donderdag 15 november 2018

Het Noorderbos en de Vogels 2003 - 2017 Mandarijneend

 
 



Een reeks artikelen over de vogeltellingen en broedvogelinventarisaties in het Noorderbos bij Tilburg. Van 2003 tot en met 2017 werden alle vogels geteld, twee keer per maand, vanaf een vaste route. Tijdens het broedseizoen volgens de richtlijnen van het Sovon Broedvogel Monitoring Project (BMP.)
 


Ad Kolen


Mandarijneend – Aix galericulata



Meest kleurrijke eend
De mandarijneend is de meest kleurrijke eend die in ons land voorkomt. Het mannetje mandarijneend heeft een prachtig broedkleed met kleurige sierveren. De kop is opvallend gevormd en lijkt op een helm. Een brede lichte wenkbrauwstreep loopt tot een punt uit in de hals. Blauwe, groene en rode vlakken sieren de kop en de hals. De hals is als een grote baard bedekt met fraai gevormde roze veren. De borst is paarsbruin en de vleugels zijn zacht bruin met een witte rand en zwarte zoom. De buik en het kontje zijn wit. De staart is olijfbruin en spits toelopend. Nog meer opvallend zijn de helder oranje vlaggen op de vleugels. Hij zet ze op bij opwinding en tijdens de balts. Het verenkleed van het vrouwtje is weliswaar minder kleurig maar zeker niet minder fraai. Vele groene, bruine en witte details vallen op.
 


Geliefde siervogel
De mandarijneend komt van oorsprong voor in Oost-Siberië, China en Japan. In 1745 is de soort ingevoerd als siervogel in West-Europa. Al in de 19e eeuw is in Engeland een flinke in het wild levende populatie mandarijneenden ontstaan. Ontsnapte mandarijneenden en hun nazaten broeden in Nederland vanaf 1968. Het aantal stijgt van een tiental broedparen rond 1980 naar rond 250 in het jaar 2000 en de toename zet zich door. De soort concentreert zich vooral in het midden van het land, in bosrijke omgevingen. Limburg en Brabant worden ook steeds dichter bezet. Naar het noorden nemen de dichtheden af en ze ontbreken helemaal op de Waddeneilanden. Zeeland is schaars bezet (bron: Sovon.nl).


Toegenomen in de omgeving van Tilburg
In en rondom Tilburg is de mandarijneend de laatste jaren zichtbaar in aantal toegenomen. Aanvankelijk vooral in het najaar maar later ook in het voorjaar. In 2017 is in het Quirijnstokpark in Tilburg-Noord een paar met jongen waargenomen. Ook in dat jaar is in het Noorderbos gedrag van mandarijneenden waargenomen dat leidde tot het vaststellen van een territorium. Resultaten van deze broedpoging zijn niet aangetroffen. Daarnaast is de mandarijneend alleen in het najaar in het Noorderbos gezien: in 2005 (4), in 2006 (1) en in 2008 (2). Het totaal aantal waargenomen mandarijneenden bedraagt gedurende de 15 teljaren 10 stuks.


Reacties naar adkolen@kpnmail.nl




dinsdag 13 november 2018

Het Noorderbos en de Vogels 2003 - 2017 Bergeend








 
Ad Kolen





Een reeks artikelen over de vogeltellingen en broedvogelinventarisaties in het Noorderbos bij Tilburg. Van 2003 tot en met 2017 werden alle vogels geteld, twee keer per maand, vanaf een vaste route. Tijdens het broedseizoen volgens de richtlijnen van het Sovon Broedvogel Monitoring Project (BMP.)
 




Bergeend – Tadorna tadorna

 
Forse bonte eenden
De bergeend is forser dan alle andere eenden, met bijna gansachtige afmetingen. Beide geslachten hebben een gelijk verenkleed, zeer opvallend met wit, bruin en zwart. Het mannetje heeft een flinke knobbel op de rode snavel. De bergeend is een holenbroeder. Hij broedt vaak in oude konijnenholen of in andere holtes en spleten, soms onder oude gebouwen of schuurtjes. Ze broeden steeds meer in het binnenland in allerlei natuurgebieden en zanderige omgevingen. De kuststreek raakt minder in trek door het ontbreken van konijnen(holen) en de opmars van vossen.


Passant
De bergeend is een toevallige gast in het Noorderbos: 17 exemplaren gedurende de hele tellingenreeks. Als doortrekker in de wintermaanden: 2 keer. Op zoek naar een broedplek: in totaal 15 exemplaren, de meeste in mei en ook een keer in maart en in april.



Reacties naar adkolen@kpnmail.nl



maandag 12 november 2018

Het Noorderbos en de Vogels 2003 - 2017 Nijlgans






Ad Kolen





Een reeks artikelen over de vogeltellingen en broedvogelinventarisaties in het Noorderbos bij Tilburg. Van 2003 tot en met 2017 werden alle vogels geteld, twee keer per maand, vanaf een vaste route. Tijdens het broedseizoen volgens de richtlijnen van het Sovon Broedvogel Monitoring Project (BMP.) In de begeleidende grafieken wordt het totaal aantal waargenomen vogels per jaar (24 tellingen) of per maand (30 tellingen) weergegeven. Bij de broedvogels zijn de per jaar vastgestelde territoria te zien.

Met dank aan Hetty Bosman voor het corrigeren van de teksten.
  

 




Nijlgans – Alopochen aegyptiaca


Luidruchtige vogel
De nijlgans is ingedeeld in de orde van de eendachtigen (Anseriformes). Daaronder vallen alle zwanen, ganzen en eenden. De nijlgans staat hoog op de poten en lijkt uiterlijk niet echt op een gans, maar ook niet op een eend. De nijlgans heeft geen nauwe verwanten. Hij valt, met enkele andere families, een beetje tussen de eend en de gans in, zoals ook bijvoorbeeld de bergeend (Tadorna tadorna) en de casarca (Tadorna ferruginea). De laatste twee soorten zijn wel verwant aan elkaar; ze zijn van het zelfde geslacht. De nijlgans is, evenals de grote Canadese gans, dominant en luidruchtig aanwezig. Beide vogelsoorten gedragen zich in het broedseizoen agressief tegenover andere vogelsoorten. De nijlgans jaagt ook soortgenoten weg uit zijn territorium. De houding van de nijlgans is opgericht en het verenkleed is meest beige en wat roodachtig bruin. Opvallende kenmerken zijn de zwarte buikvlek en het donkere masker om de ogen. In de vlucht steken de groene spiegel en de grote witte velden sterk af tegen de verder donkere vleugels. De poten en de snavel zijn roze.



Eeuwenlang gekooid
De nijlgans broedt oorspronkelijk in Afrika, bijvoorbeeld in het Nijldal ten zuiden van de Sahara. De oude Egyptenaren, de Romeinen en de Grieken hielden nijlganzen al in gevangenschap. Sinds de 17e eeuw wordt de soort veelvuldig als siervogel in West-Europa gehouden. In Engeland broeden al 150 jaar nijlganzen in het wild. Na ontsnappingen vanaf 1967 heeft zich ook in Nederland, vanuit Zuid-Holland, een vrij vliegende populatie nijlganzen ontwikkeld. Het westen van Nederland en de riviergebieden zijn de kerngebieden. Inmiddels komen ze in heel Nederland voor en broeden nagenoeg overal. De populatie is in 2000 geschat op 4500-5000 broedparen. Daarna zwakt de toename af, mogelijk door afschot en het vol raken van bekende broedgebieden (bron: Sovon.nl).

 


 










 Figuur 1.

 
 
Stijgende lijn
De eerste drie jaren van de tellingenreeks zijn enkele nijlganzen af en toe in het gebied aanwezig, eenmaal zijn het er 8. Daarna stijgen de aantallen: diverse malen zijn er 10 en zelfs eenmaal 20 exemplaren in het gebied aangetroffen, meestal op de plas. Zie figuur 1. De nijlganzen rusten vaak op de zich uitbreidende zandstortwallen. Verder schommelen de aantallen met enkele tientallen. In 2014 is er een dip met slecht 43 nijlganzen in het hele jaar. Daarna nemen de aantallen weer toe om tijdens het laatste teljaar te eindigen met het hoogste totaal: 134 exemplaren. Op de aangrenzende landerijen, enkele akkers maar vooral weilanden, zijn ook steeds nijlganzen aanwezig. Naar gelang de mate van verstoring verblijven ze op de plas of aan de andere kant van de Kalverstraat. Aantallen van buiten het telgebied verblijvende nijlganzen zijn nooit vastgelegd. Met nogal wat schommelingen is toch een stijgende lijn van de aantallen nijlganzen in het Noorderbos vastgesteld.

 
 

 Figuur 2.
 

Zichtbare broedresultaten
De nijlgans broedt al vanaf het broedseizoen 2005 jaarlijks in het Noorderbos (zie figuur 1), in de buurt van de plas. Alleen in het laatste jaar van de tellingenreeks ontbreekt de nijlgans als broedvogel, waarschijnlijk door de toenemende drukte rondom de zandstortingen in de plas. Hoewel paren broedende nijlganzen elkaar niet goed verdragen hebben vier keer 2 paren tegelijk gebroed. Tweemaal is resultaat gezien van beide paren. In twaalf van de vijftien jaren is 1 of 2 keer één territorium vastgesteld. Van tien jaren is vastgesteld dat jonge nijlganzen uit zijn gekomen. Het aantal uitgekomen jongen varieert van 2 tot 10 stuks.






 
 
Reacties naar adkolen@kpnmail.nl
 
 
 

zaterdag 10 november 2018

Het Noorderbos en de Vogels 2003 - 2017 Brandgans









Een reeks artikelen over de vogeltellingen en broedvogelinventarisaties in het Noorderbos bij Tilburg. Van 2003 tot en met 2017 werden alle vogels geteld, twee keer per maand, vanaf een vaste route. Tijdens het broedseizoen volgens de richtlijnen van het Sovon Broedvogel Monitoring Project (BMP.)
 



Ad Kolen
Brandgans - Branta leucopsis



De Brandgans is een ’zwarte gans’ uit de Branta familie, verwant aan de rotgans en de verschillende Canadese ganzen. Ook de roodhalsgans (Branta ruficollis) hoort daarbij. De brandgans is beduidend kleiner dan de grote Canadese gans maar iets groter dan de rotgans.

De overwinterende brandganzen in ons land, met in sommige winters meer dan 800.000 exemplaren, hebben de kolganzen in aantallen achter zich gelaten. Kolganzen zijn niet meer de meest overwinterende ganzen in West-Europa. Vanaf 1988 broeden brandganzen jaarlijks in Nederland. De eerste broedgevallen worden toegewezen aan ontsnapte of losgelaten vogels uit watervogelcollecties. De snelle toename van broedende brandganzen in ons land loopt gelijk op met de spectaculaire toename van de soort in het Oostzeegebied en Rusland (bron: Sovon.nl).

In het Noorderbos is slechts eenmaal één brandgans waargenomen tijdens de allereerste telling in het gebied in 2003. Het was in een periode van strenge vorst.



Reacties naar adkolen@knpmail.nl
 

vrijdag 9 november 2018

Het Noorderbos en de Vogels 2003 -2017 Grote Canadese gans









Een reeks artikelen over de vogeltellingen en broedvogelinventarisaties in het Noorderbos bij Tilburg. Van 2003 tot en met 2017 werden alle vogels geteld, twee keer per maand, vanaf een vaste route. Tijdens het broedseizoen volgens de richtlijnen van het Sovon Broedvogel Monitoring Project (BMP.) In de begeleidende grafieken wordt het totaal aantal waargenomen vogels per jaar (24 tellingen) of per maand (30 tellingen) weergegeven. Bij de broedvogels zijn de per jaar vastgestelde territoria te zien.
 
 

Ad Kolen



Grote Canadese gans – Branta canadensis


 


Grootste gans
 Zoals de naam aangeeft, is Canada het land van herkomst van de grote Canadese gans. Ook in het noorden van Amerika komt deze soort oorspronkelijk voor. De vogel is zeer groot met een lange hals en in de vlucht een zwaanachtig profiel. De kop en de hals zijn zwart met een witte kin, witte oorstreek en een lichte borst. De poten en de snavel zijn helemaal zwart. Het geluid dat hij maakt, luidruchtig trompetteren, is van grote afstand hoorbaar. De grote Canadese gans is een erg sociale vogelsoort die leeft in familiegroepen en vaak samen broedt. Een broedend paar wordt gewoonlijk vergezeld door meerdere ongepaarde soortgenoten. Bij verstoring bemoeien zij zich luidkeels met het incident. Het is de grootste in Europa voorkomende gans, groter dan de grauwe gans.


Introducé
Dat de grote Canadese gans momenteel ook in Europa broedt, is het gevolg van een aantal zeer geslaagde introducties. In de 17e eeuw zijn er Canadese ganzen ingevoerd in Groot-Brittannië. Die enkele exemplaren staan aan de basis van de huidige vrij vliegende Britse populatie van een veelvoud van 10.000 exemplaren. In Midden-Zweden zijn vanaf 1929 Canadese ganzen uitgezet die zich al even succesvol voortplanten. Dit gebeurde ook in Noorwegen (1936), in Finland (1936) en in Finland (1971). In strenge winters bereiken enkele exemplaren uit Groot-Brittannië en groepen uit Scandinavië ons land. Vanaf 1974 worden ook in Nederland broedgevallen vastgesteld. Het gaat hierbij om nazaten van ontsnapte exemplaren. De Nederlandse populatie stijgt daarna snel, ook nu nog. De broedpopulatie is in 2012 geschat op 5200 -10.400 broedparen. De winterpopulatie (2009-2014) is 36000-46000 (bron: Sovon.nl).










Figuur 1.

Steeds van de partij
Al vanaf het begin van de vogeltellingen in het Noorderbos is de grote Canadese gans van de partij. Zie figuur 1. Aanvankelijk zijn de aantallen erg laag. Tot 2010 komt het totaal aantal per jaar niet boven de 22 exemplaren. Per telronde gaat het om minder dan 10, met uitzondering van 15 in november 2007.


Weinig jongen
De soort wordt alleen op de plas aangetroffen. In de overige delen van het telgebied zijn ze alleen overvliegend waargenomen. In 2010 zijn de verzamelde gegevens voldoende voor het vaststellen van een territorium, zonder broedresultaat echter. Ook in 2014 zijn geen jongen gezien in het vastgestelde territorium. In 2016 brengt een paar grote Canadese ganzen 3 jongen groot. In het voorjaar van 2017 wordt hetzelfde aantal geteld. De aantallen jonge ganzen zijn tot nu toe erg laag in het Noorderbos. In de Dongevallei in de Reeshof in Tilburg komen broedsels van 10 eieren uit, soms zelfs meer. 

 














Met de landelijke explosieve groei van de grote Canadese gans neemt ook het aantal in het Noorderbos toe vanaf 2011. In november van dat jaar wordt een groep van 92 stuks gezien. De totaal aantallen per jaar stijgen, maar de afzonderlijke waarnemingen blijven sterk in aantal uiteen lopen. Van minder dan 10 tot 206 in 2015. In 2016 schommelt het aantal tussen 5 en 164 stuks. De wisselende aantallen zijn het gevolg van de talrijke verstoringen om de plas en de aanhoudende zandstortingen. Niet alle Canadese ganzen zijn gewend aan mensen, vele zijn schuw en vliegen bij benadering direct op. Met veel lawaai overigens!


Reacties naar adkolen@kpnmail.nl


donderdag 8 november 2018

Het Noorderbos en de Vogels 2003 - 2017 Soepgans















Een reeks artikelen over de vogeltellingen en broedvogelinventarisaties in het Noorderbos bij Tilburg. Van 2003 tot en met 2017 werden alle vogels geteld, twee keer per maand, vanaf een vaste route. Tijdens het broedseizoen volgens de richtlijnen van het Sovon Broedvogel Monitoring Project (BMP.) In de begeleidende grafieken wordt het totaal aantal waargenomen vogels per jaar (24 tellingen) of per maand (30 tellingen) weergegeven. Bij de broedvogels zijn de per jaar vastgestelde territoria te zien.
 
 

Ad Kolen



 Soepgans - Anser anser forma domestica



Vaak brood afhankelijk
Ganzen met een gedeeltelijk wit of bont verenkleed worden soepganzen genoemd. Vaak is de herkomst te herleiden naar de voorvader van de Europese tamme gans: de grauwe gans. De gedomesticeerde grauwe gans bewees eeuwenlang zijn dienst als donsleverancier (de witte variant) en vleesproducent (de grauw gevederde) en fungeerde tevens als ’waakgans’. Ganzen zijn erg alert! Na het in onbruik raken van deze ’huisdieren’ gaan ontsnapte of losgelaten exemplaren hun eigen gang. De huidige populatie soepganzen is een mengeling van de boerengans en de grauwe gans, gehybridiseerd met de Chinese knobbelgans en andere inheemse en uitheemse ganzensoorten. Soepganzen leven in waterrijke omgevingen vaak nabij boerderijen, steden en dorpen. In de omgeving van vaste voederplaatsen, waar vaak enorme hoeveelheden brood worden aangeboden, broeden ze ook vaak.


Afname door bestrijding
Soepganzen planten zich tegenwoordig in vrijheid voort en voltooien hun levenscyclus. Ze maken volwaardig deel uit van het ecosysteem. In het veldornithologisch onderzoek werd tot voor kort weinig aandacht besteed aan deze vogels. Over de verspreiding van de broedende soepganzen is dan ook niet veel bekend. In de periode 1998-2000 is deze voor het eerst in kaart gebracht. De eerste schattingen komen uit op 3000-4000 broedparen en 4000-6000 niet broedende vogels. Aanvankelijke toenames worden door bestrijdingsacties in de kiem gesmoord. In strenge winters treden amper verplaatsingen op van soepganzen. De verspreiding van deze standvogels komt in de winter grotendeels overeen met die in de broedtijd (bron: Sovon.nl).


Figuur 1. 

Geen broedvogels in het Noorderbos
In twee uiteen liggende periodes is de soepgans permanent gevestigd op en rond de Noorderplas. Zie figuur 1. Het gaat hier om door mensen achtergelaten vogels. Ze zijn zover gedegenereerd dat er van zelfstandig verplaatsen geen sprake kan zijn: ze kunnen niet of nauwelijks vliegen. Vanaf half oktober 2012 tot het einde van de telperiode verblijft er een witte gans op en bij de Noorderplas. Die is tijdens nagenoeg alle tellingen aanwezig. De gans benadert mensen bij de plas, wat er op wijst dat hij (soms) wordt gevoerd. De gehele periode is geen broedpoging van soepganzen vastgesteld. Eenmalig (06-11-2016) is een afwijkende gans, een hybride Indische Gans (Anser indicus) x brandgans (Branta leucopsis) waargenomen en genoteerd als soepgans.



Reacties naar adkolen@kpnmail.nl

 

vrijdag 2 november 2018

Het Noorderbos en de Vogels 2003 - 2017 Grauwe gans








Grauwe ganzen vliegen ook regelmatig over het Noorderbos .




Een reeks artikelen over de vogeltellingen en broedvogelinventarisaties in het Noorderbos bij Tilburg. Van 2003 tot en met 2017 werden alle vogels geteld, twee keer per maand, vanaf een vaste route. Tijdens het broedseizoen volgens de richtlijnen van het Sovon Broedvogel Monitoring Project (BMP.) In de begeleidende grafieken wordt het totaal aantal waargenomen vogels per jaar (24 tellingen) of per maand (30 tellingen) weergegeven. Bij de broedvogels zijn de per jaar vastgestelde territoria te zien.
 
 

 
Ad Kolen
 

Grauwe gans - Anser anser
 


De grootste
De grauwe gans is de grootste van de ’grauwe ganzen’. Deze familie (anser) bestaat verder uit kolgans, dwerggans en de verschillende rietganzen. De grauwe gans is met ten hoogste 90 cm net iets kleiner dan de grote Canadese gans (Branta Canadensis). Het verenkleed van de grauwe gans is grijsbruin met ook nogal wat wit in de onderste delen. De dikke nek vertoont donkere verticale lijnen en groeven in de veren. De forse snavel is oranje en de poten zijn oranje roze. Het gakkende geluid is gelijk aan dat van de tamme gans, waar de grauwe gans de voorvader van is. Naast het formaat en het geluid zijn de lichte voorvleugels een goed determineerkenmerk in de vlucht. Oude grauwe ganzen hebben enkele donkere dwarsstrepen op de borst, zoals kolganzen.



  
Landelijk stormachtige uitbreiding
De grauwe gans is van oudsher een broedvogel van de ’lage landen’. Door het droogleggen van veel geschikte broedgebieden en de jacht is de soort in de eerste helft van de vorige eeuw als broedvogel zo goed als verdwenen uit Nederland. Door uitzetten en aanvulling van wilde vogels broeden grauwe ganzen na 1950 opnieuw in ons land. Volgens de Avifauna van Nederland (1962) is de grauwe gans in die tijd een zeer zeldzame broedvogel. In het noordwesten van Noord-Brabant is het dan een doortrekker en wintergast in grote aantallen. Een tijd van stormachtige uitbreiding volgt. Grote delen van Nederland worden bevolkt met uitzondering van droge en bosrijke streken. Het aantal broedparen neemt toe van hooguit 150 in 1977 tot bijna 9000 in het jaar 2000 en een veelvoud daarvan erna. Na 1975 stijgt ook het aantal grauwe ganzen in de rest van het jaar vanwege de in Noordwest-Europa toenemende broedpopulaties. Met verdere aanvulling uit Noord- en Oost-Europa verblijven er in de winter de laatste jaren meer dan een half miljoen grauwe ganzen in Nederland (bron: Sovon.nl).

 


Figuur 1.

Één territorium
Gedurende de 15 getelde jaren zijn in totaal slechts 84 grauwe ganzen waargenomen in het Noorderbos. In het gebied zijn een zestal percelen met grasland. Daarvan is de afmeting, een ha of iets groter, te klein voor ganzen om zich veilig te voelen om te foerageren. Alle grauwe ganzen worden dan ook op de Noorderplas gezien. Het eerste teljaar is een paar grauwe ganzen gezien tijdens de 2e telling in februari. Verder ontbreekt de soort tot en met 2007. Vanaf 2008, gelijk aan verdere toename van grauwe ganzen in ons land, worden ze jaarlijks aangetroffen. Steeds in lage aantallen. Het hoogste aantal gezamenlijk waargenomen grauwe ganzen is 20 op de laatste telling van 2009. Lichte concentraties zijn te zien in het voorjaar en in de winterperiode aan het einde van het jaar. In het vroege voorjaar van 2014 is meermalen een paar grauwe ganzen aangetroffen. Deze waarnemingen zijn voldoende voor het vaststellen van een territorium volgens de Sovon BMP-normen. 






 
Reacties naar adkolen@kpnmail.nl 
 

 

woensdag 24 oktober 2018

Noorderbos; afwerking Noorderplas weer op gang

 

Ad Kolen


 
Uitdiepen van de kleine plas.


Vanmorgen, tijdens mijn vogeltelling in het Noorderbos zag ik volop bedrijvigheid rondom de Noorderplas. De kleine plas aan de noordzijde van de grote plas wordt uitgediept. Eerder al was het rondom kaal gemaakt.


 


Het verdelen van het zand van de zandstortwallen over de plas is ook hervat. Op 18 oktober 2018 is de zandzuiger uit het water gehaald die daar aanvankelijk voor werd ingezet. Grote hoeveelheden vervuilingen in het zand, verschillende materialen, maar vooral stenen veroorzaakten storingen aan de apparatuur. De stalen kop aan het begin van de zuiger liep regelmatig vast door al die verontreinigingen. De werkzaamheden lagen al ruim een maand stil.

 

De splijtbak.

Nu wordt het anders aangepakt. De Firma Heymans, die ook verantwoordelijk is voor de zandstortingen sinds 2008, heeft een kraan met een lange grijper ingezet om het zand te verplaatsen. De grijper rijkt tot enkele meters in het water. In een splijtbak van de Firma Damsteegt uit Oud-Alblas wordt het zand geladen. Een duwboot vaart de splijtbak naar verschillende plekken in de plas om het daar te storten. Het gaat snel zonder enig oponthoud. Wie weet lukt het nog dit jaar al het zand over de plas te verdelen, het is nog wel een hele klus!






 Op weg om te storten.


Reacties naar
adkolen@kpnmail.nl



 

Zwavelzwam trotseert droogte

 
 
Door Ad Kolen

 


Ontluikende zwavelzwammen op 12 juli 2018. 

De Zwavelzwam (Laetiporus sulphureus) is met zijn helder gele tot oranje kleur een opvallende verschijning en is gewoonlijk al van verre zichtbaar. Fietsende door de Loons en Drunense Duinen op donderdag 12 juli 2018 viel de zwam me dan ook direct op. Oplichtende segmenten op de afgezaagde stronk van een, waarschijnlijk, Amerikaanse eik trokken, mijn aandacht. Op deze plek aan de Waalwijksebaan tussen Loon op Zand en Kaatsheuvel komt de zwavelzwam vaker voor. Naast de naaldbomen staan er ook veel inlandse en Amerikaanse eiken. Het moment is echter wel heel verassend. De aanhoudende hoge temperaturen en het ontbreken van enige neerslag heeft een enorme invloed op het landschap. Zowel de agrarische sector als de plaatselijke flora en fauna lijden er enorm onder. Vogels trekken weg, planten verdrogen, vlinders vliegen niet meer en paddenstoelen zijn er al helemaal niet. Dan zijn de uit verschillende scheuren van de rottende boomstronk, ontluikende zwavelzwammen een klein wonder. Het frisse geel aan de randen van de lobben vertoont in het midden witte vlakken, de kern is oranje, om in te bijten!
 

 













Smakelijk

Verse zwavelzwammen zien er gewoon smakelijk uit. Vooral ze wat verder uitgegroeid zijn. Soms ligt er wat poeder over en hangen er druppels aan. Op wafels met smeltende suiker lijken sommige exemplaren in mijn foto-archief. Zwavelzwammen staan in Nederland te boek als onbetrouwbare consumptiepaddenstoelen. Bij sommigen veroorzaken ze allergische reacties, vooral jonge zwavelzwammen kunnen bepaalde alkaloïden bevatten. In vele andere landen neemt men het risico voor lief en wordt de soort veel gegeten. In Engeland bijvoorbeeld zijn zwavelzwammen gewaardeerde consumptiepaddenstoelen. Ze kregen daar dan ook de bijnaam ‘Chicken of the woods’. Die bijnaam refereert naar de overeenkomst in smaak en draderige structuur van kippenvlees. Het is een mogelijke vervanger in vegetarische recepten. In Nederland komt slechts één soort zwavelzwam voor, wereldwijd worden twaalf soorten onderscheiden.
 

Een toef van bijna een halve meter doorsnede 20 juli 2018.


Weldadig en fris
Ger Bogaers bracht me op het idee de zwammen verder te volgen. Hij merkte op dat ze vocht uit het nog resterende wortelstelsel van de stronk haalden. Zou dat voldoende zijn ze verder tot wasdom te laten komen! Veel is daarover niet te vinden op internet en in boeken. Een bericht uit 2016, ook een erg warme zomer, vermeldt dat er nog wel zwavelzwammen en reuzenzwammen verschijnen hier en daar! Op vrijdag 20 juli 2018 zag ik kans nog een keer langs de bewuste plek te rijden, Ik was erg benieuwd! Vanaf het fietspad was al zien dat het wel goed zat. De frisse beginselen waren uitgegroeid tot een toef van bijna een halve meter doorsnede. De vele lobben, in lagen boven elkaar, waren aan de randen geel maar vertoonde verder veel oranje tinten. Het geheel zag er weldadig en fris uit. Anders dan je bij deze hoge temperaturen en uitblijven van regen zou verwachten. De groeiplaats is een beetje open maar dicht omringd door bomen, af en toe valt er een weinig zon op.

 
Zurige smaak en aromatische geur

De vruchtlichamen zwavelzwammen zijn 10-50 cm. breed, zonder steel, zijdelings aangehecht, dik, sappig, vlezig en aan de randen bochtig. Ze vormen recht boven elkaar zittende kolonies. De vruchtlichamen vergroeien met elkaar. Aan de bovenzijde van levende vruchtlichamen worden soms druppels van een kleurloze vloeistof afgescheiden. De oorspronkelijke kleur verbleekt bij ouderdom en uitdroging tot bijna aan wit toe. De buisjes (aan de onderzijde) zijn kort, zwavelgeel, met kleine ronde poriën. Het vlees van verse vruchtlichamen is bijna wit, zeer mals tot bros. De verse exemplaren hebben een zurige smaak en een krachtige aromatische geur. Het sporenstof is gelig.


Op loofbomen gewoonlijk
De vruchtlichamen zijn eenjarig en verschijnen van mei tot september op levende bomen, slechts zelden op afgestorven stammen. Ze groeien gewoonlijk snel op na een regenbui. De zwavelzwam groeit vooral op eiken, wilgen en populieren. In hun kernhout veroorzaakt de zwamvlok een intensieve rot. Het aangetaste hout verkleurt rood en valt korrelig uiteen. Heel zelden groeit de soort ook op naaldhout, bijvoorbeeld op sparren en lariksen.




Over de top op 31 juli 2018.


Versnelde groei
Na ruim anderhalve week, op dinsdag 31 juli 2018, ben ik nog eens gaan kijken, benieuwder dan ooit. De grote toef had niet in omvang ingeboet en zag er nog redelijk uit. Het geel en oranje waren meer bruin geworden. Deze verzameling zwavelzwammen was wel over zijn top. De hoge temperaturen hadden de groei versneld. Droogte heeft tot zo ver nauwelijks zichtbare parten gespeeld. Eerder door mij waargenomen exemplaren, bij droogte en hoge temperaturen, hadden alle kleur verloren en waren bleek geworden.





Aan de Bredaseweg in Tilburg aan de voet van een oude inlandse eik.


Meer zwavelzwammen
Dat zwavelzwammen ondanks deze voortdurende extreme omstandigheden blijven floreren, blijkt op de terugweg. Bij het Witte kasteel bij Loon op Zand en ook bij de Kommer wat verder op vind ik frisse, juist uitgelopen zwavelzwammen (2.) Ook een holte aan de voet van een van de oude eiken aan de Bredase weg in Tilburg bood gisteren een groeiplaats aan een prachtig exemplaar. Terwijl de droogte aan houdt tref ik in de weken hier na nog meerdere mooie zwavelzwammen op diverse plaatsen.


 


Aan de voet van een Amerikaanse eik aan de Kommer bij Loon op Zand.



Half september, echt voorbij
Op donderdag 13 september is het nog steeds droog en dat is te zien aan de eens zo prachtige zwavelzwammen explosie in de Loonse en Drunense Duinen. Uit elkaar gevallen verbrokkelt is er niet veel van over. Sommige delen zijn licht –chocoladebruin geworden en zien er nog niet onsmakelijk uit. Maar het is nu toch echt voorbij.


 

 
Op donderdag 13 september 2018 is het echt voorbij, zie de laatste resten op de foto's!

 



Reacties: adkolen@kpnmail.nl



donderdag 18 oktober 2018

Noorderbos; afwerking Noorderplas stagneert !

 
Ad Kolen


Vanaf 2008, al ruim 10 jaar, wordt er zand gestort in Noorderplas. Deze voormalige zandwindplas is een onderdeel van het Noorderbos. Door zand terug te storen wordt de bodem verhoogd en worden de oevers verstevigd. Een diepte van 4 meter is gunstiger voor de natuurlijke ontwikkeling, is de gedachte er achter. Het storten is gestopt en vanaf juni 2018, worden de zandwallen die zijn ontstaan verwijderd. 
 


















 
Op 19 juni 2018 heeft het aannemersbedrijf van der Lee B.V. uit Bruchem de zandzuiger ’Piet Hein’ in de Noorderplas laten leggen. Het 11 ton wegende gevaarte is ingezet om het zand van de zandwallen die tot ver in de plas reiken, gelijkmatig over de bodem te verdelen. Een klus die in 1,5 tot 2 maanden geklaard zou gaan worden.

 






Vandaag is de zandzuiger uit het water gehaald. De werkzaamheden liggen al ruim een maand stil. Grote hoeveelheden vervuilingen in het zand, verschillende materialen, maar vooral stenen veroorzaken storingen aan de apparatuur. De stalen kop aan het begin van de zuiger loopt regelmatig vast door al die verontreinigingen.


Een andere aannemer neemt de klus over. Een drijvende bak met beweegbare bodem gaat vanaf de wallen gevuld worden. Waarna verplaatsen naar de stortplek volgt!
 

Reacties naar adkolen@kpnmail.nl