maandag 13 februari 2017

Vogelveren




 
 
 
Veren, meer dan mooie vogelkleren !
 
Ad Kolen        
Veren en vogels zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Voor alle voor vogels zo belangrijke functies zijn 2 soorten veren verantwoordelijk. De contourveren en de donsveren.
 

 
 
Contourveren
Contourveren zijn er in verschillende afmetingen en met meerdere functies (slagpennen, staartpennen en dekveren.) Voor iedere functie bevat de betreffende veer ander eigenschappen. In beginsel zijn alle contourveren op dezelfde manier gebouwd. Het onderste gedeelte is verbonden met het vogellichaam en heet de spoel. Het verlengde van de spoel, waaraan de vlag vastzit, de schacht bestaat uit met lucht gevulde kamertjes om het gewicht te beperken. De vlag is erg flexibel, en wordt niet direct in weer en wind onherstelbaar beschadigd. Dit is mogelijk dankzij een mechanisme dat wel iets weg heeft van een ritssluiting. Soms splijt een gedeelte van een vlag open, maar door poetsbewegingen kunnen de vogels het weer sluitend maken. Haak- en gootbaardjes vallen weer in elkaar en de vlag is opnieuw een gesloten geheel.
 
 

 
 
Donsveren  
   
De donsveren vormen een dichte met lucht gevulde laag onder de dekveren en spelen daarom een belangrijke rol bij het op peil houden van de lichaamstemperatuur van de vogel. De opbouw van donsveren is hetzelfde als die van de contourveren, alleen ontbreekt de ritssluiting. De baardjes grijpen dus niet in elkaar. Alle donsharen zijn negatief geladen, waardoor de baardjes elkaar afstoten.
 
 
 
 
 
Verschillende verenkleden
Veren zijn voor iedere vogel van een enorm belang. Meerdere functies zijn aan veren toe te schrijven. Waaronder een aantal van levens­belang zijn. Aan het kleurige verenpak zijn de ver­schillende soor­ten te herken­nen.  Bij veel vogelsoorten zijn de mannetjes en de vrouw­tjes door een ander verenkleed van elkaar te onderscheiden. De vrou­welij­ke exemplaren hebben vaak een minder opvallen­de kleur. Deze meestal bruine camou­flagetin­ten bieden een goede be­scher­ming tijdens het broeden. Bij de in holen broedende soor­ten is dit overbodig. Van de holen­broeders zoals Bergeenden en IJsvogels zijn beide geslachten dan ook prachtig uitgedost.
 




Het tamelijk bescheiden verenkleed van een vrouwelijke mandarijneend.
 
Signalen
 
Kleur- en signaalwerking, een andere functie van veren,  zijn in de baltstijd van belang voor het aantrek­ken van het andere geslacht en het afschrikken van rivalen.
 
 
 
Het totaal verschillende, heel kleurige mannetje, heeft speciale veren, vlagen,
om signalen uit te geven tijdens de balts.
 
 
Kleurstoffen
De belangrijkste kleurstoffen bij vogels zijn de melaninen en carotine. De melaninen komen het meest voor. Ze variëren van okergeel via bruin tot zwart. De pigmenten worden in speciale cellen in de huid gemaakt en meegeven aan de groeiende veren. Carotine wordt met het voedsel opgenomen. Onder niet natuurlijke omstandigheden, bij in gevangenschap gehouden vogels, verbleken de kleuren van het verenkleed soms (Blauwborst, Flamingo.) Kwekers van kleurkanaries geven hun beestjes gele, oranje en rode kleurstoffen in de voeding om de gewenste kleur in het verenkleed te krijgen.
 
 
 
Kleuren door fijne structuur
Een aantal kleuren ontstaat niet door pigmenten maar zijn te danken aan de fijne structuur van de veren. Delen van het kleurenspectrum worden doorgelaten, andere worden weerkaatst. De microscopisch fijne gelaagdheid van de baardjes zorgt bijvoorbeeld van de fraaie glans op de kop van een mannetje Wilde eend en onder andere de groene en  paarse schijn op de staart van een Ekster.
 
Vliegen
Uiterst belangrijke functies van veren zijn het draag- en stuurver­mogen waardoor de vogel in staat gesteld wordt te kunnen vliegen. De aerody­namische kwaliteiten zijn een andere bijdrage van de veren aan het vliegver­mogen. Van alle vormen van voortbewegen vergt vliegen wel de meeste inspanning en het zorgt voor allerlei beperkingen aan de lichaamsbouw van de vogel. Het hele lichaam van de vogel is dan ook aangepast aan de kunst van vliegen. Vliegen bestaat meestal uit een combinatie vier basistechnieken; de slagvlucht, de glijvlucht, de zweefvlucht en het bidden. De slagvlucht en het bidden kosten veel kracht. Bij de glij- en de zweefvlucht wordt gebruik gemaakt van de luchtbewegingen en besparen veel energie.
 
 


 
Bescherming
Lucht heeft een isolerende werking. Door de veren op te zet­ten, het bekende ’bol zitten’ bij bijvoorbeeld Roodborst­jes, houden ze zich lekker warm tijdens niet actieve uren. Ook van levensbelang is dat veren be­scher­ming bieden tegen water. Die protectie tegen het vochtige element bieden veren echter niet zo maar. Vogels besteden enkele uren per dag aan het poetsen van hun veren. De veren worden tegelijker tijd met het poetsen ingevet. De vet- of stuitklier, die boven de staartbasis ligt en een olieachti­ge substantie uitscheidt, dient hiertoe. Die olie zorgt ervoor dat het verenkleed soepel en vochtafstotend is; dit laatste is van vitaal belang, vooral voor water­vogels.
 
Uitzondering
Een uitzondering is de Aalscholver.  Deze vogel laat zijn veren, met name die van de vleugels nat worden. Deze veren zijn wat anders geconstrueerd dan bij de meeste  vogels. De baarden van de veren staan wat verder uit elkaar waardoor water kan binnen dringen. Het water verdrijft de lucht waardoor ze diep in het water naar vis kunnen duiken. Deze aanpassing, geldt niet voor de lichaamsveren. De doorweekte vleugelveren moeten echter gedroogd worden. Een bekend beeld zijn de met uitge­strekte vleugels langs wateropper­vlak­ten zittende Aal­scholvers.
 

 
Onderhoud
Het onder­houdt van het verenkleed geschiedt ook door het nemen van stofbaden, een bekend verschijnsel bij Huismussen. Stof is zowel een absorp­tie- als een schuurmiddel. Het nemen van  een stofbad reinigt het verenkleed van vuil. Zonnebadende merels zijn niet er op uit een bruine tint te verkrijgen maar verdrijven hierdoor de aanwezige parasie­ten. Gaaien hebben voor dit doel zo hun eigen manier. Soms wrijven ze met hun snavel mieren in hun veren­kleed. Het mierenzuur verjaagt de parasieten.
 
Poederveren
Ook de Blauwe reiger heeft een eigen manier van onder­houden van de zo belangrijke veren. Elke Blauwe reiger heeft aan de linker- en rechter on­derzij­de van het lichaam drie poederdonsvelden. Deze velden zijn dicht bedekt met speciale poederdonsveren, die altijd maar doorgroeien en in een talk­achtig poeder ver­kruimelen als de snavel er over wrijft. De vogel verspreidt dit poeder over al zijn veren. Vislijm of andere kleverige substanties worden er door gebonden. Het wordt daarna weer uitgekamd met behulp van de kamvor­mige zijkant van de middenteennagel.
 
Speciale veren
Meer vogelsoor­ten hebben speciale veren. De tastgevoelige veren rond de snavel van de Nachtzwaluw vergroten het vangoppervlak en verhogen de kans op het bemach­tigen van vliegende insecten.  De borstelveer­tjes beperken bovendien de ontsnappings moge­lijkheden voor in de lucht gevangen insecten. Spechten maken op een bijzon­der wijze gebruik van bepaalde veren. Ze steunen  bij het klimmen in de bomen op hun staart. Tijdens de rui vallen deze pas uit nadat de nieuwe staartveren zich alweer hebben ge­vormd.
 
Rui
Om afgesle­ten veren te vervangen of om een speciaal pracht­kleed aan te meten ruien volwassen vogels op gezette tijden. Het wisselen van het verenpak mag een niet al te grote invloed hebben op het vlieg­vermogen en de warmtehuis­hou­ding. Daarom is het over het algemeen een langzaam en geleidelijk proces. Doch ook hier bevestigen uitzonderingen de regel. De meeste eendensoorten en Futen verliezen in een klap al hun slag­pennen. Waardoor ze drie weken niet kunnen vliegen. Weer ande­ren ruien om de beurt. Knobbelzwa­nen ruien tijdens de broed­tijd. Het wijfje begint hiermee ongeveer een maand nadat de jongen zijn uitge­komen. Het mannetje start met ruien als de slagpen­nen van het wijfje weer bijna helemaal uitgegroeid zijn. Beiden kunnen dan in oktober tegelijker­tijd met de jongen weer vliegen. Door deze wijze van ruien is er steeds een van de oudervogels in staat de familie optimaal te verde­digen.
 
Eiderdons
Dat van al die bij­zondere eigenschap­pen van veren ook de mens al lange tijden gebruik maakt is niet nieuw. Het nest van de Eidereend is overvloedig met dons gevoerd. Waar deze eenden in grote kolo­nies broeden, wordt het dons sinds mensenheu­genis verzameld. Één nest levert 17/18 gram hoog­waardig dons. Op IJsland is het verzamelen van het kostbare dons een oud recht(!), dat bij enkele bezit­ters berust.
 

Vogelbescherming
Tijdens de vorige eeuwwisseling waren de veren van de Kleine zilver­reiger zeer geliefd, er werden hoedjes mee opgesierd. Voor het bemachtigen van deze veren werden talrijke kolonies uitgeroeid. Het veelvuldige gebruik van vogels en hun veren ter versiering op dameshoeden, de verontwaardiging daarover, was de aanleiding van de oprichting van Vogelbescherming Nederland in 1899. Al snel richtte men zich op andere misstanden en aandachtspunten!

 
 
Contourveren: slagpennen van een houtduif.
 
 
In de nieuwsbrief ’vogelsenzo’ staan de artikelen uitgebreider.
Abonneer je door een e-mail te sturen aan: adkolen@kpnmail.nl
 
 
 

Donsveren van een houtduif.
 
 
Literatuur: Het Vogeljaar themanummer Nachtzwaluw, Kosmos Vogelmonografie De Blauwe reiger, Kust- en zeevogels -L. Logen-, Landvogels van Europa -F. Sauer-, Vogels hoe ze leven -G.J. Eenkhoorn-,  Vogels Vogelbescherming.)

 
 


 
Contourveren: staartpennen van een houtduif.
 
 
 
 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten