dinsdag 9 februari 2016

Dongevallei; Vogeltelling 06-02-2016




Overvliegende ganzen in een mooie V-Vorm.


 
 
Zaterdag 6 februari 2016, 09.00 u. – 12.00 u.
Halfzware wisselende bewolking, matige tot krachtige wind toenemende wind,
7°C tot 9°C.

 
Vogeltelling in de Dongevallei door Ad Kolen.

 

Vogels
 
Fuut
1
Aalscholver
7
Zwarte zwaan
2
Knobbelzwaan
26
Grauwe gans
1
Soepgans
33
Grote Canadese gans
275
Nijlgans
2
Bergeend
1
Krakeend
14
Wilde eend
72
Soepeend
10
Krooneend
1v
Tafeleend
1p
Kuifeend
19
Waterhoen
10
Meerkoet
23
Scholekster
3
Watersnip
1
Kokmeeuw
75
Stormmeeuw
8
Zilvermeeuw
5 juv.
Houtduif
24
Turkse tortel
1&1z
IJsvogel
1m
Groene specht
1
Winterkoning
1z
Merel
1
Koolmees
5
Gaai
1
Ekster
9
Kauw
17
Roek
13
Zwarte kraai
7
Vink
2
Putter
26
Sijs
14
Aantal vogels
715
Aantal vogelsoorten
37
Zoogdieren
Konijn
10

  
Direct aan het begin van de telling vliegt een flinke groep ganzen over. Ze vliegen hoog en het licht is niet toereikend om ze te determineren. Gefotografeerd lukt het ook niet het beeld heel duidelijk te krijgen. Is ook niet van belang ze vallen niet binnen de telling.
 
Vooral in het meest noordelijk teldeel is op meerdere plaatsen door Schotse Hooglanders de schors van de stammen en lage takken van wilgen afgegeten. Een verschijnsel dat al enkele opeenvolgende jaren gezien wordt.
 
Enkele madeliefjes staan in bloei.
 
Een paar Zwarte kraaien verjaagd een paar Eksters uit de top van een zwarte els en gaan er zelf zitten.
 
Het paar Zwarte zwanen zwemt vanaf de vaart in het verlengde van de Reuverlaan het telgebied in. Onderzoek heeft uitgewezen dat ze regelmatig tot aan het einde van dit water naar voedsel zoeken.
 
Al weer Scholesters in het gebied, al de broedvogels of doortrekkers?



 
 
Een vrouwtje Krooneend op de plas bij de Reuverlaan. Het vrouwtje Tafeleend wat er al enkele maanden verblijft, heeft gezelschap van een mannetje gekregen.
 
Een dode Kokmeeuw bevindt zich voor een deel in een kuiltje in de zanderige bodem. Mogelijk het werk van een vos. De borst is aangevreten.
 
Weer een erg hoog aantal Canadese ganzen genoteerd; 275. Er zijn nauwelijks verplaatsingen van deze soorten binnen het gebied. Soms zijn er verplaatsingen waarbij het vaststellen van juiste aanwezige aantallen niet mee valt. Vandaag was het heel eenvoudig, de meeste exemplaren waren in ruste. Deze erg hoge aantallen zijn uitschieters maar zitten wel bij de topaantallen van de laatste jaren; 290, 301, 266. Gemiddeld lang het aantal op 96 in 2015 en eenmaal ontbraken ze. In 2014 lag het gemiddelde een stuk lager, 69 per maand. Ook ontbrak de soort tijdens een telling.
 
 
 
 
In de nieuwsbrief ’vogelsenzo’ staan de artikelen uitgebreider.
abonneer je door een e-mail te sturen aan: adkolen@kpnmail.nl

 
 

maandag 8 februari 2016

Kleine mantelmeeuw

 
 

 Ad Kolen
 Meeuwen behoren zoals Kraaien niet tot de aaibare, de meest geliefde vogelfamilies. In werkelijkheid zijn het boeiende, intelligente vogels, die bewezen hebben zich te kunnen aanpassen aan overheersende menselijke invloeden.
 
Van oorsprong zijn het zeevogels. In  mijn woonplaats Tilburg lijkt het soms ook of je aan de kust verblijft. Op de grens van oude en nieuwere stadsdelen, bij de brug over het Wilhelminakanaal aan de Oude Lind, hoor en zie je op een mooie dag 4 verschillende soorten meeuwen. Het geluid, het krijsen, is van iedere soort verschillend zoals de zang van zangvogels.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                           
De Kokmeeuw, de Stormmeeuw en de Zilvermeeuw zijn in stad en dorp vooral in de herfst en de winter te zien. Nu in maart verschijnt de Kleine mantelmeeuw weer ten tonele en verdwijnen de meeste exemplaren van de andere soorten. Ze zoeken hun broedgebieden op. Buiten de Kokmeeuwen broeden de meeste meeuwen aan de kust.
De Kleine mantelmeeuw is het meest succesvol van de hier voorkomende meeuwen. Met 100.000 broedparen is de broedpopulatie het dubbele van de aantallen broedende Zilvermeeuwen. De hoeveelheid Zilvermeeuwen is sterk afgenomen. Ook Kleine mantelmeeuwen staan nu onder druk. Het afdekken van vuilstortplaatsen en het voorkomen van vossen in duingebieden zijn bepalend daar in.
 
 
 
 
De Kleine mantelmeeuw broedde pas in 1926 voor het eerst in ons land, op Terschelling! Hun succes is  mede te danken aan het vermogen dat ze voedselvluchten kunnen maken tot ver van hun broedkolonie. Tot op soms ruim 100 km. afstand foerageren ze,  in het binnenland of op zee. De dichtstbijzijnde broedkolonie is gevestigd op Industrieterrein Moerdijk. Toch verblijven er flinke aantallen Kleine mantelmeeuwen in het voorjaar hier in de stad. Broedend Zilvermeeuwen zoeken op niet meer dan enkele tientallen kilometers van hun broedplaats aan de kust voedsel. Tilburg ligt dan ook buiten hun bereik in het voorjaar.
 
Meeuwen zijn zeevogels met lange vleugels. Ruim 50 soorten bevolken de wereld. Enkele soorten daarvan verblijven regelmatig aan land en broeden er soms. Hun nest bouwen ze op de bodem of rotswanden, vaak bij water. Het verenkleed is merendeels wit, met grijze of zwarte rug en vleugels. Over het algemeen zijn ze robuuster, met bredere vleugels en langere poten dan de meer sierlijke sterns. Door de langere poten lopen ze ook gemakkelijker.

 
Voor velen is een meeuw een meeuw! Maar volwassen meeuwen zijn gewoonlijk vrij  makkelijk op naam te brengen. Iedere soort heeft een eigen combinatie van grootte, kleur van bovendelen, vleugelpunttekening en snavel- en pootkleur. Bij niet volwassen meeuwen wordt het een stuk lastiger.

 
Met een beetje interesse zijn de 4 hier voorkomende meeuwsoorten wel uit elkaar te houden. Zelfs de jonge vogels zijn te onderscheiden, ze kenmerken zich door een zwarte band aan het einde van de staart.

 
De Kleine mantelmeeuw springt er uit door de donkere vleugels  en de gele poten. Grote broer; de Grote mantelmeeuw komt alleen langs de kust voor en soms langs de grote rivieren. De geluiden zijn duidelijk dieper dan het bekende krijsen van de Zilvermeeuw, door sommigen aangeduid als ’de zeemeeuw’, de enige soort!  De Zilvermeeuw is van het zelfde formaat maar de vleugels zijn lichter grijs. Het uiterlijk is ’’strenger’.

 
De ronde kop met het zwarte oog maakt dat de Stormmeeuw een stuk vriendelijker toont. Het iets grijzere vleugeldek (dan van de Zilvermeeuw) en de geelgroene poten maken van deze soort ook een unieke verschijning. De meest bekende en talrijkste is de Kokmeeuw met zwarte kop en rode poten.

 
 
 
 
Een blik op een groep meeuwen is zeker de moeite waard, kijk eens tot hoeveel verschillende soorten je komt!
  
 
 


 
In de nieuwsbrief ’vogelsenzo’ nr. 8 staat dit artikelen uitgebreider.
 
Abonneer je door een e-mail te sturen aan: adkolen@kpnmail.nl