Grote gele kwikstaart in zijn broedomgeving in het Noorderbos
Ad Kolen
Rode kool en grote gele kwikstaart
Sinds 1978 is het noordelijke stadsdeel van Tilburg mijn woonomgeving. Vanuit de keuken van onze maisonnettewoning op de eerste verdieping is er zicht op twee rijen dwars op onze straat gebouwde eengezinswoningen met tuinen en schuurtjes. Direct daarvoor in de lengte van de straat bevindt zich een rij garages met platte daken. Het geheel wordt geflankeerd door twee rijen bomen met een breed zicht op het firmament. Dit fraaie uitzicht maakt het voor mij een geliefde plek om bijvoorbeeld het weer te beoordelen. Meerdere keren per dag geniet ik van het wisselende wolkendek of van een strakblauwe lucht. Alleen al de blik op de buitenwereld doet me goed. De moeraseiken die de zichtlijnen flankeren, worden bijna dagelijks anders weergegeven: licht, donker, nat, droog, groen, rood, binnenkort kaal en vaak door de wind bewogen. Dit is de plek waar ik in het verleden de grote gele kwikstaart meerdere malen heb waargenomen. De waarneming is deze keer kort, maar wel van heel dichtbij. Op deze plek is de situatie soms ideaal: een laagje water op de platte daken met wat bladeren van de vele moeraseiken die in de buurt staan. Onder deze omstandigheden zoekt de grote gele kwikstaart naar allerlei kleine insecten. Een kenner (HMP) heeft het ook over muggenlarven. Houtduiven en eksters zijn verantwoordelijk voor dagelijkse voorstellingen. Ze vliegen, foerageren, baltsen, ruziën en broeden in deze inmiddels kolossale bomen.
Tijdens
het koken dwaalt mijn blik regelmatig af naar buiten. Op een donderdagmiddag
met pruttelende rode kool op het fornuis en de juist geschilde aardappelen
ernaast, kijk ik even naar buiten. Ik zie vanaf een afstand van amper twee
meter een kwikstaart van het platte dak van het schuurtje van de onderliggende
woning opvliegen, richting de overkant. Vanaf de dakrand van een van de garages
is direct te zien dat het om een grote gele kwikstaart (Motacilla cinerea)
gaat.
Dit
is de plek waar ik in het verleden de grote gele kwikstaart meerdere malen heb waargenomen.
De waarneming is deze keer kort, maar aanvankelijk wel van heel dichtbij. Op
deze plek is de situatie soms ideaal: een laagje water op de platte daken met
wat bladeren van de vele moeraseiken die in de buurt staan. Onder deze omstandigheden
zoekt de grote gele kwikstaart naar allerlei kleine insecten. Een kenner (HMP)
heeft het ook over muggenlarven.
De
grote gele kwikstaart is bij velen een bekende vogel van sprankelende bergbeken
en snelstromende rivieren, vaak in het buitenland. Maar ook in het zuiden en
het oosten van Nederland is het een broedvogel. Als overwinteraar worden
waarnemingen meer verspreid over het land gemeld. In Noord-Brabant is deze vogel
flink in aantallen toegenomen als broedvogel. Bij vogelaars is hij ook al jaren
bekend als overwinteraar bij waterzuiveringsinstallaties. Maar ook in steden verblijven
ze in de winterperiode. Talrijke waarnemingen uit het centrum van Tilburg zijn
bekend, maar ook in de verschillende wijken van de stad scharrelt hij tijdens niet
al te strenge winters zijn kostje bij elkaar.
In
de gebieden in de omgeving van Tilburg waar ik regelmatig verblijf, neem ik één
of enkele keren per jaar de grote gele kwikstaart waar. De meeste waarnemingen doe
ik in het Noorderbos, ten noorden van Tilburg, tijdens de minstens
vierentwintig tellingen per jaar. De aantallen nemen er de laatste tien jaar
toe. Gedurende twee broedseizoenen is één territorium vastgesteld volgens de
BMP-richtlijn van Sovon. De gekanaliseerde beek, de Zandley, is daar
aannemelijk debet aan. Het gezuiverde rioolwater van Tilburg wordt hierdoor
afgevoerd richting het Drongelse kanaal en de Maas. De sterk fluctuerende
afvoer van het water veroorzaakt slibstrandjes en uitgesleten oevers die blijkbaar
het jaar rond aantrekkelijk zijn voor de grote gele kwikstaart.
In deze omgeving is de grote gele kwikstaart zowel tijdens als buiten het broedseizoen gezien.
Rode
kool en de grote gele kwikstaart hebben weinig met elkaar te maken, met
uitzondering van rode koolplanten die langs een beek of rivier staan, waar ze
wel eens een insect van de kool pikken. De rode kool maak ik volgens een oud
recept uit de vorige eeuw, dat ik tijdens mijn beroepsperiode als kok vaak heb bereid.
Die heerlijke smaak wil ik graag met jullie delen. Snijd de bladeren van de
rode kool in niet te fijne repen (zonder de stronken). Leg de gesneden rode
kool in lagen in een pan met daartussen de verschillende andere ingrediënten.
De
overige smaakmakende en bindende onderdelen zijn rauwe rijst (een handje), gesneden
appel, ui, kluitje boter, zout, peper, nootmuskaat of foelie, kruidnagel, laurierblad,
kaneel, bessensap of rode wijn (later toevoegen). De rode kool voor ruim de
helft onder water zetten en 30-45 minuten laten koken, naar gelang de gewenste
gaarheid en binding. Op het laatst op smaak brengen met goede azijn en wat
suiker. Een ietwat zoetzure smaak waarbij geen van de kruiden mag overheersen,
is de beoogde smaak. Met dit recept is na enige oefening en ervaring een
heerlijk gerecht te maken.
Smakelijk
eten, maar let vooral op de grote gele kwikstaart die je soms overal kunt
tegenkomen, zowel buiten bij water als op natte, platte daken in de stad.
Reacties naar adkolen@kpnmail.nl
