woensdag 16 januari 2019

Het Noorderbos en de Vogels 2003 - 2017 Patrijs




 
Patrijs uit de collectie van het Brabants Natuurmuseum in Tilburg.
 
 
 
Ad Kolen
 



Een reeks artikelen over de vogeltellingen en broedvogelinventarisaties in het Noorderbos bij Tilburg. Van 2003 tot en met 2017 werden alle vogels geteld, twee keer per maand, vanaf een vaste route. Tijdens het broedseizoen volgens de richtlijnen van het Sovon Broedvogel Monitoring Project (BMP.) In de begeleidende grafieken wordt het totaal aantal waargenomen vogels per jaar (24 tellingen) of per maand (30 tellingen) weergegeven. Bij de broedvogels zijn de per jaar vastgestelde territoria te zien.
 





Patrijs - Perdix perdix


Patrijzen zie je vaak voor je opvliegen of weglopen. Dat beeld met de grijze stuit en de gespreide roodbruine staartveren is uniform voor verschillende soorten partrijzen. Bij determinatiepogingen in Oost-Europa en ten zuiden van Nederland stuitte ik hierop: de rode patrijs, de steenpatrijs en ook de Aziatische steenpatrijs tonen hetzelfde beeld van achteren. Ook niet in Europa voorkomende patrijzen tonen dat beeld. Een beperkt aantal rode patrijzen broeden, na uitzetting in Nederland.


Explosieve geluiden
De (gewone) patrijs, Perdix perdix, waar het hier om gaat, is een prachtige vogel. Perdix, de wetenschappelijke naam van de patrijs, duidt waarschijnlijk op het geluid dat hij maakt. De naam is mogelijk verwant aan het Griekse perdesthai wat ’explosieve geluiden maken’ betekent. Het is niet gemakkelijk een patrijs van dichtbij goed te zien. Als ’jachtvogel’ is hij erg alert. Hij ’drukt’ zich tegen de grond bij gevaar. Het oranje bruine gezicht met grijze hals en borst is typerend. De bruine strepen op de flanken en het bruin gevlekte patroon met strepen van de vleugels maken het beeld van deze ‘compacte’ vogel compleet. Man en vrouw verschillen niet veel van elkaar. De donkerbruine vlek op de buik van het mannetje is bij de vrouwelijke patrijs veel kleiner of ontbreekt soms. Het verenkleed van het vrouwtje is wat doffer. Ze heeft wel een eigen kenmerk: een vage wenkbrauwstreep.


Sterke afname
De patrijs is een standvogel die zich ook buiten het broedseizoen rondom de broedplaats ophoudt. Op de zandgronden en ook op de klei in het zuiden van ons land komt de patrijs verspreid voor. De soort is gebonden aan half open tot open agrarisch land met een voorkeur voor akkers. De dichtheden zijn gewoonlijk laag. In het noorden van Nederland is de verspreiding verbrokkeld en zijn de dichtheden nog lager dan in het zuiden. Rond 1975 was de toen al afnemende patrijs nog een talrijke broedvogel. Hij kwam in het grootste deel van ons land voor. Grote delen van voornamelijk midden- en Noordoost-Nederland zijn ondertussen verlaten door patrijzen. De afname is opgelopen tot 90% van de toenmalige populatie. Door de intensivering van de landbouw - schaalvergroting, veranderde gewaskeuze en gebruik van bestrijdingsmiddelen – werd de patrijs van voedsel en leefgebied beroofd. Niet alleen in Nederland maar in heel West-Europa vindt deze terugval plaats. Het uitzetten van patrijzen leidde in het verleden tot populaties op plaatsen waar hij van nature niet voorkomt, zoals op de Waddeneilanden. Later verdween hij daar ook weer. 







 
Figuur 1.

Nagenoeg voorbij
Aanvankelijk ging het goed met de patrijs in het Noorderbos (zie de figuren 1 & 2.)  Tot en met 2005 lieten verschillende paren met jongen zich zien. Ook in de directe omgeving werd de soort aangetroffen. Er broedden enkele paren buiten de grenzen van het telgebied. Wat de broedvogels betreft, ging het goed tot 2008. Met de aantallen gedurende de rest van het jaar liep het al enkele jaren daarvoor niet zo goed meer. Na 2005 werd een enorme daling vastgesteld. Met nog enkele exemplaren in 2009 ging het verder bergafwaarts, gelijk aan het landelijke beeld. Daarna werden alleen nog losse waarnemingen opgetekend. In 2013 was er nog een paar met 1 jong, dat elders had gebroed. Het was de enige waarneming van de soort dat jaar. Erg verrassend was het 7 patrijzen aan te treffen in 2017 aan het einde van het broedseizoen (04-07-2017). Er bevonden zich jonge vogels in de snel opvliegende groep. Een paar had ergens in de nabije regio een nest jongen weten voort te brengen. Misschien zijn er toch nog mogelijkheden voor de toekomst. Meer openheid door beheersmaatregelen biedt wellicht perspectief.



 
Figuur 2.



Reacties naar adkolen@kpnmail.nl


 

dinsdag 15 januari 2019

Het Noorderbos en de Vogels 2003 - 2017 Slechtvalk

 
 
 



Ad Kolen




Een reeks artikelen over de vogeltellingen en broedvogelinventarisaties in het Noorderbos bij Tilburg. Van 2003 tot en met 2017 werden alle vogels geteld, twee keer per maand, vanaf een vaste route. Tijdens het broedseizoen volgens de richtlijnen van het Sovon Broedvogel Monitoring Project (BMP.)
 

 


Slechtvalk - Falco Peregrinus



De slechtvalk is een snelle jager, die met krachtige snelle vleugelslagen vogels achtervolgt en ze slaat, gewoonlijk vanaf onderen. De vleugels zijn lang en puntig met een brede basis en de staart is kort. De bovendelen zijn blauwgrijs, de kop en de baardstreep zwart. De lichte borst is fijn gespikkeld, de flanken en de ondervleugels zijn donker gebandeerd.

Tot 1990 zijn slechts enkele broedgevallen van de slechtvalk in Nederland bekend. Door het plaatsen van nestkasten op hoge gebouwen is de populatie vanaf 2012 tot meer dan 100 broedparen gestegen. Ook in oude nesten van de zwarte kraai broedt de slechtvalk. Bij uitzondering broedt hij in bomen of op de grond (Waddeneilanden en de Delta). In de atlasperiode 2013-2015 werden 130-170 broedparen vastgesteld en 500-800 overwinteraars (bron: sovon.nl).

 










 Figuur 1.


Op 2 december 2005 zie ik In de buurt van het oude pompstation een slechtvalk, met in de poten een flinke prooi. De roofvogel verlaat met een hoge snelheid het gebied in noordwestelijke richting. Ook op 23 oktober 2010 is een slechtvalk gezien in het Noorderbos.

 
Op de grens van Tilburg en Loon op Zand staat de in de jaren ‘50 van de vorige eeuw gebouwde ’Mediatoren’ die in de volksmond nog steeds de ’TV-toren’ heet. Eind 2012 is op de bovenste rand van de betonnen toren een nestkast voor slechtvalken geplaatst. Meerdere broedsels vlogen er sindsdien uit. Binnen de grenzen van het Noorderbos wordt de slechtvalk in de jaren daarna dan ook weer waargenomen (zie figuur 1). In 2014 lijkt een paar geïnteresseerd in een van de hoogspanningsmasten in het westelijk deel van het gebied. Ook buiten de telling is de soort daar gezien. In dat jaar broedt de slechtvalk in de nestkast op de TV-toren en krijgt ten minste 2 jongen. In 2016 is viermaal een slechtvalk aanwezig waaronder mogelijk 2 jonge vogels in augustus.



Reacties naar adkolen@kpnmail.nl


 

zondag 13 januari 2019

Het Noorderbos en de Vogels 2003 - 2017 Boomvalk





































Ad Kolen





Een reeks artikelen over de vogeltellingen en broedvogelinventarisaties in het Noorderbos bij Tilburg. Van 2003 tot en met 2017 werden alle vogels geteld, twee keer per maand, vanaf een vaste route. Tijdens het broedseizoen volgens de richtlijnen van het Sovon Broedvogel Monitoring Project (BMP.)
 


 


 Boomvalk - Falco subbuteo


 Zomers voedsel
De boomvalk heeft het formaat van de torenvalk. De staart is echter kort en de vleugels zijn lang en spits. Het verenkleed doet denken aan de veel forser gebouwde slechtvalk die echter een stuk groter is. De volwassen boomvalk heeft een rode ’broek’: onderstaart dekveren en het bevederde deel van de poten. Leigrijze bovendelen, een witte halve kraag, de donkere kop en baardstreep onderscheiden de volwassen boomvalk van het meer bruin gevederde jong. De soort is een zomervogel in Nederland: hij is hier vanaf april-mei tot september-oktober. Het voedsel is voor een aanzienlijk deel ook zomers: libellen, sprinkhanen, krekels, kevers en zwaluwen. Soms eet hij ook houtduif en steenuil.


Terugloop van de aantallen
Boomvalken overwinteren in het zuidelijke deel van Afrika. Tijdens de trek lopen de aantallen in Nederland wel op, maar het merendeel van de boomvalken gaat oostelijk aan ons land voorbij. Van klassieke boomvalkgebieden, de heide- en bosgebieden op de zandgronden van het oosten en het zuiden van ons land, verplaatste de soort zich deels naar boerenland in het noorden en het westen. Biotoopveranderingen, predatie door de havik en de afname van prooidieren zijn de oorzaak van het teruglopen van de aantallen van de boomvalk: van 1000-1100 broedparen in 1973-1977 naar 450-700 broedparen in 2013-2015 (bron: sovon.nl).


Figuur 1.

Mogelijk broedgeval in de buurt
De boomvalk is tijdens zes teljaren waargenomen in het Noorderbos (zie figuur 1), elf in totaal. In 2015 twee exemplaren in de nazomer waaronder één roepende. Na één boomvalk in mei 2007 en één in mei 2008 ontbreekt de soort tot 8 augustus 2016.

In juli, augustus en september 2004 is de boomvalk driemaal met 2 exemplaren gezien, waarvan tweemaal in een hoogspanningsmast langs de Burgemeester Bechtweg. Het gaat tweemaal om tenminste één jonge boomvalk, bedelend om voedsel. In de mast is een groot nest. Mogelijk van de boomvalk maar dat is niet bevestigd door waarnemingen. Misschien broedde de soort in het aangrenzend particuliere bos. 



 Reacties naar adkolen@kpnmail.nl


 

zaterdag 12 januari 2019

Het Noorderbos en de Vogels 2003 - 2017 Torenvalk






Ad Kolen



Een reeks artikelen over de vogeltellingen en broedvogelinventarisaties in het Noorderbos bij Tilburg. Van 2003 tot en met 2017 werden alle vogels geteld, twee keer per maand, vanaf een vaste route. Tijdens het broedseizoen volgens de richtlijnen van het Sovon Broedvogel Monitoring Project (BMP.) In de begeleidende grafieken wordt het totaal aantal waargenomen vogels per jaar (24 tellingen) of per maand (30 tellingen) weergegeven. Bij de broedvogels zijn de per jaar vastgestelde territoria te zien.
 


 
Torenvalk - Falco tinnunculus


In oude kraaiennesten
De betekenis van de wetenschappelijke naam van de torenvalk is ‘schel klinkende valk’. In de broedtijd laat hij een schelle, ver klinkende roep horen. De Brabantse streeknaam is klampert, naar het ’vastklampen’ van de prooi na een succesvolle duikvlucht. In Tilburg en omgeving worden echter verschillende roofvogelsoorten met de naam klampert aangeduid. De Nederlandse naam is eenvoudig te verklaren: de vogel broedt vaak in torens en hoge gebouwen. Na het verdwijnen van veel kerktorens broeden torenvalken nu vaak in de speciale nestkasten. Daarnaast zijn oude kraaiennesten al heel lang geliefde broedplekken. Broeden in bosranden was in het verleden gebruikelijk. Maar met het afnemen van de soort komt dat nauwelijks meer voor. De torenvalk is een kleine, slanke roofvogel. Het vrouwtje is iets groter en bruin aan de bovenzijde. De mannelijke torenvalk heeft een roodbruin vleugeldek. Met een grijze kop en staart onderscheid hij zich ook van zijn partner. Beide geslachten hebben aan de onderzijde vooral lichte veren. Ze zijn daardoor minder opvallend voor de prooien die zij vanuit de lucht belagen. Met snelle vleugelslagen en gespreide staart hangen ze, met de kop stil, in de lucht om de omgeving af te speuren. Torenvalken hebben een uiterst scherp zicht. Ze onderscheiden urinesporen van muizen vanuit hun ’biddende’ positie. Muizen is hun hoofdvoedsel, maar vogels weten ze ook te vangen als muizen schaars zijn. Ook grote insecten behoren tot het menu van de torenvalk.


Voortdurende afname
De torenvalk heeft een voorkeur voor open landschappen om te jagen. Na de landelijk sterke afname rond 1960 door overvloedig gebruik van bestrijdingsmiddelen herstelde de populatie zich. Sinds circa 1990 neemt het aantal torenvalken echter voortdurend af (bron: sovon.nl). De intensivering van de landbouw maakt het steeds moeilijker voor de torenvalk om voedsel te vinden. De buizerd heeft ondertussen de positie van talrijkste broedvogel van de torenvalk overgenomen. Tijdens muizenrijke jaren is er wel een tijdelijke opleving van de populatie torenvalken. De meeste Nederlandse broedvogels blijven in ons land. Tijdens de voorjaarstrek (maart-april) en ook in het najaar (augustus-oktober) verblijven er buitenlandse torenvalken in ons land uit de ons omringende landen en Noord-Europa.





Nestkasten
Sinds het begin van de tellingenreeks in 2003 zijn er torenvalknestkasten in het Noorderbos aanwezig. Daarnaast zijn er op diverse particuliere terreinen in de direct omgeving kasten voor torenvalken geplaatst. Of de kasten buiten het Noorderbos ooit gebruikt zijn, is mij niet bekend. Het open telgebied met aangrenzende weilanden is een geschikte biotoop voor torenvalken. In 2004 werden twee territoria vastgesteld waarvan 1 paar 2 jongen groot bracht. In 2005 was het resultaat identiek met ook 2 jongen. De drie over het Noorderbos verdeelde nestkasten werden allemaal één of meer malen bezet. Aanvankelijk werden alleen de twee nestkasten in de rustigere delen gebruikt. In 2007 werd ook in de nestkast langs een pad bij de plas gebroed.



 Figuur 1.

De werkelijkheid, voedselgebrek

Zoals figuur 1 laat zien, is de torenvalk inmiddels uit het Noorderbos verdwenen als broedvogel. Ook in de rest van het jaar wordt de vogel er niet meer aangetroffen (figuur 2.) De torenvalk is uit de hele omgeving nagenoeg verdwenen. De slechte voedseltoestand is bepalend. De resultaten van de laatste jaren laten zien dat er sprake is van voedselgebrek. Muizen, het bulkvoedsel van de torenvalk, zijn in te lage dichtheden aanwezig.

 




 Figuur 2.

 

In het niet als een goed muizenjaar bekend staande jaar 2006 werd één territorium vastgesteld. In de desbetreffende nestkast kwamen 6 jonge torenvalken uit hun ei. Mogelijk waren de omstandigheden ter plaatse wel goed. In 2007 werden 4 jonge torenvalken ’vliegvlug’ in het ene vastgestelde territorium. Het goede muizenjaar 2008 had geen gunstige effect op de torenvalken in het Noorderbos. Er waren wel waarnemingen bij de nestkasten, maar tot broeden kwam het niet. Verrassend genoeg worden 2 bedelende jonge torenvalken op 11 juli 2008 aangetroffen. Een oudervogel benadert ze met voedsel in het deel aan de Kalverstraat. Ze zijn afkomstig uit een nestkast of nest buiten het Noorderbos. In de jaren daarna worden geen of slechts enkele torenvalken in het Noorderbos en omgeving gezien.

 

 Figuur 3.

De piek van de waarnemingen per maand is in juni; dan zijn de jonge vogels te zien. Vanaf het begin van het jaar lopen de aantallen per maand op tot de topmaand juni. Daarna dalen ze met een dieptepunt in september. Zie figuur 3.





Reacties naar adkolen@kpmial.nl
 

 

woensdag 9 januari 2019

Het Noorderbos en de Vogels 2003 - 2017 Visarend





Overvliegende visarend.


 
Ad Kolen.


Een reeks artikelen over de vogeltellingen en broedvogelinventarisaties in het Noorderbos bij Tilburg. Van 2003 tot en met 2017 werden alle vogels geteld, twee keer per maand, vanaf een vaste route. Tijdens het broedseizoen volgens de richtlijnen van het Sovon Broedvogel Monitoring Project (BMP.)
 


 

Visarend - Pandion haliaetus


De visarend is een forse roofvogel, groter dan een buizerd. Zijn formaat, de lange vleugels en de vrij lichte onderdelen zijn de typerende kenmerken van de visarend. Nog even kijken naar de kop: die is vanaf de ogen donker. Van onderen gezien, met het vele wit en de lange vleugels, heeft hij iets van een meeuw, maar dan wel op grote afstand. De knik in de vleugels en het bidden voor de duikvlucht naar de prooi zijn ook kenmerkend voor de visarend.


De doortrekkende en tijdelijk pleisterende visarend is al jaren een bekend beeld in augustus, vooral september en soms ook tot in oktober. In het voorjaar trekt de visarend sneller over Nederland naar de broedgebieden in Noord-Europa. Toch is ook in het voorjaar de visarend waargenomen in de directe omgeving van Tilburg. Sinds kort broedt de visarend ook in ons land. In de Biesbosch broedde één paar in 2016 en twee paren in 2017, beide met resultaat (bron: sovon.nl).


Op 30 augustus 2006 is een visarend opgestoten uit een bosschage nabij de plas in het Noorderbos. De rustende vogel accepteerde de verstoring niet en vloog weg uit het gebied.


Reacties naar
adkolen@kpnmail.nl

 




De visarend op zijn nest in de Biesbosch. 

 

maandag 7 januari 2019

Het Noorderbos en de Vogels 2003 - 2017 Buizerd





Twee jonge buizerds op hun nest in het Noorderbos.


Ad Kolen. 



Een reeks artikelen over de vogeltellingen en broedvogelinventarisaties in het Noorderbos bij Tilburg. Van 2003 tot en met 2017 werden alle vogels geteld, twee keer per maand, vanaf een vaste route. Tijdens het broedseizoen volgens de richtlijnen van het Sovon Broedvogel Monitoring Project (BMP.) In de begeleidende grafieken wordt het totaal aantal waargenomen vogels per jaar (24 tellingen) of per maand (30 tellingen) weergegeven. Bij de broedvogels zijn de per jaar vastgestelde territoria te zien.
 




Buizerd - Buteo buteo


 
Zeer gevarieerd verenkleed
De buizerd heeft een zeer gevarieerd verenkleed. Van donkerbruin, bijna zwart tot heel licht met grote witte vlakken. Altijd zijn er de donker gevlekte tekeningen en de brede afgeronde vleugels. De loopbenen zijn geel en ook de washuid aan de snavelbasis is geel gekleurd. De vleugels worden tijdens de glijpauzes horizontaal of iets naar boven gebogen gehouden. De buizerd broedt vaak in kleinere bossen en is verder gebaat bij een kleinschalig parkachtig landschap.


Broedt in geheel Nederland
Aan het begin van de vorige eeuw was de buizerd een erg zeldzame vogel. Nu (2013-2015) is het de meest talrijke roofvogel in ons land met 10.000 -17.000 broedparen en 30.000 – 50.000 exemplaren aanwezig in de winter. De buizerd broedt nu in nagenoeg geheel Nederland, ook in gebieden waar hij in het verleden niet voorkwam. De uitbreiding vond na 1970 vanuit Oost-Nederland plaats. De in Nederland broedende buizerd is een standvogel bij uitstek, slechts bij uitzondering trekt hij weg. Jonge vogels verlaten hun geboorteplek, maar blijven in de buurt en wachten op de kans een eigen territorium te kunnen vestigen. In de winter wordt de populatie in wisselende aantallen aangevuld met buizerds uit noordelijke streken (bron: Sovon.nl).


 


Figuur 1.

Constante factor
De buizerd is een tamelijk constante factor in het Noorderbos. Zie figuur 1. Met een enkele piek (2004) is de soort het jaarrond met 20 tot 40 exemplaren aanwezig, in totaal 473 exemplaren. In het piekjaar 2004 zijn elke maand van het jaar één of meer buizerds gezien, in de maand juni zelfs 11. In het jaar met de laagste presentie ontbreekt de soort vooral in het voorjaar en de zomer. Er zijn dat jaar geen broedgevallen.



Figuur 2.

Gedurende de winter het meest aanwezig in het Noorderbos
De buizerd is in de winter, van november tot en met maart, het meest aanwezig in het Noorderbos. Daar zijn wintergasten bij, en in een deel van februari en maart waarschijnlijk ook lokale broedparen die zich beginnen te manifesteren. Al vroeg in het jaar, afhankelijk van de weersomstandigheden, vinden activiteiten als paarvorming en nestbouw plaats. Verder is de buizerd in een vrij constant aantal aanwezig over de maanden van het jaar. Zie figuur 2. Ook in de directe omgeving van het Noorderbos is de buizerd permanent aanwezig. Steeds vaker verblijft de soort in de wijken. Aan de rand van Tilburg-Noord tot in de straat waar ik woon en ook in het Quirijnstokpark is de buizerd de laatste jaren steeds meer een vertrouwde verschijning. Er zijn naar mijn idee tenminste 3 broedparen in de omgeving van het Noorderbos. De daadwerkelijke vaststelling van het aantal paren dat een territorium in het Noorderbos (of een deel daarvan) bezet heeft, gaat via de BMP tellingen. 




Zichtbare resultaten
Zoals alle roofvogels leeft de Buizerd een vrij verborgen leven. Zittend op een paaltje in de wei of op een lantaarnpaal lijkt deze vogelsoort onverstoorbaar, maar zodra je belangstelling toont, verdwijnt hij van het toneel. De buizerd is te allen tijde alert en argwanend. 


 




Figuur 3.

De volgens de BMP richtlijnen uitgevoerde inventarisaties van de buizerd laten de resultaten van figuur 3 zien.

In bijna de helft (7) van de teljaren werden één of in 2004 zelfs twee territoria vastgesteld. In 2004 is het resultaat zichtbaar: 4 bijna vliegvlugge jonge buizerds op een nest in een populierenbos in het centrum van het gebied. Het nest van het 2e broedpaar van dat jaar is niet gevonden. In hetzelfde bosje waar in 2009 een territorium werd vastgesteld heb ik in 2011 diverse malen een paar buizerds op een nest aangetroffen. Het nest lag goed verborgen in de top van een zomereik en was door de toenemende begroeiing later in het voorjaar geheel onzichtbaar geworden. Wel waren er schijtsporen onder het nest en tegen aangrenzende bomen. Een goed resultaat is wel aannemelijk voor dat jaar.


In het aangrenzende bosgebied de Zandley, met gemengd ouder bos, is gedurende enkele jaren waarschijnlijk een deel van een territorium gevestigd en is mogelijk ook het nest gebouwd. Dit zijn echter aannames en is niet door waarnemingen vastgesteld. In en rond dit gebied heb ik vaak een buizerd waargenomen.




Reacties naar adkolen@kpnmail.nl



vrijdag 4 januari 2019

Het Noorderbos en de Vogels 2003 - 2017 Sperwer




Mannetje sperwer met een geslagen mannetje huismus.




Een reeks artikelen over de vogeltellingen en broedvogelinventarisaties in het Noorderbos bij Tilburg. Van 2003 tot en met 2017 werden alle vogels geteld, twee keer per maand, vanaf een vaste route. Tijdens het broedseizoen volgens de richtlijnen van het Sovon Broedvogel Monitoring Project (BMP.) In de begeleidende grafieken wordt het totaal aantal waargenomen vogels per jaar (24 tellingen) of per maand (30 tellingen) weergegeven. Bij de broedvogels zijn de per jaar vastgestelde territoria te zien.
 



Sperwer - Accipiter nisus


Jagen in een razend tempo
Een nestelende sperwer krijg je nauwelijks te zien. De sperwer weet zichzelf en zijn nest goed verborgen te houden. Soms zie je een sperwer een prooi achtervolgen, in een razend tempo, maar ook heel wendbaar. Hardnekkige achtervolgingen van prooien, soms tussen gebouwen door waarbij de sperwer zich tegen een raam te pletter vliegt, zijn bekende feiten. De sperwer is vooral een jager op kleine vogels maar vangt ook wel muizen, vooral als er veel zijn. Het mannetje gaat vooral voor mussen, mezen en vinken. Het grotere vrouwtje jaagt vooral op lijsters en spreeuwen. Duiven en (jonge) fazanten behoren minder vaak tot het voedselpakket. Brede afgeronde vleugels, een kleine kop en een recht afgesneden staart is het silhouet van de sperwer. Het kleinere mannetje heeft een grijsblauw verenkleed en is roodbruin aan de onderzijde. Het vrouwtje heeft een bruin verenkleed en is aan de onderzijde licht met een gestreept patroon.


Afname na stijging
Ook deze roofvogel was de indirecte vergiftiging door landbouwvergiften bijna noodlottig. In 1970 is de stand gedaald tot 250 broedparen. Na het verbod op de nadelige vergifsoorten herstelde de stand zich en breidde zich uit over nieuwe gebieden. Na 2000 stagneerde de groei en namen de aantallen af door voedselgebrek en predatie door de havik, vooral op de arme zandgronden. De stand staat op 3.000- 3.600 broedparen in de periode 2013-2015 (bron: Sovon.nl).
 
 

 

 Figuur 1.

Toevalstreffer
Een sperwer waarnemen is een toevalstreffer blijkt uit de cijfers in figuur 1. Het overzicht van het totaal aantal per jaar waargenomen sperwers in het Noorderbos valt erg laag uit. In totaal zijn 34 sperwers gezien over de 15 teljaren. In 2006 en 2007 is de sperwer in het geheel niet waargenomen. Het gebied lijkt wel erg geschikt met oude bosranden, jonge bossen, houtsingels en open delen: variatie genoeg. In 2015, het jaar met de meeste waarnemingen, werden voldoende gegevens verzameld voor het vaststellen van één territorium.



Reacties naar adkolen@kpnmail.nl