Oeverzwaluwen en andere broedvogels in de Dongevallei in 2026
Van een laag aantal vogelsoorten is een redelijk hoog aantal territoria vastgesteld
Van de oeverzwaluwen in de kunstmatige oeverzwaluwwand ten zuiden van de Reuverlaan in de Dongevallei in het westelijke stadsdeel van Tilburg zijn dit jaar 37 broedparen vastgesteld. De bezetting van de nestgangen door oeverzwaluwen wordt op verschillende manieren bepaald. Het meten van de diepte van nestgangen is daar een onderdeel van. Sommige gaten worden niet meer dan 20-30 cm uitgegraven. Bewoonde nestgangen kunnen wel tot één meter diep zijn. Het in- en uitvliegen van geschikte nestgangen wordt meerdere malen op verschillende data vastgesteld. In de tweede helft van juni worden al om voedsel bedelende jonge oeverzwaluwen in de openingen van meerdere nestgangen aangetroffen. Inclusief 2026 (37) is in de voorbije vier jaar de oeverzwaluwwand in wisselende aantallen bezet door oeverzwaluwen: 2025 (35), 2024 (39) en 2023 (56). Deze kunstmatige broedgelegenheid is sinds 2013 beschikbaar en werd ook bezet in 2014, 2015, 2016, 2018, 2019 en 2021. In een vergevorderd stadium van het broedseizoen van 2026, de eerste week van juli, zijn enkele oeverzwaluwnestgangen met een endoscoopcamera bekeken. Met deze aanvankelijk onervaren poging is vastgesteld dat oeverzwaluwen veel nestmateriaal gebruiken, bestaande uit dons- en andere kleine veren. Veel jonge oeverzwaluwen zijn al uitgevlogen. Wel zijn er veel insecten, in allerlei soorten, in de nestgangen aangetroffen.
De Dongevallei is in de
eerste opzet aangelegd als een ecologische verbindingszone tussen de
natuurkerngebieden Regte Heide/Riels Laag en de Lange Rekken. Nu staat het op
de borden als natuurgebied aangekondigd. Het meest noordelijke deel is als
eerste gerealiseerd. Aan beide zijden van de genormaliseerde en verplaatste
beek is van een strook van ongeveer 75 meter de overbemeste bovenste laag grond
afgegraven. De loop van de beek is meanderend gemaakt, op
verschillende plaatsen verlegd en opgesplitst om een groot eiland te creëren. Er
zijn diverse poelen van uiteenlopend formaat gegraven, open vlaktes gecreëerd
en permanente laagtes aangelegd met het oog op ruigtes en hooilandvegetaties.
De Dongevallei is geheel omheind om de Schotse Hooglanders in het gebied te
houden en de bezoekers erbuiten. Via bruggen met fietspaden is het gebied op
meerdere locaties te doorkruisen.
Broedvogels vastgelegd volgens richtlijnen Sovon
Vanaf
het voorjaar van 2004 leg ik de aantallen en de soorten broedende vogels in de
Dongevallei vast, volgens de richtlijnen van het BroedvogelMonitoringProject
(BMP) van Sovon. Sovon brengt de ontwikkelingen in aantal en verspreiding in
kaart van alle wilde vogelsoorten in Nederland. Bij het vaststellen van
territoria wordt op het broedgedrag van de vogels gelet. Tijdens elk van de 8
telronden in het broedseizoen, beginnend bij zonsopgang, worden ter plekke de
gegevens van mogelijke broedvogels in de app Avimap ingevoerd. Alle
broedvogeltellingen en ook de jaartellingen in de Dongevallei zijn vanaf een vaste
route vastgesteld. Ongetwijfeld hebben daarbuiten ook broedvogels pogingen
gedaan zich voort te planten.
Van een laag aantal vogelsoorten is een
redelijk hoog aantal territoria vastgesteld
In
het broedseizoen van 2026 zijn volgens de BMP-richtlijnen van 35 vogelsoorten bij
elkaar 198 territoria vastgesteld. Met een gemiddelde van ruim 37 vogelsoorten
over 23 jaar broedvogels inventariseren zijn de 35 vogelsoorten van 2026 aan de
lage kant. Het aantal van 198
vastgestelde territoria is dan weer hoog ten opzichte van het gemiddelde van 186
over dezelfde periode. De oorzaken van deze uiteenlopende cijfers zijn divers;
bij de soortbespreking komt de mogelijke oorzaak bij enkele vogelsoorten naar voren.
Over de gehele inventarisatieperiode (2004-2026) zijn bij elkaar van 63
vogelsoorten territoria vastgesteld, één of meerdere malen. Dit jaar zijn van
28 vogelsoorten géén territoria vastgesteld.
Per soort
Om
niet mijn hele waarnemingenbestand te hoeven wijzigen, houd ik nog steeds de
oude volgorde van de vogelfamilies aan waar ik in de jaren 80 mee begonnen ben.
Die basis heb ik uit oude versies van de Petersons vogelgids en een
streepjeslijst van de NOU. Deze volgorde aanhoudend beschrijf ik kort of soms
wat langer de soorten waarvan een territorium, met een cijfer van het aantal
erachter, is vastgesteld. Ook soorten waarvan in 2026 geen territorium is
vastgesteld, krijgen aandacht. De fuut (3) verschijnt als eerste in de reeks
van broedvogels in de Dongevallei van 2026. Van 3 paren futen zijn nesten met
eieren en jonge vogels gezien.
Zwanen,
ganzen en eenden
Van
de knobbelzwaan (2) is slechts één paar succesvol in 2026. Het andere paar is
lastiggevallen door de vos. Deze rover was ook in 2025 verantwoordelijk voor het
mislukken van alle broedpogingen van deze soort. In alle voorgaande jaren zijn
broedgevallen van knobbelzwanen vastgesteld, tussen twee en vijf territoria.
Van de zwarte zwaan zijn sinds 2020 geen territoria vastgesteld. De laatste
vaststellingen van twee territoria van de grauwe gans waren in 2022. Van de
soepgans is in 2026 voor de eerste keer géén territorium vastgesteld. Alle
voorgaande teljaren wel. Van de nijlgans (1) en de wilde eend (2) zijn juist
uitgekomen donsjongen gezien. Bij de krakeend (1) en de kuifeend (1) gaat het
om voldoende geldige waarnemingen binnen de datumgrenzen. Kort na het afsluiten
van het plot zijn drie jonge, al wat grotere kuifeenden in het gebied gezien. Van
de soepeend zijn geen territoria vastgesteld dit jaar.
Grote
Canadese gans
Over
de exotische grote Canadese gans (17) is veel te zeggen. Het is een vogelsoort
die iedere bewoner van de Reeshof inmiddels kent. De in Nederland broedende
populatie grote Canadese ganzen is ontstaan uit ontsnapte en losgelaten
kooivogels. Vanaf 1974 deed de soort pogingen tot broeden, maar die mislukten
veelal de eerste jaren. Met in het jaar 2000 al 1200 broedparen, vooral in
Noord- en Zuid-Holland, het westen en het midden van Noord-Brabant, is de
explosieve groei van deze soort niet meer te stuiten (12.000-16.000 broedparen
in de periode 2018-2020).
Naar
de top en terug
In
2005 is het eerste broedgeval van de grote Canadese gans in de Dongevallei
vastgesteld. Het aantal broedparen steeg tot een recordaantal van 45 in het
jaar 2008. Binnen de omheiningen van de Dongevallei is de soort ongebreideld
vermeerderd en gedomesticeerd. De inmiddels tamme ganzen trekken de Reeshof in
om zich ook daar voort te planten. Door predatie van vossen en bestrijding door
een ingehuurd bedrijf daalt het aantal broedparen in de Dongevallei na dit
topjaar snel. In 2026 zijn 17 territoria vastgesteld. Er zijn dit broedseizoen
meerdere dode grote Canadese ganzen bij nesten gevonden en her en der talloze
gekraakte eieren aangetroffen. De meeste aangetroffen nesten zijn niet
succesvol en al snel geroofd of deels weggehaald en bewerkt. Toch weten deze
volhouders enkele tientallen jongen groot te brengen. Een lage schatting brengt
het aantal op minstens 30 stuks.
Jonge grote Canadese gans op nest
Verdwenen vogelsoorten
Van
een aantal vogelsoorten zijn in het verleden een of meer territoria vastgesteld
in de Dongevallei. Van de beoogde vogelsoorten broeden de meeste al jaren niet
meer in het gebied. Bebouwing van de aan de Dongevallei grenzende braakliggende
velden, de aanleg van de wijk Koolhoven en ook andere bebouwing in de buurt
vergroten de afstand tussen de Dongevallei en het buitengebied. De torenvalk
broedde in 2005 en in 2006 in het gebied. Toenemende begroeiing en het
vergroten van de afstanden naar geschikte foerageergebieden deden de kleine roofvogel
verdwijnen. Ook de fazant, tot 2014 bijna jaarlijks broedvogel, laat zich niet
meer verleiden om te broeden in de Dongevallei. Beide soorten zijn overigens in
de meeste aan de stad grenzende buitengebieden als broedvogel verdwenen. Ook de
kievit (2004 & 2005), de watersnip (2004 & 2006), de gele kwikstaart
(2005), de blauwborst (2004, 2005 & 2006), de braamsluiper (2021) en de
bonte vliegenvanger (2007) behoren niet meer tot de broedvogels van de
Dongevallei en zullen dat naar alle waarschijnlijkheid niet meer worden. Een
van de laatste territoria van de kuifleeuwerik is in 2005 in de Dongevallei
vastgesteld. De kuifleeuwerik behoort inmiddels tot de in Nederland
uitgestorven vogelsoorten.
Er
is nog hoop
Voor
een aantal vogelsoorten die al enige jaren niet meer in de Dongevallei broeden,
is nog hoop. Het is niet uitgesloten dat ze door bijvoorbeeld kleine
veranderingen in het gebied of de omgeving in de toekomst nog eens gaan broeden.
Het gaat om de volgende vogelsoorten, met vermelding van het laatste jaar dat
een territorium werd vastgesteld: kleine plevier (2013), witte kwikstaart
(2021), zwarte roodstaart (2017), roodborsttapuit (2010), bosrietzanger (2016),
spotvogel (2023), wielewaal (2014), kauw (2012), putter (2022), kneu (2010) en
de rietgors (2011).
Dit
jaar niet, maar …
Een
viertal vogelsoorten is een regelmatige broedvogel in de Dongevallei, maar heeft
2026 overgeslagen. De groenling behoorde tot dusver twintigmaal tot de
broedvogels. Deze vinkachtige ontbrak dit jaar en er zijn minder territoria
vastgesteld sinds 2021. Ook in 2022 ontbrak de soort als broedvogel. Onder
andere onder groenlingen heerst een ziekte, het geel genaamd, veroorzaakt door
de parasiet Trichomonas gallinae. Dit is een eencellig organisme dat leeft
in de keel, slokdarm en krop van vogels. Hoewel er dit jaar enig herstel is
vastgesteld, is ook tijdens meerdere jaren in het Noorderbos, aan de noordzijde
van Tilburg, een terugval en het ontbreken van broedende groenlingen
vastgesteld. De gaai broedde niet in de Dongevallei dit jaar, wel in vijf
voorgaande jaren. De holenduif was in 2025 een nieuwe broedvogel, maar
ontbreekt dit jaar. De groene specht is een regelmatige broedvogel, vastgesteld
tijdens twaalf voorgaande jaren, maar laat zich tot dusver dit jaar niet horen
of zien.
Meerkoetnest met eieren
Vaste broedvogels
Naast de al in dit artikel beschreven soepgans, wilde eend en soepeend behoort nog een veertiental vogelsoorten tot de vaste broedvogels van de Dongevallei. Van deze verschillende vogelsoorten zijn één of meerdere territoria vastgesteld vanaf het begin van de broedvogeltellingen in 2004 tot en met dit jaar. Van het waterhoen (6) zijn door de jaren heen wisselende aantallen (3-9) territoria vastgesteld. De lineaire trendlijn is echter stabiel over al die jaren. De meerkoet (8) is over de jaren heen gezien een licht afnemende soort. Met maar zes territoria dit jaar, in een wisselende reeks van enkele jaren, zet de afnemende trend zich door. Topjaren zijn 2011 (23), 2016 (22) en 2017 met 23 vastgestelde territoria. De scholekster (3) laat in de trendlijn van het aantal vastgestelde territoria een lichte stijging zien. In de eerste zeven teljaren is steeds maar één territorium vastgesteld. Later zijn er pieken van drie territoria vastgesteld. Ondanks een zeer voorzichtig begin, met enkele dips in het midden van de reeks en een bescheiden einde, zit de houtduif (9) behoorlijk in de lift. Van de Turkse tortel (2) zijn uiteenlopende aantallen (1-7) territoria vastgesteld gedurende deze reeks. Vaak is het nest aan de rand van de Dongevallei of juist daarbuiten gevestigd, maar voldoende geldige waarnemingen binnen de grenzen zijn steeds goed voor het vaststellen van meerdere territoria. Van de heggenmus (2) blijft de trendlijn gelijk gedurende de reeks; de aantallen territoria variëren tussen één en vijf.
Trendlijnen
dalingen en stijgen
De
verzamelde gegevens van de merel (7) weerspiegelen een lichte stijging
in de trendlijn, ondanks de dips veroorzaakt door het usutuvirus. De aantallen
jaarrond waargenomen merels, tot en met 2025, laten een lichte daling van de
trendlijn zien. Ook die van de kleine karekiet (6) is licht gedaald. Het
aantal vastgestelde territoria van de tjiftjaf (16) is dit jaar met één
gedaald. Het aantal is echter, over heel de periode berekend, flink gestegen.
Dat is het gevolg van de toename in aantal en hoogte van de begroeiing van
voornamelijk de bomen. Hetgeen echter negatief werkt op de aantallen van de fitis
(2), die veel meer een vogel van halfopen gebieden is. Na een stabiel begin
en een periode met hoge aantallen territoria (10-14) is de dalende lijn van
deze soort niet meer te stoppen door een veranderde biotoop. De territoria van
de pimpelmees (4) en de koolmees (9) zijn in de loop van de jaren
beide iets toegenomen. Die van de koolmees iets meer dan die van de pimpelmees.
Het aantal vastgestelde territoria van de zwarte kraai (4) is licht
toegenomen. Wisselingen in aantallen verlopen meestal golvend. Vinken (7)
hebben als broedvogel de eerste jaren van dit decennium een flinke stijging
beleefd, maar zijn daarna weer ongeveer gehalveerd in aantallen. Door lage
aantallen vastgelegd in de eerste helft van deze reeks is de trendlijn toch
stijgend.
IJsvogel bij broedwand
Koekoek
en ijsvogel
Alle
vogels zijn bijzonder voor mij, maar de koekoek (1) en de ijsvogel
(1) hebben iets speciaals. In de Dongevallei zijn voldoende gegevens
verzameld voor het vaststellen van één territorium van de koekoek in 2026. Ook
in 2021 was dat het geval. De koekoek verspreidt zijn broedperikelen gewoonlijk
over een groot gebied. Het is aannemelijk dat in beide jaren de Dongevallei
slechts een onderdeel van het broedgebied van de koekoek is geweest. In het
visrijke water in het hele stadsdeel de Reeshof voelt de ijsvogel zich thuis.
Buiten de grenzen van de Dongevallei doen vele waarnemingen van ijsvogels en
ook broedgevallen de ronde; onbevestigd, maar voor waar aangenomen! Al voor de
aanleg van de vijf ijsvogelwanden zijn er gedurende twee jaar (2010 & 2011)
territoria van de ijsvogel vastgesteld in de Dongevallei. Pas vanaf 2016 is de
ijsvogel een jaarlijkse broedvogel in de Dongevallei, met pieken van vier
territoria in 2019 en in 2024. Tijdens drie voorbije broedseizoenen (2023-2025)
broedde een paar ijsvogels in de oeverzwaluwwand met steeds drie broedsels per
jaar. In 2026 was maar één van de ijsvogelwanden bezet. Hoewel er wel enige
herstelwerkzaamheden aan de wanden zijn uitgevoerd, zijn de meeste wanden
momenteel in een slechte staat van onderhoud, wat zeker invloed zal hebben op
de aantallen broedende ijsvogels als dat niet verbetert.
Meer
bomen en struiken, meer …
Flinke delen van het gebied worden geklepeld om het open te houden. Mocht dit jaarlijkse onderhoud achterwege blijven, dan zou het gebied binnen enkele jaren door opschot van bomen en struiken ondoordringbaar en onoverzichtelijk worden. Buiten de jaarlijks opengehouden delen groeien de bomen en struiken in de andere delen gestaag door. Meer bomen en struiken trekken meer vogels aan die hun biotoop vinden in bossen en struikgewas. De trendlijn van de grote bonte specht (1) is stabiel, met een nest met jongen en twee territoria in 2025. Van de gaai (0) is in 2026 geen territorium vastgesteld, wel in 2014, 2016, 2017, 2020, 2022 en 2025. Wel een stijgende lijn dus voor dit lid van de kraaienfamilie. Ook de aantallen vastgestelde territoria van de winterkoning (12), roodborst (6), boomkruiper (4), tuinfluiter (4) en zwartkop (16) zijn vanaf het begin van deze serie broedvogeltellingen toegenomen. Soms in mindere, maar ook in meerdere mate. Lage solitaire struiken en jonge bomen komen nog wel voor in de Dongevallei, maar het totale beeld wordt voor de grasmus, gezien de lichte daling van de trendlijn, een te dichte bedekking met bomen. Dwars op dit beeld staat echter het aantal vastgestelde territoria van de grasmus (4) in 2026, waarvan twee territoria zich op een locatie bevinden die in aanmerking komt voor een overlap met aangrenzende geschikte gebieden.
Wat
rest
De
zanglijster (1) is een vogelsoort die nogal eens wisselt van zangpost.
Regelmatig is de zanglijster dan ook gehoord buiten de grenzen van het
telgebied. Van de zanglijster is zesmaal een territorium vastgesteld gedurende de
broedvogeltellingenreeks. Van de staartmees (1) is tijdens acht teljaren
één territorium vastgesteld in de tweede helft van de reeks. De spreeuw (3)
broedde in de eerste helft van de reeks enkele malen in het meest zuidelijke
deel, mogelijk in natuurlijke nestholtes, maar waarschijnlijk onder de daken van
de aangrenzende woningen. In het tweede deel van de reeks bezetten meerdere
paren nestkasten en ingebouwde nestgelegenheden in woningen in het middendeel,
waardoor de trendlijn steeg. De eerste twee teljaren van de reeks ontbrak de ekster
(3) als broedvogel. Daarna steeg de trendlijn flink, met een lichte dip
vanaf 2024.
Diverse
oorzaken van de veranderingen
Verder
rest te zeggen dat de veranderingen in de landelijke vogelbevolking en de
wijzigingen in de directe, maar ook de wat wijdere omgeving van het gebied een
belangrijke invloed hebben op de aantallen en de soorten vogels die in de
Dongevallei broeden. De successie, toename van de bomen en struiken in hoogte
en omvang, bepaalt ook voor een belangrijk deel de omvang en de soorten van de
broedvogelpopulatie in het gebied.
Naast de broedvogeltellingen in het voorjaar tel ik ook tweemaal per maand de rest van het jaar voorkomende vogels. Mocht je meer interesse hebben, met het oog op eventuele voortzetting van deze boeiende reeks in de toekomst, neem dan contact met me op.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten