woensdag 20 mei 2020

Nestkastonderzoek Noorderbos ’OPEN’








Nestkastonderzoek Noorderbos ’OPEN’              


De letters van het nestkastonderzoek ’OPEN’ staan voor:

Onderzoek, Processierupsbeperking, Educatie en Noorderbos.

Het onderzoek zal naast de betekenissen van de letter ook een OPEN karakter krijgen.


Onderzoek:
Naast de vogeltellingen en de broedvogelinventarisaties in het Noorderbos, sinds 2003 is dit een onderzoek naar het broedsucces van een aantal vogelsoorten door de inzet van nestkasten. Hoeveel eieren leggen ze, hoeveel jongen vliegen er uit. Het onderzoek gaat meelopen met het Meetnet Nestkaarten van Sovon. Dat is een belangrijke aanvulling op de broedvogelmonitoring. Aantalsveranderingen van broedvogels zijn vaak voor een deel te verklaren met gegevens over broedsucces van die soorten. Het is een meerjarig onderzoek waarmee getracht wordt meerdere onderzoeksvragen te beantwoorden.

Vergelijkend onderzoek:
Om te controleren op de mogelijke invloeden van de vele processierupsen, die naar aanname geconsumeerd gaan worden, en eventuele andere verschillen worden ook twee vergelijkende onderzoeken, op een kleinere schaal, uitgevoerd op andere locaties.


Processierupsbeperking:
Het is inmiddels bekend dat naast de pimpelmezen en koolmezen ook spreeuwen, zwarte mezen, matkoppen en boomklevers processierupsen eten. Allemaal holenbroeders, vogels die mogelijk in nestkasten broeden en tot de broedvogels van het Noorderbos behoren. Naast hun aandeel in het onderzoek zullen de in de nestkasten broedende vogels ook bijdragen aan het in toom houden van de aantallen processierupsen. Zo wordt overlast beperkt voor andere gebruikers van het gebied.


Educatie:
Educatie is een belangrijke poot van het project. Het is een open onderzoek, bezoekers van het Noorderbos worden er bij betrokken d.m.v. excursies en publicaties. De opzet is de natuur in het gebied wat meer op de voorgrond te brengen en bezoekers bewust te maken van de natuurwaarden van het Noorderbos. Zodat het meer bezoekers aantrekt, die niet alleen de hond uit laten.


Noorderbos:
Het Noorderbos ten noorden van Tilburg is de locatie van het onderzoek. Vergelijkende onderzoeken zullen plaatsvinden in het Quirijnstokpark in Tilburg-Noord en de Dongevallei in de Reeshof aan de westrand van de stad.


Het gaat in totaal om 90 nestkasten (60 in het Noorderbos en 2 x 15 op vergelijkingslocaties). De nestkasten zijn allemaal van een gelijke inhoud (144x108x400) met verschillende maten van de invliegopeningen (28-32-45). De kasten zijn zo gemaakt dat onderzoek mogelijk is en van 18 mm. dik vurenhout zodat de temperaturen in de kasten minimaal uiteenlopen. De kasten worden op enkele meters boven de grond opgehangen zodat ze relatief ’veilig’ hangen.


Het project start in het voorjaar van 2020 en zal in het voorjaar van 2021 in volle werking zijn.

Het onderzoek is begroot op € 1500,00 Het wordt voor een beperkt deel gefinancierd door de bijdragen voor vogelexcursies en natuurwandelingen in het Noorderbos. Verdere financiële ondersteuning is van belang voor het slagen van de beoogde doelen. 

Interesse in sponsering van dit project neem dan contact op via email; 

Ook voor nadere uitleg en vragen ben ik bereikbaar.







zaterdag 15 februari 2020

Bomen en struiken in Tilburg-Noord; Berk





Winterbeeld van een berk.



Ad Kolen 

Een reeks artikelen over de verschillende soorten bomen en struiken die groeien in Tilburg-Noord.


Naast de vogels merel en mus is onder de bomen de berk wel de meest bekende soort. Op de Brabantse zandgronden is het van oorsprong een algemene soort. Ook op de hoogveenmoerassen die in het verleden een aanzienlijk deel van onze provincie bedekten vond deze koploper zijn plekje. Berken zijn pioniers die zich op de meest uiteenlopende plekken vestigen. Op zowel droge als natte gronden als op voedselarme plaatsen. Berken worden niet oud en ook niet erg hoog maar het zijn belangrijke voorbereiders van karige gronden voor andere boomsoorten. De lichte zaden worden door de wind eenvoudig over grote afstanden verspreidt. De jonge berken vormen al snel lage begroeiingen terwijl het afvallende blad de bodem verrijkt, waardoor andere boomsoorten ook een kans krijgen. In een notendop beschreven zijn zo, na voorbereidend werk door mossen en kostmossen, de oerbossen ontstaan die ooit, ook Nederland bedekten. 



  
          

Ruwe berk langs de Goirke kanaaldijk.


Voor deze baanbrekers is in het huidige Nederlandse landschap weinig plaats over. Voor elk stukje grond is een bestemming bedacht. Toch weten berken zich snel te vestigen op plaatsen die enkele jaren onberoerd blijven, ook in de stad. Met zijn prachtige witte schors en de zwierige elegante, vaak afhangende takken is het wel een geliefde sierboom. In Tilburg-Noord is het een boom die je niet veel in straten tegenkomt. Wel staan er op allerlei plekjes kleine groepjes tussen woningen op gazons. Ruwe berken zijn onder andere aangeplant in de Griegstraat, de Sibeliusstraat, de Stokhasseltlaan, de Ravellaan en langs de Goirkekanaaldijk. 




Berken in hoogveen in Wit-Rusland.


Berken zijn bestand tegen extreme weersomstandigheden. Winterhard als je zijn groeien ze zelfs ten noorden van de poolcirkel. Ondanks de sierlijke vormen is de berk een zeer taaie boom en buigt met harde winden mee. Ver noordelijk, in Scandinavië en Rusland vindt men wel oude (oer)berkbossen. Op de ruige toendra’s komen ook struikvormen voor. In Wit-Rusland zag ik de meest prachtige berkenbossen op de hoogvenen. Oneindige hoeveelheden spierwitte stammetjes naast elkaar, met de voeten in het water. Op hogere droge deel werd berkensap afgetapt voor allerlei doeleinden. Het licht zoete berkensap is zo drinkbaar of te verwerken tot berkensiroop en berkenbier of berkenwijn, al dan niet mousserend. 



Het aftappen van berkensap.


Berken, inheems in Nederland zijn in 2 soorten te onderscheiden. De ruwe en de zachte berk zijn nauw verwant en kruisen vaak met elkaar. Met kenmerken van beide soorten zijn deze tussenvormen dan ook moeilijk te onderscheiden. Het blad van de berk is meestal eirond tot ruitvormig (3-7cm.) met een spitse bladpunt. Berken zijn éénhuizig en éénslachtig. Dat wil zeggen dat in één huis, lees in één boom zowel mannelijk als vrouwelijke bloemen tot bloei komen. Eénslachtig wil zeggen dat de bloemen of mannelijk of vrouwelijk zijn, niet beide. De mannelijke katjes hangen, ze zijn lang en smal en verschijnen al in de zomer. Ze komen in het voorjaar tot bloei in de periode dat ook vrouwelijke bloemen ontstaan na het ontvouwen van het blad. De vrouwelijke katjes staan recht of schuin omhoog. Na de bevruchting komen de kleine gevleugelde zaden, dicht op elkaar tot wasdom tot ze door wind verspreidt worden. De mannelijke katjes worden langzaam bruin en zijn nog lang 
zichtbaar. 




Zwarte berk in de Sibeliusstraat


Naast de ’gewone’ berken zijn onder de flat ’Moleneind’ aan de Sibeliusstraat een groepje zwarte berken uit de VS aangeplant en te bewonderen. Het zijn echt prachtige bomen met een donkere schors. Even bijzonder als de Aziatisch papierberken in de Griegstraat met losse vellen schors.



Reacties naar: adkolen@kpnmail.nl

zaterdag 8 februari 2020

Een exotische eend in de Dongevallei




Fulvouz Whistling-Duck ofwel de rosse fluiteend (Dendrocygna biocolor) 



Ad Kolen

De Dongevallei is een ecologische verbindingszone die door het Tilburgse stadsdeel ’De Reeshof’ loopt. Tweemaal per maand worden alle aanwezige vogels in kaart gebracht. Tijdens de vogeltelling op donderdagochtend 6 februari 2020 is een opmerkelijke waarneming genoteerd. Een heldere fluitende roep lokt ons naar een van de kleinere plassen in het zuidelijk deel. Een eend van een iets kleiner formaat dan de wilde eend zwemt opgewonden op en neer. Hij heeft een lange nek en roept regelmatig luid. Het is mooie eend met een ’sjeik’ verenkleed en een blauwachtige snavel. De kop is bruin met een donkere kruin en zwarte ogen. De bovenzijde van het gesloten vleugeldek is zwart met subtiele toenemende bruine strepen naar de hals toe. De flanken zijn bruin met witte losse veren als afscheiding. De geelbruine hals heeft onder de kop een witte kraag met een zwarte ondergrond.


De eend is niet erg schuw en laat zich goed fotograferen. Thuis is de naam snel achterhaald. Er staat een foto van deze vogel op de voorpagina van ’’Photographic handbook of the Wild Fowl of the World ’’ van Ogilvie & Yong. Het is de Fulvouz Whistling-Duck ofwel de rosse fluiteend (Dendrocygna biocolor). Beiden geslachten fluiten, de toon van het vrouwtje is wat hoger. De naam gele boomeend wordt ook wel gebruikt, daar ze in bomen slapen. Naast op de bodem tussen de planten broeden ze ook in holle bomen. Ze wisselen elkaar af tijdens het broeden.


                 



Rosse fluiteenden leven in groepen op ondiepe meren en poelen, en in moerassen en rijstvelden. Ze zoeken, vooral 's nachts naar voedsel dat bestaat uit zaden, granen, rijst, insecten en andere kleine waterdiertjes. Het verspreidingsgebied van de rosse fluiteend is groot, ze komen voor in alle tropische zones van de wereld, Zuid- en Midden-Amerika, Oost Afrika, Madagaskar en in het zuiden van Azië.



Ze vormen een paar voor het leven en zorgen beiden voor de jongen. Bij de meeste eendensoorten staat het vrouwtje er alleen voor. Het mannetje en vrouwtje hebben het zelfde verenkleed en hun vleugels zijn tamelijk groot in verhouding tot andere watervogels.





























De rosse fluiteend is een niet-invasie exoot die als kooivogel wordt gehouden in ons land. Vanaf 2006 staan er exemplaren gemeld op waarneming.nl. In 2009 was er mogelijk een broedgeval. Vorig jaar werden 120 rosse fluiteenden gemeld, waaronder ook in onze omgeving: Den Bosch, Vught, Boxtel en Chaam. 


Reacties naar adkolen@kpnmail.nl



zaterdag 4 januari 2020

Bomen en struiken in Tilburg-Noord; Es




Het blad van de es is een deelblad.



Ad Kolen

Een reeks artikelen over de verschillende soorten bomen en struiken die groeien in Tilburg-Noord.

Langs heel de Vlashoflaan, vanaf de Stokhasseltlaan tot aan de Zuiderkruisweg zijn essen aangeplant. Aan beide zijden van de rijbaan en plaatselijk ook in een dubbele rij in de middenberm. Het merendeel is al in 1960 aangeplant. Die bomen zijn nu bijna zestig jaar oud. Het zijn dan ook flinke exemplaren. Ze laten zien dat ze goed op hun plaatst staan daar. Essen hebben ruimte nodig daar in verloop van tijd de bodem rondom de boom door wortelopdruk omhoog komt. Het gaat hier om bijna zeshonderd exemplaren van de gewone es (Fraxinus excelsior.) Het zijn cultivars, gekweekte varianten, met de naam ’Westhof’s Glori’. Ze worden 25-30 meter hoog en 12-15 meter breed. Ook in o.a. de Bramsstraat, Griegstraat, Mahlerstraat, Sibeliusstraat, Strausslaan en Tartinistraat zijn gewone essen aangeplant. Als je de moeite neemt om er even bij stil te staan zie je dat aan de schaduwzijde van de stammen en op de dikke takken hogerop een rijkelijke bedekking is met mossen en korstmossen, in flinke plakkaten.



Essen in de zomer langs de Vlashoflaan in Tilburg-Noord.


De gewone es is een inheemse boom, hij groeit van nature in onze directe omgeving. Hij doet dat al eeuwenlang en is volledig aangepast aan ons wisselend klimaat. Van nature komt hij algemeen voor op vochtige, voedzame kalkrijke bodem. Het is een bosboom die ook in moerasbossen groeit. In de winter is de es te herkennen aan de erg mooie dofzwarte knoppen aan de takken. De eindknoppen staan met drieën bij elkaar. Naar het voorjaar toe zwellen de knoppen op.

De es is een ’naaktbloeier’ d.w.z. dat hij bloeit voor dat het blad verschijnt. Zo kunnen de lichte stuifmeelkorrels van de mannetjes ongehinderd naar de vrouwtjes waaien. Éénhuizig, tweehuizig en tweeslachtig zijn termen die van toepassing zijn op de es. Het staat voor aparte mannelijke en vrouwelijke exemplaren en ook essen met bloemen die mannelijk én vrouwelijk zijn. Het resultaat is dat je essen ziet zonder en mét veel langwerpige gevleugelde zaden. Ook zijn er bomen met minder zaden. De oneven geveerde bladeren staan, tegenover elkaar, ze zijn 30-40 cm lang en glanzend donkergroen. Het geveerde blad van de es bestaat uit 9-11 getande deelbladeren. Ze zijn langwerpig eivormig en 9-10 cm. lang.




Essen in de winter langs de Vlashoflaan in Tilburg-Noord.


Bomen zijn in staat zelf energie op te wekken. Ze doen dat met behulp van zonlicht, koolstofdioxide en water. Het proces heet fotosynthese en vindt plaats in de bladgroenkorrels. Met de koolstofdioxide uit de omringende lucht, water uit de bodem en voldoende licht overdag vindt omzetting plaats in glucose. Glucose is de brandstof voor alle plantencellen.

Naast de inlandse essen zijn er enkele soorten uit andere streken te zien in Tilburg-Noord. Zo is de fijnbladige es (Fraxinus angustifolia) aangeplant in de van Anrooylaan, de Componistenlaan en de Sibeliusstraat. Die hoort van oorsprong thuis in het westelijk Middellandse zeegebied en in Noord-Afrika. De schors is ruig en knobbelig. De bladeren zijn smal en fijn getand, samen vormen ze een dicht fijn bladerendek. De pluimes (Fraxis ornus) met fijn ongetand blad bloeit in mooie witgele pluimen. Oorspronkelijk komt hij uit Zuid-Europa en Klein-Azië. Inmiddels in West-Europa veel gekweekte en aangeplant in parken en straten. Deze boom met gladde stam vormt een dicht koepelvormig bladerdek. In de Landrestraat en Stotijnstraat staan meerdere exemplaren van ruim 10 jaar oud. Ergens in de Sibeliusstraat staat een exemplaar van ruim 40 jaar, die moet wel mooi bloeien in mei/juni. Ik hoop dat nog eens te zien.









 Bloeiende pluimesdoorn.



Reacties naar adkolen@kpnmail.nl




maandag 21 oktober 2019

Hazelaar; Bomen en struiken in Tilburg-Noord



Vrouwelijke bloemen van de hazelaar.



Hazelaar


Ad Kolen
De hazelaar is op meerdere plaatsen aangeplant in parken en plantsoenen in Tilburg-Noord. Het zijn cultivars. Een cultivar is een gekweekte variant door selectie uit een soort. Er zijn vaak vele variëteiten. De hazelaar wordt met de wetenschappelijke naam Corylus avellana aangeduid. De uitzonderlijke cultivar ’Contorta’, met sierlijk gedraaide takken, is veel aangeplant in tuinen. Grote takken van deze krulhazelaar worden als ’paasboom’ versierd. Deze cultivar heeft de benaming Corylus avellana ’Contorta’.
De hazelaar groeit in het wild rondom Tilburg. Het is dus niet uitgesloten dat de wilde vorm in het groen in ons stadsdeel is opgedoken. De hazelaar is een inheemse meerstammige struik of kleine boom. Hij groeit hier al sinds het einde van de laatste ijstijd, zo’n 10.000 jaar geleden. Als de eerste bossen zich ontwikkelen is de hazelaar erbij. Hij is algemeen op de hoge zandgronden, in Zuid-Limburg en in de binnenduinen. Oorspronkelijk niet inheems in zeekleigebieden, laagveengebieden en op de Waddeneilanden. De noten van de hazelaar zijn geliefd bij mensen, eekhoorns, muizen, gaaien, spechten en boomklevers.
 Stuifmeel katjes (mannelijke bloemen) van de hazelaar.
In de winter zijn de knoppen van de hazelaar bruinrood, eivormig met afgeronde top en dakpansgewijs over elkaar liggende schubben. De hazelaar bloeit voor het blad uit komt. Vroeg in het jaar verschijnen de mannelijke bloemen. Lange katjes met stuifmeelbloemen bengelen vanaf januari als gele versiersels aan de twijgen. Deze keer was het erg vroeg, al voor de jaarwisseling. De piepkleine rode stamperbloempjes zijn er dan ook al. De bevruchting vindt plaats door mannelijke bloemen van een andere struik. Door kruisbestuiving worden genen uitgewisseld. De vrouwelijke bloem ontwikkelt zich tot een hazelnoot. De noot is omgeven door een wijd bekervormig omhulsel van getande schutblaadjes.
 

Boomhazelaar
De boomhazelaar (Corylus colurna) heet vanwege zijn herkomst uit Zuidoost-Europa en Klein-Azië ook wel de Turkse hazelaar. De boomhazelaar is een echte boom met een flinke stam en schubbige schors. De stam is zelden gevorkt en de takken zijn dun en afstaand. De weelderig groeiende bladeren hangen licht af. De bladeren van de boomhazelaar zijn iets sterker gelobd en meer glanzend maar lijken toch sterk op die van de hazelaar. De mannelijke en de vrouwelijke bloeiwijzen van beide soorten zijn ook erg gelijkend. De vruchten, de hazelnoten zijn wel wat verschillend. De vruchten van de boomhazelaar zijn iets groter en harder maar ook goed eetbaar. De noten zitten met meerdere bijeen, ieder in een aparte bolster met stijve stekelige uitsteeksels. De noot van de hazelaar is herkenbaar aan het ’platte kontje’.

 


Boomhazelaars in de Jac. van Vollenhovenstraat.

De boomhazelaar is blijkbaar een ideale straatboom, hij is in veel steden aangeplant. Het wordt uiteindelijk een mooie grote boom, met een pyramide vormige kroon, tot een hoogte van 25 meter. Hij is sterk, en weinig gevoelig voor vervuiling en strenge winters. De boomhazelaar verdraagt gesloten wegdek en wortelt diep. Hij kan tegen sterke luchtverontreiniging en groeit op elke grond. In Tilburg-Noord staan bijna 200 boomhazelaars. Op vele plaatsen los tussen andere boomsoorten. In rijen staan ze in verschillende straten zoals in de Jac. Van Vollenhovenstraat, de Borodinstraat, de Leharstraat, de Kapelmeesterlaan, de Tartinistraat en aan het Gounodpad. In de landen waar de boomhazelaar van nature voorkomt wordt het hout voor het maken van meubels gebruikt, het heeft een fraaie nerf.

Wandelstokken en hoepels
De hazelaar draagt niet alleen lekkere vruchten maar  leverde in het verleden ook goed buigzaam hout waarvan wandelstokken, hoepels voor vaten en tekenkool (houtskool) werd gemaakt. De dunne twijgen waren goed voor het maken van vlechtwerken.


Reacties naar adkolen@kpnmail.nl
Noten en bolsters van de boomhazelaar.

vrijdag 18 oktober 2019

Gewone vlier; Bomen en struiken en Tilburg Noord




Bloesem gewone vlier.

 
Gewone vlier
 
  
Ad Kolen

  
Een reeks artikelen over de verschillende soorten bomen en struiken die groeien in Tilburg-Noord.


 De bomen langs straten en lanen in het stadsdeel Tilburg-Noord zijn allemaal aangeplant. In de verschillende parken en plantsoenen verschijnen soms zaailingen van bijvoorbeeld berk en populier. Ook enkele soorten struiken zoals lijsterbes, vuilboom, krentenboom en vlier komen spontaan op. De zaden van deze bes dragende struiken worden verspreidt door vogels. Na het eten van de bessen poepen ze de zaden weer uit. Meestal op een andere plek. De vandaag beschreven gewone vlier is veelvuldig aangeplant in Tilburg-Noord. Daarnaast is hij op veel plekken zonder hulp gaan groeien.

 
 De straatbeplanting in Tilburg-Noord bestaat zover ik weet alleen uit loofbomen. Waaronder veel inheemse soorten. Het aandeel van bomen uit andere streken is ook groot. Van de naaldbomen zijn taxus en jeneverbes alleen van herkomst Nederlandse bomen. Talrijk en vaak uitheems zijn echter de naaldbomen die in parken en in particuliere tuinen zijn te zien. Soms zijn ze soortenrijk en bijzonder zoals in het Brucknerpark bij het Wagnerplein. Door bouwplannen wordt dit unieke stuk groen helaas bedreigd! Een aantal specifieke bosvogels als zwarte mees, kuifmees en goudhaan laten zich er regelmatig zien.


 
Loofbomen verliezen in de winter hun blad. De meeste naaldbomen blijven het gehele jaar groen, alleen lariks en moerascipres laten hun naalden jaarlijks vallen. De overige naaldbomen houden hun naalden drie tot zes jaar vast. Ze verliezen wel jaarlijks een deel ervan en krijgen er ook jaarlijks weer nieuwe naalden bij.



Bomen hebben gewoonlijk één hoofdstengel, de stam. Ruim boven de grond vertakt de stam en vormt een kroon van takken. Bij een natuurlijke groeiwijze is de stam soms niet veel langer dan één tot twee meters. In straten en langs wegen zijn bomen altijd gesnoeid. Het aantallen takken wordt vanaf onder beperkt. Beschadigingen aan allerlei vervoersmiddelen wordt daarmee voorkomen. Struiken vertakken zich vanaf de grond of laag, op minder dan een meter hoogte. In bebouwde omgevingen zijn de vertakkingen van struiken meestal erg talrijk. Door te snoeien nemen de vertakkingen toe.

 

 Judasoren op gewone vlier.

De wetenschappelijke naam van de gewone vlier is Sambucus nigra. De vlier heette in oud-Grieks Sambucus wat later naar het Latijns is omgezet. Nigra is zwart, zoals de bessen. De Nederlandse  naam vlier zou een verbastering zijn van ’vedel’ een muziekinstrument dat werd vervaardigd van vliertwijgen. De  gewone vlier is inheems in Nederland en komt in bijna geheel Europa voor. Maar ook daar buiten in Klein-Azie, West-Siberie, Noord-Afrika en Noord-Amerika groeit hij. Aan de groeiplaats stel de gewone vlier niet veel eisen. In voedsel- en stikstofrijke omgeving groeit hij zowel op klei- en zandgronden als op kalkgronden. De gewone vlier is veelzijdig. Vaak is het een bosvormige struik die ook kan uitgroeien tot een kleine boom van wel 10 meter hoogte. De takken groeien recht opstaand of overhangend in bogen. In het begin zijn de takken groen om later licht bruin te worden met veel kurkachtige lijsten. De twijgen zijn gevuld met witte merg.

 
 




















Judasoren op gewone vlier.


De gewone vlier bloeit in de vroege zomer. Dan is de struik goed herkenbaar aan de vele roomwitte bloempjes in platte schermen. Onder de naam ’’Gebackene Holunderblüten’ van oma halen Oostenrijkers bij gefrituurde vlierbloesem jeugdherinneringen op. Door een luchtig beslag van boter, bloem, eieren en bruisend miniraalwater gehaald is het een heerlijke lekkernij. Vooral als het in geklaarde roomboter wordt gebakken en bestrooid met fijne poedersuiker. Van de trossen zwarte bessen, die vanaf eind augustus verschijnen zijn ook allerlei lekkernijen te bereiden.

 
Reacties en vragen via de redactie of e-mail: adkolen@kpnmail.nl

 
 


 Onrijpe bessen van de gewone vlier.
 
 
 

woensdag 3 juli 2019

2019 Een goed jaar voor oeverzwaluwen in de Dongevallei


 






Ad Kolen


Op 23 maart 2019 zijn door een aantal vrijwilligers de gaten van de kunstmatige oeverzwaluwwand aan de plas bij de Reuverlaan in de Dongevallei met vers zand gevuld. Op 1 april 2019 is de eerste in het gebied teruggekeerde oeverzwaluw geregistreerd. Oeverzwaluwen keren vaak eerder terug dan opgemerkt wordt. Een camera die reageert op bewegingen, bevestigd aan de wand, is een goed hulpmiddel om de exacte datum vast te leggen.


Op 11 april 2019 zijn tijdens de inventarisatieronde geen oeverzwaluwen gezien. Mogelijk zijn ze doorgevlogen of zijn ze elders op zoek naar voedsel. Onder minder gunstige omstandigheden, vaak bij lage temperaturen, zoeken oeverzwaluwen op flinke afstand van de broedkolonie naar insecten. Regelmatig is in het verleden vastgesteld dat oeverzwaluwen periodes van langer dan een kwartier van de broedkolonie weg zijn. Wel worden op 11 april sporen van hun aanwezigheid aangetroffen. Op diverse plaatsen aan de wand, op het stevig aangedrukte zand in de gaten, zijn krabsporen van de poten van oeverzwaluwen te zien. Op enkele plaatsen zijn al nestgangen gegraven, maar nog niet erg diep - niet meer dan 10 cm.


Op 22 april 2019 wordt duidelijk dat zich een broedkolonie oeverzwaluwen heeft gevestigd in de oeverzwaluwwand in de Dongevallei. In 68 gaten zijn graafsporen te zien, 19 gaten zijn diep genoeg om erin te nestelen. De bedrijvigheid rondom de wand is te groot om al enig zicht te krijgen op het aantal broedparen. Het zijn er veel, dat is duidelijk!







 

Op 11 mei is het koud (9°C) en winderig. De oeverzwaluwen laten zich nauwelijks zien. Wel is het aantal nestgangen dat diep genoeg is om te nestelen, gestegen tot 67. Daarnaast dient er tweemaal een in- of uitvliegende oeverzwaluw per nestgang geregistreerd te worden om een territorium vast te kunnen stellen. Tot nu is dat zesmaal het geval.


Op 21 mei is het opnieuw vrij rustig als gevolg van de temperatuur die om 11.45 uur pas tot 11°C is gestegen. Het aantal bewerkte nestgangen is niet toegenomen. Wel wordt er op twee plaatsen vooraan in de nestgang een ei aangetroffen. In totaal worden vandaag 19 nestgangen aangevlogen. Plotseling is het erg druk voor de oeverzwaluwwand en vliegen enkele tientallen oeverzwaluwen geruime tijd voor de wand op en neer. Een deel ervan klemt zich vast aan de wand of gaat in een opening zitten. Dit gebeuren herhaalt zich tweemaal. Het doel of de oorzaak van daarvan is op dat moment niet duidelijk. Bezoek van een groep vogels die niet tot de broedkolonie behoren, zou een oorzaak kunnen zijn. Uitgevlogen jonge vogels die terugkeren om gevoerd te worden: daar is het nog wel nog erg vroeg voor!
 
 







Op 27 mei, onder betere weersomstandigheden, kan er pas goed geteld worden. Hoewel het aantal vliegbewegingen nog beperkt is, houden ze wel langer aan. Uiteindelijk komt het aantal bebroede nesten op deze dag op 47 uit.


Op 10 juni worden in twee nestopeningen jonge oeverzwaluwen gezien. Van ten minste vier nesten zijn de jongen al uitgevlogen. Ook gaan er jonge vogels in nestopeningen zitten om door de ouders gevoerd te worden. Dat gebeurt als opnieuw vele tientallen oeverzwaluwen tegen de wand ’plakken’. Deze telling is goed voor het bevestigen van alle eerder geconstateerde broedsels en het vaststellen van het totaal aantal op 65. Dit aantal bezette nesten, het aantal vastgestelde territoria, is een goed resultaat – meer dan de helft van het aantal mogelijke broedplaatsen is bezet - en evenaart bijna de uitkomst van 2014 met 66 territoria.


  

 

Vastgestelde territoria oeverzwaluwen - Dongevallei Reeshof Tilburg

2004

2005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

8

6

3

13

6

4

0

10

0

0

66

60

41

0

33

65
  
 


Reacties naar adkolen@kpnmail.nl