IJsvogel in de kou
Ad Kolen
Sneeuw
en ijs zetten heel Nederland op zijn kop. Als het een keer echt wintert, zijn
we er niet (meer) op voorbereid. Wegen lopen vast, treinen en bussen stagneren,
vliegtuigen staan stil, fietsen is haast onmogelijk en scholen sluiten hun
deuren. In de loop der jaren is er natuurlijk veel veranderd; er rijden veel
meer auto’s en treinen om de sterk toegenomen bevolking op de gewenste plaatsen
te brengen. En op tijd ook nog!
In
de natuur worden de gevolgen van deze toch wel extreme weersomstandigheden ook
snel een probleem. Sneeuw en ijs sluiten de toegang tot water en voedsel snel
af. Een flink aantal diersoorten worstelen zich daar wel een tijdje doorheen of
trekken weg naar betere oorden. Er zijn ook met name vogelsoorten die daar niet
zo goed mee op kunnen gaan zoals bijvoorbeeld de ijsvogel (Alcedo atthis).
|
Tot mijn vreugde zie ik een ijsvogel. Zij foerageert
vanuit een bomenrij grenzende aan de vistrap bij de Reuverlaan. Vanaf een
flinke hoogte (4-5 meter) speurt ze naar het water. Hoewel de vogel zich
enkele malen verplaatst, kan ik de vogel tot vrij dichtbij naderen. Zeker 20
minuten kan ik de vogel bekijken en fotograferen. Het lukt de vogel niet om
iets te vangen en verdwijnt uiteindelijk in noordelijke richting. |
Het
aantal vogels is naar verwachting laag, en er worden ook maar weinig
verschillende vogelsoorten gehoord en gezien. Opvallend zijn de watersnippen
die in een stukje open water in het bosje nog voedsel weten te vinden. Het is
blijkbaar lonend daar, want na een half uur zijn ze er nog bezig.
Ik ben vooral
benieuwd naar de gesteldheid van het gebied voor ijsvogels. De ijsvogel
is al jaren, met 3 of 4 paren, een broedvogel in de Dongevallei. Ik zie al snel
dat er hier en daar wel plekjes zijn met open water. Vaak onder struiken of een
klein wak aan een oever. Open water is essentieel voor de ijsvogel. Als ze niet
de genodigde visjes kunnen vangen, houden ze het niet lang uit.
Zachte en strenge winters zijn van invloed op de populatie ijsvogels. Na een paar zachte winters komt er een aanzienlijk aantal tot broeden in minder klassieke biotopen. Onder invloed van watervervuiling en de strengste winter van de eeuw (1962/63) is de stand in de jaren zestig van de twintigste eeuw gedecimeerd. Met enkele dips ten gevolge van opnieuw koude tot strenge winters herstelt de soort zich in het laatste kwart van de eeuw. Een opeenvolging van zachte tot zeer zachte winters in combinatie met verbeterde broedomstandigheden - schoner water en herstel van natuurlijke beekoevers - doet de soort goed. In het topjaar 2008 nestelen er naar schatting meer dan 1000 paren in ons land (bron: sovon.nl). Behoorlijk koudere winters doen de stand weer dalen. Na de winter van 2008/2009 resteert in Brabant nog maar 25% van de populatie.
Na nog een koude dip in het komende weekend
stijgt de temperatuur weer, hopelijk valt de schade nog mee voor ons ijsvogelbestand!