoort. Vrij snel wordt het beantwoord door een soortgenoot die zich in de buur bevindt. Een derde vogel, wat verder weg en vanuit een andere richting, laat zich kort daarop duidelijk horen. Regelmatig wordt op elkaar gereageerd, oe-hoe-hoe, oe-hoe-hoe klinkt het uit verschillende richtingen. Een ander geluid wordt, heel even maar, van dichtbij gehoord. Het lijkt wel op de contactroep van een vrouwtje Bosuil; kiwiet-kiwiet. Maar zeker is het niet!
 
De bewolking is ondertussen gebroken, grote stukken open lucht worden zichtbaar. In een ervan wordt geruime tijd goed en duidelijk het sterrenbeeld Cassiopeia gezien.
 
Dit alles maakt het aanvankelijk stille uitstapje tot een bijzondere avondwandeling. Het lopen in het donker, het aanhoren van de stilte, de Bosuilen, het heeft wel wat, is erg rustgevend.
 
 
Volgens de literatuur: ”De verliefde Bosuilen zijn van september tot diep in november te horen. Daarna volgt een betrekkelijke stilte, waarna de zangactiviteit in januari weer geleidelijk toeneemt tot eind mei. De zang is het meest intensief van half februari tot half mei.”  We zullen het horen!
 


 
 
Reacties naar: adkolen@kpnmail.nl







 
 


 
 

dinsdag 15 juli 2014

Excursieverslag Zouweboesem

 
 


Ad Kolen

  
Zondag 13 juli 2014, 07.00 u. – 14.15 u.

Vogelexcursie van de Vogelwerkgroep KNNV Tilburg o.l.v. van Ben Akkermans Naar de Zouweboesem  bij  Meerkerk, zuidwestelijk van Utrecht.

 In totaal 9 personen vertrekken iets over 07.00 u. in 2 auto’s richting Utrecht. Vrij snel bereiken we op deze rustige zondagmorgen dit prachtige gebied.

 We lopen de door het Zuid-Hollands Landschap uitgegeven wandelroute langs de Zouweboesem, ”Purperreigerroute” met een  lengte van 10,5 km. Bijna de helft van de tocht loopt over een geasfalteerde dijk, waar op zondagochtend gelukkig weinig verkeer overkomt. Vanaf deze dijk heb je echter wel een goed zicht over het gebied.
 

De Zouweboesem:
 De Zouweboezem is een moerasgebied van 4 kilometer lang en 300 meter smal tussen de plaatsen Ameide en Meerkerk. Het gebied bestaat uit boezemwatergang de Oude Zederik, uitgestrekte riet- en rietruigtevegetaties, doorgegroeide grienden en elzenbroekbosjes. De Oude Zederik werd omstreeks 1385 gegraven in een voormalige kreek. Lange tijd werd vrijwel al het overtollige water van de Vijfheerenlanden via de Oude Zederik op de Lek uitgeslagen. Ook nu nog wordt water uit de omliggende polders in de Zouweboezem opgevangen.

 
 Een groep van wel 110 Kievieten vliegt over onze hoofden. Even later verjaagd een Scholekster fel een vrouwtje Bruine kiekendief.
 
  
Purperreigerkolonie:
 Met ruim 150 paar broedt in de Zouweboesem de grootste Purperreigerkolonie van Nederland. Purperreigers bouwen hier hun nest van plantenresten in het riet. Op andere plaatsen broeden ze ook wel in bomen en struiken. Vliegende Purperreigers zijn bij slecht zicht, als de roodbeigebovenkanten van de vleugels en de gestreepte hals niet te zien zijn, te onderscheiden van de Blauwe reiger door hun hun keelzak (diep omlaag gehoekt) en de soms naar boven stekende tenen. De Blauwe reiger knijpt ze altijd samen. Voortdurend foeragerende en vliegende Purperreigers gezien. Door verstoring door een luidruchtig bootje vlogen plots meer dan 20 Purperreigers boven de kolonie.
 
 


Aan het einde van de dijk hebben we zicht op de Lek. Hier liggen de Achthovens en de Kersbergse uiterwaarden met stroomdalgraslanden, beheert  door het Zuid-Hollands Landschap. Door de invloed van de lek groeien hier planten als gele morgenster, margriet, kattedoorn, kruisdistel en enkele soorten rolklaver. Ook staan er vanuit cultuurhistorisch oogpunt, waardevolle meidoornhagen.
 
  
Hoogte winnen:
 De A27 snijdt de Zouweboezem in tweeën. Om te voorkomen dat de snelweg voor vogels een onneembare barrière is, heeft het Zuid-Hollands Landschap in de jaren tachtig van de vorige eeuw elzen in de versleten grienden geplant. Vogels als de Purperreiger en de Roerdomp worden hierdoor gedwongen hoog over de bomen en dus ook over de weg heen te vliegen. Dit voorkomt verkeersslachtoffers.
 

 Een prachtige moerasakkerdistel wordt door meerdere mensen gefotografeerd.


 Vanaf een kijkplatvorm is er goed zicht op een kolonie van nog enkele broedende Zwarte sterns. De meeste jonge zijn al vrij groot en worden op of in de buurt van het nest door de ouders voortduren van vis voorzien. Enkele jonge zijn al vliegvlug en vliegen naar de ouders toe als ze me voedsel komen aanvliegen.



 Een vlonderpad brengt ons door natuurontwikkelingsgebied De Boezem naar een vogelkijkscherm waar meerdere mooie, ja schitterende, vogelwaarnemingen gedaan worden. We zien er Steltkluten, Kemphanen, Bosruiters, Oeverlopers en een Bruine kiekendief. Deze roofvogel wordt meer dan eens fel door een Steltkluut verjaagd en krijgt ook een keer hulp van wel 6-7 andere vogelsoorten. Je zou bijna denken dat de Steltkluut er broed gezien zijn felle reacties. In de vlucht vallen de toch wel erg lange poten van de Steltkluut enorm op. De prachtige soort al eerder gezien maar nog nooit zo mooi en zo dicht bij. Vogelen is prachtig!

 Vlietmolen:
 Deze prachtige wipwatermolen met de naam Vlietmolen is de enige nog intacte molen in het Zouweboezemgebied. Ooit stonden er minstens achttien. De oorspronkelijke Vlietmolen dateert van 1840. Na een brand in1998 is de molen in 2001 herbouwd. De wipmolen wordt vrijwel altijd gebruikt als poldermolen, dus om een polder droog te houden. Hiervoor is de molen van oudsher voorzien van een scheprad aan de buitenzijde van de ondertoren om polderwater uit te slaan. Pas later (na 1634) kwam de vijzel in gebruik en werden sommige wipmolens omgebouwd tot vijzelmolen.
 
 
Op de terugweg zien we in de Polder Lakerveld tot tweemaal toe een Purperreiger in een paalhouding staan, een bij de Roerdomp bekend verschijnsel. Purperreigers doen dit midden op een vrij open veld.

  
WAARGENOMEN VOGELS (61 soorten):

\  = waargenomen als soort, geen aantallen genoteerd
 

Fuut (Podiceps cristatus)                                            
Aalscholver (Phalacrocorax carbo)                              
Grote zilverreiger (Casmerodius albus)             
Blauwe reiger (Ardea cinerea)                           
Purperreiger (Ardea purpurea)                          
Lepelaar (Platalea leucorodia)                          
Knobbelzwaan (Cygnus olor)                                       
Grauwe gans (Anser anser)                                          
Soepgans (Anser anser forma domestica)                               
Grote Canadese gans (Branta canadensis)                               
Nijlgans (Alopochen aegyptiaca)                                 
Krakeend (Anas strepera)                                            
Wilde eend (Anas platyrhynchos)                                 
Soepeend (Anas platyrhynchos forma domestica)                                
Slobeend (Anas clypeata)                                           
Bruine kiekendief (Circus aeruginosus)             
Buizerd (Buteo buteo)                                     
Torenvalk (Falco tinnunculus)                           
Fazant (Phasianus colchicus)                           
Meerkoet (Fulica atra)                                      
Scholekster (Haematopus ostralegus)                          
Steltkluut (Himantopus himantopus)                             
Kievit (Vanellus vanellus)                                             
Kemphaan (Philomachus pugnax)                                
Wulp (Numenius arquata)                                            
Tureluur (Tringa totanus)                                              
Bosruiter (Tringa glareola)                                           
Oeverloper (Actitis hypoleucos)                                   
Kokmeeuw (Chroicocephalus ridibundus)                     
Zilvermeeuw (Larus argentatus)                        
Visdief (Sterna hirundo)                                              
Zwarte stern (Chlidonias niger)                         
Houtduif (Columba  palumbus)                        
Turkse tortel (Streptopelia decaocto)                           
Koekoek (Cuculus canorus)                                         
Groene specht (Picus viridis)                                       
Grote bonte specht (Dendrocopos major)                    
Boerenzwaluw (Hirundo rustica)                        
Witte kwikstaart (Motacilla alba)                                   
Winterkoning (Troglodytes troglodytes)            
oodborst (Erithacus rubecula)                       
Merel (Turdus merula)                                      
Zanglijster (Turdus philomelos)                        
Grote lijster (Turdus viscivorus)                        
Rietzanger (Acrocephalus schoenobaenus)                  
Kleine karekiet (Acrocephalus scirpaceus)                    
Grasmus (Sylvia communis)                                        
Tuinfluiter (Sylvia bordin)                                             
Zwartkop (Sylvia atricapilla)                                         
Tjiftjaf (Phylloscopus collybita)                        
Fitis (Phylloscopus trochilus)                                      
Pimpelmees (Parus caeruleus)                         
Koolmees (Parus major)                                              
Kauw (Corvus monedula)                                            
Zwarte kraai (Corvus corone)                           
Spreeuw (Sturnus vulgaris)                              
Huismus (Passer domesticus)                         
Vink (Fringilla coelebs)                                    
Groenling (Chloris chloris)                                           
Putter (Carduelis carduelis)                              
Rietgors (Emberiza schoeniclus)                      

 Aantal waargenomen vogelsoorten:    61

 

Reacties naar: adkolen@kpnmail.nl