zondag 14 september 2025

Vogelteller in de kijker - Ad Kolen

 


Vogelteller in de kijker - Ad Kolen




Uit Sovon Nieuwsbrief 1 september 2025




Mijn naam is Ad Kolen, het merendeel van mijn leven woon ik in Tilburg. Geboren in het midden van de vorige eeuw, speelde, zoals bij de meeste jongeren in die periode, een groot gedeelte van mijn jeugd zich buitenshuis af. Niet zozeer met de natuur bezig zijnde, maar na de schooluren wel veel buiten actief geweest.


Vissen en zwemmen in het kanaal en in diverse buitenbaden. Kamperen, wandelen, spelen en fietsen in de bossen, zandverstuivingen en heidevelden rondom de stad. Ergens tussen mijn 30e en 35e levensjaar bloeit de interesse in de natuur op. Ontdekken dat er meer soorten vogels zijn dan koolmezen en duiven en met IVN-wandelingen meelopen zijn de eerste stappen in die richting. Na een cursus en aansluiting bij een vereniging die zich met natuurstudie bezighoudt, richt ik me steeds meer op vogels.



De  kramsvogel een van de eerste vogels die ik zelfstandig ontdekte, ik weet nog waar!


Vogels tellen

In het laatste decennium van de vorige eeuw bekwaam ik me met leden van de vogelwerkgroep van de lokale afdeling van de KNNV in het tellen van vogels. We zoeken een beetje onze eigen weg. We tellen meerdere gebieden rondom Tilburg en voeren een stadsinventarisatie uit. Alles nog erg vrijblijvend met niet erg strakke regels. Nog voor de eeuwwisseling komt Sovon in beeld en leer ik hoe het BMP werkt. Inmiddels ben ik goed thuis in de Nederlandse vogels. Steeds vogelgidsen bestuderen, leren van collega-vogelaars, maar vooral op mijzelf de vogelwereld onderzoeken en me eigen maken, is het fundament van mijn vogelkennis. Hoewel ik met veel plezier vogelexcursies leid en beginners voor het vogelen tracht te enthousiasmeren door ze onder andere mee te nemen op een van mijn tellingen, ga ik nog steeds graag alleen op pad.


Geen soortenjager

Hoewel ik als gepassioneerde vogelaar geniet van niet-alledaagse vogels, ben ik geen soortenjager. Ik rijd niet speciaal naar het noorden van het land om een terekruiter te zien. Die en andere bijzondere soorten zie ik liever in het eigen leefgebied. Tijdens een van de vele vogelreizen; in onder andere Nederland, Oost-Europa, Frankrijk en Engeland, zag ik bijvoorbeeld de Terekruiter op haar nest in de Prypyatmoerassen in Wit-Rusland en de Zwartkopgors in de Donaudelta in Roemenië, naast talrijke vogelsoorten die ik hier niet iedere week tegenkom. Daarnaast is het gedrag van de meest algemene vogelsoorten iets wat me bijzonder bezighoudt. De Houtduif is er een van. De Houtduif is een echte planteneter. Iedere week eet hij wel andere zaden, vruchten, knoppen of kiemplanten. Als in een groep op een groot gazon in Breda foeragerende houtduiven, één exemplaar op zijn eentje meerdere regenwormen naar binnen werkt, is dat iets wat ik niet in mijn vogelgids terugvind en als bijzonder ervaar. Ook na meer dan 40 jaren vogelen ontdek je soms nog bijzondere nieuwe zaken.























Zwartkopgors in de Donau delta in Roemenië.


BMP & jaartellingen

Na enkele proefprojecten start ik in 2002 officieel met een BMP (Broedvogel Monitoring Project) in twee kleine parken in het stadsdeel Tilburg-Noord. Bruckner- & Hoffmanpark (plot 4515), kleine groene oases in een drukke wijk, en doe dat in 2008 nog één keer. Daar ik ook buiten het broedseizoen actief vogel en graag wil weten welke soorten er dan voorkomen, heb ik een mij passende formule bedacht. In drie gebieden in en om Tilburg tel ik tweemaal per maand en in het broedseizoen volgens de regels van het BMP. Dus 24 tellingen per jaar, waarvan acht in het broedseizoen (van 15 maart tot 15 juli). 


Noorderbos

In 2003 start ik het BMP in het Noorderbos (plot 3665), juist buiten Tilburg Noord, op vijf minuten fietsen van mijn woning. Een nieuw aangelegd bos, met al bestaande oudere bosfragmenten op de voormalige vloeivelden van de stad. Een gevarieerd gebied met veel water, waaronder een grote zandwinplas.
























De Dongevallei in het begin, 2004.

Dongevallei

In 2004 begin ik aan een BMP-reeks in een grote nieuwbouwwijk aan de westrand van Tilburg, de Dongevallei (plot 3664). Die bevindt zich in het midden van het stadsdeel Reeshof. Het gebied is oorspronkelijk ontworpen als ecologische verbindingszone. De gekanaliseerde beek de Donge is voor dat doel heringericht over een lengte van 2,5 km en breedtes van 100-150 meter aan beide zijden van de beek. Laagtes, meanders, nevenstromen, grote en kleine plassen, één groot en meerdere kleine eilanden en bloemenweides vormen het ontwerp van een laaglandbeek. Het gebied is geheel omheind om de grote grazers binnen en de wandelaars buiten te houden. Een klein deel in het noorden van de Dongevallei is buiten het broedseizoen wel toegankelijk voor wandelaars.


Quirijnstokpark

Mijn derde project ligt in het oosten van Tilburg Noord, het Quirijnstokpark (plot 4438). Toentertijd, naast het park wonende, ben ik er al in 1986 met tellingen begonnen. In deze voor mij nog leerfase heb ik tientallen jaren geteld, me nog niet bewust zijnde van alle regels. Pas in 2001 en in 2003 inventariseer ik er volgens de BMP-regels. Vanaf 2007 tel ik volgens de formule die ik ook in de andere twee gebieden uitvoer, jaarrond tellen met en in het broedseizoen volgens de BMP-regels. Met een onderbreking van enkele jaren (2010 & 211) loopt deze reeks tellingen en ook die van de andere 2 gebieden door tot aan de dag van vandaag. Vanaf 2019 maak ik gebruik van Avimap van Sovon om de BMP-gegevens in te voeren. Om uiteindelijk op de Sovon-website met autoclustering de aantallen territoria vast te stellen. Veel administratief werk wordt me zo bespaard. Jarenlang handmatig soortenlijsten invullen en territoria berekenen is toch wel heel veel werk.


























Een nestkastproject een van mijn mooiste belevenissen.


Kolonievogels tellen & nestkastproject

Naast de grote lijnen, BMP en jaartellingen waar ik me mee bezighoud, is ook het tellen van kolonievogels een jaarlijks terugkomend gebeuren. Waarbij het ontdekken, drie jaar geleden, van een nieuwe roekenkolonie midden in Tilburg Noord een hoogtepunt is. Het 3-jarige onderzoek met 60 nestkasten in het Noorderbos is een van mijn mooiste belevenissen op vogelgebied. De fysieke ervaringen van de wekelijkse nestkastcontroles, 10 tot 13 keer per jaar vanaf begin april tot in juni, zijn bijzonder. Ze hebben veel indruk op me gemaakt. Deze en vele van mijn andere activiteiten staan vermeld op mijn weblog: vogelsenzo


Vele vogelreizen

Ook van de vele buitenlandse reizen genoot ik enorm, niet alleen van de vogels, maar ook van de landschappen. Reizen met gezelschappen met gemengde interesses zet me aan om ook meer naar andere fauna en ook flora te kijken dan alleen naar vogels. In Nederland voer ik, naast al het voorgaande, in meerdere gebieden via vaste routes één of meerdere tellingen per jaar uit. Gewoonlijk in en om Tilburg, maar ook in Breda, Den Bosch en Zeeland. Kortom, vogelen is mijn passie en steeds meer alles wat ik buiten tegenkom.

 




















Kraanvogels kijken in Frankrijk.


Reacties naar adkolen@knpmail.nl




donderdag 21 augustus 2025

Roze flamingo’s, vale gieren, wetlands en bergen



Een vogelreis naar de Camargue en de Causses in Frankrijk


























Ad Kolen


Flamingo’s en gieren zijn de doelsoorten van de vogelreis naar Frankrijk waaraan ik begin mei 2025 deelneem. Georganiseerd door een kleine, milieubewuste reisorganisatie: Agronatura (Wandelreizen, Vogelreizen, Polen specialist - Agro Natura ) reizen 9 personen per trein naar Avignon. Daar stappen de 7 deelnemers (Linda, Wil, Renée, Karin, Jaqueline, Guus en ikzelf), chauffeur Hiltje en gids Jan in een huurbusje op weg naar het hotel in Albaron. Hotel-Restaurant l’Agachon is van zaterdag tot woensdag onze basis van waaruit we het gebied verkennen. Dat kan niet anders zijn in Zuid-Frankrijk met flamingo’s dan de Camargue in de regio Provence. De eerste dag, een reisdag, eindigt met een stevige maaltijd in het hotel.










Het hotel in Albaron



Musée de la Camargue


De Camargue is een van de belangrijkste wetlands van Europa, in omvang groter dan de provincie Utrecht. Het gebied bestaat uit zoutmoerassen, weilanden, meren, duinen, rijstvelden en gespreid liggende schilderachtige plaatsjes. De eerste dag van het verblijf, een zondag bezoeken we het Musée de la Camargue. ( 
LE MUSEE ) Niet zozeer het museum zelf, maar de omgeving is zeer de moeite waard. Een boomkikker naast een van de houten wandelpaden naar een uitkijkpunt blijkt een andere soort te zijn, de Mediterrane boomkikker (Hyla meridionalis). Deze soort noemt men in Nederland ook wel de streeploze boomkikker, vanwege het ontbreken van de flankstrepen. De roep is ook anders dan die van de meeste andere Europese boomkikkers; het is een vrij lage, raspende, korte noot.


Nauwelijks bekende vogelsoorten

Vanaf het museum doorkruisen we meerdere uren de aangrenzende gebieden. We genieten van enkele nauwelijks bekende vogelsoorten zoals de graszanger (Cisticola juncidis). Die vanwege het opvallende staartpatroon met een roestbruine stuit in het verleden de waaistaartrietzanger heette. Een raspende tik is het kenmerk van de zang, met soms een fluittoontje erin. Hopelijk blijft dit geluid hangen! Het is een naar het noorden oprukkende vogelsoort (sinds 1972 in Nederland) die na meerdere strenge winters weer verdwijnt. Via hun prachtige unieke zang ontdekken we nieuwe soorten als orpheusspotvogel (Hippolais polyglotta) en provençaalse grasmus (Sylvia undata). Ik herken, ook aan de zang, de kleine zwartkop (Sylvia melanocephala). Een bekende vogel voor mij van het Griekse eiland Rhodos. Een kleine vogel met een roodbruine iris, zwarte pupil en een rode oogring. De zang klinkt als die van de grasmus, maar dan langer en voller.















Atalanta op bloeiende tamarisk


Ook benieuwd naar andere soorten flora en fauna

Verder doorlopend passeren we schrale gronden die af en toe overstroomd worden door zout water. Daar zien we planten als zeekraal en zoute melde. Bij de zeekraal valt me op dat de planten nogal hoog zijn en ook zie ik soms houterige stengels. Het blijkt een meerjarige soort te zijn: Salicornia perennis, overblijvend zeekraal. Hoewel dit een vogelreis is en vogels mijn passie zijn, kijk ik steeds maar naar andere soorten flora en fauna. Het benieuwt me welke andere gelijkende soorten hier voorkomen. Al eerder gezien in Griekenland, maar hier massaal voorkomende is de tamarisk (Tamarix gallica).


Tamarisk

De tamarisk is een ideale struik of kleine boom voor de kuststreek. We komen die dan ook veel tegen tijdens het eerste deel van onze reis. Het is een soort die zoute grond en wind verdraagt. Hij komt vooral voor in ZW-Europa. Het is een veerachtige struik. Het is genieten van de aan de bruin tot paarsachtige overhangende takken bloeiende pluimachtige roze tot witte bloemen. De naaldachtige bladeren zijn grijsgroen en doen een beetje denken aan een conifeer. Naast de paarse morgenster zien we aan planten onder andere pijpbloem, rood guichelheil, teer guichelheil, gevlekte rupsklaver, hartvormige els, Judasboom en de smalle olijfwilg (Elaeagnus angustifolia).































Parende lachsterns

De rest van de dag toeren we met het busje verder in de omgeving en kijken we tussen de buien door naar vogels. Steltkluut, purperreiger, roerdomp, purperkoet, roodkopklauwier, waterral, roerdomp en grauwe gors worden gezien. De laatste soort ook goed gehoord en opnieuw klinkt het liedje van de graszanger. Vanaf een dijk grenzend aan een slibvlakte zien we strandplevier, bonte strandloper, zilverplevier en 3 beverratten. De lachstern is een vrij grote vogel die we hier geruime tijd luid roepend (lachend) horen. Later is een paar langdurig parend aangetroffen aan de rand van een drooggevallen zandplaat.
















Geelpootmeeuw



Tot aan de Middellandse Zee

Op maandagochtend rijden we met het busje vanaf Albaron noordelijk en oostelijk van het grote Étang de Vaccarès tot aan de zee. Het Étang de Vaccarès is beeldbepalend in de Camargue. Aan de Middellandse Zee turen we vanaf het strand over het water en zien we een wespendief overtrekken. Terugrijdend komen opnieuw dunbekmeeuwen in beeld; de roze buik valt nu op! En een reuzenstern tussen tientallen grote sterns is ook zeker opmerkelijk; de vogel steekt duidelijk boven de anderen uit. Aan de rand van het elandje bevinden zich ook 2 geelpootmeeuwen. We steken met een veerpont de Rhône over. Bij Saint Martin de Crau eten we in een groot chauffeurscafé, heerlijk met ruime keuze. Vanuit het raam zien we huismussen en ringmussen gezamenlijk in een boom.


















Dunbekmeeuwen

Muurhagedis

Daarna maken we een flinke wandeling door een bos grenzend aan een grote plas. De eiken in het gebied zien er wat anders uit; ze hebben een donzig blad en de stam is meer gegroefd. De zachte eik (Quercus pubescens) komt van oorsprong voor in Zuid-Europa en West-Azië. Een op afstand opvallende boom met kleine lichte bladeren en grote hangende bloeiwijzen, gedetermineerd als steeneik (Quercus pubescens). Wespendieven in de lucht; in totaal trekken er 19 over. Op een vlonderpad treffen we meerdere muurhagedissen aan.




















Muurhagedissen

Steppen, de Crau

Verder richting de Crau rijdende zien we links van ons een bergketen met daarin de Mont Ventoux. Een kuifkoek goed kunnen zien, de lange staart is opmerkelijk. We vervolgen de koers naar steppengebied de Crau, een curieus gebied voor West-Europeanen. Uitgestrekte met stenen en steenhopen bezaaide steppe met een geheel eigen avifauna. We zien er 2 scharrelaars en later nog 1. Ze zitten ver weg, maar zijn toch wel te herkennen. Verder een laag overvliegende boomvalk en hertshooiweegbree waargenomen. En uiteindelijk, wel heel ver weg, maar herkenbaar: 3 grielen en tweemaal 1 kleine trap gezien.




















De Crau

Parc Ornithologique

Op de dinsdagochtend gaat de trip naar het Parc Ornithologique (Du Pont de Gau). Onderweg langs diverse natte rijstvelden gereden, maar daar is ook vandaag niet veel te zien. Het Parc Ornithologique lijkt aanvankelijk een dierentuin, maar uiteindelijk beland je in een meer natuurlijke omgeving. Er zijn voorwaarden gecreëerd en inrichtingen uitgevoerd die aantrekkelijk zijn voor vogels die in de buurt voorkomen. De aanwezige vogels verblijven en broeden er, zoals blauwe reiger, zwarte ibis, zwartkopmeeuw en steltkluut, in een open omgeving van waaruit ze zich regelmatig naar elders verplaatsen.


Europese flamingo

Onder de talrijke flamingo’s die er verblijven en vaak af- en aanvliegen, bevinden zich vele jonge vogels, waarschijnlijk niet van dit jaar. De Europese soort (Phoenicopterus roseus) heeft een lichtroze, bijna wit verenkleed met dieproze vleugels met zwarte punten. Vooral in de vlucht, met zijn contrasterende vleugels, is de flamingo een opvallende verschijning. Het voedsel bestaat uit kleine waterdiertjes, kreeftachtigen, zaden en algen die ze met de geknikte roze snavel uit ondiepe, vaak modderige wateren zeven. In de Camargue broeden 10 tot 15 duizend flamingo’s. De Europese flamingo is een forse vogel, groter dan blauwe reiger, lepelaar en grote zilverreiger. In Nederland wordt hij in kleine aantallen gezien, samen met exotische soorten als Caribische, kleine en Chileense flamingo’s.


























Waterrijke omgeving

Het Parc Ornithologique strekt zich over een groot oppervlak uit. Grote en kleine plassen worden omringd door wandelpaden. Vooral verder in het gebied is het rustig. Er zijn meerdere vogelkijkhutten en vogelkijktorens aanwezig. Het geheel grenst aan een groot meer, Étang de Ginès, met een weids zicht op het water. Meerdere meren, de Rhône, moerassen en de Middellandse Zee liggen in de directe omgeving. Voor een vogelkijkhut verblijven tientallen zilverplevieren, getooid in hun zomerkleed. Met een kemphaan in de buurt. Een rosse grutto valt op tussen de andere vogels, een late trekvogel op weg naar het noorden van Scandinavië. Al met al een bijzondere plek die zeker de moeite van het bezoeken waard is.
























Ralreiger

Ralreiger

In de middag lopen we vanuit het Scamandre-centrum (Syndicat Mixte Camargue Gardoise) om Étang Scamandre. De flinke wandeling leidt ons over vlonderpaden over en tussen meerdere wateren door. Een mooie ervaring; we treffen veel gele lis aan, groot koolwitje, rood guichelheil, bitterzoet, krooneend, beverrat, distelvlinder en een ralreiger komen goed in beeld.














Talrijke zwarte ibissen zoeken voedsel op de natte rijstvelden



Egyptische treksprinkhaan

Na koffie op een terras in het plaatsje St. Gilles met een zingende zwarte roodstaart op een dakrand en een Egyptische treksprinkhaan op de stam van een boom, gaat de tocht verder. We rijden door, langs natte rijstvelden waar we regelmatig stoppen en kijken. Drie slangenarenden in de lucht. Het geluid van regenwulpen klinkt in de verte. Een flinke groep bosruiters in een nat veld en overal foerageren zwarte ibissen. Deze vrij zonnige dag eindigt prachtig, terug naar het hotel.
















Koffie drinken in St Gillis


Paarden, stieren en flamingo’s

Paarden, stieren en flamingo’s in de Camargue: Toeristische aanbevelingen op internet en in reisgidsen gaan over de ontdekking van de Camargue. Bezoek authentieke landschappen met rijstvelden, meren en moerassen. Bekijk de Camargue-paarden en -stieren en bewonder de vlucht van de flamingo’s, zijn de aanbevelingen. Flamingo’s hebben we talrijk gezien in het gehele gebied, maar de witte paarden en de zwarte stieren ontbraken gewoonlijk; die hebben we nauwelijks aangetroffen. Wat stieren stonden bij enkele boerderijen en kleine aantallen paarden in enkele kleine begrazingsprojecten en bij maneges. Nog te vroeg in het seizoen?


Trekkende wespendieven

Op woensdag verplaatsen we ons van het hotel in Albaron, in de Camargue, naar het hotel in Les Douzes in de Causses. Met verschillende stops rijden we door mooie berglandschappen. De route gaat via Montpellier. Tijdens de eerste stop trekt een groep van wel 30 wespendieven over ons heen, die groeit aan tot meer dan 80 stuks, hoog in de lucht. Tijdens deze korte wandeling passeren we ook muurzeepkruid, echte thym, kuifhyacint en fladderen distelvlinder en bontzandoogje boven het pad. Tijdens de meerdere stops kijken we onder meer uit over prachtige uitgeslepen rotspartijen. We zien dwergarend, monniksgier, vale gier, orpheusspotvogel, blauwe rotslijster en horen meerdere bergfluiters zingen. Lunch in Blandas, met eendenborst en een alternatief voor de vegetariërs.






















Kuifhyacint


Bergbeek La Dorbie

Rijdend langs de beek La Dorbie stoppen we bij een brug nabij Les Douzes, het plaatsje waar we overnachten. We zien er: grote gele kwikstaart, witte kwikstaart en meerdere waterspreeuwen. Eén waterspreeuw, met voer in de bek, gaat zijn nest in. Kort daarop checken we in bij het hotel. Ik krijg een grote lichte kamer aangewezen op de eerste verdieping (na een klein trapje). Met mooi uitzicht op de aangrenzende berg.


















Wit bosvogeltje


Wit bosvogeltje en aapjesorchis in de berm

Nog voor het eten (20.30 u.) een stuk langs de weg opgelopen, met links hoge rotsen en rechts in de diepte de beek La Dorbie. Op de toppen van de bomen kijkende komt een vuurgoudhaan mooi in beeld. Verder ook pimpelmees, zwartkop, winterkoning, merel en een zingende zwarte mees uit de sparren aan de overkant. Ook verschillende mooie planten ontdekt in de berm: wit bosvogeltje (Cephalantera longifolia), Montpellier Aphyllanthes (Aphyllanthes monspeliensis), paardenhoefklaver (Hippocrepis comosa L), aapjesorchis (Orchis simia). De aapjesorchis is onmiskenbaar, niet alleen door de bouw van de bloem, die sterk op een aapje lijkt, maar ook door het feit dat de bolvormige bloeiwijze van boven naar beneden bloeit, in tegenstelling tot andere soorten orchideeën.



Chaos de Nîmes-Le-Vieux, een bijzonder landschap


Bijzondere rotsen door erosie

Op de donderdag verplaatsen we ons naar ”Chaos de Nîmes-Le-Vieux” voor een stevige wandeling. Dit landschap is ontstaan als gevolg van een langdurend proces van erosie. Water en wind hebben gedurende duizenden jaren het rotsachtige landschap uitgesleten. Hierdoor zijn de vele, bijzonder gevormde rotsen ontstaan. Alles over Chaos de Nîmes-Le-Vieux - Zonnigzuidfrankrijk.nl Een rotsmus aan het begin van de wandeling met tegelijkertijd 5 zwarte ooievaars in de lucht. Verder lopende onder andere huismus, boomleeuwerik, grasmus, rode rotslijster, koekoek, vink, bergfluiter, veldleeuwerik, torenvalk, tapuit, argusvlinder en distelvlinder gezien.


Genieten van waterspreeuwen vanaf een terras

Daarna koffiedrinken in Meyrueis. Door dit plaatsje loopt het riviertje La Jonte, wat ook door onze verblijfsplaats Les Douzes stroomt. De beek loopt voor het café waar we koffiedrinken. Een deel van het terras bevindt zich op een brug over La Jonte. Van daaraf ontdekken we foeragerende witte en grote gele kwikstaarten en waterspreeuwen. Vooral de waterspreeuw goed kunnen vastleggen. Er staat er één met nog levende insecten in de bek, prachtig op foto en video. Er is ook een nest!






Waterspreeuw met voedsel voor de jongen


Huis van de gieren

Even buiten Meyrueis 40 vale gieren en 2 monniksgieren in de lucht. De vorm van de monniksgier wordt omschreven als een ‘plank’. Als je de monniksgier naast de vale gier in de lucht ziet vliegen, is het duidelijk waarom men dat zegt. We brengen een bezoek aan het huis van de gieren. Het Maison des Vautours is gelegen in het hart van de Gorges de la Jonte in Lozère, in een gebouw van drie verdiepingen dat is ontworpen om de rots te omhelzen. Een museum waar je alles te weten komt over deze vogelgroep. Waar ze over de hele wereld worden waargenomen. Maar ook de geschiedenis van hun verdwijning en het succesverhaal van hun herintroductie. Er is een observatiedek uitgerust met telescopen om de gieren in hun natuurlijke omgeving te bewonderen, in totale vrijheid. Welkom bij het Vulture House - Vulture House


Het gierenverhaal nu duidelijk

Het museum is in een prachtig gebouw gevestigd. Er is veel zeer duidelijke informatie uitgestald, vooral ook op kinderen gericht. Vanaf het uitkijkplateau wordt een overvliegende alpenkraai gezien, met zijn grote kromme rode snavel en rode poten. Daar zien er ook minstens 40 vale gieren in de lucht en op de rotsen. Aan de andere zijde van de kloof bevindt zich een aasgier op de rotswand. Duidelijk kleiner met een lichter, opvallender verenkleed. Hoewel ik eerder gieren zag, had ik geen overzicht van deze groep vogels. Met alle waarnemingen in deze omgeving en de informatie van het museum is het gierenverhaal me duidelijk. Afmetingen en uiterlijk, gedrag en voedselkeuze van vale gier, monniksgier, aasgier en lammergier staan nu op een rijtje voor mij!




Het leefgebied van  gieren vanuit het huis der gieren


Vale gier met jongen nabij het hotel

Terug bij het hotel loop ik voor het diner nog een stukje naar links over de smalle bergweg. Zwartkop, roodborst en een vale gier in een holte in een rots. Later zien andere van de groep dat er ook jonge vale gieren zitten in dat gat in de rots. Op amper 200 meter van het hotel.


















Vale gier bij nestholte

Laatste dag

De vrijdag, de laatste hele dag in de bergen, maken we een tocht met het busje rondom Les Douzes over bergketens en soms via vlaktes (84 km). Met korte uitstapjes als het droog is. Het weer is deze week niet wat je aan de Middellandse Zee zou verwachten in deze tijd van het jaar. De temperatuur stijgt niet boven de 20°C. Maar het is toch goed vogelweer met niet te veel wind, soms wat regen (vooral deze laatste dag), met ook lange zonnige periodes.



























Schubvaren

We vertrekken met vlagen mist tussen de bergen. Na een uur maken we een korte wandeling in een bosrand. Een mooi varentje op het talud in het bos blijkt een schubvaren (Asplenium ceterach L.) te zijn, een zeer zeldzame soort in Nederland. Tijdens verschillende stops in open gebieden en aan bosranden zien en horen we onder andere veldleeuwerik, grauwe klauwier, zwarte mees, bergfluiter, vuurgoudhaan, boomkruiper, grote lijster, kuifmees, zwarte specht, sperwer, boompieper, tapuit, roodborsttapuit, grauwe kiekendief en duinpieper.



























Gieren kijkspel

Tijdens de laatste stop, aan de rand van een groot bosgebied, zien we gieren in de lucht. De omgeving bestaat uit een dicht bos met daarvoor een open, licht begroeide vlakte, met daarvoor weer een stuk bos met wat hogere bomen. Het open deel valt daarmee buiten ons gezichtsveld. In het open deel dalen gieren neer. We zien vale gier, monniksgier, zwarte wouw, rode wouw, raaf en zwarte kraai. Het is een spectaculair gebeuren. In totaal zien we meer dan 100 gieren die buiten het zicht neerstrijken, waarvan een deel later zichtbaar in de bomen gaat zitten. Stijgend en cirkelend in de lucht maken ze weer een einde aan het schouwspel. Waarschijnlijk lag er een voor ons niet zichtbare prooi.




























Culinaire hoogtepunten

Om 18.00 uur komen we terug bij het hotel aan. Het hotel is gevestigd in verschillende gebouwen, aan beide zijden van de bergweg, rondom het hoofdgebouw. Om 20.30 uur gaan we weer aan tafel voor het diner in het centraal gelegen restaurant van het hotel. Het tijdstip is voor Nederlanders laat om te eten, maar in Frankrijk is het een normaal moment. Het hotel is blijkbaar goed bezet; het restaurant zit helemaal vol. Maar ook niet-hotelgasten komen er eten. Het eten is alle dagen ongekend goed; de eetcultuur is in Frankrijk toch heel anders dan in Nederland. Uit een 5-gangenmenu kunnen we dagelijks kiezen uit 5 verschillende gerechten per menuonderdeel. Ook voor niet-vlees- of viseters is er voldoende aanbod. Het smaakt allemaal voortreffelijk, ware culinaire hoogtepunten, met steeds een lekkere wijn erbij. Ieder avond is er ook een vorm van entertainment, een blijkbaar gevatte anekdote opgedragen door de manager van het hotel van gemiddeld wel 10 minuten lang. Er wordt gelachen en geapplaudisseerd. Komisch, maar voor de meeste in het gezelschap, op soms enkele woorden na, niet te volgen, helaas.


Parasoldennen en platanen op de terugweg

Zaterdag is de dag van de terugreis. Na een vroeg ontbijt rijden we al ruim voor 8 uur, via een mooie route, dwars door de Cévennes terug naar Avignon. In de bergen rijden we lange tijd door vaak dichte mist en regen; het wordt niet warmer dan 12°C. In de vlakke delen passeren we vele wijngaarden waarvan de wijnstokken vrij laag zijn. In straten en vaak ook op rotondes zien we vele parasoldennen. Langs vele lanen staan platanen, vaak grillig van vorm. Ik heb ze niet overal goed kunnen bekijken, maar het lijken meest gewone platanen te zijn.



























Een geweldige ervaring

Aan het begin van de middag vervoert de TGV, met wat lichte vertraging, ons weer richting Nederland. Vroeg in de avond komen we terug in Rotterdam aan. Hoewel een aantal deelnemers nog gezamenlijk richting de verschillende woonplaatsen reist, eindigt deze geweldige reis hier uiteindelijk. Bij elkaar een geweldige ervaring met veel mooie vogelwaarnemingen, waaronder enkele nieuwe soorten voor mij. Ik heb in totaal 144 verschillende soorten vogels goed kunnen zien en/of horen. Die ik later waarschijnlijk opnieuw op naam kan brengen. De geweldige gids Jan heeft er zeker enkele tientallen meer genoteerd. Hij ziet en hoort alles; een voor de bus voorbij vliegende kleine vogel krijgt direct het etiket orpheusspotvogel opgeplakt! Het was een prima reis met een leuk gezelschap.





Reacties naar adkolen@kpnmail.nl






























De kuifkoekoek, een nieuwe soort!



dinsdag 15 april 2025

Het Noorderbos; de vogels in 2024

 










Het uiteindelijk toch mislukte broedsel van een paar knobbelzwanen.

Letterschildpadden gebruikten het nest om in de zon op te warmen.



Het Noorderbos; de vogels in 2024

Een uniek jaar met hoogte- en dieptepunten.

 

Ad Kolen

 

In het Noorderbos bij Tilburg wordt de vogelstand sinds het begin van 2003 door mij bijgehouden. Tweemaal per maand is het vaste prik om alle waargenomen vogels en hun gedragingen vanaf een vastgestelde route nauwkeurig te noteren. Naast het jaarrond tellen (jaartellingen) worden in het broedseizoen de regels van het BMP (Broedvogel Monitoring Project) van SOVON aangehouden. Alle uitkomsten van de jaartellingen worden eveneens vastgelegd in het LiveAtlas-project van SOVON.

 

De uitkomsten van de tellingen in 2024 zijn opnieuw bijzonder; elk jaar is weer uniek. In 2024 zijn 75 verschillende vogelsoorten waargenomen. Dat is een lager aantal ten opzichte van het voorgaande jaar met 80 verschillende soorten vogels. Het laagste aantal, 72 is in 2015 waargenomen. Het gemiddelde van alle 22 tellingen sinds 2003 is 79. Met dit jaar 1 nieuwe vogelsoort voor het gebied, de Caroline-eend, en een nieuwe broedvogelsoort, de grote gele kwikstaart, komt het totaalaantal waargenomen vogelsoorten sinds het begin van de tellingen op 140. Ook in 2023 zijn nieuwe soorten aan de lijst van het gebied toegevoegd: de middelste bonte specht en de cetti’s zanger. Beide soorten broedden in het Noorderbos.

 

Na het recordnatte jaar 2023 is 2024 op de derde plaats geëindigd van de natste jaren ooit. Een unicum, zo kort op elkaar zoveel neerslag. Bovendien was 2024 weer eens recordwarm; dat is het gevolg van een beperkt aantal vorstnachten. Een officiële hittegolf ontbrak, maar het tweede drijfnatte jaar was mogelijk nog schadelijker dan de hittegolven. (Boerenweer.nl-dec.2024). Nu april 2025 is, is te zien dat vele stadsbomen, maar ook meerdere bomen in het Noorderbos, die periode niet overleefd hebben. De afname van het aantal waargenomen vogelsoorten is niet direct toe te schrijven aan het opnieuw zeer natte jaar 2024.

 

De afname van het aantal waargenomen vogels betreft onder meer de soepgans, die in 2023 nog 15 keer is aangetroffen. Die is het slachtoffer geworden van een predator. Deze gedomesticeerde afstammeling van de grauwe gans verbleef sinds eind 2012 op of aan de randen van de Noorderplas. De vogel is door wandelaars met brood in leven gehouden. De huiszwaluwen, 15 in 2023, hebben zich dit jaar ook niet laten zien. Ze broeden in de buurt en komen hier bijna jaarlijks enkele malen drinken en insecten zoeken. De zwarte specht, tweemaal waargenomen vorig jaar, ontbreekt in 2024. De middelste bonte specht, aangetroffen in 2023 met één vastgesteld territorium, laat zich dit jaar ook niet zien. De witte kwikstaart, een jarenlang waargenomen soort, ontbreekt eveneens in 2024.

 

Het hoge waterpeil is in 2024 de oorzaak of medeoorzaak van het mislukken van een broedpoging van een paar knobbelzwanen. Ze bouwden een nest in een rietkraag aan de oostzijde van de Noorderplas. Dat later schuin wegzakte in het stijgende water. Er zijn geen eieren gelegd dit jaar en ook in 2023 lukte het niet. Al in 2022 zijn van het paar in mei en juni territorium-indicerende activiteiten waargenomen. Dat het paar in 2024 mogelijk nog te jong was, gaat dus niet op.

 
















Hoog water in de Noorderplas met brede, ondiepe oeverzones.


In tegenstelling tot de afname van het aantal vogelsoorten is het aantal waargenomen individuele vogels in 2024 flink gestegen van 4.484 in 2023 naar 5.349 in 2024. Dat is vooral te danken aan de toename van meerdere soorten eenden op de Noorderplas. De Noorderplas is na 10 jaar zandstorting in 2018 opnieuw ingericht. Er is veel plantaardig materiaal en slib tijdens de zandstortingen in de plas terechtgekomen. Door het egaliseren van het zand werd de bodem afgesloten, waardoor de vorming van moerasgas (methaan) op gang kwam. Het langdurig opborrelen van moerasgas was vanaf 2019 goed zichtbaar. Hoewel dat is afgenomen, borrelt het nog steeds. Het aantal watervogels op de plas was dan ook vanaf 2019 erg laag. Het verband lijkt duidelijk. Na een aantal jaren afname broedde er in 2022, geen enkele fuut op de plas. De meerkoeten verplaatsen hun broedactiviteiten naar de aangrenzende paddenpoelen en de nabijgelegen Zandley. In 2024 lijkt het tij echter te keren; er zijn onder meer weer 2 futenparen met jongen aangetroffen.

 















Flinke aantallen verschillende soorten eenden op de Noorderplas in een groot deel van 2024.


In 2024 zijn de hoogste aantallen eenden waargenomen sinds het begin van de tellingen in het Noorderbos. De pieken liggen in het najaar en het aangrenzende winterdeel, maar ook in het begin van het jaar en het voorjaar zijn ze in verhoogde aantallen aanwezig. In 2024 zijn van de krakeend 263 exemplaren geteld. Het hoogste aantal tot nu toe 73, is in 2015 aangetroffen. Van de tafeleend zijn 50 exemplaren geteld in 2024. Tot zover is het hoogste aantal 8, in 2020 aangetroffen. Voor de kuifeend was 2024 een topjaar in het Noorderbos. Met uitzondering van mei en het merendeel van de zomer is de soort zowel in de winterperiodes als het voor- en najaar in flinke aantallen gezien, 239 exemplaren in totaal. In de voorgaande jaren is het jaartotaal niet hoger dan 39 gekomen; dat was in 2007.

 
















Een mannelijke tafeleend.


Zowel de duikeenden (kuifeend en tafeleend) als de grondeleenden (wilde eend, krakeend en slobeend) profiteren van de huidige toestand van de plas; veel water, een diepte van 3-4 meter en brede ondiepe oeverzones. Het aantal wilde eenden is dit jaar hoger (659) dan in meerdere voorliggende jaren. De soepeend is in een naar verhouding dezelfde strekking gestegen. Ook de slobeend en de wintertaling zijn in 2024 in hogere aantallen gezien dan in voorgaande jaren. Zover het tijdens het vervaardigen van dit rapport laat zien, lijken de stijgingen van de aantallen eenden zich in 2025 te continueren.

 

Met hoge aantallen scoorden in 2024 ook meerkoet, fuut, grote bonte specht, boompieper, winterkoning, roodborst, zwartkop en tjiftjaf. Wat lagere aantallen zijn genoteerd voor nijlgans, houtduif, boerenzwaluw, merel en kleine karekiet. Als trekvogel en overwinteraar springt de koperwiek er flink uit met in totaal 430 exemplaren. Het hoogste aantal, 221 stuks, is op 10 februari 2024 geteld.

 
















De grote gele kwikstaart, een nieuwe broedvogelsoort in het Noorderbos in 2024.


De broedvogels zijn een verhaal apart. We spreken hier van territoria die vastgesteld worden volgens de regels van het BMP. Alle gegevens daarvoor worden via de app LiveAtlas ingevoerd en op de website van SOVON verwerkt. Automatische clustering maakt de verwerking, het vaststellen van de aantallen territoria per vogelsoort, eenvoudig. In 2024 zijn van 41 verschillende vogelsoorten in totaal 314 territoria vastgesteld. De aantallen territoria in de totale tellingenreeks in het Noorderbos variëren van 37 tot 49. Met een gemiddelde van bijna 43 zijn de 41 territoria van 2024 aan de lage kant. Daar staat tegenover dat het totaalaantal vastgestelde territoria in 2024 met 314 ver boven het gemiddelde van ruim 252 ligt. De aantallen vastgestelde territoria zijn gedurende de reeks tellingen flink gestegen. Het laagste aantal, 173, is in 2003 vastgesteld en het hoogste 243 in 2022.

 

















Elementen uit het verleden; "de vloeivelden" zijn goed zichtbaar in het gebied.


Terwijl er veel soorten eenden langdurig verblijven in de trekperiode en de winter, is het aantal broedende eenden vrij laag in 2024. Territoria zijn maar van 2 soorten vastgesteld; wilde eend 1 en krakeend 1. Dat is bedroevend laag. De verwachting is dat het wel beter gaat worden als de waterkwaliteit van de Noorderplas zich herstelt.

 

De staat van instandhouding, een Europese richtlijn voor alle in het wild levende vogels, beoordeelt de tjiftjaf op alle 5 de fronten gunstig. De staat van instandhouding is voor de fitis op 3 van de 5 fronten matig ongunstig. Dat voor de fitis er meer aan de hand is dan wijzigingen in het leefgebied, lezen we in enkele fragmenten uit het SOVON-rapport ”Broedvogels in Nederland 2020”; Fitissen komen in vrijwel alle Nederlandse landschappen voor, maar de verschillen in dichtheid zijn groot. In duinen, heide, hoogveen en laagveenmoeras zijn de hoogste dichtheden te vinden. Ook bossen op arme zandgrond herbergen heel wat paren. Hoewel veel zangvogels van struweel, een van de favoriete habitats van de fitis, het aardig doen in grote delen van het land, is de trend voor deze soort in veel habitats negatief. Over het algemeen lijkt de afname van de fitis in Nederland van noord naar zuid sterker te worden. Er is op Europese schaal echter geen verschuiving van de soort in noordelijke richting te zien (Keller et al. 2020). Suggesties dat de afname te maken heeft met problemen in de Afrikaanse trek- en overwinteringsgebieden, verdienen nadere studie (Bijlsma 2018).

 

Er zijn meerdere soorten broedvogels die het wel goed doen in het Noorderbos dit jaar. Stabiel was de roodborst met 16 territoria, zowel in 2023 als in 2024. Dat geldt ook voor de zanglijster met 13 territoria in beide teljaren. De spotvogel is al vele jaren laag, maar stabiel met 1 territorium. De grasmus, de tuinfluiter en de zwartkop deden het met respectievelijk 15, 11 en 25 territoria beter in 2024 dan in het voorgaande jaar.

 

Ondanks deze opsomming van feiten is het niet eenvoudig om een conclusie te trekken betreffende de uitkomsten van de vogeltellingen in het Noorderbos gedurende het teljaar 2024. Een uitspraak gedaan aan het begin van deze rapportage; ”De uitkomsten van de tellingen in 2024 zijn opnieuw bijzonder, elk jaar is weer uniek” ligt dicht bij het gekozen onderschrift van dit stuk: 


”Een uniek jaar met hoogte- en dieptepunten”.

 


 Reacties naar adkolen@kpnmail.nl




Het stijgende water is funest voor het knobbelzwanennest.