zondag 30 augustus 2026

Oeverzwaluwen en andere broedvogels in de Dongevallei in 2026




















Oeverzwaluwen en andere broedvogels in de Dongevallei in 2026

Van een laag aantal vogelsoorten is een redelijk hoog aantal territoria vastgesteld

 


 Ad Kolen

 

Van de oeverzwaluwen in de kunstmatige oeverzwaluwwand ten zuiden van de Reuverlaan in de Dongevallei in het westelijke stadsdeel van Tilburg zijn dit jaar 37 broedparen vastgesteld. De bezetting van de nestgangen door oeverzwaluwen wordt op verschillende manieren bepaald. Het meten van de diepte van nestgangen is daar een onderdeel van. Sommige gaten worden niet meer dan 20-30 cm uitgegraven. Bewoonde nestgangen kunnen wel tot één meter diep zijn. Het in- en uitvliegen van geschikte nestgangen wordt meerdere malen op verschillende data vastgesteld. In de tweede helft van juni worden al om voedsel bedelende jonge oeverzwaluwen in de openingen van meerdere nestgangen aangetroffen. Inclusief 2026 (37) is in de voorbije vier jaar de oeverzwaluwwand in wisselende aantallen bezet door oeverzwaluwen: 2025 (35), 2024 (39) en 2023 (56). Deze kunstmatige broedgelegenheid is sinds 2013 beschikbaar en werd ook bezet in 2014, 2015, 2016, 2018, 2019 en 2021. In een vergevorderd stadium van het broedseizoen van 2026, de eerste week van juli, zijn enkele oeverzwaluwnestgangen met een endoscoopcamera bekeken. Met deze aanvankelijk onervaren poging is vastgesteld dat oeverzwaluwen veel nestmateriaal gebruiken, bestaande uit dons- en andere kleine veren. Veel jonge oeverzwaluwen zijn al uitgevlogen. Wel zijn er veel insecten, in allerlei soorten, in de nestgangen aangetroffen.

 


Jonge oeverzwaluw in nest

De Dongevallei

De Dongevallei is in de eerste opzet aangelegd als een ecologische verbindingszone tussen de natuurkerngebieden Regte Heide/Riels Laag en de Lange Rekken. Nu staat het op de borden als natuurgebied aangekondigd. Het meest noordelijke deel is als eerste gerealiseerd. Aan beide zijden van de genormaliseerde en verplaatste beek is van een strook van ongeveer 75 meter de overbemeste bovenste laag grond afgegraven. De loop van de beek is meanderend gemaakt, op verschillende plaatsen verlegd en opgesplitst om een groot eiland te creëren. Er zijn diverse poelen van uiteenlopend formaat gegraven, open vlaktes gecreëerd en permanente laagtes aangelegd met het oog op ruigtes en hooilandvegetaties. De Dongevallei is geheel omheind om de Schotse Hooglanders in het gebied te houden en de bezoekers erbuiten. Via bruggen met fietspaden is het gebied op meerdere locaties te doorkruisen.

 

Broedvogels vastgelegd volgens richtlijnen Sovon

Vanaf het voorjaar van 2004 leg ik de aantallen en de soorten broedende vogels in de Dongevallei vast, volgens de richtlijnen van het BroedvogelMonitoringProject (BMP) van Sovon. Sovon brengt de ontwikkelingen in aantal en verspreiding in kaart van alle wilde vogelsoorten in Nederland. Bij het vaststellen van territoria wordt op het broedgedrag van de vogels gelet. Tijdens elk van de 8 telronden in het broedseizoen, beginnend bij zonsopgang, worden ter plekke de gegevens van mogelijke broedvogels in de app Avimap ingevoerd. Alle broedvogeltellingen en ook de jaartellingen in de Dongevallei zijn vanaf een vaste route vastgesteld. Ongetwijfeld hebben daarbuiten ook broedvogels pogingen gedaan zich voort te planten.

 

Van een laag aantal vogelsoorten is een redelijk hoog aantal territoria vastgesteld

In het broedseizoen van 2026 zijn volgens de BMP-richtlijnen van 35 vogelsoorten bij elkaar 198 territoria vastgesteld. Met een gemiddelde van ruim 37 vogelsoorten over 23 jaar broedvogels inventariseren zijn de 35 vogelsoorten van 2026 aan de lage kant. Het aantal van 198 vastgestelde territoria is dan weer hoog ten opzichte van het gemiddelde van 186 over dezelfde periode. De oorzaken van deze uiteenlopende cijfers zijn divers; bij de soortbespreking komt de mogelijke oorzaak bij enkele vogelsoorten naar voren. Over de gehele inventarisatieperiode (2004-2026) zijn bij elkaar van 63 vogelsoorten territoria vastgesteld, één of meerdere malen. Dit jaar zijn van 28 vogelsoorten géén territoria vastgesteld.

 

Per soort

Om niet mijn hele waarnemingenbestand te hoeven wijzigen, houd ik nog steeds de oude volgorde van de vogelfamilies aan waar ik in de jaren 80 mee begonnen ben. Die basis heb ik uit oude versies van de Petersons vogelgids en een streepjeslijst van de NOU. Deze volgorde aanhoudend beschrijf ik kort of soms wat langer de soorten waarvan een territorium, met een cijfer van het aantal erachter, is vastgesteld. Ook soorten waarvan in 2026 geen territorium is vastgesteld, krijgen aandacht. De fuut (3) verschijnt als eerste in de reeks van broedvogels in de Dongevallei van 2026. Van 3 paren futen zijn nesten met eieren en jonge vogels gezien.

 















Zwanen, ganzen en eenden

Van de knobbelzwaan (2) is slechts één paar succesvol in 2026. Het andere paar is lastiggevallen door de vos. Deze rover was ook in 2025 verantwoordelijk voor het mislukken van alle broedpogingen van deze soort. In alle voorgaande jaren zijn broedgevallen van knobbelzwanen vastgesteld, tussen twee en vijf territoria. Van de zwarte zwaan zijn sinds 2020 geen territoria vastgesteld. De laatste vaststellingen van twee territoria van de grauwe gans waren in 2022. Van de soepgans is in 2026 voor de eerste keer géén territorium vastgesteld. Alle voorgaande teljaren wel. Van de nijlgans (1) en de wilde eend (2) zijn juist uitgekomen donsjongen gezien. Bij de krakeend (1) en de kuifeend (1) gaat het om voldoende geldige waarnemingen binnen de datumgrenzen. Kort na het afsluiten van het plot zijn drie jonge, al wat grotere kuifeenden in het gebied gezien. Van de soepeend zijn geen territoria vastgesteld dit jaar.

 

Grote Canadese gans

Over de exotische grote Canadese gans (17) is veel te zeggen. Het is een vogelsoort die iedere bewoner van de Reeshof inmiddels kent. De in Nederland broedende populatie grote Canadese ganzen is ontstaan uit ontsnapte en losgelaten kooivogels. Vanaf 1974 deed de soort pogingen tot broeden, maar die mislukten veelal de eerste jaren. Met in het jaar 2000 al 1200 broedparen, vooral in Noord- en Zuid-Holland, het westen en het midden van Noord-Brabant, is de explosieve groei van deze soort niet meer te stuiten (12.000-16.000 broedparen in de periode 2018-2020).

 

Naar de top en terug

In 2005 is het eerste broedgeval van de grote Canadese gans in de Dongevallei vastgesteld. Het aantal broedparen steeg tot een recordaantal van 45 in het jaar 2008. Binnen de omheiningen van de Dongevallei is de soort ongebreideld vermeerderd en gedomesticeerd. De inmiddels tamme ganzen trekken de Reeshof in om zich ook daar voort te planten. Door predatie van vossen en bestrijding door een ingehuurd bedrijf daalt het aantal broedparen in de Dongevallei na dit topjaar snel. In 2026 zijn 17 territoria vastgesteld. Er zijn dit broedseizoen meerdere dode grote Canadese ganzen bij nesten gevonden en her en der talloze gekraakte eieren aangetroffen. De meeste aangetroffen nesten zijn niet succesvol en al snel geroofd of deels weggehaald en bewerkt. Toch weten deze volhouders enkele tientallen jongen groot te brengen. Een lage schatting brengt het aantal op minstens 30 stuks.

 















Jonge grote Canadese gans op nest


Verdwenen vogelsoorten

Van een aantal vogelsoorten zijn in het verleden een of meer territoria vastgesteld in de Dongevallei. Van de beoogde vogelsoorten broeden de meeste al jaren niet meer in het gebied. Bebouwing van de aan de Dongevallei grenzende braakliggende velden, de aanleg van de wijk Koolhoven en ook andere bebouwing in de buurt vergroten de afstand tussen de Dongevallei en het buitengebied. De torenvalk broedde in 2005 en in 2006 in het gebied. Toenemende begroeiing en het vergroten van de afstanden naar geschikte foerageergebieden deden de kleine roofvogel verdwijnen. Ook de fazant, tot 2014 bijna jaarlijks broedvogel, laat zich niet meer verleiden om te broeden in de Dongevallei. Beide soorten zijn overigens in de meeste aan de stad grenzende buitengebieden als broedvogel verdwenen. Ook de kievit (2004 & 2005), de watersnip (2004 & 2006), de gele kwikstaart (2005), de blauwborst (2004, 2005 & 2006), de braamsluiper (2021) en de bonte vliegenvanger (2007) behoren niet meer tot de broedvogels van de Dongevallei en zullen dat naar alle waarschijnlijkheid niet meer worden. Een van de laatste territoria van de kuifleeuwerik is in 2005 in de Dongevallei vastgesteld. De kuifleeuwerik behoort inmiddels tot de in Nederland uitgestorven vogelsoorten.

 

Er is nog hoop

Voor een aantal vogelsoorten die al enige jaren niet meer in de Dongevallei broeden, is nog hoop. Het is niet uitgesloten dat ze door bijvoorbeeld kleine veranderingen in het gebied of de omgeving in de toekomst nog eens gaan broeden. Het gaat om de volgende vogelsoorten, met vermelding van het laatste jaar dat een territorium werd vastgesteld: kleine plevier (2013), witte kwikstaart (2021), zwarte roodstaart (2017), roodborsttapuit (2010), bosrietzanger (2016), spotvogel (2023), wielewaal (2014), kauw (2012), putter (2022), kneu (2010) en de rietgors (2011).

 

Dit jaar niet, maar …

Een viertal vogelsoorten is een regelmatige broedvogel in de Dongevallei, maar heeft 2026 overgeslagen. De groenling behoorde tot dusver twintigmaal tot de broedvogels. Deze vinkachtige ontbrak dit jaar en er zijn minder territoria vastgesteld sinds 2021. Ook in 2022 ontbrak de soort als broedvogel. Onder andere onder groenlingen heerst een ziekte, het geel genaamd, veroorzaakt door de parasiet Trichomonas gallinae. Dit is een eencellig organisme dat leeft in de keel, slokdarm en krop van vogels. Hoewel er dit jaar enig herstel is vastgesteld, is ook tijdens meerdere jaren in het Noorderbos, aan de noordzijde van Tilburg, een terugval en het ontbreken van broedende groenlingen vastgesteld. De gaai broedde niet in de Dongevallei dit jaar, wel in vijf voorgaande jaren. De holenduif was in 2025 een nieuwe broedvogel, maar ontbreekt dit jaar. De groene specht is een regelmatige broedvogel, vastgesteld tijdens twaalf voorgaande jaren, maar laat zich tot dusver dit jaar niet horen of zien.

 















            Meerkoetnest met eieren


Vaste broedvogels

Naast de al in dit artikel beschreven soepgans, wilde eend en soepeend behoort nog een veertiental vogelsoorten tot de vaste broedvogels van de Dongevallei. Van deze verschillende vogelsoorten zijn één of meerdere territoria vastgesteld vanaf het begin van de broedvogeltellingen in 2004 tot en met dit jaar. Van het waterhoen (6) zijn door de jaren heen wisselende aantallen (3-9) territoria vastgesteld. De lineaire trendlijn is echter stabiel over al die jaren. De meerkoet (8) is over de jaren heen gezien een licht afnemende soort. Met maar zes territoria dit jaar, in een wisselende reeks van enkele jaren, zet de afnemende trend zich door. Topjaren zijn 2011 (23), 2016 (22) en 2017 met 23 vastgestelde territoria. De scholekster (3) laat in de trendlijn van het aantal vastgestelde territoria een lichte stijging zien. In de eerste zeven teljaren is steeds maar één territorium vastgesteld. Later zijn er pieken van drie territoria vastgesteld. Ondanks een zeer voorzichtig begin, met enkele dips in het midden van de reeks en een bescheiden einde, zit de houtduif (9) behoorlijk in de lift. Van de Turkse tortel (2) zijn uiteenlopende aantallen (1-7) territoria vastgesteld gedurende deze reeks. Vaak is het nest aan de rand van de Dongevallei of juist daarbuiten gevestigd, maar voldoende geldige waarnemingen binnen de grenzen zijn steeds goed voor het vaststellen van meerdere territoria. Van de heggenmus (2) blijft de trendlijn gelijk gedurende de reeks; de aantallen territoria variëren tussen één en vijf.

 

Trendlijnen dalingen en stijgen

De verzamelde gegevens van de merel (7) weerspiegelen een lichte stijging in de trendlijn, ondanks de dips veroorzaakt door het usutuvirus. De aantallen jaarrond waargenomen merels, tot en met 2025, laten een lichte daling van de trendlijn zien. Ook die van de kleine karekiet (6) is licht gedaald. Het aantal vastgestelde territoria van de tjiftjaf (16) is dit jaar met één gedaald. Het aantal is echter, over heel de periode berekend, flink gestegen. Dat is het gevolg van de toename in aantal en hoogte van de begroeiing van voornamelijk de bomen. Hetgeen echter negatief werkt op de aantallen van de fitis (2), die veel meer een vogel van halfopen gebieden is. Na een stabiel begin en een periode met hoge aantallen territoria (10-14) is de dalende lijn van deze soort niet meer te stoppen door een veranderde biotoop. De territoria van de pimpelmees (4) en de koolmees (9) zijn in de loop van de jaren beide iets toegenomen. Die van de koolmees iets meer dan die van de pimpelmees. Het aantal vastgestelde territoria van de zwarte kraai (4) is licht toegenomen. Wisselingen in aantallen verlopen meestal golvend. Vinken (7) hebben als broedvogel de eerste jaren van dit decennium een flinke stijging beleefd, maar zijn daarna weer ongeveer gehalveerd in aantallen. Door lage aantallen vastgelegd in de eerste helft van deze reeks is de trendlijn toch stijgend.

 















IJsvogel bij broedwand


Koekoek en ijsvogel

Alle vogels zijn bijzonder voor mij, maar de koekoek (1) en de ijsvogel (1) hebben iets speciaals. In de Dongevallei zijn voldoende gegevens verzameld voor het vaststellen van één territorium van de koekoek in 2026. Ook in 2021 was dat het geval. De koekoek verspreidt zijn broedperikelen gewoonlijk over een groot gebied. Het is aannemelijk dat in beide jaren de Dongevallei slechts een onderdeel van het broedgebied van de koekoek is geweest. In het visrijke water in het hele stadsdeel de Reeshof voelt de ijsvogel zich thuis. Buiten de grenzen van de Dongevallei doen vele waarnemingen van ijsvogels en ook broedgevallen de ronde; onbevestigd, maar voor waar aangenomen! Al voor de aanleg van de vijf ijsvogelwanden zijn er gedurende twee jaar (2010 & 2011) territoria van de ijsvogel vastgesteld in de Dongevallei. Pas vanaf 2016 is de ijsvogel een jaarlijkse broedvogel in de Dongevallei, met pieken van vier territoria in 2019 en in 2024. Tijdens drie voorbije broedseizoenen (2023-2025) broedde een paar ijsvogels in de oeverzwaluwwand met steeds drie broedsels per jaar. In 2026 was maar één van de ijsvogelwanden bezet. Hoewel er wel enige herstelwerkzaamheden aan de wanden zijn uitgevoerd, zijn de meeste wanden momenteel in een slechte staat van onderhoud, wat zeker invloed zal hebben op de aantallen broedende ijsvogels als dat niet verbetert.

 

Meer bomen en struiken, meer …

Flinke delen van het gebied worden geklepeld om het open te houden. Mocht dit jaarlijkse onderhoud achterwege blijven, dan zou het gebied binnen enkele jaren door opschot van bomen en struiken ondoordringbaar en onoverzichtelijk worden. Buiten de jaarlijks opengehouden delen groeien de bomen en struiken in de andere delen gestaag door. Meer bomen en struiken trekken meer vogels aan die hun biotoop vinden in bossen en struikgewas. De trendlijn van de grote bonte specht (1) is stabiel, met een nest met jongen en twee territoria in 2025. Van de gaai (0) is in 2026 geen territorium vastgesteld, wel in 2014, 2016, 2017, 2020, 2022 en 2025. Wel een stijgende lijn dus voor dit lid van de kraaienfamilie. Ook de aantallen vastgestelde territoria van de winterkoning (12), roodborst (6), boomkruiper (4), tuinfluiter (4) en zwartkop (16) zijn vanaf het begin van deze serie broedvogeltellingen toegenomen. Soms in mindere, maar ook in meerdere mate. Lage solitaire struiken en jonge bomen komen nog wel voor in de Dongevallei, maar het totale beeld wordt voor de grasmus, gezien de lichte daling van de trendlijn, een te dichte bedekking met bomen. Dwars op dit beeld staat echter het aantal vastgestelde territoria van de grasmus (4) in 2026, waarvan twee territoria zich op een locatie bevinden die in aanmerking komt voor een overlap met aangrenzende geschikte gebieden.

 

Wat rest

De zanglijster (1) is een vogelsoort die nogal eens wisselt van zangpost. Regelmatig is de zanglijster dan ook gehoord buiten de grenzen van het telgebied. Van de zanglijster is zesmaal een territorium vastgesteld gedurende de broedvogeltellingenreeks. Van de staartmees (1) is tijdens acht teljaren één territorium vastgesteld in de tweede helft van de reeks. De spreeuw (3) broedde in de eerste helft van de reeks enkele malen in het meest zuidelijke deel, mogelijk in natuurlijke nestholtes, maar waarschijnlijk onder de daken van de aangrenzende woningen. In het tweede deel van de reeks bezetten meerdere paren nestkasten en ingebouwde nestgelegenheden in woningen in het middendeel, waardoor de trendlijn steeg. De eerste twee teljaren van de reeks ontbrak de ekster (3) als broedvogel. Daarna steeg de trendlijn flink, met een lichte dip vanaf 2024.

 

Diverse oorzaken van de veranderingen

Verder rest te zeggen dat de veranderingen in de landelijke vogelbevolking en de wijzigingen in de directe, maar ook de wat wijdere omgeving van het gebied een belangrijke invloed hebben op de aantallen en de soorten vogels die in de Dongevallei broeden. De successie, toename van de bomen en struiken in hoogte en omvang, bepaalt ook voor een belangrijk deel de omvang en de soorten van de broedvogelpopulatie in het gebied.

Naast de broedvogeltellingen in het voorjaar tel ik ook tweemaal per maand de rest van het jaar voorkomende vogels. Mocht je meer interesse hebben, met het oog op eventuele voortzetting van deze boeiende reeks in de toekomst, neem dan contact met me op.

 


Reactie naar adkolen@kpnmail.nl




















zaterdag 29 augustus 2026

Vogels in Tilburg enzo augustus 2026


Een wisselende greep uit de lijst door mij waargenomen vogels in Tilburg en omgeving, ook Midden-Brabant en soms andere delen van Nederland komen in beeld.























Begrazing met Kempische heideschapen in het Noorderbos



Ad Kolen


Augustus 2026 

Boomkruiper

4

Quirijnstokpark-Tilburg

19-08-2026

Grauwe gans

220

Dongevallei-Tilburg

06-08-2026

Grote bonte specht

2

Dongevallei-Tilburg

06-08-2026

Grote Canadese gans

245

Dongevallei-Tilburg

25-08-2026

Halsbandparkiet

4

Quirijnstokpark-Tilburg

04-08-2026

Halsbandparkiet

2

Quirijnstokpark-Tilburg

19-08-2026

IJsvogel

1

Noorderbos-Tilburg

08-08-2026

Kneu

6

Zwaluwenbunders/Berkel-Enschot

23-08-2026

Kuifmees

1

Noorderbos-Tilburg

08-08-2026

Matkop

1

De Brand-Udenhout

11-08-2026

Nijlgans

13

Dongevallei-Tilburg

06-08-2026

Putter

72

Zwaluwenbunders/Berkel-Enschot

23-08-2026

Roodborsttapuit

1

Kouwenberg-Tilburg

23-08-2026

Roodborsttapuit

3

Zwaluwenbunders/Berkel-Enschot

23-08-2026

Staartmees

9

Noorderbos-Tilburg

22-08-2026

Waterral

1

Noorderbos-Tilburg

22-08-2026

 

 

      Reacties naar adkolen@kpnmail.nl



dinsdag 4 augustus 2026

Terschelling, een week in het voorjaar

 

















Het  zeeliedenmonument aan de rand van West-Terschelling: een bronzen beeld van een zeemansvrouw, uitkijkend over zee. Met op de achtergrond de Noordsvaarder.


Ad Kolen

Terschelling

 een week in het voorjaar

  

Voor een Midden-Brabander, uit een omgeving met bossen, heidevelden, bio-industrie en maisvelden, is een verblijf op een van de bewoonde eilanden in de Nederlandse Waddenzee altijd weer een bijzondere belevenis. Texel, Vlieland, Ameland, Schiermonnikoog en zeker ook het middelste eiland Terschelling hebben ieder een eigen karakter. Ik heb ze allemaal een of meerdere malen bezocht. Het meest was ik op Texel met Terschelling op een goede tweede plaats.  De Texelse natuurbeheerders hebben talrijke locaties ingericht die ideaal zijn voor vogels en vogelaars; ze zijn goed te overzien. Terschelling is met een natuurlijk uiterlijk bedeeld en geeft door zijn geringe breedte een duidelijk eilandgevoel. Zijn mijn ervaringen.


Bredere kijk

Tweemaal met een groep natuurliefhebbers, eenmaal met mijn gezin en tweemaal in mijn uppie was ik verspreid over tientallen jaren een week of meer op het eiland. Gewoonlijk in de zomer of in het najaar. In het najaar, de trekperiode, en ook in de zomer is er van alles te zien op deze plek, omringd door de Waddenzee en de Noordzee. Het voorjaar als overlap van meerdere seizoenen leek me een prima tijd om een bredere kijk op de flora en fauna van Terschelling te beleven. Halverwege mei dit jaar, tussen Hemelvaart en Pinksteren, verbleef ik een week in de buurt van Midsland.















Oversteek met de Willem de Vlamingh


Openbaar vervoer

Om met het openbaar vervoer vanuit Brabant op Terschelling te komen, kost het me een groot deel van de dag. Met een aansluitende busverbinding kan ik kort na 15.00 uur inchecken bij het hotel. Circa 1,5 km verderop ligt het dorp Midsland, de plek om een fiets te huren en om te eten in een van de meerdere goede restaurants Een elektrische fiets gun ik mezelf, om deze meestal winderige omgeving te verkennen. De graslanden in de omgeving van het hotel zijn rijk aan ganzen: veel grauwe ganzen met jongen, talrijke rotganzen en ook brandganzen. Ook laten grutto’s zich steeds horen en zijn rosse grutto’s soms zichtbaar. Onderweg naar Midsland jaagt een mannelijke bruine kiekendief boven een weiland.














Schapen in de Terschellinger polder


Terschellinger polder

De eerste hele dag op het eiland, een zondag, blijf ik in de buurt van het hotel. Het weer is de eerste dagen van deze week wisselvallig met buien en vaak een stevige wind. Vanuit het hotel, in Kaard bij Baaiduinen, gaat deze eerste wandeling via Kinnum en via de Waddendijken, tot de buitendijkse Strieperkwelder. Onder Midsland door loop ik terug naar het hotel. Ook hier veel grauwe ganzen met jongen en een groot opvanggebied voor ganzen. Het opvanggebied wordt via meerdere camera’s bestudeerd. Het gras is behoorlijk kort, afgegraasd in de voorbije winterperiode.  

Ik tel 16 goudplevieren in een grasland, waarvan het merendeel al in zomerkleed gehuld is. Op een vrij schaars begroeid grasland foerageren steenlopers; ze keren de opgedroogde stukken mest om, zoals ze gewoonlijk met stenen en schelpen doen aan het water. Enkele ervan zijn al in zomerkleed. Later in de middag regen, maar aan het begin van de avond is het weer droog met zon.

 
















Alarmerende wulp bij West aan Zee


West aan Zee

Op maandag na een bezoek aan Midsland, West-Terschelling en de aangrenzende bossen langs de Waddenzee in oostelijke richting gefietst. Het is laag water en talrijke vogels staan behoorlijk dichtbij. Enkele tientallen rosse grutto’s blijken er honderden te zijn. Later in de week nemen de aantallen toe en gaat het om duizenden. Niet te tellen, het zijn er de laatste dagen ongelooflijk veel. De wind neemt fors toe en er hangt een zware bui in het verschiet. Ter hoogte van Midsland rijd ik dan ook terug naar het hotel. Kort daarop regent het geruime tijd hard. Even na vijf uur in de middag breekt de zon door. Het wordt een prachtige zonnige avond om van te genieten na kou en regen. Via Baaiduinen in noordelijke richting gefietst via verschillende zandwegen en West aan Zee. Waar duindoorns bloeien, fazanten roepen en een paar wulpen alarmeren: ze broeden er. Ik eet wat in een strandpaviljoen met zicht op het zeer brede strand van West aan Zee.

 













Stryper kerkhof


Stryper Kerkhof

Op dinsdagochtend bezoek ik het Stryper kerkhof aan de rand van Midsland. Dit is de oudste begraafplaats van het eiland. Opgravingen hebben aangetoond dat hier al omstreeks 900 na Christus mensen werden begraven. In de loop van de eeuwen hebben op deze plek vijf kerken gestaan. De grondprofielen van deze kerken zijn gemarkeerd met diverse vormen beton en koperslakken. Even verderop ontmoet ik Piet Zumkehr. Piet is in de vorige eeuw, ruim 45 jaar geleden, bij Staatsbosbeheer op Terschelling komen werken en woont er sindsdien. Hij had een eigen ecologisch adviesbureau. Zijn interesses zijn breed, van vogels en planten tot nachtvlinders. Na 45 jaar veldonderzoek is zijn expertise van de natuur van de Waddeneilanden groot. Het is een genoegen om weer met Piet op pad te gaan.

  
















De kleine ratelaar op de Noordsvaarder


De Noordsvaarder

We fietsen naar het meest westelijk gelegen deel van Terschelling, de Noordsvaarder. Een gebied met uitgestrekte zandvlaktes en dynamische duinen. We doorkruisen de zones die op verschillende afstanden van de zee liggen, waarna we door hogere delen teruglopen. De talrijke verschillende planten die we waarnemen, te veel om allemaal te onthouden en op te sommen, zijn meestal gekoppeld aan bepaalde zones. Enkele bijzondere planten zijn, in volgorde van waarneming: zeeradijs, bekend als wilde radijs, oorspronkelijk afkomstig uit het Middellandse Zeegebied. De soort gedijt onder andere goed in duinen en verdraagt wind, zandige bodems en lichte zoutnevel. Het melkkruid is een kustplant die groeit op zonnige plekken op vochtige tot natte, matig voedselrijke, brakke tot zilte bodems zoals klei en slibrijk of humusrijk zand. Ook enkele bekende plantensoorten passeren we, zoals muurpeper, blauwe zeedistel, egelboterbloem en zomersneeuw (korstmos). Duizenden rosse grutto’s zien we vanaf het gebied op de aangrenzende slikken. De vele kleine vogels die we ook zien, zijn op deze afstand niet te determineren. Leuk zijn ook de meerdere exemplaren van het icarusblauwtje, vleugeltjesbloem in twee kleurvariaties: blauw en paars, zeepostelein en strandbiet.

 



strandbiet op de Noordsvaarder


Roodkeelduiker

Een bijzondere dag die op de terugweg nog specialer wordt. We maken een wandeling naar het duinmeer Griltjeplak. Vanaf een hoog duin nemen we enkele wintertalingen en een roodkeelduiker waar. De roodkeelduiker is een uitzonderlijke waarneming in deze tijd van het jaar, en nog in zomerkleed ook. Waarschijnlijk is de vogel niet gezond; hij hangt hier al enige tijd rond. Drie waarnemingen op 12 mei, volgens waarneming.nl. De roodkeelduiker is de meest waargenomen duiker in Nederland. Ik ken de soort van waarnemingen vanaf de Brouwersdam, maar dan in winterkleed. Roodkeelduikers broeden in Noord-Europa, van Schotland en IJsland in het westen tot in Rusland in het oosten. Ze overwinteren langs de kusten van de Noordzee, het Kanaal, de Atlantische Oceaan en in mindere mate ook in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee. De verdere terugtocht gaat deels door een fikse regenbui!

 














                                                                    Griltjeplak


Hoornerbos

Ik ben altijd benieuwd naar de bossen op de verschillende Waddeneilanden. Op woensdag bezoek ik het Hoornerbos en het Formerumerbos hier op Terschelling. Net als het dorp ligt het Hoornerbos in het midden van het eiland. Het Hoornerbos is tussen 1920 en 1930 aangeplant met dennen. Meest zwarte dennen: Corsicaanse dennen, maar vooral ook Oostenrijkse dennen. Op sommige plaatsen zijn ook bergdennen en soms ook zeedennen. Nu staan er ook loofbomen en andere naaldbomen. Het bos staat verder bekend om orchideeën als de dennenorchis en de kleine keverorchis. Aanplant van jonge dennen moet de toekomst van deze orchideeën garanderen.

 

Zwarte mees

De ook in kleine hoeveelheden aangeplante sparren zijn medebepalend voor de huidige aanwezigheid van de zwarte mees. Vandaag meerdere exemplaren gehoord (2) in het Hoornerbos, eveneens in het Formerumerbos (4). Ook in de westelijk op het eiland gelegen bossen meerdere malen de zang van de zwarte mees gehoord, op verschillende dagen. De zang van de zwarte mees lijkt op die van de koolmees. Die van de zwarte mees is sneller, hoger en minder luid dan die van de koolmees. De zwarte mees klinkt als een piepende fietspomp. Sommige mensen gebruiken dit ezelsbruggetje ook voor andere vogelsoorten.

 

Formerumerbos

Het Formerumerbos is tussen 1920 en 1935 aangelegd, om net zoals bij het Hoornerbos, duinuitbreiding te voorkomen. Het Formerumerbos is het meest veelzijdige bos op Terschelling. Ik kan het onder andere beamen door de waarnemingen van een houtsnip die door een open deel van het Formerumerbos vliegt, later in de week op donderdag. Ook de grote bonte specht, merel, bonte vliegenvanger, zwartkop, tjiftjaf en roodborst kruisen die dag mijn pad in de bossen, en aan de bosranden de braamsluiper en de spotvogel. De boomkruiper laat zich vandaag niet horen, wel de dagen erna in de westelijke bosgebieden en in een berkenbos op de Boschplaat.

 


Tureluur bij laag water op het Wad


Laag water

Donderdagochtend fiets ik vanaf het hotel dwars door de polders en rijd langs de Waddendijk in oostelijke richting. Het is laag water. Talrijke vogels op het wad, vooral rosse grutto’s en steenlopers, tureluurs, bonte strandlopers en enkele zilverplevieren. Meerdere vogelsoorten zijn deels of helemaal al in het zomerkleed gehuld. Hoewel de waterlijn soms heel ver weg is, is het toch genieten van de rijkdom aan vogelsoorten en de aantallen. De steenlopers met veel wit op de kop vallen op. Ook zilverplevieren en bonte strandlopers zijn al erg bont getekend en zondag zag ik ook goudplevieren in zomerkleed. De meeste van deze steltlopers ken ik van de vele vogeltochten naar Zeeland.



















Steenloper in zomerkleed


Zeeland is niet zo ver vanaf mijn woonplaats Tilburg; dat is gewoonlijk in de winterperiode als deze vogelsoorten een wat grauwer verenkleed dragen. Om ze nu in een kleurrijke uitdossing te zien is echt prachtig. Even voorbij de hoogte van Formerum omgekeerd en in de richting van West-Terschelling gereden. Het is dan snel hoog water en de vele vogels zoeken elders hun heil.

















Mijn hotel


Behaarde boterbloem

Op vrijdag heb ik het genoegen om opnieuw een dag met Piet Zumkehr op pad te gaan. Vanaf Midsland fietsen we door de polders in oostelijke richting. De verschillende velden zijn er prachtig gekleurd; de grote ratelaar tiert welig door nagenoeg de hele polder. Ieder veld heeft zijn eigen karakter naargelang beheer en gebruik. Dinsdag op de Noordsvaarder zagen we de kleine ratelaar. Beide soorten zijn halfparasieten op grassen en vlinderbloemigen; de verschillen tussen deze soorten zijn klein. De kleine ratelaar komt minder voor; hij heeft een voorkeur voor droge, kalkrijke graslanden. Lokaal zien we massaal een minder bekende boterbloem, de behaarde boterbloem (Ranunculus sardous). De soort lijkt op de knolboterbloem. In de open terreinen, zoals akkers, kwelders of terreinen met dichtgeslagen bodems, waar de soort groeit, valt snel de lichtere kleur van de bladeren en de bloemen op. De beharing van de stengels en de bladeren is duidelijk afstaand, ook bovenaan de stengels.

 
















Behaarde boterbloem


Berkenvallei

Vanuit de polders rijden we langs het dorp Oosterend richting de Berkenvallei. De Berkenvallei is een ruig, maar zeer fraai gebied. Het ligt noordelijk van de drie daar gelegen eendenkooien. Niet echt een bos, maar een geaccidenteerd terrein met verspreid staande, grillig gevormde berken. Met daartussen allerlei vormen van flora, waaronder heidesoorten en cranberry’s.

 

















Karpatenberk


Karpatenberk

Volgens meerdere publicaties gaat het om de Karpatenberk (Betula pubescens ssp. carpatica). Het is een ondersoort van de zachte berk die voorkomt in de Europese middengebergten en het Oostzeegebied. Een boom van voedselarme zand- en veenbodems. Naast op Terschelling komt deze ondersoort voor in Vlaanderen en de Noord-Hollandse duinen. Mijn waarnemingen zijn dat de berk geen echte stam heeft, de bladeren ronder zijn dan die van andere berken en de mannelijke (stuifmeel)katjes dik en kort zijn. In de buurt van het gebied zoeken en vinden we nog wat leuke plantensoorten als muizenstaart, heidekartelblad, ronde zonnedauw, stekelbrem en bokkenorchis.Beide dagdelen als zeer inspirerend ervaren, vooral doordat Piet op allerlei bijzonderheden en achtergronden wijst.

 

















Ronde zonnedauw


Laatste dag

Op zaterdag, de laatste dag op Terschelling, stijgt de temperatuur tot boven de 20 °C en staat de zon hoog aan de hemel. Helaas ga ik met de boot van 12.30 uur terug naar het vasteland. Ik neem al om 10.07 uur de bus naar West-Terschelling, zodat ik ruim 2 uur heb om in de haven rond te lopen. In het ruim van de oude reddingsboot de Brandaris gekeken. Met in de machinekamer twee 140 pk 8-cilinder Kromhout-motoren. Nu onder meer bijna dagelijks ingezet voor vaartochten naar zeehonden.

















De Brandaris


Naar huis

De overtocht met de boot is altijd leuk, vooral met goed weer en in het weekend wanneer veel zeilboten zich op het water begeven. Het was wederom een heerlijke belevenis, een week op Terschelling. Genoten van het landschap, de broedvogels en de nog aanwezige wintergasten. De rosse grutto’s nemen in aantallen toe in de loop van de week. De rotganzen verdwijnen geleidelijk en zijn nog maar in kleine aantallen aanwezig op het eiland als ik vertrek.

 Na vier keer overstappen komt de trein tegen 19.00 uur aan in Tilburg.



Reacties naar adkolen@kpnmail.nl