zaterdag 16 september 2023

Aalscholver in het Wilhelminapark



















Een jonge aalscholver op een tak van een oude katsuraboom (Cercidiphyllum japonicum) in het Wilhelminapark in Tilburg. 
Deze boom wordt ook wel koekjes- of broodboom genoemd vanwege de heerlijke geur tijdens de bladval in september.
(Foto: Joost Werkhoven).


Aalscholver in het Wilhelminapark

” Hoe bijzonder kan zo’n aalscholver hier zijn? ”


Ad Kolen

Op zondag 10 september 2023 ontvang ik een e-mailbericht van Joost Werkhoven met de tekst: ”José, Arnold en Joost zagen verbaasd deze vogel in het Wilhelminapark”. Met toevoeging van bovenstaande prachtige foto.

 Bomenkenner Joost Werkhoven geeft die dag een rondleiding langs de bijzondere bomen van het jubilerende Wilhelminapark, 125 jaar bestaat het park! Het Wilhelminapark en ook het Leypark zijn de mooiste parken van de Tilburg volgens Joost, beiden ontworpen door zijn favoriete tuinarchitect Leonard Springer.

 

De vogel op de boven de vijver hangende tak van een oude katsuraboom is een jonge aalscholver die zijn vleugels droogt. Als vogelaar weet je dat de aalscholver in zijn jeugd een lichte borst heeft en dat de aalscholver zijn veren moet drogen na het vissen. De afwijkende constructie van de vleugelveren van de aalscholver en het niet invetten daarvan zorgen dat geen lucht in de veren achter blijft. Dat helpt ze bij het snel achtervolgen van vis onder water. Maar daardoor worden de vleugels wel kletsnat. Dat maakt het heel zwaar om vanuit het water direct op te vliegen. Wat ze dan ook nauwelijks doen, ze proberen eerst de veren wat te drogen. Soms doen ze dat zelfs drijvend op het water door de vleugel enige tijd omhoog gestoken te houden.


















In een tweede e-mailbericht merkt Joost op: ”Hoe bijzonder kan zo’n aalscholver hier zijn, nooit eerder hebben wij hier een aalscholver gezien.”


Het is bijzonder dat zo’n grote watervogel zo ver de stad indringt om zijn kostje bij elkaar te scharrelen. Hoog over de stad vliegende is de vijver in het Wilhelminapark maar een grote druppel tussen de bebouwing. Toch weet de vogel dit plekje te vinden. Tilburg heeft maar weinig wateren in het centrum en directe omgeving maar in steden met grachten vist de aalscholver tot midden in het centrum. Op kleine vijvers zoals hier in het Wilhelminapark verschijnen ze al vroeg in de ochtend om ongestoord te kunnen vissen. Vaak vist de aalscholver alleen of met enkele soortgenoten. Op groter vaak troebele water vissen ze gezamenlijk. In een lijn jagen ze de vissen voor zich uit. Door steeds over elkaar heen te vliegen kunnen ze de opgejaagde vissen grijpen. Deze effectieve methode zag ik voor het eerst tientallen jaren terug op het IJsselmeer. Ook op de plas van het Noorderbos zie ik dat in de winter gebeuren als tientallen overwinterende aalscholvers er gezamenlijk foerageren.

 

De aalscholver is honderden jaren vervolgd. De slechte waterkwaliteit speelde ze gedurende het midden van de vorige eeuw ook flink parten. Na het invoeren van bescherming namen de aantallen aalscholvers toe, ook de verbetering van de waterkwaliteit pakt aanvankelijk positief uit voor de soort. Regelmatig komt de discussie weer naar boven van de vermeende concurrentie met de beroepsvisserij. Ook vanuit de sportvisserij wordt geklaagd. Zelfs op Europees niveau wordt er nu over gesproken!

Aalscholver weer onder vuur in Europees Parlement | Vogelbescherming

Vogelbescherming Nederland zet daar wetenschappelijke kennis tegenover!

De aalscholver eet vissen van 15-40 cm, voornamelijk de soorten die veel voorkomen. De afname van de voedselrijkdom, sinds eind jaren 1970 neemt de fosfaatbelasting van de wateren in Nederland af. Dit heeft een effect op de totale visstand. Hierbij neemt de biomassa aan vis af wat ook effect heeft op het aalscholverbestand. In de laatste 12 jaar neemt de aalscholver gestaag af, met minder dan 5% per jaar. In 2020 werden 16.500 paar geteld, dat is een derde minder dan in 2010 (bron van  trends en aantallen: Sovon Vogelonderzoek Nederland).































Het wennen aan mensen en de afname van vis in bepaalde wateren maakt dat de aalscholver op zoek gaat naar rijke viswateren als vis- en parkvijvers. Daar worden jaarlijks tonnen lokvoer en brood voor de eendjes in gegooid. Daar doen veel vissen het goed en worden zelfs terug gezet (soms gewond). Ondanks het troebele water in het Wilhelminapark is de vijver toch aanlokkelijk voor de aalscholver om er te vissen!


Reacties naar adkolen@kpnmail.nl




















Een volwassen aalscholver langs de Maas in Maastricht met op de achtergrond de Basiliek O.L.V. Ter Zee.



woensdag 13 september 2023

Zwarte ooievaar op trek

 


De jonge zwarte ooievaar gezien op 16 augustus in De brand bij Udenhout.


Zwarte ooievaar op trek



Ad Kolen

Vroeger was de zwarte ooievaar een broedvogel in Nederland. Nu verblijft hij alleen korte periodes tijdens de trektijd in ons land. Een jaarlijks terugkerend fenomeen, waar de aantallen van toenemen. Maar toch is de Ciconia nigra een spaarzame verschijning. Dat komt door het verdwijnen van ooibossen uit Nederland.


























De jonge zwarte ooievaar die 3 dagen in september verblijft op een weiland ten westen van het Noorderbos, onder 'de rook' van de TV-toren.



De meeste zwarte Ooievaars uit Noord- en Oost Europa overwinteren in Afrika, merendeels in het midden en het oostelijk deel van Afrika, zuidelijk van de Sahara. Door onder andere het uitbreiden van het broedareaal van de zwarte ooievaar richting West-Europa, lijken ook meer vogels in West-Afrika te gaan overwinteren. Soms al in juli en tot in oktober ondernemen ze deze reis. Overal in Nederland worden ze dan waargenomen, de meesten in augustus en september.

























Volwassen zwarte ooievaars zijn kleurrijke verschijningen (Madjarovo-Bulgarije 2017).


De zwarte ooievaar is iets kleiner dan de ooievaar maar heeft dezelfde vorm. De volwassen vogel heeft een meest zwart verenkleed met een paarse en groene metaalglans, de buik is wit van kleur. De stevige snavel is rood, de poten zijn lang en rood. De jonge vogel heeft grijsgroene poten en snavel. Klepperen met de snavel zoals de ooievaar doet deze soort niet of nauwelijks. Het nest van takken is groot en wordt ieder jaar opnieuw gebruikt. Door het steeds aanvullen en uitbreiden wordt het nest erg groot. Het voedsel van de zwarte ooievaar bestaat onder andere uit amfibieën, vis, kleine zoogdieren en jonge vogels die gevangen worden in besloten landschappen met vochtige weiden, moerassen of in ondiepe wateren.

























Een bewoond nest van een zwarte ooievaar (Chloepin Buda - Belarus 2010).



Het bijzondere verschijnsel van de trek van de zwarte ooievaar is ook in onze omgeving te bewonderen. De vogels die we in Nederland voorbij zien komen of er kort verblijven komen vooral uit Denemarken, Noord-Duitsland, Polen en Tsjechië. Op 16 augustus van dit jaar verblijft er één in het uitgestrekte moerasgebied De Brand bij Udenhout. Het is een jong exemplaar. Ook de vogel die tot nu driemaal gezien is in een weiland, grenzende aan het Noorderbos is een jong (9, 10 & 12 september 2023). De in voorgaande jaren in De Brand waargenomen exemplaren zijn, voor zo ver ik het gezien heb, ook jonge vogels. Dat was op 26-7-2020, 20-09-2019 & 03-07-2018, allemaal in het najaar dus.





















In de bergen nestelt de zwarte ooievaar in holen en op richels van rotswanden (Madjarovo- Bulgarije 2017).



De zwarte ooievaar is een vogel met een extreem groot verspreidingsgebied. Hij broedt van het westen van Europa tot in het oosten van Azië. Meestal zijn het trekvogels die overwinteren in Afrika, India of China. 
In Europa broedt de zwarte ooievaar vooral in de uitgestrekte bosgebieden van het oosten van dit contingent tot in Rusland en verder. De aantallen nemen toe in Midden-Europa en ook in het westen broeden er steeds meer. De zwarte ooievaar breidt zijn verspreidingsgebied als broedvogel al jaren uit in de richting van Nederland. Vanuit de Duitse deelstaten Niedersachsen en Nordrhein-Westfalen komen ze westwaarts. Tientallen paren nestelen tegenwoordig in de Belgische Ardennen. Al jaren hopen Nederlandse beleidmakers en vogelaars dat de zwarte ooievaar gaat broeden in ons land. Er worden ook steeds vaker overzomerende exemplaren in geschikte omgevingen waargenomen. Maar een broedpoging is nog steeds niet vastgesteld.

























Deze jonge zwarte ooievaar vindt veel voedsel op het  weiland ten westen van het Noorderbos. Er is volop te eten om op te vetten voor zijn verdere reis naar Afrika (12 september 2023).



Het Plan Ooievaar uit 1986, dat de basis is voor de huidige natuurontwikkeling in De Gelderse Poort, heeft tot doel de zwarte ooievaar weer terug te laten keren in Nederland. Ook van de inrichting van de Blauwe Kamer bij Wageningen is dat onder meer de beweegreden. De zwarte ooievaar is in tegenstelling tot de ooievaar een schuwe vogel die zich behalve tijdens de trek zelden buiten het bos of het moeras laat zien. Die schuwheid heb ik meerdere malen in verschillende Oost-Europese landen ervaren. Als het in België lukt, moet de zwarte ooievaar zich op den duur ook in Nederland opnieuw kunnen vestigen. Maar het ontbreken van de noodzakelijke rust in ons drukke landje zal ze zeker parten spelen, zoals dat bij de ondertussen in Nederland broedende kraanvogel, nog al het geval is.




Reacties naar adkolen@kpnmail.nl







Een idyllische plaatje van de Brand bij Udenhout.


woensdag 30 augustus 2023

Noorderbos broedvogels 2023






















Restanten van de vorige bestemming van het Noorderbos, de vloeivelden, zijn op meerdere plaatsen te zien!


Noorderbos broedvogels 2023

Een goed seizoen, een stabiele trend in de reeks en stijgende aantallen


Ad Kolen


Het ten noorden van Tilburg gelegen Noorderbos is aangelegd op de voormalige vloeivelden van de stad. Eerder lagen hier uitgestrekte heidevelden, wat soms nog in de beplanting is terug te zien. Het Noorderbos is een gevarieerd gebied van 110 ha met oude en jonge bossen, graslandjes, beken, sloten en een flinke zandwinplas. De afwisseling in biotopen trekt vele verschillende soorten vogels aan.



Broedvogel Monitoring Project
Sinds de opening van het gebied in 2003 inventariseer ik de broedvogels in het Noorderbos volgens de richtlijnen van het Broedvogel Monitoring Project (BMP) van Sovon. Bij het vaststellen van territoria volgens deze methode wordt op broedgedrag van vogels gelet. Dan zijn ‘nest-indicerend, geldige waarnemingen, datumgrenzen, fusie-afstanden, territorium-indicerend en minimale eisen’ de termen die gelden als doorslaggevende factoren. Al de verzamelde gegevens worden aan het einde van het broedseizoen via automatische clustering omgezet in territoria. Deze methode, sinds enkele jaren ook door mij gebruikt, is nauwkeuriger dan het handmatige verwerken van de gegevens. In de praktijk bestaat deze inventarisatie uit 8 telronden vanaf zonsopgang tussen half maart en half juli. Alle waarnemingen betreffende broedvogels worden ter plaatse ingevoerd in de app Avimap.


Hoogste aantal broedvogels 49
Deze 21e versie van de broedvogelinventarisatie is goed voor 49 verschillende broedvogelsoorten. Samen met hetzelfde aantal in 2007 zijn dat de hoogste aantallen. Het totaalaantal vastgestelde territoria in 2023 is 309; in 2007 is dat met 210 territoria een stuk lager. Door het na drie jaar stoppen van het ’Nestkastonderzoek Noorderbos OPEN’ zijn in 2023 wat minder gegevens verzameld en valt het totaalaantal vastgestelde territoria met 309 wat lager uit dan in het voorgaande jaar met 324. Met het vaststellen van 2 territoria van nieuwe vogelsoorten voor het Noorderbos in 2023 is het totaalaantal vastgestelde territoria in de gehele telperiode op 75 gekomen. Sinds 2003 hebben dus 75 verschillende vogelsoorten het Noorderbos geschikt bevonden als broedgebied.




Het paar knobbelzwanen, brengt ondanks serieuze pogingen geen jongen groot.


Overzicht van de broedvogels in 2023 met territoria

Fuut (1), knobbelzwaan (1), grauwe gans (1), grote Canadese gans (1), nijlgans (1), krakeend (1), wilde eend (1), kuifeend (2), buizerd (2), waterhoen (2), meerkoet (3), holenduif (1), houtduif (12), koekoek (1), bosuil (1), ijsvogel (1), groene specht (1), grote bonte specht (3), middelste bonte specht (1), kleine bonte specht, (2), oeverzwaluw (5), boompieper (7), winterkoning (25), heggenmus (9), roodborst (16), roodborsttapuit (1), merel (20), zanglijster (13), Cetti’s zanger (1), bosrietzanger (1), kleine karekiet (9), spotvogel (1), grasmus (11), tuinfluiter (10), zwartkop (24), tjiftjaf (28), fitis (8), bonte vliegenvanger (2), staartmees (1), pimpelmees (8), koolmees (20), boomklever (2), boomkruiper (12), gaai (2), zwarte kraai (4), spreeuw (4), vink (23), putter (1) en appelvink (2).


Nieuwe soorten (2)
Dit jaar is er van 18 vogelsoorten één territorium vastgesteld; zie het bovenstaande overzicht om welke soorten het gaat. De Cetti’s zanger, een landelijk sterk toegenomen vogel in de buurt van water met dichte weelderige begroeiing, is een nieuwe soort voor het Noorderbos. De middelste bonte specht is ook een nieuwe broedvogelsoort in het Noorderbos. In de oudere bossen van onder andere Brabant neemt de soort al vanaf 1990 met 5% per jaar toe. In de laatste 15 jaar is de soort verdubbeld. Ook in het Quirijnstokpark is hij dit jaar gezien. De spechten doen het sowieso goed in deze omgeving. Vier van de 5 spechtensoorten van Brabant broedden dit jaar in het Noorderbos. Alleen de zwarte specht is er in 2023 niet bij. Vier keer eerder in de reeks broedde deze zwarte gigant in het Noorderbos. De groene en de grote bonte specht zijn in alle jaren van deze 21-jarige reeks broedvogel in het gebied.








De Noorderplas.


De Noorderplas, moerasgas en watervogels
De Noorderplas is gegraven voor het zand, om onder andere de noordelijke randweg om Tilburg aan te leggen. Na de opening van het Noorderbos in 2003 is aan de randen van de plas zand terug gestort om verzakking van de oevers tegen te gaan. Later hebben de zandstortingen grote vormen aangenomen. Van 2008 tot 2018 zijn grote hoeveelheden ’laagwaardig’ zand en veel slib met dikwijls plantaardig materiaal in de plas gestort. Het geheel was zeer commercieel opgezet met weegbrug en aangelegde stortwallen tot ver in de plas. Na het eindigen van de zandstortingen is het zand gelijkmatig over de bodem verdeeld en werden de oevers natuurvriendelijk ingericht. De diepte van de plas is inmiddels tussen de 3 en 4 meter geworden, wat volgens de plannen de natuurwaarde zou bevorderen. In maart 2019 is de plas opgeleverd. Ruim een half jaar erna vallen de vele bubbels op, die uit het water opstijgen. Het vele plantaardige materiaal, dat naast het zand en de vele stenen in de plas is gestort, is gaan werken. Er wordt moerasgas gevormd. Moerasgas is de benaming voor gas dat ontstaat als gevolg van zuurstofloze bacteriële afbraak van organisch materiaal. Moerasgas bestaat voornamelijk uit methaan. Tot aan het verschijnen van dit verslag gaat de gasvorming door. Het verwachte herstel van de watervogelpopulatie blijft uit. De dodaars keren niet terug. Het aantal paren futen is geslonken; tot broeden komt de soort niet meer. Ook het aantal meerkoeten en waterhoenen is sterk afgenomen. Naast de grote Canadese ganzen verschijnen maar beperkte aantallen andere watervogels op de plas. De voortdurend opborrelende gassen gaan blijkbaar niet samen met het verblijven en broeden van veel watervogels. Hoe lang gaat dit duren?












Een rietkraag ontwikkelt zich aan de zuidwestzijde van de plas. 


Riet
Ten behoeve van de ontwikkeling van riet en andere waterminnende planten zijn bij de herinrichting van de Noorderplas in het winterseizoen van 2018-2019 aan de zuidwestzijde van de plas verlaagde zones aangelegd. Door aanhoudende droogte is de groei van rietplanten maar slecht op gang gekomen. In overleg met de gemeente en de beheerder zijn de aan de plas grenzende delen waar wel langzaam maar zeker rietvegetatie ontstaat, niet gemaaid. Het huidige beeld is dat er zich nu, mede door de toegenomen regenval, een rietkraag ontwikkelt aan de zuidwestzijde van de plas. Ook op de zandplaat aan de oostkant bij de Kalverstraat is een flinke rietplaat ontstaan. Na een eenmalig maaibeurt is dit deel met rust gelaten en heeft de rietvegetatie zich kunnen ontwikkelen. Het is de locatie waar de nieuwe vogelsoort voor het Noorderbos, de cetti’s zanger, zich heeft gevestigd.


Knobbelzwaan
Er zijn maar weinig vogelsoorten waarvan je kunt vaststellen dat ze werkelijk eieren leggen en jongen uitbroeden. Het is bij de BMP methode ook niet de bedoeling om daar naar te zoeken, om verstoringen te voorkomen. Bij enkele soorten zoals fuut, meerkoet, waterhoen, verschillende soorten ganzen en de knobbelzwaan is dat wel eenvoudig vast te stellen. In 2015 heeft een paar knobbelzwanen ergens op een verborgen plekje in het Noorderbos of in de buurt eieren bebroedt en zijn daar 4 jonge knobbelzwanen uitgekomen. Aan het begin van het broedseizoen van dit jaar lijkt dit ook weer te gebeuren. Aan de rand van een rietveld, goed zichtbaar vanaf de Kalverstraat, bouwt het paar een flink nest. Het bijzonder hoge water in de plas stagneerde de bouw wel een beetje, maar het nest is wel afgebouwd. Het paar is vanaf begin april in elkaars gezelschap op de plas gezien. Het mannetje verdedigt de gehele Noorderplas als zijn territorium en verjaagt alle grote watervogels. Een soepgans die hier al jaren verblijft, moet het regelmatig ontgelden. Helaas loopt het niet goed af. Na 10 juni wordt het paar niet meer gezien! Verstoring lijkt me uitgesloten, waarschijnlijk is één of zijn beide partners nog te jong!





De herstelde oeverzwaluwwand.



Oeverzwaluw
De oeverzwaluw is ook een vogelsoort die goed te volgen is. De geheel onder opgeschoten wilgen verdwenen kunstmatige oeverzwaluwwand (een hoop zand met een verticaal front) aan de zuidrand van de Noorderplas is in 2022 op eigen initiatief door Boomrooierij Weijtmans hersteld. Helaas is de wand in 2022 niet door oeverzwaluwen bezet. In 2023 echter wel. Na wat lichte herstelwerkzaamheden door mij zijn op zaterdag 10 juni de eerste activiteiten van oeverzwaluwen vastgesteld. Uiteindelijk hebben tenminste 5 paren oeverzwaluwen gebruik gemaakt van de wand.





Oeverzwaluw - Riparia riparia.



Roodborsttapuit
Door natuurlijke wijzingen in het Noorderbos is de roodborsttapuit na pieken van 5 en 6 broedparen uiteindelijk in 2021 verdwenen. Dat wil niet zeggen dat het slecht gaat met dit bijzondere vogeltje. In het aangrenzende agrarisch gebied vinden al enkele jaren 4 tot 6 paren roodborsttapuiten een broedplek op geschikte plaatsen. Ook aan de westkant, net buiten het Noorderbos broedt al 2 jaar een paar. Het is dan ook niet onverwacht dat de roodborsttapuit terugkeert in het Noorderbos, na aanleg van een ecologische verbindingszone ten behoeve van boomkikkers en verwanten. Meer openheid en nieuwe ruigten, daar voelt de roodborsttapuit zich weer thuis.





                    Meer openheid voor padden en kikkers geeft een soort als de roodborsttapuit ook weer een kans.



Bonte vliegenvanger
Van de bonte vliegenvanger zijn vorig jaar 3 en dit jaar 2 territoria vastgesteld. Dit jaar is één paar daarvan daadwerkelijk broedende in een nestkast aangetroffen.


Stabiele basis

In de lange reeks van broedvogelinventarisaties behoren in totaal 23 vogelsoorten tot de jaarlijkse broedvogels. Naast de groene en de grote bonte specht zijn dat wilde eend, waterhoen, meerkoet, houtduif, boompieper, winterkoning, heggenmus, roodborst, merel, zanglijster, kleine karekiet, grasmus, tuinfluiter, zwartkop, tjiftjaf, fitis, pimpelmees, koolmees, boomkruiper, gaai en vink. Daarnaast zijn er soorten die er bijna jaarlijks of toch zeker regelmatig broeden zoals fuut (20x), spreeuw (20x), bosrietzanger (20x), spotvogel (19x) en nog meer soorten die meer dan de helft van de jaren van de reeks tot de broedvogels van het Noorderbos gerekend kunnen worden.


Ontbrekende broedvogels
Op het overzicht ontbreken 26 soorten broedvogels, die wel eerder in de tellingenreeks in het Noorderbos broedden, maar niet in 2023.

Dodaars, ontbreekt al sinds 2016.
Blauwe reiger, broedde 1x vorig jaar.
Mandarijneend, toevallige broedvogel in 2017.
Soepeend, onregelmatige broedvogel.
Sperwer, 1x broedvogel in 2015.
Torenvalk, in het begin van de reeks 6x broedvogel.
Patrijs, 9x broedvogel, vanaf 2009 verdwenen als broedvogel en kort daarop langzaam maar zeker uit het gehele gebied ten noorden en oosten van de stad verdwenen.
Fazant, sterk afgenomen en ontbreekt nu 2 jaar als broed- en jaarvogel. Oorzaak: het niet meer uitzetten voor de jacht in de omgeving.
Scholekster, 2x toevallige broedvogel vanuit de oostelijke agrarische gebieden.
Kleine plevier, 4x broedvogel in de tijd van de zandstortingen.
Zomertortel, 2x broedvogel, sinds 2008 niet meer waargenomen.
Zwarte specht, 4x onregelmatige broedvogel.
Witte kwikstaart, regelmatige broedvogel, 13x tot nu.
Grote lijster, 1x broedvogel in 2007.
Sprinkhaanzanger, 2x broedvogel, in 2005 en 2009.
Goudhaan, 1x broedvogel in 2016.
Matkop, onregelmatige broedvogel, 9x tot nu.
Kuifmees, onregelmatige broedvogel 3x.
Zwarte mees, onregelmatige broedvogel, 3x.
Wielewaal, onregelmatige broedvogel 3x.
Ekster, onregelmatige broedvogel 8x.
Kauw, onregelmatige broedvogel, 3x.
Groenling, regelmatige broedvogel, 13x. Sterk afgenomen naar nul dit jaar, mogelijk door ziekte.
Kneu, regelmatige broedvogel, 10x.
Goudvink, onregelmatige broedvogel, 5x.
Rietgors, broedvogel in het begin van de reeks, 3x.


Conclusie
De trend van de aantallen verschillende soorten broedvogels in de hele reeks broedvogelinventarisaties in het Noorderbos is met een gemiddelde van 43 (42,95) helemaal stabiel. De aantallen van de vastgestelde territoria, met een gemiddelde van 249 (249,38), laten een redelijk stijgende trend zien. Het aantal soorten broedvogels blijft dus gelijk en het totaalaantal broedende vogels is stijgende. De conclusie voor het broedseizoen 2023 is: ”Een goed seizoen, een stabiele trend in de reeks en stijgende aantallen”.




Reacties naar adkolen@kpnmail.nl







vrijdag 4 augustus 2023

Quirijnstokpark Broedvogels 2023


 

Naast van de vogels is het in het Quirijnstokpark ook genieten van de vele inlandse- en exotische bomen zoals deze bloeiende bergsneeuwklokjesboom (Halesia monticola) met een klein koolwitje.




Quirijnstokpark Broedvogels 2023

Een rijk broedseizoen



Ad Kolen



De langste dag is geweest, de dagen worden korter, de vogels verstillen. Het broedseizoen is voor de meeste vogelsoorten ten einde. Tijd om de balans op te maken van de broedvogelinventarisatie van 2023 in het Quirijnstokpark in Tilburg Noord.


Het noordelijke stadsdeel van Tilburg is in het begin van de 60er jaren van de vorige eeuw uit de grond gestampt om het nijpende woningtekort van de stad te verlichten. Het Quirijnstokpark ligt in het noordoosten van Tilburg-Noord. Het grenst aan het Industrieterrein-Oost en aan de Sweelincklaan. In de zomer van 1975 is het park in gebruik genomen. De oude boombeplanting werd zoveel mogelijk gehandhaafd. Een bosweide met houtwallen is deels intact gebleven. Het "Kluijtmansbosje" en de overstortvijver nabij het Wilhelminakanaal behoorden oorspronkelijk ook tot het park. Later is dat deel door het aanleggen van sportvelden, scholen en woningen van de rest van het park geïsoleerd. Er bleef een oppervlakte van 24 ha over. Het gevarieerde bomenbestand, bestaande uit inheemse- en exotische soorten, heeft na bijna 50 jaren prachtige vormen aangenomen en is samen met de vijver en de gazons een biotoop voor veel vogelsoorten.


Het vaststellen van de aantallen en de soorten vogels waarvoor het Quirijnstokpark geschikt is om te broeden, geschiedt aan de hand van het Broedvogel Monitoring Project (BMP) van Sovon. Tijdens elke van de 8 telronden in het broedseizoen, beginnende bij zonsopgang, worden alle gegevens van mogelijke broedvogels in de app Avimap ingevoerd.


Bij het vaststellen van territoria volgens deze methode wordt op broedgedrag van vogels gelet. Dan zijn ‘nest-indicerend, geldige waarnemingen, datumgrenzen, fusie-afstanden, territorium-indicerend en minimale eisen’ de termen die gelden als doorslaggevende factoren. Al die verzamelde gegevens worden aan het einde van het broedseizoen via automatische clustering omgezet in territoria. Deze methode, sinds enkele jaren ook door mij gebruikt, is nauwkeuriger dan het handmatig verwerken van de verzamelde gegevens. De betrokkenheid van de teller bij zijn gebied is met deze methode wel minder!


Sinds 1986 kijk ik naar vogels in het Quirijnstokpark en heb ze op verschillende manieren geteld. Vanaf 2001 zijn dat de broedvogeltellingen op gestandaardiseerde wijze volgens de BMP richtlijnen. Met enkele onderbrekingen tot nu toe in totaal 17 keer. Vanaf 2007 zijn het jaarrond tellingen (15 keer) zoals ik die ook in de Dongevallei en het Noorderbos uitvoer.


In de 17 jaar BMP-tellingen in het Quirijnstokpark zijn in totaal van 38 verschillende vogelsoorten broedterritoria vastgesteld. Dit aantal is sinds 2018 niet meer gewijzigd. Per jaar zijn er wisselingen in de soorten die hier broeden. Van 13 vogelsoorten (waterhoen, houtduif, grote bonte specht, winterkoning, roodborst, merel, zwartkop, tjiftjaf, pimpelmees, koolmees, ekster, zwarte kraai en vink) zijn al die jaren één of meer territoria vastgesteld. Tijdens 16 jaren BMP zijn territoria van holenduif en heggenmus vastgesteld.

Tijdens 15 jaren waren er territoria van boomkruiper en gaai en tijdens 14 jaren van groene specht en boomklever. Er is dus een stabiele basis van vogelsoorten die er jaarlijks, bijna jaarlijks of toch zeker regelmatig tot de broedvogels behoren. Eén vogelsoort is maar één keer vastgesteld als broedvogel: de bosrietzanger. In 2 van de 17 teljaren broedden er de grote Canadese gans, mandarijneend, spotvogel, matkop en groenling.


Van het broedseizoen 2023 is de stand opgemaakt met hoge aantallen als uitkomst. Het gaat in 2023 om 26 verschillende soorten broedvogels. Dat is vrij hoog ten opzichte van het gemiddelde over de 17 jaren van 23,1 territoria. In 2023 zijn in totaal 96 territoria vastgesteld: het hoogste aantal in deze reeks broedvogelinventarisaties. Een opsomming van de broedvogels en de aantallen vastgestelde territoria in 2023: Nijlgans (1), wilde eend (1), waterhoen (3), meerkoet (1), holenduif (3), houtduif (10), groene specht (1), grote bonte specht (1), winterkoning (7), heggenmus (2), roodborst (6), merel (8), zanglijster (3), kleine karekiet (2), zwartkop (6), tjiftjaf (7), pimpelmees (2), koolmees (7), boomklever (1), boomkruiper (5), gaai (1), ekster (3), kauw (1), zwarte kraai (2), spreeuw (6) en vink (6).


Van 4 vogelsoorten (appelvink, groenling, grote Canadese gans en de middelste bonte specht) zijn wel gegevens verzameld in het broedseizoen, maar deze zijn onvoldoende voor het vaststellen van een territorium. Mogelijk ontbreekt er voor deze soorten in het Quirijnstokpark iets om als broedgebied te kunnen fungeren. De appelvink (in lichte mate), de grote Canadese gans en de middelste bonte specht zijn vogelsoorten die het in Brabant goed doen en in aantallen toenemen. De groenling broedde maar enkele malen in het Quirijnstokpark. Wat deze laatste soort betreft is het waarschijnlijk een ander verhaal. Uit eigen waarnemingen weet ik dat de aantallen groenlingen in de omgeving wisselen en afnemen. De groenling is gevoelig voor ’Het Geel’ (trichomonose), een ziekte veroorzaakt door de parasiet Trichomonas gallinae. Deze ziekte is algemeen bekend als één van de doodsoorzaken bij duiven. Maar sinds enkele jaren is het in Nederland ook als doodsoorzaak aangetoond bij groenlingen.


Naast appelvink, groenling, grote Canadese gans en de middelste bonte specht en de al vernoemde bosrietzanger ontbreken dit jaar ook in eerdere jaren vastgestelde broedvogels als mandarijneend, sperwer, Turkse tortel, kleine bonte specht, spotvogel, tuinfluiter, fitis, matkop en staartmees.



Jonge waterhoenen, van een flink formaat al, pas in juni gezien.


Van het waterhoen zijn de nakomelingen pas in een laat stadium gezien: eind juni! Ze hebben zich goed verscholen gehouden, ze zijn dan al halfwas. De waarneming van 10 net uitgekomen pullen op maandag 3 april was het resultaat van een succesvol territorium van een paar wilde eenden. Op diezelfde dag dobbert een paar nijlganzen met 3 jongen op de vijver. Voor een aantal vogelsoorten is het ’broedseizoen’ een rekbaar begrip. Van de fuut en de houtduif is dat bekend, maar ook de nijlgans houdt zich niet aan de bekende data. Na het afsluiten van het BMP is op dinsdag 25 juli een paar nijlganzen met 8 jongen van minder een week oud aan de rand van de vijver gezien. Ook vorig jaar zag ik jonge nijlganzen buiten de reguliere broeddata (15 maart-15 juli). Al heel vroeg in het jaar, op 7 februari 2022, zag ik nijlganzen met 11 donsjongen op de vijver in het Quirijnstokpark.






















Een jonge nijlgans, in april geboren en heeft nu al bijna het formaat van een volwassen vogel.


Wisselingen in de soorten broedvogels en ook in de aantallen zijn onder andere het gevolg van de weersomstandigheden, veranderingen in het gebied en de stand van de landelijke populaties van de betreffende vogelsoorten. Geen broedseizoen is gelijk aan dat van een voorgaand jaar. De uitkomsten zijn soms voorspelbaar, maar soms ook niet, of ze zijn zelfs onverklaarbaar.


Een voorbeeld. De boomklever, een soort waarvan al jaren een stijgende trend bekend is, heeft in 2023 maar één territorium in het Quirijnstokpark. Ook in het Noorderbos is het resultaat 50% minder dan in het voorgaande broedseizoen. Daarentegen doet de andere boombewoner, de boomkruiper, het bijzonder goed. Die behaalde het hoogste aantal van 5 territoria in de reeks in het Quirijnstokpark. Ook in het Noorderbos scoort de soort met 12 territoria hoger dan ooit.


Op de meeste plaatsen in Brabant nemen de bomenminnende soorten in aantallen toe door het ouder worden van de bomen. In het Quirijnstokpark is de vink de enige soort die daar enigszins van lijkt te profiteren. Soorten als zwartkop, tjiftjaf en de mezen pimpelmees en koolmees (die eigenlijk het best floreren in eiken- of gemengde bossen) staan al jaren op een redelijk stabiel niveau. Ook vogels die graag in lage begroeiingen verblijven, zoals roodborst, heggenmus en winterkoning, vertonen geen forse stijgingen of dalingen in de aantallen. Dit heeft te maken met het onderhoud van het park. Dunningen van ouder wordende bomen en het regelmatig afzetten van lage begroeiingen geven meer openheid op de bodem en minder beschutting aan deze struweelvogels.


In 2018 is de vijver in het Quirijnstokpark geschoond en is er veel slib afgevoerd. In het zuidelijk deel is daardoor aan één oever meer openheid ontstaan, en ook is de vijver daar minder diep dan voorheen. Hierdoor is een flinke rietkraag ontstaan met aangrenzend een ruige begroeiing van allerlei planten. Een ideale biotoop voor de kleine karekiet. In 2023 broedden er dan ook 2 paren kleine karekieten in het zuidelijk deel vanaf de brug over de vijver. In drie eerdere jaren in deze tellingenreeks broedde er steeds één paar kleine karekieten in dit deel van de vijver.


Het geheel van veranderingen en invloeden in ogenschouw genomen zijn de uitkomsten van de broedvogelinventarisatie in het Quirijnstokpark in 2023 zijn goed te noemen: ’een rijk broedseizoen’ is een passende aanduiding!




Reacties naar adkolen@kpnmail.nl



zondag 26 maart 2023

Voorjaar 2023; Roeken broeden opnieuw in Tilburg Noord

 




















Ad Kolen




Na een bezetting van 38 nesten door roeken in de hoge moeraseiken in de Frans Litszstraat in Tilburg Noord vorig jaar, speelt al snel de gedachte komen ze dit jaar terug. Roeken houden vaak hun kolonie bezet. In de winter komen ze gewoonlijk nu en dan kijken. Ze beginnen al weer gauw aan het opknappen van de nesten. Bewust kijk ik al vroeg in het nieuwe jaar naar eventuele activiteiten van deze vogels als ik de buurt ben. Tijdens een zondagochtend rondje door Tilburg Noord, op 22 januari van dit jaar, vallen de verschillende nesten op in de bomen op dezelfde locatie, ze zijn in goede staat. Eer is al flink aan gewerkt en enkele nesten zijn al bezet. Ik tel 7 roeken bij meerdere nesten, en 2 juist om de hoek aan de Stokhasseltlaan.































Deze vorig jaar door de roeken gekozen broedlocatie is blijkbaar definitief. De gigantische moeraseiken in de Frans Litszstraat steken ruim boven de huizen uit. Roeken prefereren bomen van 15-25 hoog om in te broeden. De keuze is toen niet zomaar op deze plek gevallen. De kauw, vaak een vaste partner van de roek tijdens foerageersessies en soms ook als gezamenlijke broedvogel komt in deze omgeving al vele jaren het jaarrond voor, ook als broedvogel. Een samenloop van gunstige omstandigheden, de hoge bomen, de aanwezigheid van kauwen vormden positieve elementen daarin.
































Het toen ruim aanwezige nestmateriaal, door de hevige stormen die er in deze periode aan vooraf gingen, hebben zeker ook een rol gespeeld. Nestmateriaal, in de vorm van takken is nu minder aanwezig maar dat vormt blijkbaar geen belemmering om opnieuw te gaan nestelen op deze plek. De schaarste heef tot gevolg dat de nestbouwende roeken takken van elkaar stelen. Dat stel ik vast als op 17 maart de bezette nesten worden geteld. In totaal 29 zijn bezette nesten, waarvan een deel nog in aanbouw is. Waarschijnlijk komen er nog wel enkele nesten bij! De inventarisatieperiode van roeken valt tussen 10 maart-10 mei. Ga voor 10 mei nog een keer tellen, maar niet te laat, zodat de bomen nog kaal zijn.

Aanvullende nesttellingen uitgevoerd op 3 april 2023 met 31 nesten als resultaat. Onverwacht zijn er nog meer nesten bijgekomen. Op maandag 10 april 2023 het definitieve aantal van 39 bezette roekennesten vastgesteld.






























Even voor de duidelijkheid roeken en kauwen zijn twee van de vier ’zwarte kraaiachtigen’ die onze omgeving bevolken. De roek is groot met een geheel zwart verenkleed zoals de zwarte kraai. Een duidelijk zichtbaar verschil is de snavel die vooral aan de basis licht is. De wigvormige staart en de afhangende dijveren van de roek onderscheiden hen ook van elkaar. De roep van de roek is lager dan het trage ’kraa kraa’ van de zwarte kraai en het is vaak ook nasaal. Op enige afstand lijkt het alsof de zwarte kraai een geheel zwart verenkleed heeft. Dat is niet zo, van dichtbij vertoont die een blauwachtige purperen glans. De kauw is de kleinste van de vier in Nederland voorkomende kraaiachtigen. Met een lengte van 33 cm is er nogal wat verschil met de 47 cm lange roek en de even grote zwarte kraai. Met de recentelijk in de omgeving van Tilburg verschenen raaf van 64 cm is het verschil wel héél opvallend. Een gedetailleerde blik op de kauw wijst uit dat hij ook niet helemaal zwart is. De kauw is grijs in de nek, hals en wangen. Ook de flanken zijn wat lichter getekend. De lichte ogen met een zwarte kern vallen op naast de geheel zwarte ogen van de zwarte kraai, de roek en de raaf. De kauw is een sociale vogel die altijd in de buurt van soortgenoten is.

Een aangrenzend flatgebouw biedt goed zicht op enkele nesten, zie de foto’s !










Reacties naar adkolen@kpnmail.nl




zondag 12 februari 2023

Noorderbos Nestkastonderzoek OPEN






Veertien eieren van een pimpelmees.


Noorderbos Nestkastonderzoek OPEN

Kort verslag 2022 door Ad Kolen

Redelijke resultaten ondanks hitte en droogte



De letters van het nestkastonderzoek OPEN staan voor Onderzoek, Processierupsbeperking, Educatie en Noorderbos. Het onderzoek heeft een OPEN karakter. Alle verzamelde gegevens worden zo veel mogelijk gedeeld. Al deze doelstellingen zijn naar tevredenheid uit de veren gekomen in 2022.


Dit jaar zijn vanaf dinsdag 4 april de wekelijkse nestkastcontroles uitgevoerd in het Noorderbos. Tijdens iedere controle zijn alle details, zoals de vorderingen van de nestbouw, het aantal gelegde eieren, het aantal aanwezige nestjongen en de uitgevlogen vogels, genoteerd. Alle details zijn vastgelegd, ook als het om dode of geroofde jongen en eieren ging. Het geheel is uitgevoerd volgens de richtlijnen van het Meetnet Nestkaarten van Sovon. Van de 60 in 2022 in het Noorderbos aanwezige nestkasten zijn er 55 door drie verschillende vogelsoorten bezet: koolmees, pimpelmees en boomklever. De bezettingsgraad van de 60 nestkasten in 2022 ligt met 92% tussen de twee voorgaande jaren in: 88% in 2021 (van 60 nestkasten) en 96% in 2020 (van 45 nestkasten).


Metalen plaatjes

Om meer broedgelegenheid te bieden aan kleinere vogelsoorten als kuifmees, matkop, zwarte mees en de pimpelmees is in 2022 ruim de helft van de invliegopeningen van een metalen plaatje met een gat van 28 mm voorzien. De overige nestkasten zijn met een metalen plaatje met een gat van 32 mm bedekt. Het weerhoudt spreeuwen ervan om in de nestkasten te broeden. En de spechten worden belemmerd in het groter hakken van de invliegopening. De verschillen in het aantal vogelsoorten dat in de nestkasten broedt, wordt hierdoor en door andere factoren bepaald. De koolmees is wel de meest dominante soort, die alle vogelsoorten van zijn eigen of een kleiner formaat de baas is. Koolmezen weten ook een deel van de nestkasten met een plaatje van 28 mm binnen te dringen.




Jonge koolmezen met half volgroeide slagpennen.


Koolmees

De koolmees is in 2022 met 32 bezette kasten opnieuw de meest in nestkasten broedende vogel in het Noorderbos. Dat is ruim 58% van alle (55) bezette nestkasten. In 2021 bezette de koolmees 53% van alle (53) bezette nestkasten. In 2020 is 79% van de (43) bezette nestkasten door koolmezen ingenomen.

De 32 koolmeesparen in 2022 zijn goed voor 338 eieren. Dat is ruim 10 eieren per paar (10,6). Het aantal eieren varieert van 8 (3x) tot 14 (3x). Eenmaal legde één paar 13 eieren, tweemaal 12, zevenmaal 11, tweemaal 9 en veertien maal zijn 10 eieren in één nest aangetroffen. Uit één van de broedsels van 10 eieren zijn 6 jongen uitgekomen, die het echter niet hebben overleefd. Halverwege het groeiproces - de slagpennen zijn net uitgekomen - worden ze alle 6 tegelijk dood aangetroffen.

Uit niet alle eieren komen jongen en niet alle jongen kunnen het nest verlaten. Van de 338 gelegde eieren zijn uiteindelijk 281 jongen uitgevlogen. Van maar 11 broedsels vliegen alle jongen van de gelegde eieren uit. (Driemaal 8, zesmaal 10 en tweemaal 11). Het percentage van de uitgevlogen jongen is ruim 83% van alle gelegde eieren.


Pimpelmees

In 2022 heeft de pimpelmees in het Noorderbos 20 nestkasten bezet. Dat is ruim 36% van het totale aantal bezette nestkasten. In 2021 zijn 22 nestkasten door pimpelmezen bezet, ruim 42%. In 2020 zijn 7 nestkasten bezet door pimpelmezen; dat is 16%. De 20 broedparen pimpelmezen zijn in 2022 goed voor 255 eieren. Daaruit vliegen 222 jonge pimpelmezen het luchtruim in, 87% van de gelegde eieren. Het aantal broedende pimpelmezen ligt in de drie jaren van dit nestkastproject steeds lager dan de aantallen broedende koolmezen. Dit is mede veroorzaakt door de dominantie van de koolmees. De afmetingen van de invliegopeningen spelen ook een rol. En vergeet niet dat de landelijke populatie koolmezen groter is dan die van de pimpelmezen. Maar lokaal verschilt dat wel natuurlijk.




Acht jonge boomklever, bijna klaar om uit te vliegen.


Boomklever

Drie nestkasten zijn in 2022 door boomklevers ingenomen. Er zijn 8, 7 en 8 eieren in gelegd. Alle eieren zijn uitgekomen en de jongen zijn uitgevlogen. Lees verder over deze bijzondere vogelsoort in de special over de boomklever in vogelsenzo nr. 47 of op de weblog vogelsenzo.


Spreeuw

De spreeuw broedde niet in een nestkast dit jaar. Wel heeft de soort in drie verschillende natuurlijke nestlocaties een broedplek gevonden.




De bonte vliegenvanger heeft wel belangstelling in een nestkast maar broedt er niet!



Bonte vliegenvanger

De bonte vliegenvanger broedt niet probleemloos in het Noorderbos. Hoewel op drie uiteenlopende locaties zingende bonte vliegenvangers zijn gehoord en opnamen van een verkennende vogel in het een nestkast zijn vastgelegd, zijn er in 2022 geen daadwerkelijke broedgevallen vastgesteld. Wel zijn er drie territoria geteld volgens de BMP richtlijnen. In één nestkast is op het nest naast een broedende koolmees een dode bonte vliegenvanger aangetroffen.



Redelijke resultaten ondanks hitte en droogte

De resultaten van de in de nestkasten broedende pimpelmezen en boomklevers in het Noorderbos zijn dit jaar goed te noemen. De aantallen van de koolmezen zijn wat lager uit gevallen. Over het geheel genomen zijn de resultaten redelijk te noemen, ondanks de hitte en de droogte. In de zomer was er sprake van extreme droogte in het zuiden, maar toen waren de meeste holenbroeders al uitgevlogen. Wat er later is gebeurd is niet vastgesteld. Dit jaar zijn de tweede legsels niet gevolgd. Van enkele toevallig waargenomen tweede broedsels zijn de gegevens wel genoteerd maar niet meegerekend in dit verslag. Vergelijkingen met tweede broedsel van het voorgaande jaar zijn dan ook niet gedaan.




Een verslag met meer details verschijnt binnenkort in de nieuwsbrief vogelsenzo nr. 48. stuur een e-mail naar adkolen@kpnmail.nl