Ad Kolen
Falsterbo is een stadje op een schiereiland in het zuidwesten van Zweden. Falsterbo vormt met Skanör een tweelingstad met elk 7.000 inwoners. De afzet van haring maakte beide plaatsen tot belangrijke handelsplaatsen van de 12e tot in 16e eeuw. Ze behoren tot de oudste steden van Zweden. In de zomer zijn het nu drukbezochte vakantieoorden, aantrekkelijk door de kilometerslange zandstranden. In het najaar zijn veel van de gasten vogelaars. Bij het uitspreken van de naam Falsterbo leggen de Zweden een langgerekte klemtoon op de laatste 2 letters: Falster-bó. Bij vogelaars is Falsterbo de bekendste plek om het fenomeen vogeltrek te ervaren. Hoewel ik er als eens eerder was (in 2005) wilde ik het nog eens ervaren en boekte een 6-daagse reis bij Agro Natura. Deze kleine reisorganisatie probeert reizen minder milieubelastend te organiseren onder het motto: vogels vliegen, wij niet! (https://agronatura.nl). Het was opnieuw een bijzondere ervaring.
Groningen-Falsterbo
Dag 1: zaterdag 30 september
Tijdens de oversteek van Duitsland naar Denenmarken komen de kijkers al tevoorschijn.
Luxe hostel
Na een lange tunnel gaan we via de Oresundbrug van Denemarken naar Zweden. Het is de brug uit de bekende Deens-Zweedse misdaadserie ”The Bridge”, die in beide landen speelt. Helaas is het al donker en buiten de vele lampen is er niet veel van de brug te zien. Op de terugweg komt hij waarschijnlijk beter in beeld. Wel zien we de brug gedurende de dagen dat we in Zweden verblijven enkele malen in de verte. Om 21.38 uur rijden we eindelijk het parkeerterrein van ons verblijf op: ”Lotsvillans Vandrarhem” Västra Kanalvägen 22 / 236 41 Ljunghusen https://www.lotsvillan.com, waar we vijf nachten slapen. Het is een uitstekend hostel met moderne voorzieningen en goede hygiënische omstandigheden. We genieten van deze fijne plek met zicht op de Oostzee en het Falsterbokanaal. Na het uitladen van de bagage en het indelen van de kamers heeft Mariëlle soep met brood klaar staan. Het smaakt ons goed na zo’n lange rit in het overigens comfortabele busje. Ria en Werner zijn eerder deze dag al met hun eigen auto aangekomen en voegen zich bij het gezelschap. Ze verbleven eerder deze week enkele dagen op het Oost-Duitse schiereiland Rügen.
De punt
Dag 2: zondag 1 oktober
Sperwer & pimpelmees
Vanaf de parkeerplaats lopen we over de golfbaan en merken de vele sperwers op. Het verschil in afmetingen tussen de kleinere mannetjes en de grote vrouwtjes is goed te zien. Bij goed licht zoals vandaag is het onderscheid ook te maken aan de hand van het verenkleed. Van het vrouwtje, met een duidelijke witte wenkbrauwstreep, is de bovenzijde minder diep staalblauw dan van het mannetje. Hij heeft vaak een minimale oogstreep. We zien hier dagelijks enkele tientallen sperwers jagen op de kleine vogels, zoals goudhaan en pimpelmees die vaak aarzelen voordat ze over zee vliegen. Het verschil met de hier soms ook jagende havik is te maken door de staarteinden te vergelijken: bij de sperwer zijn deze scherp en bij de havik afgerond.
We installeren ons aan het einde van de golfbaan, aan de rand van een hole met een bankje binnen bereik. Er staan tientallen vogelaars verspreid over een brede strook. Soms zoeken ze de luwte op van een hoge rozenstruik. Of ze gaan uit de wind staan bij de hut, maar die is natuurlijk al snel bezet. Een goede verrekijker is de standaarduitrusting en velen hebben ook een telescoop op statief bij zich. Je goed inpakken, meestal met muts of pet, is ook een vereiste, want er staat een stevige wind. De matige zuidwesten wind, sterkte 3 tot 4, dwingt vooral de kleine vogels om laag te vliegen. Al snel stellen we vast dat er vandaag massale trek is. Een stroom van kleine vogels vliegt over. Herkenning aan de hand van het verenkleed valt niet mee, maar de geluiden leiden vaak naar de soorten die overvliegen. Het zijn heel veel vinken, maar we horen ook keep, groenling, putter, sijs, kneu, graspieper en niet te vergeten de vele pimpelmezen en de verschillende lijsterachtigen. Een notenkraker vliegt vanaf de vuurtoren recht op ons af, maar maakt dicht bij zee rechtsomkeert. Maar helaas ziet niet iedereen hem. Ook de roofvogels zijn present. Een bijzondere soort, een steppekiekendief zien we al goed, voordat we op de punt staan. Prachtig toch! Vanaf de uiterste punt hebben we goed zicht over de gehele golfbaan. Op flinke afstand, maar goed zichtbaar, zien we 5 rode wouwen neerstrijken op de grasmat. Ze worden direct door enkele bonte kraaien lastig gevallen. De bonte kraai is een directe verwant van de zwarte kraai die in Midden-Brabant, waar ik het meest actief ben, hetzelfde gedrag vertoont. Daar deinst hij, wel met meer soortgenoten tegelijk, niet terug voor een zeearend. Dit zien we later in de week ook hier gebeuren.
Alleen vrouwtjes pijlstaart & brilduiker
Deze uiterste punt van de golfbaan biedt goed zicht over de slikken en het water tussen het vasteland en een lage duinenrij. Op de zandplaat en de slibranden treffen we vandaag bontbekplevier en zilverplevier aan. Op het water vooral bergeend, smient, krakeend, wilde eend, pijlstaart, slobeend, tafeleend en brilduiker. Van de pijlstaart en de brilduiker zien we alleen vrouwelijke exemplaren. Groepen eidereenden passeren ons regelmatig op enige afstand. Aan de voet van de lage duinenrij verblijven naast smienten en andere eendensoorten tientallen aalscholvers en dagelijks één grote mantelmeeuw. Aan het einde van deze sessie zien we nog overtrekkende buizerds en een jonge wespendief. Na deze eerste ervaring van massale vogeltrek, die zeker nog niet voorbij is, gaan we naar de nabij gelegen heide van Ljung.
Vuurgoudhaan
We lopen terug over de golfbaan, bezoeken de vuurtoren en zien in de netten van de vogelringers een kleine vogel hangen. Het blijkt een vuurgoudhaan te zijn. Het vogeltje is duidelijk te herkennen aan de witte wenkbrauwstreep, het duidelijkste determinatiekenmerk van deze soort. Een misverstand wordt opgehelderd. Een veronderstelling is dat het oranje op de kop het kenmerk is van de vuurgoudhaan. Echter mannetjes van zowel goudhaan als vuurgoudhaan hebben een oranje vlek op de kruin. De vrouwelijke exemplaren van beide soorten hebben op deze plaats een gele vlek.
De vuurtoren van Falsterbo.
Roofvogeltrek
Aan de rand van de heide voorbij de rij berken hebben wij en nog tientallen andere vogelaars ruim zicht over het grootschalige terrein. Ook hier ervaren we de vogeltrek op zijn best, aanvankelijk vooral van de roofvogels. Tientallen buizerds, wespendieven en rode wouwen vliegen over ons heen. Drie zeearenden en drie zwarte wouwen maken het geheel wel heel compleet. Gedurende ons verblijf aan de rand van de heide trekken er ook vele kleine vogels over ons heen. Nu wat hoger dan vanmorgen op de punt. De weerstand is afgenomen omdat de windkracht is gezakt naar 2. Groepjes putters (2x15), 5 grote lijsters en 3 overvliegende kraanvogels ronden het verhaal van de heide voor vandaag af. Met 17°C en een zwakke westenwind verlaten we om half twee het gebied.

Näsbyholmssjön
We rijden naar twee meren ten oosten van Falsterbo, een flink stuk rijden maar zeker de moeite waard. Meer is ’sjön’ in het Zweeds. Het Näsbyholmssjön ligt ten zuidwesten van Skurup in de provincie Skåne. Het oorspronkelijke meer, dat een van de grootste meren van Skåne was, werd in de jaren 60 van de 19e eeuw bijna geheel drooggelegd. Op ongeveer dezelfde plaats is een nieuw meer uitgegraven dat op 10 mei 2004 door de Zweedse koning Carl Gustaf XVI is ingewijd. Dit meer heeft een oppervlakte van 45 ha en het watervolume is 600.000 m³. Op het water verblijven honderden grauwe ganzen naast dodaars, kuifeend, knobbelzwaan, fuut, winterkoning, meerkoet, krakeend, kievit, smient, slobeend en één raaf en één zeearend worden gezien. Ongeveer tien bonte kraaien vallen de zeearend in een dode boom lastig. Enkele bonte kraaien gaan later rustig dicht bij de zeearend zitten. Dit gedrag wordt als uitdagend ervaren. Het is vanmiddag bewolkt, maar met 17°C en weinig wind is het aangenaam. Onderweg naar het volgende meer ontdekken we 8 damherten op een flauwe helling.
We rijden door naar Havgårdssjön, 8 km ten zuidoosten van Svedala. Het meer ligt 59 meter boven de zeespiegel en is maximaal 5,9 meter diep. Het omringende gebied is voornamelijk open met kleine en grote bosschages in de buurt. Aan het meer grenzen smalle en ook brede bosstroken. Een open landtong van 25 meter breed loopt tot 250 meter het meer in en wordt begraasd door zwarte en witte koeien, die sommigen voor stieren aanzien. Het is een mooie glooiende omgeving met oude eiken en forse zwarte elzen. We zien er wespendief, grote bonte specht, rode wouw en horen vele sijzen. Hoog boven ons vliegen tientallen kraanvogels. We horen ze tot ze uit het zicht raken. Na een uur rijden we door en stoppen bij een laagte in de buurt. Wilde eend en kuifeend op het water, groene specht in de bosrand en een kramsvogel in de top van een kale dode boom. Het is een jonge vogel. Daarom is niet iedereen er direct van overtuigd dat het om een kramsvogel gaat.
Napraten
Om 18.00 uur zijn we terug in het hostel en rond 19.30 uur genieten we van een heerlijke maaltijd. In de tussentijd wagen Hetty en Isabel een duik in het frisse water grenzend aan ons verblijf. Er zijn daar voorzieningen gemaakt om te zwemmen en een paar Zweden komen er dagelijks even ‘dompelen’. We praten met een drankje na over de belevenissen van vandaag en werken de soortenlijst bij. We komen deze zondag op 80 vogelsoorten. Een paar mensen gaan al vroeg naar bed; het was een lange dag en morgen weer vroeg op. De rest volgt snel!
Smelleken & waterral
Dag 3: maandag 2 oktober
We verplaatsen ons naar de heide. Het blijft bewolkt en er valt korte tijd regen. Hier is weinig te zien: een rode wouw en grote lijsters vliegen over en een haas valt ons op. We maken een wandeling langs de rand van de heide. Het gebied wordt begraasd door koeien; later zie ik dat het er wel 100 zijn. Er is duidelijk sprake van overbegrazing en vermesting: aan de randen verdwijnt de heide en nemen bramen de plaats in. Naast struik- en dopheide komt er kraaiheide voor en ook jeneverbes en gagel zijn onderdeel van de lokale flora. De laatste twee soorten worden door de grazers kort gehouden en halen amper de hoogte van een halve meter. Aan het einde, als we over een uitloper van de Oostzee kijken, zien we een tapuit. We lunchen in ons huis, buiten op het balkon met uitzicht op de Oostzee.

De Oostzee
De Oostzee (of Baltische Zee) is een randzee van de Atlantische Oceaan. De Oostzee is brakker dan de Noordzee vanwege de grote aanvoer van rivierwater en de geringe verdamping. Ongeveer 250 rivieren monden uit in de Oostzee en deze brengen zoet water in. Er stroomt water uit de Oostzee via de straten tussen Denemarken en Zweden naar de Atlantische Oceaan. Een tegenstroom van zouter en zwaarder water brengt ongeveer driekwart hiervan terug, anders had de Oostzee allang zoet water gehad. De overgang van de Oostzee naar het binnenland is heel geleidelijk: geen dijken of hoge duinenrijen. De Oostzee kent dan ook nauwelijks getijdenbewegingen.
Via Flommen naar Skanör Haven
Voor de lange zijde van het schiereiland waarop Skanör en Falsterbo liggen, bevindt zich een langgerekt natuurgebied met de naam Flommen. Het gebied loopt langs twee golfbanen tot aan de punt. Met het busje zet Mariëlle ons af ten noorden van Skanör. We lopen het gebied in via houten vlonders over kreken en langs strandweides, en komen bij de Oostzee. Over het smalle strand gaat de tocht tot aan de haven van Skanör. We passeren tientallen kleine veelkleurige badhuisjes. Er zijn niet veel vogels, maar het gebied is prachtig. We zien er zeelathyrus en boksdoorn, een struik met paarse bloemen en rode langwerpige bessen die oorspronkelijk uit Azië komt. Zeelathyrus is een klimmende of liggende plant, die voorkomt langs de zeekusten van de koele streken van het noordelijk halfrond. In Nederland staat hij op de rode lijst. Het is vanmiddag bewolkt en er valt af en toe een beetje regen. Bij de haven staat Mariëlle met het busje. Terug bij het hostel is er weer ruimte om te zwemmen. Ria en Werner sluiten zich bij de zwemmers aan. Borrel met lekkere hapjes op het balkon en rond 19.30 uur genieten we van een geweldige Indische maaltijd. Tijdens de koffie en thee werken we de soortenlijst bij: 78 vogelsoorten deze dag.
Goudhaantjes
Dag 4: dinsdag 3 oktober

De stop bij dit prachtig meer, dat aan drie zijden omringd is door bossen, is kort. We stappen even uit langs een weg door een hellingbos met oude en jonge beuken. Daar kijken we uit op het lager gelegen meer en zien op het water fuut, krakeend, wilde eend, smient en zilverreiger. We horen een raaf. Het Krageholmssjön ligt 8 km ten noorden van Ystad en behoort tot deze gemeente en de provincie Skåne. Het meer bevindt zich op een hoogte van 43 meter boven de zeespiegel en watert af in de rivier de Svartån, die uitkomt in de Oostzee. Het Krageholmssjön is een relatief klein maar diep meer met een rijk planten- en dierenleven, ook in de aangrenzende bossen. Tijdens de gehele rit naar Fyledalen zien we onderweg 24 overvliegende kraanvogels, 6 rode wouwen, 2 raven, 2 zeearenden en tientallen stormmeeuwen.

Fyledalen
Fyledalen is landschappelijk prachtig. Het is een gebied van circa 2000 ha en bestaat uit heuvels, beukenbossen, een vallei waarin de weilanden zich uitspreiden met in het midden een rustig riviertje, de Fyleån. Het is een van de tien belangrijkste natuurgebieden van Zweden, een Natura 2000-gebied. Het werd 15.000 jaar geleden gevormd aan het einde van de ijstijd. De vallei is 20 kilometer lang en wordt gekenmerkt door oude beukenbossen. De naam Fyledalen zou misschien afkomstig kunnen zijn van het oude woord ’fyle’ dat veen of vochtige weide betekent. Het is op veel plaatsen nog vochtig in het dal, waar geen sloten zijn gegraven. De gesteenten uit de geologische periodes Krijt-Jura-Trias zijn tussen de 230-65 miljoen jaar oud. Ze zijn hier boven de grond in Fyledalen te bestuderen voor onderzoek en onderwijs. We stappen uit op een kleine parkeerplaats op een heuvel. Vanuit een hoger liggend weiland kijken we over het dal met aan de andere zijde beboste hellingtoppen. Dit is het gebied van de steenarenden. Twee vogelaars op stoeltjes vertellen de steenarenden deze ochtend gezien te hebben. Helaas laten ze zich nu niet zien. Een aantal mensen struint langs de rand van het dal. Op twee verschillende plekken nabij de beek laat een grote gele kwikstaart zich horen. Ook zeearend en torenvalk worden gezien en we horen een raaf.
Witkopstaartmees

Fyledalen:
op zoek naar de steenarend.
Terug langs de eerste stopplaats in het dal nemen we nog een kijkje over de heuvels en de bossen. Op de helling aan de overkant hebben zich tientallen herten verzameld. Ze liggen er ongestoord. Het zijn zowel damherten als edelherten. Onder de damherten (74) bevinden zich enkele zwarte exemplaren. Van de 4 edelherten zijn er 2 bokken, 1 geit en 1 jong. Als de jonge bok tegen de oude opspeelt, verdwijnt deze in het bos. Plotseling verschijnt een steenarend boven de bosrand, een tweede laat zich zelfs zien! Eén exemplaar is heel goed te zien. De steenarend is net iets groter dan de zeearend. We zien duidelijk de lichte kop en de nog lichtere banden op de vleugels. Als er ook nog 2 overvliegende kruisbekken worden gedetermineerd is de optelsom snel gemaakt: een geslaagde middag, ondanks de bewolking met enkele korte regenbuien. Tijdens een afsluitend rondje met het busje door het gebied over vooral onverharde wegen kunnen we ons een nog beter beeld vormen van dit prachtige gebied. Op de terugweg valt er meer regen en zien we ooievaars in een veld. Een bos van grove dennen valt op omdat een dergelijk bos al eerder is gezien: de bomen staan ver uit elkaar (gedund) en zijn kaarsrecht. Deze zijn zeker voor het hout geplant, waarschijnlijk met een specifiek doel. De dag wordt weer afgesloten door de vier ‘bikkels’ in het frisse water (15,5°C) en een lekkere wraps maaltijd van Mariëlle. En voor het slapen gaan nog even de soortenlijst: 85 vogel gezien soorten vandaag.

Een ongelooflijk schouwspel
Dag 5: woensdag 4 oktober
Arriesjön
Het eerste doel is het Arriesjön, ruim 5 km ten zuidoosten van Malmö. Deze nu groene oase was vroeger een grindgroeve. Al in de 18e eeuw werd er in dit gebied naar grind gegraven. In het begin van de 20e eeuw is er een zandsteengroeve gevestigd. Veel huizen in Malmö zijn gebouwd met stenen uit deze groeve. Het bijna 25 ha grote Arriesjön is 5 meter diep. Het is een recreatiegebied voor onder andere de sportvisserij en onderdeel van een 59 ha groot natuurgebied. Volgens een informatiebord broeden er verschillende soorten spechten en de roodhalsfuut. Nu dobberen er alleen enkele meerkoeten op het water. Wel vallen de tientallen met fel rode bessen gevulde meidoornstruiken op. We zien nog onze tweede veelvraat (rups) van deze reis. Snel gaat het naar het volgende meer. Onderweg vullen rode wouw (4), kraanvogel, kievit, stormmeeuw en 3 reeën het lijstje aan.
Het Krankesjön is omgeven door weilanden, rietvelden en bossen. Het is een militair oefengebied, 15 km ten oosten van Lund. Alleen het zuidoostelijke deel van het meer is te bewandelen. In het voorjaar broeden er talrijke vogels. In de vorige eeuw hebben de helderheid van water en het verdwijnen van onderwaterplanten veel invloed gehad op de watervogelbevolking. Rond de eeuwwisseling is de waterstand verlaagd door turfwinning. Het ooit vrij diepe meer is nu ondiep met veel riet langs de oevers. Wat hoger op de oevers staan talloze zwarte elzen waaronder een aantal zeer grote exemplaren. Een hoge uitkijktoren, een vlonderpad door een rietveld en een kijkhut aan het meer bieden volop gelegenheid de vogels te bekijken. Boomklever, grote zilverreiger (3), klapekster en opnieuw 5 witkopstaartmezen zien we hier. De prachtige witkopstaartmezen laten zich opnieuw goed bekijken. De klapekster is erg mooi te bewonderen vanaf de top van de toren. Van bovenaf, door de zon belicht is hij een klein wonder. Kort, maar goed zichtbaar vliegt boven op de toren een notenkraker langs ons heen. De forse snavel en de korte brede vleugels zijn typerend voor deze soort.
We rijden door naar een steengroeve bij Hardeberga. De groeve is nog volop in gebruik, met veel machinelawaai en de afvoer van stenen door grote vrachtwagens. De wat rustigere delen van deze vrij grote groeve zijn mogelijk de verblijfplaats van de oehoe, waar we naar op zoek zijn. Het weer is ondertussen guur en er vallen flinke regenbuien. De oehoe komt helaas niet in beeld. De nabij gelegen kerk is met stenen uit de groeve gebouwd. Op de terugweg zien we vele tientallen fazanten bijeen op een groot veld. Wat verderop verblijven ook flinke concentraties van deze soort; dit wijst op uitzetting voor de jacht.
Het is de laatste dag van ons verblijf in Zweden. De zwemlustigen nemen ondanks de stevige wind nog een laatste frisse duik. Onze kok/chauffeur Mariëlle bereidt voor ons een waardig afscheidsmaal met gebakken zalmmoot, gegratineerde bloemkool en een puree van aardappelen en knolselderie. Verrukkelijk!
Ik heb, en de hele groep heeft met mij enorm genoten van de vogeltrek op de punt bij Falsterbo en op de heide van Ljung. Ongelooflijke ervaringen waren het. Door de groep zijn in totaal 110 verschillende soorten vogels waargenomen. Prachtig was ook het landschap van Zuid-Zweden, vooral van de provincie Skåne waar we verbleven, met de meren, vaak omringd door prachtige natuur, waaronder oude eiken en forse zwarte elzen. Dit alles in een licht glooiend landschap met karakteristieke boerderijen en dorpjes. Naast grootschalige agrarische gebieden zijn we ook meer kleinschalige boerengronden tegengekomen, met bomen en struiken omzoomd. De laatste dag in Zweden is bijna het einde van een zeer goed georganiseerde reis met geweldige ervaringen.

Falsterbo-Groningen
Dag 6: donderdag 5 oktober