Het zeeliedenmonument aan de rand van West-Terschelling: een bronzen beeld van een zeemansvrouw, uitkijkend over zee. Met op de achtergrond de Noordsvaarder.
Ad Kolen
Terschelling
een week in het voorjaar
Voor een Midden-Brabander, uit een omgeving met bossen,
heidevelden, bio-industrie en maisvelden, is een verblijf op een van de
bewoonde eilanden in de Nederlandse Waddenzee altijd weer een bijzondere
belevenis. Texel, Vlieland, Ameland, Schiermonnikoog en zeker ook het middelste
eiland Terschelling hebben ieder een eigen karakter. Ik heb ze allemaal een of
meerdere malen bezocht. Het meest was ik op Texel met Terschelling op een goede
tweede plaats. De Texelse natuurbeheerders hebben talrijke locaties ingericht
die ideaal zijn voor vogels en vogelaars; ze zijn goed te overzien.
Terschelling is met een natuurlijk uiterlijk bedeeld en geeft door zijn geringe
breedte een duidelijk eilandgevoel. Zijn mijn ervaringen.
Bredere kijk
Tweemaal met een groep natuurliefhebbers, eenmaal met mijn
gezin en tweemaal in mijn uppie was ik verspreid over tientallen jaren een week
of meer op het eiland. Gewoonlijk in de zomer of in het najaar. In het najaar,
de trekperiode, en ook in de zomer is er van alles te zien op deze plek,
omringd door de Waddenzee en de Noordzee. Het voorjaar als overlap van
meerdere seizoenen leek me een prima tijd om een bredere kijk op de flora en
fauna van Terschelling te beleven. Halverwege mei dit jaar, tussen Hemelvaart
en Pinksteren, verbleef ik een week in de buurt van Midsland.
Oversteek met de Willem de Vlamingh
Openbaar vervoer
Om met het openbaar vervoer vanuit Brabant op Terschelling
te komen, kost het me een groot deel van de dag. Met een aansluitende
busverbinding kan ik kort na 15.00 uur inchecken bij het hotel. Circa 1,5 km
verderop ligt het dorp Midsland, de plek om een fiets te huren en om te eten in
een van de meerdere goede restaurants Een elektrische fiets gun ik mezelf, om
deze meestal winderige omgeving te verkennen. De graslanden in de omgeving van
het hotel zijn rijk aan ganzen: veel grauwe ganzen met jongen, talrijke
rotganzen en ook brandganzen. Ook laten grutto’s zich steeds horen en zijn
rosse grutto’s soms zichtbaar. Onderweg naar Midsland jaagt een mannelijke
bruine kiekendief boven een weiland.
Schapen in de Terschellinger polder
Terschellinger polder
De eerste hele dag op het eiland, een zondag, blijf ik in de
buurt van het hotel. Het weer is de eerste dagen van deze week wisselvallig met
buien en vaak een stevige wind. Vanuit het hotel, in Kaard bij Baaiduinen, gaat
deze eerste wandeling via Kinnum en via de Waddendijken, tot de buitendijkse
Strieperkwelder. Onder Midsland door loop ik terug naar het hotel. Ook hier
veel grauwe ganzen met jongen en een groot opvanggebied voor ganzen. Het
opvanggebied wordt via meerdere camera’s bestudeerd. Het gras is behoorlijk
kort, afgegraasd in de voorbije winterperiode.
Ik tel 16 goudplevieren in een grasland, waarvan het
merendeel al in zomerkleed gehuld is. Op een vrij schaars begroeid grasland
foerageren steenlopers; ze keren de opgedroogde stukken mest om, zoals ze
gewoonlijk met stenen en schelpen doen aan het water. Enkele ervan zijn al in
zomerkleed. Later in de middag regen, maar aan het begin van de avond is het
weer droog met zon.
Alarmerende wulp bij West aan Zee
West aan Zee
Op maandag na een bezoek aan Midsland, West-Terschelling en
de aangrenzende bossen langs de Waddenzee in oostelijke richting gefietst. Het
is laag water en talrijke vogels staan behoorlijk dichtbij. Enkele tientallen
rosse grutto’s blijken er honderden te zijn. Later in de week nemen de aantallen
toe en gaat het om duizenden. Niet te tellen, het zijn er de laatste dagen
ongelooflijk veel. De wind neemt fors toe en er hangt een zware bui in het
verschiet. Ter hoogte van Midsland rijd ik dan ook terug naar het hotel. Kort
daarop regent het geruime tijd hard. Even na vijf uur in de middag breekt de
zon door. Het wordt een prachtige zonnige avond om van te genieten na kou en
regen. Via Baaiduinen in noordelijke richting gefietst via verschillende
zandwegen en West aan Zee. Waar duindoorns bloeien, fazanten roepen en een paar
wulpen alarmeren: ze broeden er. Ik eet wat in een strandpaviljoen met zicht op
het zeer brede strand van West aan Zee.
Stryper kerkhof
Stryper Kerkhof
Op dinsdagochtend bezoek ik het Stryper kerkhof aan de rand
van Midsland. Dit is de oudste begraafplaats van het eiland. Opgravingen hebben
aangetoond dat hier al omstreeks 900 na Christus mensen werden begraven. In de
loop van de eeuwen hebben op deze plek vijf kerken gestaan. De grondprofielen
van deze kerken zijn gemarkeerd met diverse vormen beton en koperslakken. Even
verderop ontmoet ik Piet Zumkehr. Piet is in de vorige eeuw, ruim 45 jaar
geleden, bij Staatsbosbeheer op Terschelling komen werken en woont er
sindsdien. Hij had een eigen ecologisch adviesbureau. Zijn interesses zijn
breed, van vogels en planten tot nachtvlinders. Na 45 jaar veldonderzoek is
zijn expertise van de natuur van de Waddeneilanden groot. Het is een genoegen
om weer met Piet op pad te gaan.
De kleine ratelaar op de Noordsvaarder
De Noordsvaarder
We fietsen naar het meest westelijk gelegen deel van
Terschelling, de Noordsvaarder. Een gebied met uitgestrekte zandvlaktes en
dynamische duinen. We doorkruisen de zones die op verschillende afstanden van
de zee liggen, waarna we door hogere delen teruglopen. De talrijke
verschillende planten die we waarnemen, te veel om allemaal te onthouden en op
te sommen, zijn meestal gekoppeld aan bepaalde zones. Enkele bijzondere planten
zijn, in volgorde van waarneming: zeeradijs, bekend als wilde radijs,
oorspronkelijk afkomstig uit het Middellandse Zeegebied. De soort gedijt onder
andere goed in duinen en verdraagt wind, zandige bodems en lichte zoutnevel.
Het melkkruid is een kustplant die groeit op zonnige plekken op vochtige tot
natte, matig voedselrijke, brakke tot zilte bodems zoals klei en slibrijk of
humusrijk zand. Ook enkele bekende plantensoorten passeren we, zoals muurpeper,
blauwe zeedistel, egelboterbloem en zomersneeuw (korstmos). Duizenden rosse
grutto’s zien we vanaf het gebied op de aangrenzende slikken. De vele kleine
vogels die we ook zien, zijn op deze afstand niet te determineren. Leuk zijn
ook de meerdere exemplaren van het icarusblauwtje, vleugeltjesbloem in
twee kleurvariaties: blauw en paars, zeepostelein en strandbiet.

strandbiet op de Noordsvaarder
Roodkeelduiker
Een bijzondere dag die op de terugweg nog specialer wordt.
We maken een wandeling naar het duinmeer Griltjeplak. Vanaf een hoog duin nemen
we enkele wintertalingen en een roodkeelduiker waar. De roodkeelduiker is een
uitzonderlijke waarneming in deze tijd van het jaar, en nog in zomerkleed ook.
Waarschijnlijk is de vogel niet gezond; hij hangt hier al enige tijd rond. Drie
waarnemingen op 12 mei, volgens waarneming.nl. De roodkeelduiker is de meest
waargenomen duiker in Nederland. Ik ken de soort van waarnemingen vanaf de
Brouwersdam, maar dan in winterkleed. Roodkeelduikers broeden in Noord-Europa,
van Schotland en IJsland in het westen tot in Rusland in het oosten. Ze
overwinteren langs de kusten van de Noordzee, het Kanaal, de Atlantische Oceaan
en in mindere mate ook in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee. De verdere
terugtocht gaat deels door een fikse regenbui!

Griltjeplak
Hoornerbos
Ik ben altijd benieuwd naar de bossen op de verschillende
Waddeneilanden. Op woensdag bezoek ik het Hoornerbos en het Formerumerbos hier
op Terschelling. Net als het dorp ligt het Hoornerbos in het midden van het
eiland. Het Hoornerbos is tussen 1920 en 1930 aangeplant met dennen. Meest
zwarte dennen: Corsicaanse dennen, maar vooral ook Oostenrijkse dennen. Op
sommige plaatsen zijn ook bergdennen en soms ook zeedennen. Nu staan er ook
loofbomen en andere naaldbomen. Het bos staat verder bekend om orchideeën als de
dennenorchis en de kleine keverorchis. Aanplant van jonge dennen moet de
toekomst van deze orchideeën garanderen.
Zwarte mees
De ook in kleine hoeveelheden aangeplante sparren zijn
medebepalend voor de huidige aanwezigheid van de zwarte mees. Vandaag meerdere
exemplaren gehoord (2) in het Hoornerbos, eveneens in het Formerumerbos (4). Ook
in de westelijk op het eiland gelegen bossen meerdere malen de zang van de
zwarte mees gehoord, op verschillende dagen. De zang van de zwarte mees lijkt
op die van de koolmees. Die van de zwarte mees is sneller, hoger en minder luid
dan die van de koolmees. De zwarte mees klinkt als een piepende fietspomp. Sommige
mensen gebruiken dit ezelsbruggetje ook voor andere vogelsoorten.
Formerumerbos
Het Formerumerbos is tussen 1920 en 1935 aangelegd, om net zoals
bij het Hoornerbos, duinuitbreiding te voorkomen. Het Formerumerbos is het
meest veelzijdige bos op Terschelling. Ik kan het onder andere beamen door de
waarnemingen van een houtsnip die door een open deel van het Formerumerbos
vliegt, later in de week op donderdag. Ook de grote bonte specht, merel, bonte
vliegenvanger, zwartkop, tjiftjaf en roodborst kruisen die dag mijn pad in de
bossen, en aan de bosranden de braamsluiper en de spotvogel. De boomkruiper
laat zich vandaag niet horen, wel de dagen erna in de westelijke bosgebieden en
in een berkenbos op de Boschplaat.
Tureluur bij laag water op het Wad
Laag water
Donderdagochtend fiets ik vanaf het hotel dwars door de
polders en rijd langs de Waddendijk in oostelijke richting. Het is laag water.
Talrijke vogels op het wad, vooral rosse grutto’s en steenlopers, tureluurs,
bonte strandlopers en enkele zilverplevieren. Meerdere vogelsoorten zijn deels
of helemaal al in het zomerkleed gehuld. Hoewel de waterlijn soms heel ver weg is,
is het toch genieten van de rijkdom aan vogelsoorten en de aantallen. De
steenlopers met veel wit op de kop vallen op. Ook zilverplevieren en bonte
strandlopers zijn al erg bont getekend en zondag zag ik ook goudplevieren in
zomerkleed. De meeste van deze steltlopers ken ik van de vele vogeltochten naar
Zeeland.
Steenloper in zomerkleed
Zeeland is niet zo ver vanaf mijn woonplaats Tilburg; dat is gewoonlijk
in de winterperiode als deze vogelsoorten een wat grauwer verenkleed dragen. Om
ze nu in een kleurrijke uitdossing te zien is echt prachtig. Even voorbij de
hoogte van Formerum omgekeerd en in de richting van West-Terschelling gereden.
Het is dan snel hoog water en de vele vogels zoeken elders hun heil.
Mijn hotel
Behaarde boterbloem
Op vrijdag heb ik het genoegen om opnieuw een dag met Piet
Zumkehr op pad te gaan. Vanaf Midsland fietsen we door de polders in oostelijke
richting. De verschillende velden zijn er prachtig gekleurd; de grote ratelaar
tiert welig door nagenoeg de hele polder. Ieder veld heeft zijn eigen karakter
naargelang beheer en gebruik. Dinsdag op de Noordsvaarder zagen we de kleine
ratelaar. Beide soorten zijn halfparasieten op grassen en vlinderbloemigen; de
verschillen tussen deze soorten zijn klein. De kleine ratelaar komt minder voor;
hij heeft een voorkeur voor droge, kalkrijke graslanden. Lokaal zien we massaal
een minder bekende boterbloem, de behaarde boterbloem (Ranunculus sardous). De
soort lijkt op de knolboterbloem. In de open terreinen, zoals akkers, kwelders
of terreinen met dichtgeslagen bodems, waar de soort groeit, valt snel de lichtere
kleur van de bladeren en de bloemen op. De beharing van de stengels en de
bladeren is duidelijk afstaand, ook bovenaan de stengels.

Behaarde boterbloem
Berkenvallei
Vanuit de polders rijden we langs het dorp Oosterend
richting de Berkenvallei. De Berkenvallei is een ruig, maar zeer fraai gebied. Het
ligt noordelijk van de drie daar gelegen eendenkooien. Niet echt een bos, maar
een geaccidenteerd terrein met verspreid staande, grillig gevormde berken. Met
daartussen allerlei vormen van flora, waaronder heidesoorten en cranberry’s.
Karpatenberk
Karpatenberk
Volgens meerdere publicaties gaat het om de Karpatenberk (Betula
pubescens ssp. carpatica). Het is een ondersoort van de zachte berk die voorkomt
in de Europese middengebergten en het Oostzeegebied. Een boom van voedselarme
zand- en veenbodems. Naast op Terschelling komt deze ondersoort voor in
Vlaanderen en de Noord-Hollandse duinen. Mijn waarnemingen zijn dat de berk
geen echte stam heeft, de bladeren ronder zijn dan die van andere berken en de
mannelijke (stuifmeel)katjes dik en kort zijn. In de buurt van het gebied
zoeken en vinden we nog wat leuke plantensoorten als muizenstaart,
heidekartelblad, ronde zonnedauw, stekelbrem en bokkenorchis.Beide dagdelen als zeer inspirerend ervaren, vooral doordat Piet
op allerlei bijzonderheden en achtergronden wijst.
Ronde zonnedauw
Laatste dag
Op zaterdag, de laatste dag op
Terschelling, stijgt de temperatuur tot boven de 20 °C en staat de zon hoog aan
de hemel. Helaas ga ik met de boot van 12.30 uur terug naar het vasteland. Ik
neem al om 10.07 uur de bus naar West-Terschelling, zodat ik ruim 2 uur heb om
in de haven rond te lopen. In het ruim van de oude reddingsboot de Brandaris
gekeken. Met in de machinekamer twee 140 pk 8-cilinder Kromhout-motoren. Nu onder
meer bijna dagelijks ingezet voor vaartochten naar zeehonden.
De Brandaris
Naar huis
De overtocht met de boot is altijd leuk, vooral met goed
weer en in het weekend wanneer veel zeilboten zich op het water begeven. Het
was wederom een heerlijke belevenis, een week op Terschelling. Genoten van het
landschap, de broedvogels en de nog aanwezige wintergasten. De rosse grutto’s
nemen in aantallen toe in de loop van de week. De rotganzen verdwijnen geleidelijk
en zijn nog maar in kleine aantallen aanwezig op het eiland als ik vertrek.
Na vier keer overstappen komt de trein tegen 19.00 uur aan
in Tilburg.
Reacties naar adkolen@kpnmail.nl