zondag 12 november 2017

Noorderbos; Onderhoud!




Grote parasolzwammen groeien soms dicht bij elkaar!


Ad Kolen
 

Woensdag 7 november, 07.53 u. – 11.30 u.
Toenemende grondmist, later lichte bewolking met zon,-3°C.tot 6°C.  
 
 
Vogeltelling in het Noorderbos in Tilburg Noord. 

Aanvankelijk is het zicht niet slecht, later vormt zich grondmist en verspreiden zich dampen van het water uit plas over de omgeving. Ondanks de mist en behoorlijk wat werkzaamheden op verschillende plaatsen worden er toch wel leuke dingen waargenomen. Met de zon en nauwelijks wind wordt het ondanks de lage temperaturen nog wel enigszins aangenaam later.

 
 

Vogels
Fuut
1
Grote zilverreiger
1
Blauwe reiger
3
Soepgans
1
Grote Canadese gans
78
Wilde eend
44
Soepeend
2
Buizerd
2
Meerkoet
2
Groene specht
1
Grote bonte specht
1
Winterkoning
5
Heggenmus
1z
Roodborst
3&1z
Merel
4
Kramsvogel
10
Staartmees
8
Matkop
2
Pimpelmees
3
Koolmees
10
Boomklever
1
Boomkruiper
1
Gaai
6
Kauw
3
Zwarte kraai
2
Spreeuw
10
Vink
104
Keep
38
Groenling
11
Kneu
4
Goudvink
4
Aantal vogels
364
Aantal vogelsoorten
31
In het noordelijk deel steken 2 reeën heel rustig een pad over en lopen door de begroeiing richting de Udenhoutse weg. Het lijken nog vrij jonge exemplaren. Daar ik stil blijf staan merken ze me niet op!

 
 
Werkzaamheden aan een duiker in de Zandley.
 


Bij de duiker in de Zandley nabij het populierenbos, waar eens IJsvogel zijn nest bouwde, is het een drukte van belang. Zware graafmachines, rijplaten en hekwerken hebben dit stuk ontoegankelijk gemaakt. Mannen in gele pakken en helmen op zijn er druk bezig. Een van de medewerkers stelt me welwillende op de hoogte. Een duiker in de Zandley is verzakt en wordt hersteld. Ze moeten nog bekijken of hij beschadigd (gebroken) is anders komt er een nieuwe in.

 De 2 zandstortwallen reiken ver de plas in. Al vanaf 2008 wordt de erg diepe zandwinplas opgevuld met overtollig zand van bouwprojecten uit de weide omgeving. Ook worden resten van uitgravingen van plassen en vennen gestort. Vaak is het materiaal nat en drijven grote hoeveelheden waterplanten op het water na dergelijke stortingen. Aannemer Heijmans regelt en weegt de zandtransporten. Het uiteindelijke doel, in opdracht van de provincie, is de bodem te verhogen tot een diepte van 4 meter onder de waterlijn. Een gunstigere diepte voor allerlei natuurlijk processen! Steeds meer vraag ik me af of het doel nog niet bereikt is, of men rekening houdt met de werkelijke waterstand, als er niet meer gestort wordt. Al het zand wat in de zandstortwallen is verwerkt moet er natuurlijk ook nog in!
 
 





Zandstortingen in de Noorderplas.


Flinke delen van de zandstortwallen worden niet regelmatige en bereden zijn begroeid met vele wilde planten. De planten zijn nu verdord maar zaden bevatten ze voldoende of die zijn op de bodem te recht gekomen. Flinke aantallen Vinken, Putters, Groenlingen, en ook Kneuen hoor ik, komen er op af om hun buik te vullen.
 
 


Onderhoud !
 
Eerder al opgemerkt dat de dubbele eikenlanen, aan de zuidwest zijde rondom de bomen zijn geschoond. Met zwaar materiaal is de begroeiing aan beide zijden van de zandweg verwijderd. Een deel van de gaspeldoornstruiken is blijven staan, maar een deel is verwijderd. Beschadigingen zijn daardoor ontstaan! Een dubbele eikenlaan vanaf de plas richting de Udenhoutse weg is en wordt ook flink aangepakt. Aan de oostzijde loopt een diepe sloot die het voormalige ’gezuiverde’ water van de vloeivelden afvoerde. De opgeschoten bomen en struiken worden er met een motorzaag plat gelegd. Een schoffel met grijper verzamelde ze, samen met andere begroeiingen zoals de weelderige braamstruwelen. Legt ze op de zandweg en sleept ze dan over de bodem richting Udenhoutse weg.




 Potentieel geschikt voor Boomkikkers, maar nu geruimd!
 

Enige tijd terug heb ik dit stuk bekeken, ik bedacht me dat het mogelijk toekomstige biotopen zouden kunnen zijn voor Boomkikkers. Er zijn plannen geopperd om voorzieningen te treffen om het Noorderbos voor deze soort aantrekkelijk te maken. Volgens mij zijn/waren die er al gunstige omstandigheden voor Boomkikkers die met aanvulling een geschikt gebied voor Boomkikkers zouden kunnen vormen. De ongeveer 2 meter diepe sloten bevatten het merendeel van het jaar water. Op meerder plaatsen waren grote braamstruwelen ontstaan die een deel van de dag ook zon opvingen. Maar nu is alles weg!
 



 Potentieel geschikt voor Boomkikkers, maar nu geruimd!


Het laatste deel van mijn telling gaat over de asfaltweg richting de Stokhasseltlaan.  Ik maak een insteek, de ruim 25 jaar oude eikenbossen in. Een deel van de bomen zijn geblest om verwijderd te worden. Uitdunnen van deze bossen, met erg dichte aanplanten is wel nodig op den duur. Massaal in één keer uitdunnen is geen goede keuze. Juist in dat deel zijn vaak sporen van foeragerende dassen te zien.  Al te forse ingrepen zal hun foerageergebied verstoren en onbruikbaar maken.


 
 
Onderhoud !


Aan het einde van dit jaar doe ik 15 jaar onderzoek naar vogels in het Noorderbos. Ook andere natuurlijke processen trekken mijn aandacht. Ik het lang kunnen genieten van het feit onderzoek te kunnen doen in een gebied waar geen onderhoud door mensen werd uitgevoerd. De natuurlijke successie, zonder ingrepen, te volgen is wonderbaarlijk mooi. Vorig jaar hield dat echter op. De gemeente gaf opdracht delen bos aan te pakken. Op aanvraag kon ik ook meelopen bij het blessen van de te kappen bomen. Nu gebeuren er echter allerlei dingen die naar mijn inziens niet helemaal doordacht zijn. Het zou verstandig zijn, beter voor de plaatselijke flora en fauna, plaatselijke betrokkenen er in te mengen. Overleg met mensen die het gebied kennen! Er zijn talrijke waardevolle plekken in het Noorderbos die aandacht of bescherming verdienen!



Onderhoud !
 
 
 

 
In de nieuwsbrief ’vogelsenzo’ staan de artikelen uitgebreider.
Abonneer je op de nieuwsbrief door een e-mail te sturen aan: adkolen@kpnmail.nl
 

 





 

Oehoe, een uil in de buurt!


 
 
 
Bosuil; tekening Rien Stuurman 1962.
 
 
Ad Kolen

 
Het langgerekt en vibrerende HOEOEuh….hoe,   hoe’hoe’hoe’  OEOEuh, de zang van de mannelijke Bosuil reikt erg ver. Het is op grote afstand te horen. Dat ervaarde ik en meerdere mensen met mij in Tilburg Noord, waar ik woon. Recentelijk hoorde een kennis de zang vanaf zijn balkon vanuit het Quirijnstokpark. Aan de andere zijde van Tilburg Noord trof een oud collega er een in de beboste geluidswal langs de Midden-Brabantweg. Hij maakte er zelfs een nestkast voor. Tussen deze 2 locaties in, aan de rand van Tilburg Noord, hoorde ik het geluid vanuit mijn slaapkamer. In een rij moeraseiken zat hij onophoudelijk te roepen die avond. In de buurt, in het kruiswegpark van Peerke Donders, broedde eerder een paar Bosuilen.
 

 
De Bosuil is de meest muzikale uil van de wereld met de grootse variatie aan geluiden. Dat de Bosuil geen zeldzaamheid is in de omgeving is al jaren bekend. Tijdens mijn fietstochten naar mijn werk in Waalwijk hoorde ik regelmatig Bosuilen. Het geluid van het vrouwelijke exemplaar van deze soort klinkt heel anders; ’kuwiet’ ’kuwiet’ ’kuwiet’ in verschillende variaties. Voor mensen is het nagenoeg niet mogelijk individuele Bosuilen aan de hand van geluiden uit elkaar te houden. Bosuilen zelf kunnen b.v. hun partner, zelfs op tamelijk grote afstand, aan de stem herkennen.
 
 De Bosuil valt op door de grote ronde kop en zijn gedrongen lichaam. De ogen zijn groot en donkerbruin. De brede vleugels zijn afgerond en lijken korter in de vlucht. De spanwijdte bedraagt bijna een meter, het vrouwtje is iets groter dan het mannetje. Het verenkleed varieert van roodbruin tot grijsbruin, met vlekken en bruine strepen en donker gemarmerd. De lengte van een zittende Bosuil is circa 40 cm. 
 
 

Bosuilen zijn alleen actief als de zon onder is. Ze jagen en communiceren met soortgenoten gedurende de nacht. Hoewel ze enkele uren na zonsondergang vaak te horen zijn ligt de meest luidruchtig periode enkele uren voor dat de zon weer opkomt.
 
 
Aan het begin van het jaar, januari, februari kun je deze uilensoort het meest horen, maar ook in september zijn ze vocaal actief. In gebieden met grote dichtheden, zoals de Brabantse Biesbosch (meer dan 50 broedparen), hoor je Bosuilen heel het jaar.

 
 
Meer dan eens heb ik Bosuilen zien vliegen, met de nadruk op zien. Uilen vliegen geluidloos. De meest vogels hoor je van dichtbij wel aankomen, maar uilen zijn er ineens. Ze hebben een los en ruim zittend verenkleed. De veren van uilen zijn ook iets anders gebouwd dan bij de meeste vogels, met veel dons aan de basis. De veren maken geen geluid als ze vliegen. Door hun speciale verenkleed zien ze er massief en groot uit. Het gewicht van de Bosuil bedraagt echter maar ongeveer 500 gram. Door zelf geen geluid te produceren horen Bosuilen hun prooi en kan deze ze niet horen aankomen. Het menu van de Bosuil is veelzijdig en bestaat o.a. uit diverse soorten muizen, kleine zoogdieren, reptielen, amfibieën, vogels, regenwormen, insecten en zelfs vis.
 
 
 
 
Ransuil op een winterslaapplaats in de Loonse en Drunense Duinen.
 
 
 Naast de Bosuil komt ook de Ransuil in Nederland voor, echter in veel lagere aantallen. Sinds de zeventiger jaren van de vorige eeuw is de populatie bijna gehalveerd. De Ransuil is iets kleiner en oogt slanker dan de bosuil. Opvallend zijn de lange, vaak omhoog gerichte oorpluimen en de oranjegele ogen. Ze leven in meer open gebieden. Vanaf het najaar verzamelen ransuilen zich in groepen op vaste roestplaatsen zoals al jaren in de Loonse en Drunense Duinen. Bij een rustige benadering kun je ze overdag goed bekijken!


  



In de nieuwsbrief ’vogelsenzo’ staan de artikelen uitgebreider.

Abonneer je op de nieuwsbrief door een e-mail te sturen aan: adkolen@kpnmail.nl
 
 

donderdag 5 oktober 2017

Dongevallei; Broedvogels 2017



Een mager broedseizoen met pieken en dalen!

 

Eieren van Grote Canadese ganzen.
 
 
Ad Kolen


  
Op maandag 3 juli 2017 werd het 14e jaar van de broedvogelmonitoring in de Dongevallei in de Reeshof in Tilburg door mij afgesloten met een vroege ronde door het gebied. De 8 broedvogeltelrondes, direct na zonsopgang tussen 15 maart en 15 juli maken deel uit van het Broedvogelmonitoringproject (BMP) van Sovon. Deze landelijke, met meest vrijwilligers werkende vereniging, legt zo de jaarlijkse aantalsveranderingen van de Nederlandse broedvogelsoorten vast. Via een vaste route in een vastomlijnd gebied worden de vogels in kaart gebracht die zich territoriaal gedragen of anderszins aangeven ter plaatse broedvogel te (kunnen) zijn. De rest van het jaar noteer ik, in dezelfde frequentie, 2 keer per maand, alle vogels die tijdelijk of het gehele jaar in de Dongevallei verblijven.

 

Tot nu werden van 60 vogelsoorten territoria vastgesteld in de Dongevallei. Het hoogste aantal, 41 werd in 2005 berekend en het laagste, 33 in 2015. Ook dit teljaar 2017, werden van 33 vogelsoorten een of meerdere territoria vastgesteld. Het voorjaar van 2017 was erg droog en zonnig. Hoge temperaturen in de zomer, droog maar met plaatselijk flinke neerslagpieken waren medebepalend voor het aantal broedpogingen en het succes daarvan.
 
 

 
Knobbelzwaan op nest. 
 

Het lage totaal aantal territoria dit jaar is vooral het gevolg van het ontbreken van broedende Oeverzwaluwen . Vanaf 27 maart tot 26 juni waren bijna dagelijks oeverzwaluwen bij de kunstmatige broedwand te zien. Het aantal was laag, ten hoogste 8 exemplaren werden te gelijk aangetroffen. Buiten 2 vage graafpogingen zijn er geen tekenen van nestbouw vastgesteld. Voor het niet broeden van de Oeverzwaluwen dit jaar zijn meerdere oorzaken te bedenken; Grote verliezen tijdens de trek over de Sahara. De toestand van de broedwand. Het verblijven van vossen in de broedwand. De dominante aanwezigheid van ijsvogels op de wand en mogelijk andere verstoringen.

 
Van enkele vogelsoorten die jaarlijks in de Dongevallei broeden werd dit jaar een laag aantal territoria vastgesteld.Met name de Houtduif met 3 territoria en ook de Winterkoning met maar 3 territoria droegen bij aan het verlagen van het totaal aantal territoria. Daarnaast ontbraken enkele soorten die eigenlijk tot de vaste of regelmatig broedende soorten behoren zoals Roodborst, Bosrietzanger, Spotvogel, Grasmus en Tuinfluiter.



 
Meerkoet op nest.
 
 
De weersomstandigheden, droog en warm lijken een voorname oorzaak van de magere resultaten te zijn. Het in de loop der jaren ontwikkelende, uitgekiende beheer, houdt rekening met de verscheidenheid aan flora en fauna en de (woon)omgeving. Het beheer en ook vele externe factoren zijn bepalende voor de aantallen vogelsoorten en het al dan niet broeden, al weten vaak niet welke.
 
 

Met zeker niet de opzet een negatieve trend te zetten wil ik toch 2 bepalende factoren niet onbeschreven laten. Dat zijn de toenemende bebouwing tot aan de hekwerken van het gebied. Gedurende geheel het broedseizoen werd er gebouwd aan woningen aan de rand van de Reuverplas. Meer zuidelijk kwam een flinke rij woningen gereed. Er werd wel een vijver en grond van in totaal 1,5 ha toegevoegd aan het gebied. Ten tweede is en blijft de druk van de vele aanwezige en ook broedende Canadese ganzen (31 territoria) groot. In kan me niet aan de indruk onttrekken dat het invloed heeft op de andere broedvogels en mogelijk ook wel op het vaststellen daarvan.

 

 Gedurende geheel het broedseizoen werd er gebouwd aan woningen aan de rand van de Reuverplas.

 

Het was echter zeker niet allemaal ’kommer en kwel’ in de Dongevallei dit broedseizoen. Half juni, tussen de ontluikende prachtige paarse bloemetjes van het echt duizend guldenkruid door lopende kon ik het 3e broedgeval van IJsvogels vaststellen. In tenminste 3 van de 5 broedvogelwandjes werd gebroed dit seizoen. Jonge IJsvogels kwamen uit hun ei en meerdere broedsels op dezelfde plek kwam ook voor. Verdere pieken laten de Merels zien met 10 territoria, het hoogste tot nu toe. Ook de Zwartkop bereikte zijn top met 5 territoria. Meerkoeten evenaarden de top van 23 territoria van 2011.


 

Meerkoet met jong.
 
 

Van een fiks aantal vogelsoorten werd een aantal territoria vastgesteld wat niet veel afwijkt van voorgaande jaren of past in de schommelingen die de betreffende soort gewoonlijk laat zien. Voor de Fuut gaan de schommelingen niet verder dan tussen de 2 en 3 territoria. Dit jaar werden 2 territoria vastgesteld. Verder werden de volgende aantallen vastgesteld; Knobbelzwaan 3, Grauwe gans 1, Soepgans 4, Nijlgans 1, Wilde eend 11, Soepeend 2, Kuifeend 2, Waterhoen 8, Scholekster 3, Turkse tortel 4, Heggenmus 1, Kleine karekiet 2, Tjiftjaf 9, Fitis 10, Pimpelmees 3, Koolmees 9, Gaai 1, Ekster 5, Zwarte kraai 3, Vink 5 en Groenling 3.





Een vrouwtje Kuifeend met een jong. 



Staartmezen zijn wisselende verschijningen in de Dongevallei. De aantallen gaan wel gelijk op met de fluctuerende populaties in de regio. Dit jaar werd een terittorium vastgesteld en jonge Staartmezen verschijnen er tijdens een van de telronden. Van sommige soort valt het territorium ook voor een deel buiten het telgebied. De Zwarte roodstaart broedde waarschijnlijk ergens in de flat aan de Reuverlaan. Het mannetje werd echter meerdere malen rond de plas zingende en foeragerende aangetroffen. Witte kwikstaarten vestigde zich met 2 territoria maar vlogen ook regelmatig naar terreinen buiten de Dongevallei.


 


Na een jaar is maaien opnieuw nodig om niet in een elzenbos te eindigen!



Het is boeiend in een gebied jarenlang te volgen hoe de vogelbevolking zich ontwikkeld. Hoe de aantallen verlopen, maar ook welke vogelsoorten er verdwijnen en verschijnen. Zoals dit jaar laat zien pakt het soms heel anders uit dan je zou verwachten. Ik kijk al weer uit naar het volgende broedseizoen. Maar ook naar de rest van jaar, dan gebeuren er vaak onverwachte en verassende dingen!
 

 


Variatie door maaien!
 
 
 

In de nieuwsbrief ’vogelsenzo’ nr. 23 staat dit artikelen uitgebreider.
Abonneer je op de nieuwsbrief door een e-mail te sturen aan: adkolen@kpnmail.nl






In tenminste 3 van de 5 broedvogelwandjes werd gebroed dit seizoen. Jonge IJsvogels kwamen uit hun ei en meerdere broedsels op dezelfde plek kwam ook voor.