zondag 26 maart 2023

Voorjaar 2023; Roeken broeden opnieuw in Tilburg Noord

 




















Ad Kolen




Na een bezetting van 38 nesten door roeken in de hoge moeraseiken in de Frans Litszstraat in Tilburg Noord vorig jaar, speelt al snel de gedachte komen ze dit jaar terug. Roeken houden vaak hun kolonie bezet. In de winter komen ze gewoonlijk nu en dan kijken. Ze beginnen al weer gauw aan het opknappen van de nesten. Bewust kijk ik al vroeg in het nieuwe jaar naar eventuele activiteiten van deze vogels als ik de buurt ben. Tijdens een zondagochtend rondje door Tilburg Noord, op 22 januari van dit jaar, vallen de verschillende nesten op in de bomen op dezelfde locatie, ze zijn in goede staat. Eer is al flink aan gewerkt en enkele nesten zijn al bezet. Ik tel 7 roeken bij meerdere nesten, en 2 juist om de hoek aan de Stokhasseltlaan.































Deze vorig jaar door de roeken gekozen broedlocatie is blijkbaar definitief. De gigantische moeraseiken in de Frans Litszstraat steken ruim boven de huizen uit. Roeken prefereren bomen van 15-25 hoog om in te broeden. De keuze is toen niet zomaar op deze plek gevallen. De kauw, vaak een vaste partner van de roek tijdens foerageersessies en soms ook als gezamenlijke broedvogel komt in deze omgeving al vele jaren het jaarrond voor, ook als broedvogel. Een samenloop van gunstige omstandigheden, de hoge bomen, de aanwezigheid van kauwen vormden positieve elementen daarin.
































Het toen ruim aanwezige nestmateriaal, door de hevige stormen die er in deze periode aan vooraf gingen, hebben zeker ook een rol gespeeld. Nestmateriaal, in de vorm van takken is nu minder aanwezig maar dat vormt blijkbaar geen belemmering om opnieuw te gaan nestelen op deze plek. De schaarste heef tot gevolg dat de nestbouwende roeken takken van elkaar stelen. Dat stel ik vast als op 17 maart de bezette nesten worden geteld. In totaal 29 zijn bezette nesten, waarvan een deel nog in aanbouw is. Waarschijnlijk komen er nog wel enkele nesten bij! De inventarisatieperiode van roeken valt tussen 10 maart-10 mei. Ga voor 10 mei nog een keer tellen, maar niet te laat, zodat de bomen nog kaal zijn.

Aanvullende nesttellingen uitgevoerd op 3 april 2023 met 31 nesten als resultaat. Onverwacht zijn er nog meer nesten bijgekomen. Op maandag 10 april 2023 het definitieve aantal van 39 bezette roekennesten vastgesteld.






























Even voor de duidelijkheid roeken en kauwen zijn twee van de vier ’zwarte kraaiachtigen’ die onze omgeving bevolken. De roek is groot met een geheel zwart verenkleed zoals de zwarte kraai. Een duidelijk zichtbaar verschil is de snavel die vooral aan de basis licht is. De wigvormige staart en de afhangende dijveren van de roek onderscheiden hen ook van elkaar. De roep van de roek is lager dan het trage ’kraa kraa’ van de zwarte kraai en het is vaak ook nasaal. Op enige afstand lijkt het alsof de zwarte kraai een geheel zwart verenkleed heeft. Dat is niet zo, van dichtbij vertoont die een blauwachtige purperen glans. De kauw is de kleinste van de vier in Nederland voorkomende kraaiachtigen. Met een lengte van 33 cm is er nogal wat verschil met de 47 cm lange roek en de even grote zwarte kraai. Met de recentelijk in de omgeving van Tilburg verschenen raaf van 64 cm is het verschil wel héél opvallend. Een gedetailleerde blik op de kauw wijst uit dat hij ook niet helemaal zwart is. De kauw is grijs in de nek, hals en wangen. Ook de flanken zijn wat lichter getekend. De lichte ogen met een zwarte kern vallen op naast de geheel zwarte ogen van de zwarte kraai, de roek en de raaf. De kauw is een sociale vogel die altijd in de buurt van soortgenoten is.

Een aangrenzend flatgebouw biedt goed zicht op enkele nesten, zie de foto’s !










Reacties naar adkolen@kpnmail.nl




zondag 12 februari 2023

Noorderbos Nestkastonderzoek OPEN






Veertien eieren van een pimpelmees.


Noorderbos Nestkastonderzoek OPEN

Kort verslag 2022 door Ad Kolen

Redelijke resultaten ondanks hitte en droogte



De letters van het nestkastonderzoek OPEN staan voor Onderzoek, Processierupsbeperking, Educatie en Noorderbos. Het onderzoek heeft een OPEN karakter. Alle verzamelde gegevens worden zo veel mogelijk gedeeld. Al deze doelstellingen zijn naar tevredenheid uit de veren gekomen in 2022.


Dit jaar zijn vanaf dinsdag 4 april de wekelijkse nestkastcontroles uitgevoerd in het Noorderbos. Tijdens iedere controle zijn alle details, zoals de vorderingen van de nestbouw, het aantal gelegde eieren, het aantal aanwezige nestjongen en de uitgevlogen vogels, genoteerd. Alle details zijn vastgelegd, ook als het om dode of geroofde jongen en eieren ging. Het geheel is uitgevoerd volgens de richtlijnen van het Meetnet Nestkaarten van Sovon. Van de 60 in 2022 in het Noorderbos aanwezige nestkasten zijn er 55 door drie verschillende vogelsoorten bezet: koolmees, pimpelmees en boomklever. De bezettingsgraad van de 60 nestkasten in 2022 ligt met 92% tussen de twee voorgaande jaren in: 88% in 2021 (van 60 nestkasten) en 96% in 2020 (van 45 nestkasten).


Metalen plaatjes

Om meer broedgelegenheid te bieden aan kleinere vogelsoorten als kuifmees, matkop, zwarte mees en de pimpelmees is in 2022 ruim de helft van de invliegopeningen van een metalen plaatje met een gat van 28 mm voorzien. De overige nestkasten zijn met een metalen plaatje met een gat van 32 mm bedekt. Het weerhoudt spreeuwen ervan om in de nestkasten te broeden. En de spechten worden belemmerd in het groter hakken van de invliegopening. De verschillen in het aantal vogelsoorten dat in de nestkasten broedt, wordt hierdoor en door andere factoren bepaald. De koolmees is wel de meest dominante soort, die alle vogelsoorten van zijn eigen of een kleiner formaat de baas is. Koolmezen weten ook een deel van de nestkasten met een plaatje van 28 mm binnen te dringen.




Jonge koolmezen met half volgroeide slagpennen.


Koolmees

De koolmees is in 2022 met 32 bezette kasten opnieuw de meest in nestkasten broedende vogel in het Noorderbos. Dat is ruim 58% van alle (55) bezette nestkasten. In 2021 bezette de koolmees 53% van alle (53) bezette nestkasten. In 2020 is 79% van de (43) bezette nestkasten door koolmezen ingenomen.

De 32 koolmeesparen in 2022 zijn goed voor 338 eieren. Dat is ruim 10 eieren per paar (10,6). Het aantal eieren varieert van 8 (3x) tot 14 (3x). Eenmaal legde één paar 13 eieren, tweemaal 12, zevenmaal 11, tweemaal 9 en veertien maal zijn 10 eieren in één nest aangetroffen. Uit één van de broedsels van 10 eieren zijn 6 jongen uitgekomen, die het echter niet hebben overleefd. Halverwege het groeiproces - de slagpennen zijn net uitgekomen - worden ze alle 6 tegelijk dood aangetroffen.

Uit niet alle eieren komen jongen en niet alle jongen kunnen het nest verlaten. Van de 338 gelegde eieren zijn uiteindelijk 281 jongen uitgevlogen. Van maar 11 broedsels vliegen alle jongen van de gelegde eieren uit. (Driemaal 8, zesmaal 10 en tweemaal 11). Het percentage van de uitgevlogen jongen is ruim 83% van alle gelegde eieren.


Pimpelmees

In 2022 heeft de pimpelmees in het Noorderbos 20 nestkasten bezet. Dat is ruim 36% van het totale aantal bezette nestkasten. In 2021 zijn 22 nestkasten door pimpelmezen bezet, ruim 42%. In 2020 zijn 7 nestkasten bezet door pimpelmezen; dat is 16%. De 20 broedparen pimpelmezen zijn in 2022 goed voor 255 eieren. Daaruit vliegen 222 jonge pimpelmezen het luchtruim in, 87% van de gelegde eieren. Het aantal broedende pimpelmezen ligt in de drie jaren van dit nestkastproject steeds lager dan de aantallen broedende koolmezen. Dit is mede veroorzaakt door de dominantie van de koolmees. De afmetingen van de invliegopeningen spelen ook een rol. En vergeet niet dat de landelijke populatie koolmezen groter is dan die van de pimpelmezen. Maar lokaal verschilt dat wel natuurlijk.




Acht jonge boomklever, bijna klaar om uit te vliegen.


Boomklever

Drie nestkasten zijn in 2022 door boomklevers ingenomen. Er zijn 8, 7 en 8 eieren in gelegd. Alle eieren zijn uitgekomen en de jongen zijn uitgevlogen. Lees verder over deze bijzondere vogelsoort in de special over de boomklever in vogelsenzo nr. 47 of op de weblog vogelsenzo.


Spreeuw

De spreeuw broedde niet in een nestkast dit jaar. Wel heeft de soort in drie verschillende natuurlijke nestlocaties een broedplek gevonden.




De bonte vliegenvanger heeft wel belangstelling in een nestkast maar broedt er niet!



Bonte vliegenvanger

De bonte vliegenvanger broedt niet probleemloos in het Noorderbos. Hoewel op drie uiteenlopende locaties zingende bonte vliegenvangers zijn gehoord en opnamen van een verkennende vogel in het een nestkast zijn vastgelegd, zijn er in 2022 geen daadwerkelijke broedgevallen vastgesteld. Wel zijn er drie territoria geteld volgens de BMP richtlijnen. In één nestkast is op het nest naast een broedende koolmees een dode bonte vliegenvanger aangetroffen.



Redelijke resultaten ondanks hitte en droogte

De resultaten van de in de nestkasten broedende pimpelmezen en boomklevers in het Noorderbos zijn dit jaar goed te noemen. De aantallen van de koolmezen zijn wat lager uit gevallen. Over het geheel genomen zijn de resultaten redelijk te noemen, ondanks de hitte en de droogte. In de zomer was er sprake van extreme droogte in het zuiden, maar toen waren de meeste holenbroeders al uitgevlogen. Wat er later is gebeurd is niet vastgesteld. Dit jaar zijn de tweede legsels niet gevolgd. Van enkele toevallig waargenomen tweede broedsels zijn de gegevens wel genoteerd maar niet meegerekend in dit verslag. Vergelijkingen met tweede broedsel van het voorgaande jaar zijn dan ook niet gedaan.




Een verslag met meer details verschijnt binnenkort in de nieuwsbrief vogelsenzo nr. 48. stuur een e-mail naar adkolen@kpnmail.nl




zondag 5 februari 2023

De boomklever in beeld







De boomklever in beeld



Ad Kolen


De boomklever is in de periode dat ik naar vogels kijk flink toegenomen. Van de jaren tachtig van de vorige eeuw kan ik me eigenlijk geen waarnemingen uit Tilburg en omgeving herinneren. Uit de jaren negentig zijn waarnemingen en één vastgesteld broedterritorium in het Wilhelminapark In het centrum van Tilburg bekend. Oude eiken langs de Bredaseweg zijn eveneens een bekende locatie uit die periode. Rond de eeuwenwisseling bevolkt de soort ook de delen met oude bomen in de Loonse en Drunense Duinen. Winterwaarnemingen in het begin van de 21e eeuw in de  Quirijnstokboulevard in Tilburg Noord, tussen de vele hazelnootstruiken, in het begin van de 21e eeuw staan voor toename van de soort.


Uit het bos gekomen

Anne de Vries schreef in het boekje ’De Boomklever’ (1985) dat de boomklever een echte bosvogel is. In gemengde bossen en loofbossen floreert hij in toenemende mate. Maar hij is ook uit het bos gekomen. In deze tijd is de boomklever een algemeen bekende vogelsoort die zich ook in elk stedelijk gebied met wat oudere bomen laat zien. Een recente waarneming is een rij circa 60-jarige moeraseiken bij mij in de straat in Tilburg Noord. De boomklever heeft  wat oudere bomen nodig voor de gaten en spleten om te broeden en voedsel te zoeken. Het is een holenbroeder en hij maakt ook gebruik van nestkasten.


Aandachtssoort

Tijdens de door mij uitgevoerde jaarrond vogeltellingen en Broedvogel Monitoring Project tellingen gedurende meerdere decennia, heb ik de boomklever goed leren kennen. Vanuit een nulsituatie is deze vogelsoort een vaste broedvogel geworden in het Noorderbos, het Quirijnstokpark en de wijde omgeving. Ook tijdens de meeste telronden buiten het broedseizoen is hij aanwezig. Door de toename van de aantallen zijn talloze observaties mogelijk geworden. Gedurende een driejarig nestkastproject is deze vogel, naast meerdere andere vogelsoorten, bijzonder goed in beeld gekomen. Met cameravallen zijn de gedragingen van boomklevers en hun jongen vastgelegd tijdens het broedseizoen en ook daarbuiten. Deze vertelling gaat over mijn ervaringen rondom de boomklever. Een bijzondere vogelsoort die overal, ook buiten mijn vaste tellocaties, steeds mijn aandacht heeft. Eerst echter wat meer details betreffende deze handige klimmer. Het zijn de ervaringen van talrijke eigen observaties aangevuld met gegevens uit diverse literatuur.







Behendige vogel

Als een dartele kabouter rent de boomklever langs boomstammen en dikke takken op en neer. Ook aan het einde van twijgen en op de bodem kan deze behendige vogel uit de voeten. Hij vertrouwt op zijn sterke tenen met krachtige klauwtjes. Met evenveel gemak gaat de looprichting naar boven, naar beneden of diagonaal. Balancerend op de poten, zonder gebruik van de staart, sjeest hij op en neer. Een kleurrijke vogel die vooral bij hoge dichtheden erg luidruchtig kan zijn. De roep van de boomklever klinkt helder, metaalachtig en de zang is fluitend. Ook het luide kloppen bij het open maken van noten is typerend. Een spleet in de schors van een oude boom of de wig van een tak wordt als aambeeld ingezet.


Vaste woonplaats


De boomklever is geen trekvogel en gaat zelden ver van zijn geboorteplaats vandaan. Het is een niet te missen soort, met zijn blauwgrijze bovendelen en zwarte oogstreep. De onderzijde is isabelkleurig en de flanken zijn roodbruin. Het formaat van de boomklever is vergelijkbaar met dat van de huismus. Het lichaam is tonvormig en gedrongen met een grote kop en een lange snavel. De vleugels zijn groot, breed en stomp. De staart is opvallend kort en vierkant gevormd. De boomklever is gebonden aan oudere loofbomen en doet het in gemengde bossen ook goed. Hij is erg standvastig als het om zijn leefgebied gaat. In Europa is het een strikte standvogel. Eenmaal neergestreken in een territorium verlaat hij dat waarschijnlijk zijn hele leven niet meer. Het moet dan wel alles bevatten wat hij nodig heeft.






Fors toegenomen aantallen

De verspreiding van boomklevers in Nederland is sinds ongeveer 1975 veel ruimer. Op de zandgronden van Noordoost-Nederland en Noord-Brabant, waar de soort lange tijd schaars was, leverden de ouder en gevarieerder wordende bosgebieden goede mogelijkheden op om zich er te vestigen. De landelijke broedpopulatie is in het laatste kwart van de twintigste eeuw ruim verdubbeld. De boomklever begint zich ook langzamerhand wat meer te verspreiden over laaggelegen delen van ons land. Vanaf het begin van dit millennium is de vermeerdering van het aantal boomklevers in een stroomversnelling geraakt. Voor de boomklever hoeft een bos of een park maar voor een deel uit oude bomen te bestaan om er zich te kunnen vestigen. De huidige (2018-2020) broedvogelstand is 34.000-42.000 paren. In de eerste atlasperiode (1973-1977) was dat nog 5.000-6.000 broedparen. Vanaf 1990 neemt de Nederlandse broedpopulatie boomklevers jaarlijks met 5 % toe. Jonge boomklevers maken na het verlaten van het ouderlijke nest enige omzwervingen over enkele tientallen kilometers voor ze zich op een vaste verblijfplaats vestigen. (bron: Sovon.nl)


Verspreiding over Nederland

De verspreiding van de boomklever over Nederland heb ik door eigen waarnemingen ervaren. Op 8 januari 2000 wordt door mij een boomklever waargenomen in een van de grote populieren in het plaatsje Bronkhorst nabij de IJssel in Gelderland. Opvallend zijn mijn waarnemingen op 27 maart 2017 in de Flevopolder in de provincie Flevoland. Tijdens een bezoek aan het Hollandse Hout, bij Almere, verwonder ik me over de vele boomklevers die ik er hoor. Tot echt tellen komt het op dat moment niet maar de aantallen grenzen aan de hoeveelheden die ik de dag ervoor in de Brand bij Udenhout telde. Het nog vrij jonge bos in de Flevopolder is in 1972 en 1973 aangeplant met vrij snel groeiende bomen als populieren, wilgen en elzen. Later zijn er eiken en beuken bij gezet.


Soms dominant, soms rustig

Bij een diepere kijk in het leven van de boomklever valt het op dat de soort zich niet altijd laat horen of zien. Bij hoge dichtheden kan hij behoorlijk rumoerig zijn. In het eerste deel van het jaar is hij dominant aanwezig, steeds te horen en te zien. Vanaf het midden van de zomer wordt dat minder. Hoge dichtheden (3-4 broedparen) geven geen garantie dat hij zich altijd laat waarnemen. Ook als in de eerste helft van het jaar tot wel tien boomklevers op één telronde zijn waargenomen ontbreken ze geheel op enkele tellingen in de tweede helft van het jaar. Ze zijn er wel maar gedragen zich blijkbaar rustiger.


Nestkasten en camera’s

Om nestkasten en boomklevers draait dit verhaal. De boomklever maakt ook gebruik van natuurlijke plekken om te broeden. Onderzoek naar een broedactiviteiten in een natuurlijk nest is intensief en leidt snel tot verstoring waardoor de broedpoging in gevaar kan komen. Daarom is voor nestkasten gekozen. Deze nestkasten zijn voor onderzoek ontworpen, gemakkelijk te openen voor controles en er is voldoende ruimte om een cameraval op te hangen.






Broedende boomklever.


Succesvolle boomkleverbroedsels

In de loop van het driejarige nestkastonderzoek zijn tijdens twee broedseizoenen op twee locaties (Noorderbos en Quirijnstokpark) broedsels van de boomklever vastgesteld en gevolgd. Van de zes broedsels is er één mislukt. De eieren zijn verlaten na conflicten met een andere vogelsoort. Op het laatst is er een ei door een pimpelmees bijgelegd. Onenigheden met deze vogelsoort hebben tot gevolg dat het gehele legsel uiteindelijk verlaten is. De overige vijf nesten zijn succesvol. Er zijn driemaal acht, eenmaal zeven en eenmaal drie gezonde boomklevers de wijde wereld in gevlogen. De uitgevlogen jongen vormen met de ouders een familiegroep. De ouders houden de jongen nog twee tot drie weken onder hun hoeden.


Te kort aan nestgelegenheid

Het Noorderbos en het Quirijnstokpark blijken toplocaties te zijn voor bepaalde broedvogels. Het voedselaanbod is blijkbaar zo goed dat er nood is aan broedgelegenheden. Koolmees, pimpelmees en boomklever maken gebruik van de nestkasten. De Koolmees is daarin het meest dominant in aantal en gedrag tegenover andere vogelsoorten die ook in de nestkast willen broeden. Er zijn schermutselingen vastgesteld tussen koolmees en boomklever en ook tussen koolmees en pimpelmees. De boomklever laat zich niet altijd verjagen. Een koolmees die een door een boomklever bezette nestkast betreedt delft het onderspit, zo is te zien op een opname. De koolmees wordt met grof geweld de nestkast uit gedreven. Meer geweld volgt. Van pimpelmees en bonte vliegenvanger zijn enkele malen dode exemplaren in een nestkast aangetroffen. In minstens één geval is een koolmees de dader.


Ook door kleine invliegopeningen

Om gericht onderzoek te doen naar de wat kleinere vogelsoorten (kuifmees, matkop, zwarte mees) zijn metalen plaatjes met een invliegopening van 28 mm geplaatst. De gedachte was dat de koolmees de nestkast dan niet zou kunnen betreden. Niets is minder waar. Er zijn in nestkasten met een opening van 28 mm regelmatig broedende koolmezen aangetroffen. Ze weten zich door de kleine opening te wringen. Wat slankere exemplaren lukt dat dus blijkbaar wel! Ook de boomklever is kleiner dan je zo denkt, hij broedt ook in nestkasten met een invliegopening van 28 mm.





Met de snavel tussen de veren gestoken is de slapende boomklever een pluizig bolletje!


Slapen in nestkasten

De literatuur spreekt van slapende vogels in nestkasten in de winter. In een aantal artikelen staat dat meerdere vogels van één vogelsoort bij elkaar kruipen om warm de nacht door te komen. In het Noorderbos is daar in een beperkt aantal nestkasten onderzoek daar naar gedaan door in de winter cameravallen te plaatsen. Gezamenlijke slaapplaatsen zijn in de onderzochte nestkasten niet gezien. Wel wordt er in nestkasten geslapen. Het gaat steeds om één vogel gedurende een aantal nachten achtereen. Terwijl meerdere andere vogelsoorten overdag de nestkast bezoeken komt dezelfde soort steeds terug om er de nacht door te brengen. Het gaat dan vaak om de koolmees, enkele malen om de boomklever en bij uitzondering om een pimpelmees. Mijn idee is dat het om bezetting van een broedlocatie gaat door een plaatselijke broedvogel. Later lees ik dat de koolmees alleen in een nestkast slaapt en geen andere vogels duldt. Voorbeelden in de literatuur van gezamenlijk slapen in een nestkast spreken van boomkruipers en staartmezen.


Naast boomklever meer gegadigden voor nestkasten

Enkele malen is het gelukt beelden van een in de nacht in een nestkast verblijvende boomklever vast te leggen. Op 23 november brengt een boomklever de nacht door in NK-19 in het Noorderbos. Na het bewerken van zijn veren met zijn tamelijk lange spitse snavel steekt hij die tussen zijn verenkleed en gaat slapen. Later, vanaf 21 januari in het opvolgende jaar zijn ruim een maand lang opnames gemaakt aan de buitenkant van dezelfde nestkast. Zes verschillende vogelsoorten zijn in die periode via de camera geregistreerd. Een merel, een roodborst en een grote bonte specht zijn toevallige passanten. Drie soorten hebben interesse in de nestkast en zijn er de hele te periode bij betrokken. Zowel pimpelmees, koolmees als boomklever bewerken de invliegopening. Het merendeel van de opnamen betreft een of meer boomklevers. Soms vliegen ze uit de nestkast met uitwerpselen in de bek. Vastgelegd is ook dat boomklevers de nestkast vrij houden van de uitwerpselen die ze gedurende de nacht produceren. Waarschijnlijk slaapt er in deze periode 's nacht steeds een boomklever in deze nestkast.







De Jaarwisseling

Een andere nachtelijk filmimpressie van een boomklever in een nestkast speelt zich af in de dagen rondom de jaarwisseling. Vanaf het einde van de middag op oudejaarsdag, rust en poetst een boomklever met afwisselende tussenpozen op de kale bodem van de nestkast. De wisseling van het jaar gaat ook hier niet ongemerkt voorbij. De knallen van het vuurwerk dringen duidelijk door tot in deze nestkast in het Noorderbos. De opnamen zijn mét geluid. De vogel reageert daar op door minutenlang met de ogen open voor zich uit te staren. Daarna schrikt hij regelmatig wakker. Na een half uur neemt het kabaal af en nemen de rustpauzes van de vogel toe in tijd. Op de achtergrond rommelt het nog tot ongeveer twee uur in de nacht De vogel reageert er verder nauwelijks op. De dag er na wordt door de boomklever besteedt om de bodem van de nestkast te ontdoen van de uitwerpselen die in de nacht zijn geproduceerd. Eén voor één worden de poepjes in de bek genomen en afgevoerd. Aan het einde van de dag is de bodem van de nestkast weer brandschoon.


Rituele slaap

Het slapen in een nestkast van een boomklever is te omschrijven als een ritueel gebeuren. Het is heel anders dan de slaap van de mens. Die stapt in bed en na het sluiten van de ogen valt hij gewoonlijk na niet al te lange tijd in een ’diepe’ slaap. Op wat ’draaikonten’ na slaapt de mens meestal, soms met enkele onderbrekingen, zo’n uurtje of zeven. De boomklever ondergaat meest korte slaapjes van vaak maar een paar minuten die naar het midden van de nacht oplopen tot enkele periodes van meer dan een uur. Hoewel de vogel overdag ook wel dutjes doet, zeker tijdens het broeden, wordt de nachtrust bepaald door het dag- en nachtritme. Direct na het betreden van de nestkast door de vogel begint deze, met wat ik noem het ’poets- en slaapritueel’. Dat begint in de avondschemering met het uitvoerig bewerken van de veren met de snavel. Iedere vogel doet het anders, maar gewoonlijk worden alle vleugelveren en de staarpennen bewerkt en soms ingevet vanuit de stuitklier. De veren bovenop de vogel en waarschijnlijk ook de veren aan de onderkant krijgen een aparte bewerking. Buiten de donsveren bestaan alle veren uit een basis, de schacht waarop dwars de baarden staan. Door middel van haakjes en boogjes, als een soort ritssluiting, vormen ze een gesloten geheel. Bij het slapen gaan maakt de vogel al die verbindingen van de dekveren los. Zo ontstaat een dikke pluizige deken die de warmte vasthoudt. Met de snavel tussen de veren gestoken is de slapende boomklever een pluizig bolletje! Dit gedrag is ook bij pimpelmezen en koolmezen vastgesteld.





Jonge boomklevers in het losse nest.


Los nest

Een merelnest in een boom of een struik en het nest van een mees in een nestkast is een rond kommetje. De mooie rondingen worden door de borst van de vogel gevormd. De boomklever pakt het heel anders aan. De basis van het nest bestaat uit meerdere stukken vermolmd hout van circa één cm breed en wel een tot vijf cm lang. De rest wordt opgevuld met dunne schilfers boomschors. Vaak van plataan of grove den, maar waarschijnlijk ook van andere in de buurt staande boomsoorten. In een nest in een beukenbosje tref ik ook enkele droge bladeren van deze boomsoort aan. Naar gelang de grootte van de nestplaats, in dit geval van de nestkast, wordt deze ruimte tot soms meer dan 15 cm hoogte opgevuld met de schilfers. Het nest van de boomklever heeft nooit een vaste vorm. Het is steeds in beweging. De eieren en ook de net uitgekomen jonge vogels zakken daar vaak in weg. Bij de nestcontroles is het steeds zoeken of alle eieren en/of de jongen geteld zijn. Dat wordt beter als de jongen groter worden.


Metselaar

Het bekende metselwerk van de boomklever ben ik maar weinig tegengekomen gedurende de drie jaren onderzoek in de nestkasten. Het met modder aanpassen van de invliegopening is bij nestkasten gewoonlijk niet echt nodig. Wel is eenmaal een door een grote bonte specht bewerkt gat verkleind tot een wenselijk formaat. Enkele malen is een flinke kier in het front van de nestkast, dichtgemetseld. Bij enkele natuurlijke nestgelegenheden is ook gezien dat de opening op maat is gemaakt. Dit voorkomt dat er ongenode gasten binnendringen. Het is een duidelijk aanwijzing dat de boomklever er woont. Van dichtbij is te zien dat de structuur van de modder bestaat uit kleine gaatjes gevormd door het aanbrengen met de snavel.


Onverstoorbare vogel

De boomklever is een vrij onverstoorbare vogel. Hij laat zich niet snel van de wijs brengen. Na het plaatsen van een camera in een nestkast, die onverwacht broedende boomklevers bevat, zijn de ouders maar even van hun stuk. Na een korte aarzeling gaat er na één kwartier alweer een boomklever naar binnen. Ook de wekelijkse nestcontroles tijdens het broedseizoen brengen de vogels niet in de war. Er hangt dan vaak een boomklever, tot op een meter afstand boven mijn hoofd. Enige vrees voor de toch wel puntige snavel is er in het begin wel. Met mijn pet op voel ik me dan wel een stuk veiliger.


De eieren

De buikige glanzende eieren van de boomklever hebben een witte ondergrond. Ze zijn meer of minder bezet met roodachtig tot bruine of roodachtig purperen spikkels en vlekken. Er is veel gelijkenis met de eieren van mezen en boomkruipers. Deze holenbroeders ondervinden blijkbaar geen nadelen van licht getinte eieren daar ze niet opvallen in het donkere hol. Predatoren vinden ze niet zo snel zonder lichtinval. De beperkte aantallen wat donkere tekeningen op de eieren wijzen mogelijk op verwantschap met vogels die wel in een open nest broeden. Boomklevers leggen één ei per dag, vaak is de periode tussen het ene en het volgende ei wat korter. Gewoonlijk leggen ze in totaal niet meer dan negen eieren. De broedduur, tot achttien soms tot negentien dagen, is even iets langer dan de veertien dagen dat de kool- en de pimpelmees er over doen. Alleen het vrouwtje boomklever broedt op de eieren. Soms verlaat ze even het nest om voedsel te zoeken. Het mannetje voorziet haar op het nest van voedsel, dat gebeurt echter niet vrij regelmatig.


Draaiende boomklever

De eieren warm houden is van belang voor het uitkomen van gezonde jonge vogels. De eieren keren, in beweging houden is eveneens noodzakelijk. Hagelsnoeren houden aanvankelijk de dooier en later het groeiende embryo in het midden van het ei. Om uitzakken en daardoor het verkleven van het embryo met het eivlies of de eierschaal te voorkomen is het regelmatig keren van de eieren van levensbelang. Gewoonlijk keren de oudervogels of vaak alleen het vrouwtje zoals bij de boomklever, de eieren met de snavel. Op de schaarse opnamen van een boomklever op de eieren is dat maar enkele malen op de camera vastgelegd. De eieren in de gevolgde nestkasten blijven zeker niet onberoerd. Tijdens het broeden is de boomklever steeds in beweging op het nest met eieren. Met het lichaam halve of hele rondjes draaiende op het nest houdt de vogel de eieren steeds in beweging. Op diverse beeldopnamen van een boomklever zijn de vele draaibewegingen vastgelegd. Op zoek naar parasieten rommelt de vogel vaak diep in het nestmateriaal. Soms worden stukjes nestmateriaal in de bek genomen. Ook tijdens de nacht is de vogel voortdurend in beweging.





Hongerige jonge boomklevers.



Eten en poepen

De eerste kale jonge boomklevers komen op 29 april uit de eierschalen gekropen. Direct daarop start het aanbieden van voedsel. Een jonge boomklever met de kop nog half in een stuk eierschaal krijgt direct voedsel in de bek geduwd. Soms neemt een oudervogel een aangeboden insect terug om het in zijn bek wat te bewerken. Dan wordt het opnieuw aangeboden, soms aan een ander jong. De oudervogel op het nest bij de jongen krijgt meerdere malen voedsel aangereikt door de partner. Deze geeft het dan door aan een van de jongen. Enkele malen komt de partner ook de nestkast in. Het aangevoerde voedsel is erg klein en soms niet eens zichtbaar in de bek van de oudervogel. De witte pakketjes met uitwerpselen, die nu ook nog klein zijn, worden menigmaal opgegeten door de oudervogel. Aanvankelijk worstelen de donsjongen zich bij het voederen eerst door de boomschilfers naar boven. In het begin zijn ze nog erg klein en zakken daarom weg.


Groeien en bewegen

Al na enkele dagen zijn de jongen zichtbaar gegroeid. De bewegingen nemen toe en ze zitten op het nestmateriaal, niet meer weggezakt. Het voedsel wordt afwisselend door beide ouders aangevoerd. Het nu goed zichtbare voedselaanbod bestaat uit kleine gevleugelde insecten zoals vliegen, lichtgroene rupsen, wormen en maden in verschillende maten. In alle nestkasten met succesvolle broedsels reageren de jonge enthousiast als ze de ouders horen. Zelfs op vingertikken reageren ze door de bekjes te sperren. In alle leeftijdsfases reageren ze. De felheid daarvan neemt met het groeien van hun omvang steeds meer toe. Vaak is vastgelegd dat een jonge vogel na het verslinden van een aangeboden prooi zich omdraait en een pakketje met uitwerpselen uit zijn achterste perst. De uitwerpselpakketjes worden groter en door een oudervogel van het omgedraaide lichaam van een jong genomen en naar buiten afgevoerd. In een later stadium poepen de jongen soms in het nest. De ouders zijn met het groeien van de jongen vaker afwezig om eten te verzamelen. De uitwerpselen worden wel direct weer afgevoerd.






Digitale nestkaarten

Door wekelijkse controles van de verschillende boomklevernesten komt de groei van de jonge boomklevers goed in beeld. Net uitgekomen jongen vallen op door hun donkerrode huid. Die huid wordt al snel valer. Het contrast met een nog niet uitgekomen ei is overweldigend. Enkele uren geleden zat het vogeltje nog in zo’n klein omhulsel. Op de kale huid van de donsjongen verschijnt al na vier dagen de eerste verengroei. Op de vleugel wordt dat het eerst zichtbaar. De aanzet van de groei van de rugveren volgt al de dag daarop. Via de ’Digitale nestkaart’ worden de gegevens van de nestkasten, waaronder de groei van de jongen, aan Sovon doorgegeven. Daarvoor zijn codes ontwikkeld beginnend met de code NO voor een juist uitgekomen jong en eindigende met de code N7, net voor het uitvliegen.


De veren groeien

Met de eerste tekenen van verengroei komen ook de zwarte plekken in beeld waar de ogen groeien. Het duurt echter nog wel ongeveer een week voordat die open gaan. Ondertussen vormen zich duidelijk de slagpennen, die nog in de bloedspoel opgeborgen zitten. Na twee weken steken de slagpennen al ongeveer één cm uit hun omhulsels. Ook de staartpennen zijn dan zichtbaar. De rest van het lichaam wordt ondertussen met allerlei verschillende dekveren bekleed. Er vormen zich ook donsveren die het vogellichaam warm houden. De jongen groeien en ze schreeuwen om voedsel zodra de ouders zich laten horen of zien. Beide ouders voeren in toenemende hoeveelheden en steeds vaker eten aan. Ze zijn daar heel handig in. Een opname van een voederende boomklever toont ook de kracht van zijn klauwen. De vogel hangt met het hele lichaam aan de binnenkant van de nestkast met een of twee nagels in de invliegopening, terwijl hij een jong een insect toestopt.


Vuile lens

De groter wordende jonge boomklevers verdringen elkaar in de nestkast. Het bodemoppervlak van 14,5 x 11 cm, dat is niet groot voor acht opgroeiende boomklevers. Die hebben ruimte nodig om het vliegen te oefenen, om de spieren op kracht te brengen. Vanaf de leeftijd van veertien dagen zijn ze daar steeds mee bezig. Het bewerken van de veren houdt de jongen ook actief. Alle veren bevinden zich als ze uitkomen in een omhulsel, de schede. Door deze met de snavel te bewerken vallen ze uiteen. Dit is bij het schoonmaken van het nest tussen het nestmateriaal en op de bodem terug te vinden als een fijn poeder. Door de vele bewegingen van de jongen brengen ze het losse nestmateriaal en het stoffig poeder in beweging. Door de aanwezigheid van zoveel vogels ontstaat er ook condens. Samen vormt het een grijs laagje op de camera en de lens. Opnamen mislukken daardoor, alsof het mistig is in de nestkast. Door vaak de camera te wisselen is een deel van de opnamen wel redelijk goed gelukt.


De vogels gevlogen

De laatste beelden zijn van acht bijna vliegvlugge jonge boomklevers die elkaar verdringen wachtend op iets te eten. Aan de gele mondhoeken en de vage lengte strepen op de kop, die bij volwassen boomklevers ontbreken, is nog te zien dat het om jonge vogels gaat. Het duurt nog wel enige tijd voordat deze kenmerken verdwijnen. Pas na de eerste rui in het najaar zien ze er echt als volwassen boomklevers uit. Na het uitvliegen, blijft een schoon nest achter. Alle poepjes van de acht jonge boomklevers zijn door de ouders tijdig opgeruimd.





Reacties naar adkolen@kpnmail.nl






Acht jonge boomklevers, bijna klaar om uit te vliegen!




zondag 15 januari 2023

Dongevallei; De vogels in 2022


 

Gevlekte orchis in de Dongevallei.


Dongevallei; De vogels in 2022

lage aantallen, minder soorten en territoria
door samenloop van omstandigheden


Ad Kolen


De Dongevallei in het westelijke stadsdeel van Tilburg, de Reeshof is één van de drie locaties die ik jaarlijks onderzoek op de voorkomende vogelsoorten en de aantallen daarvan. Een beeld vormen van de lokale vogelstand in verschillende biotopen is de opzet van deze onderzoeken. Dit is een kort verslag van de resultaten van de tellingen in de Dongevallei in 2022.



Ecologische verbindingszone

De Dongevallei is aangelegd als een ecologische verbindingszone tussen de natuurkerngebieden Regte Heide / Riels Laag en de Lange Rekken. Van 1996 tot 2000 worden de werkzaamheden voor de aanleg van de Dongevallei uitgevoerd tussen de spoorlijn Tilburg-Breda en het Wilhelminakanaal. Het meest noordelijke deel ging het eerst op de schop. Aan beide zijden van de ’genormaliseerde’ en verplaatste beek is van een strook van ongeveer 75 meter de overbemeste bovenste laag afgegraven. Dit is voorzichtig uitgevoerd om de onderliggende bodemstructuur intact te laten. De loop van de beek is meanderend gemaakt, plaatselijk verlegd en opgesplitst om een groot eiland te creëren. Er zijn diverse poelen van uiteenlopend formaat gegraven, er zijn open vlaktes gecreëerd en permanente laagtes aangelegd met het oog op ruigtes en hooilandvegetaties. In de gebiedsdelen waar bos en struweel zijn gepland, is de hoofdstructuur van de beplanting aangebracht. Hierbij is er vanuit gegaan dat die zich door natuurlijke processen verder ontwikkelen. Voor het bosplantsoen is gebruik gemaakt van inheems genetisch materiaal van lokale of regionale oorsprong. Het streefbeeld is de Dongevallei te ontwikkelen tot een half natuurlijke laaglandbeek. De gemeente Tilburg heeft als doelstelling de Dongezone op een zo hoog mogelijk, maar realistisch niveau te laten fungeren als verbindingszone voor de kenmerkende dieren- en plantensoorten van een laaglandbeeksysteem.






Zwarte els in bloei.


Steeds op dezelfde manier geteld


De vogelstand wordt in de Dongevallei jaarlijks op een gestandaardiseerde wijze in kaart gebracht. De tweemaal per maand gelopen telronden zijn in het broedseizoen uitgevoerd volgens de richtlijnen van het Broedvogel Monitoring Project van Sovon. De uitkomsten van deze reeks geven, naast een beeld van de broedende vogels ook een weergave hoe het met de vogelbevolking het jaar rond gesteld is. Het is geen volledig beeld. Maar steeds op dezelfde manier langs een vaste route de aantallen aanwezige vogels vastleggen geeft wel een vergelijkbare weergave van de verschillende jaren. Ook met andere gebieden onderling, die op gelijke wijze zijn bekeken, zijn eventueel vergelijkingen mogelijk. Daarnaast worden de in het broedseizoen verzamelende gegevens gedeeld met Sovon die ze gebruikt om vast te stellen hoe de aantallen van de Nederlandse broedvogels zich ontwikkelen. Sinds enkele jaren worden de in de rest van het jaar verzamelde gegevens ook met Sovon gedeeld. Die worden mét de door vele andere vogelaars verzamelde gegevens gebruikt om het beeld van de Nederlandse vogelbevolking op een actueel peil te houden (LiveAtlas).






Schotse Hooglander, vaste begrazer in de Dongevallei.

Het weer

Het weer in 2022 is met één woord te omschrijven, droog! Het jaar is gemiddeld genomen droog verlopen met 773 mm regen tegen 853 mm normaal. Er zijn grote verschillen vastgesteld. Natte en droge maanden wisselende elkaar af. Een natte februari maand komt na een droge eerste maand van het jaar. In de zomer was het extreem droog voornamelijk in het zuiden en het oosten van het land. Buien waren er wel, soms hevig, maar meestal lokaal. Vanaf september was er meer neerslag met opnieuw grote lokale verschillen.


Onafgebroken reeks

De vogeltellingen in de Dongevallei zijn in een onafgebroken reeks vanaf 2004 uitgevoerd. Vanaf het begin in 2004 tot het einde van 2022 zijn in totaal 127 verschillende vogelsoorten waargenomen. Via een vaste route worden alle aanwezige vogels, binnen de afrastering genoteerd. Een strikte frequentie van tweemaal per maand en gelijkmatige verdeling over de maand wordt aangehouden. De looprichting, in noordelijk of in zuidelijk, wisselt per telling.





Aalscholvers, vaste gasten op de loopbrug in het noordelijk deel.


Zevenendertig broedvogels

Het gaat in 2022 in de Dongevallei om zevenendertig broedvogels, of beter gezegd om zevendertig verschillende vogelsoorten waarvan voldoende gegevens zijn verzameld om één of meerdere territoria vast te stellen. Bij het vaststellen van territoria volgens de BMP-methode wordt op broedgedrag van vogels gelet. Dan zijn ‘nestindicerend, geldige waarnemingen, datumgrenzen, fusieafstanden, territoriumindicerend en minimale eisen’ de termen die gelden als doorslaggevende factoren. Het meeste van deze termen zijn in het veld niet meer zichtbaar van belang. Sinds enkele jaren gebruik ik de app ’Avimap’ van Sovon. De app filtert de benodigde gegevens er uit. Op de website van Sovon zijn aan het einde van het broedseizoen via autoclustering door één knopdruk alle territoria te bepalen.


Grote Canadese gans in dalende trendlijn gedrukt

Het aantal vastgestelde territoria van zevenendertig verschillende vogelsoorten in de Dongevallei in 2022 is lager dan het aantal van veertig in het voorgaande jaar. Het aantal ligt echter maar even onder het gemiddelde van 37,8 sinds 2004. In het totaal gemiddelde van de per jaar vast gestelde territoria (182) vanaf 2004 valt 2022 met 188 territoria daar ruim boven. Het totaalaantal van alle vastgestelde territoria per jaar was aanvankelijk met 123 in 2004 erg laag. Stijgingen en pieken worden later onder meer veroorzaakt door het toenemend aantal broedende grote Canadese ganzen en de wisselende bezettingen van de oeverzwaluwwand. Van de grote Canadese gans zijn in 2018 vanaf de vaste telroute het hoogste aantal van vijfenveertig territoria vastgesteld. Voor deze soort bestaan die waarnemingen voornamelijk uit bezette nesten met eieren. Door de forse predatiedruk door de vos en beperkende maatregelen uitgevoerd door ’Hofganzen’ worden de grote Canadese ganzen al enkele jaren in een dalende trendlijn gedrukt. Van de vijfentwintig in 2022 vastgestelde territoria zijn er maar weinig resultaten waargenomen. Al jaren, in toenemende mate zijn de aantallen waargenomen pullen laag en de broedsels klein. Door de stijgende druk op de soort en verdere domesticatie hebben ze zich ondertussen over heel het stadsdeel verspreidt.





Concentraties grote Canadese ganzen op de plas bij de Reuverlaan.

Overal in de Reeshof zie je voortaan foeragerende grote Canadese ganzen die in het voorjaar zijn vergezeld van hun vele jongen. Het aantal broedende vogels is afgenomen maar het totaalaantal in de Dongevallei stijgt. Met aantallen van 5663 exemplaren in 2021 en 5663 in 2022 zijn nog nooit zoveel grote Canadese ganzen in de Dongevallei gezien. Soms bestaan de totalen maar uit enkele tientallen maar enorme pieken tijdens één telronde worden steeds meer geregistreerd. Een aantal van 672 tijdens de tweede telling van oktober in 2021 en van 897 tijdens de eerste telling van september in 2022 zijn de gevolgen van verstoringen in de Reeshof of de omgeving. Ze zoeken de rust op in de Dongevallei als ze die op een andere plek niet meer vinden. Het schiereiland en de aangrenzende plas aan de Reuverlaan zijn een geliefde verzamelplaats om te rusten of soms de nacht door te brengen.





Nest met 6 eieren van de grote Canadese gans.


Park- en bosvogels nemen toe

De grote Canadese gans is ondanks de dalende lijn nog de soort met het hoogste aantal vastgestelde territoria (25) in 2022. De meerkoet is na een lichte dip met 15 territoria weer in een stijgende lijn beland. De winterkoning (13) heeft dit jaar zijn top bereikt. De soorten die ongeveer in dezelfde omgeving leven, roodborst (5) en heggenmus (3), maken deze lift niet door! Waarbij opgemerkt moet worden dat de roodborst in voorbije jaren wel flinke schommelingen heeft laten zien. Van de koolmees zijn 12 territoria berekend. Vijf, min of meer geslaagde broedsels zijn vastgesteld in de nestkasten (15) van een in dit jaar in het gebied uitgevoerd nestkastproject. De bezetting van de nestkasten was laag (6), soms laat en onregelmatig. Eén pimpelmeespaar broedde ook in een nestkast en één paar pimpelmezen vestigde zich ergens anders in de Dongevallei. De merel bereikte dit jaar het hoogste aantal (12) territoria tot nog toe.

De vogel van meer open gebieden, de fitis neemt af in de Dongevallei tot 4 territoria dit jaar. Toptotalen van deze soort als broedvogel,14 territoria zijn in 2011 en 2012 bereikt, In 2015 zijn 13 territoria van de fitis vastgesteld en daarna is de soort afgenomen. De toenemende begroeiingen zijn goed voor de tjiftjaf (11 territoria), vink (10), houtduif (10). Door de maaibeurten worden grote delen van de Dongevallei opengehouden. Het contrast met de doorgroeiende bospercelen neemt toe. Bos- en parkvogels halen er hun voordeel uit zoals grote bonte specht (1), boomkruiper (2), staartmees (2), gaai (1) en de zwartkop (10). De turkse tortel (7) heeft baat bij de combinatie van bomen en de bebouwingen. Daardoor blijven de ook kraaiachtigen als zwarte kraai (4) en ekster (5) in stabiele aantallen voorkomen.





Vier jonge krakeenden.


Lagere aantallen broedende watervogels

Achter de namen van de volgende aan watergebonden vogelsoorten staan tussen haakjes het aantal vastgestelde territoria in 2022: fuut (3) kuifeend (3), soepgans (4), nijlgans (2), scholekster (2), waterhoen (4) knobbelzwaan (2) en kleine karekiet (1). Die aantallen liggen lager dan in het voorgaande teljaar. Van de volgende soorten zijn ook vorig jaar (2021) en soms meerdere jaren daarvoor lagere aantallen territoria vastgesteld. In 2022: Wilde eend (2), soepeend (2), krakeend (1) en kuifeend (3). Verder zijn territoria vastgesteld van zanglijster (1), tuinfluiter (1), putter (1), grasmus (3), grauwe gans (2) en de ijsvogel (2).






Jonge ijsvogel.


IJsvogel broedt in oeverzwaluwwand

De oeverzwaluwwand aan de rand van de plas aan de Reuverlaan is na een redelijke bezetting in 2021 met 30 broedende oeverzwaluwen in 2022 niet bezet. Ook het eerste jaar na de bouw, 2013 is de wand niet door oeverzwaluw gebruikt. Na enkele succes jaren ontbraken ze ook in 2017 en 2020. In 2022 zijn wel tweemaal lage aantallen oeverzwaluwen boven de plas waargenomen. Ook in jaren dat er niet gebroed wordt is het wel gebruikelijk dat ze enkele malen komen kijken. In sommige jaren blijven ze ook wat langer hangen, dit jaar niet! Op 23 april 2022 zijn vier oeverzwaluwen gezien boven de Reuverplas en op 7 mei 2022 drie stuks. Na ontdekking van sporen van uitwerpselen van vermoedelijk een ijsvogel wordt die er ook gezien. Even later gaat een ijsvogel met vis in de bek de nestholte in. Meerdere waarnemingen over een lange periode verspreidt geven aan dat er zeker drie ijsvogelbroedsels zijn ondernomen in het zelfde gat in de oeverzwaluwwand. Ook in een ijsvogelwand in het noorden van de Dongevallei zijn drie broedpogingen ondernomen. Hier zijn ook juist uitgevlogen ijsvogels gezien. Ver in het zuidelijk deel van het gebied is ook een jonge ijsvogel aangetroffen. De meer zuidelijke gelegen ijsvogelwandjes zijn niet zo overzichtelijk gelegen. Gemiste broedsels zijn niet uit te sluiten. Het gaat goed met de ijsvogel in de Dongevallei. Dit jaar zijn vierendertig ijsvogels waargenomen. De aantallen schommelen nog al. Het hoogste aantal, zevenendertig is in 2017 geteld. Het hoogste aantal territoria (4) is in 2019 berekend. Het succes van de ijsvogel is mede te danken aan de vijf aangelegde ijsvogelwandjes. Het onderhoud van de meerdere wanden blijft helaas achterwege. Overwoekering door bramen en slechte toestanden van de zijwanden hebben tot gevolg dat de broedresultaten terug lopen.




Een paar nijlganzen met 12 donsjongen.



Lage aantallen, minder soorten en territoria

Het totaal aantal waargenomen vogels komt in 2022 op 12.954. In het geheel van alle negentien teljaren vanaf 2004 zijn 199.123 vogels geteld. Deze gegevens zijn verzameld tijdens in totaal 456 telronden. Het jaargemiddelde van al die jaren is 10.048. Het jaartotaal van 12.954 in 2022 ligt ruim boven het gemiddelde door een aantal hoog scorende soorten. De tien meest waargenomen vogels in 2022 zijn grote Canadese gans (5.623), wilde eend (882), soepgans (599), grauwe gans (554), meerkoet (509), kauw (357), houtduif (348), krakeend (341), vink (277) en kokmeeuw (266). Het totaal aantal waargenomen vogelsoorten is met zesenzestig het laagste aantal tot nu waargenomen. Het gemiddelde ligt op 76,6. De hoogste aantallen, vijfentachtig, zijn in 2009 en 2010 gezien. Er ontbreken nogal wat soorten die eerder regelmatig zijn aangetroffen. Dat zijn de echte zomergasten als spotvogel, braamsluiper en bosrietzanger. Buiten de vink (277), die na een forse piek weer flink is afgenomen zijn de jaartotalen van de overige vinkachtige laag: keep (2), groenling (7), ook sijs(212) en putter (114 ) zijn minder waargenomen en kneu en barmsijs ontbreken in 2022. De ondertitel van dit verslag: ’lage aantallen, minder soorten en territoria’ geven de minder gunstige bevindingen van de tellingen in de Dongevallei in 2022 aan. Het is gelukkig niet allemaal kommer en kwel. De watervogels doen het in het broedseizoen niet goed maar daar buiten doen sommige water gebonden soorten het wel goed: krakeend (341), nijlgans (212), slobeend (35) en blauwe reiger (43). Van de roofvogels wordt de buizerd steeds meer gezien, achtmaal in 2022.





Een paar knobbelzwanen met 2 jongen.



Samenloop van omstandigheden

De lage aantallen van een aantal vogelsoorten, het ontbreken van vogelsoorten en het teruglopen van de aantallen broedvogels hebben verschillende oorzaken. Lokaal gezien speelt het bebouwt raken van de directe omgeving en de gebieden daar omheen een beperkende rol voor meerdere vogelsoorten. De vos houdt waarschijnlijk niet alleen huis onder de ganzen maar ook onder andere bodembroeders en mogelijk ondervinden ook de watervogels daar de nadelen van. Daarnaast spelen factoren van buitenaf altijd ook een rol. Hoewel de Dongevallei redelijk nat is gebleven zijn de erg hoge temperaturen en de droogte dit jaar ook hier van invloed geweest. Al is het maar indirect door het verdwijnen van vogels uit de regio. De onder de wilde vogels weer uitgebroken vogelgriep heeft in de Dongevallei geen zichtbare gevolgen gehad. Het is wel mogelijk dat door de griep vogels ontbreken of ongezien creperen. Voorlopig wordt aangenomen dat in 2022 een samenloop van negatieve omstandigheden de resultaten in de Dongevallei beïnvloed hebben. Met hoop en vrees wordt het nieuwe jaar gevolgd.




Reacties naar adkolen@kpnmail.nl







Jonge futen.




dinsdag 10 januari 2023

Noorderbos; De vogels in 2022






Voorjaar in het Noorderbos.


Noorderbos; De vogels in 2022

verschenen en verdwenen vogelsoorten

lage aantallen naast pieken



Ad Kolen


Het Noorderbos is gelegen juist buiten de noordgrens van de stedelijke bebouwing van Tilburg. Het is één van de drie locaties die ik jaarlijks onderzoek op de voorkomende vogelsoorten en de aantallen daarvan. Een beeld vormen van de lokale vogelstand in verschillende biotopen is de opzet van deze onderzoeken. Dit is een verslag van de resultaten van de tellingen in het Noorderbos in 2022.


Afwisseling in biotopen

Het Noorderbos is circa 110 ha groot en officieel in 2003 geopend. Een deel van de beplantingen zijn vanaf 1990 aangelegd. Het merendeel van de bomen is in het begin van dit millennium geplant. Het Noorderbos is als recreatiebos (wandelen, fietsen, paardrijden en natuur) bestempeld en is aangelegd op de voormalige vloeivelden van Tilburg. Hier is vanaf de jaren twintig van de vorig eeuw zo’n vijftig jaar het stads- en industriewater van de stad gezuiverd. De vloeivelden zijn aangelegd op een deel van een brede lange strook heidevelden ten noorden van de stad. Het Noorderbos is een gevarieerd gebied met oude en jonge bossen, graslandjes, beken, sloten en een flinke zandwinplas. Het Noorderbos is gevoegd in het op dat moment bestaande landschap. De structuren van de vloeivelden zijn tot op de dag van vandaag te herkennen. De afwisseling in biotopen trekt vele verschillende soorten vogels naar het Noorderbos.


                     
                    

Een element uit de periode van de vloeivelden.


De vogelstand op gestandaardiseerde wijze vastgelegd

De vogelstand wordt hier jaarlijks op een gestandaardiseerde wijze in kaart gebracht. De tweemaal per maand gelopen telronden zijn in het broedseizoen (achtmaal) uitgevoerd volgens de richtlijnen van het Broedvogel Monitoring Project van Sovon. De uitkomsten van deze reeks geven, naast een beeld van de broedende vogels ook een weergave hoe het met de vogelbevolking het jaar rond gesteld is. Het is geen volledig beeld. Maar steeds op dezelfde manier langs een vaste route de aantallen aanwezige vogels vastleggen geeft wel een vergelijkbare weergave van de verschillende jaren. Ook met de gebieden onderling, die op gelijke wijze zijn bekeken, zijn eventueel vergelijkingen mogelijk. Daarnaast worden de in het broedseizoen de verzamelende gegevens gedeeld met Sovon die ze gebruikt om vast te stellen hoe de aantallen van de Nederlandse broedvogels zich ontwikkelen. Sinds enkele jaren worden de in de rest van het jaar verzamelde gegevens ook met Sovon gedeeld. Die worden mét de door vele andere vogelaars verzamelde gegevens gebruikt om het beeld van de Nederlandse vogelbevolking op een actueel peil te houden (LiveAtlas).



Het weer

Het weer in 2022 is met één woord te omschrijven, droog! Het jaar is gemiddeld genomen droog verlopen met 773 mm regen tegen 853 mm normaal. Er zijn grote verschillen vastgesteld. Natte en droge maanden wisselende elkaar af. Een natte februari maand kwam na een droge eerste maand van het jaar. In de zomer was het extreem droog voornamelijk in het zuiden en het oosten. Buien waren er wel, soms hevig, maar meestal lokaal. Vanaf september is er meer neerslag gevallen met opnieuw grote lokale verschillen.






De herstelde oeverzwaluwwand


Doorlopende reeks

De vogeltellingen in het Noorderbos zijn in een doorlopende reeks vanaf 2003 uitgevoerd. Vanaf het begin in 2003 zijn tot het einde van 2022 in totaal 137 verschillende vogelsoort in het Noorderbos waargenomen. In totaal zijn in deze periode van twintig jaar 112.083 vogels geteld. Vanaf een vaste route worden alle aanwezige vogels, binnen de grenzen van het gebied genoteerd. Een strikte frequentie van tweemaal per maand en een gelijkmatige verdeling over de maand wordt aangehouden. Het begin van de tellingen wisselen om en om tussen de hoofdingang aan de Stokhasseltlaan en de ingang aan de Kalverstraat.



Veertig broedvogels

Het gaat in 2022 in het Noorderbos om veertig broedvogels, of beter gezegd om veertig verschillende vogelsoorten waarvan voldoende gegevens zijn verzameld om één of meerdere territoria vast te stellen. Bij het vaststellen van territoria volgens de BMP-methode wordt op broedgedrag van vogels gelet. Dan zijn ‘nestindicerend, geldige waarnemingen, datumgrenzen, fusieafstanden, territoriumindicerend en minimale eisen’ de termen die gelden als doorslaggevende factoren. Het meeste van deze termen zijn in het veld niet meer zichtbaar van belang. Sinds enkele jaren gebruik ik de app ’Avimap’ van Sovon. De app filtert de benodigde gegevens er uit. Op de website van Sovon zijn aan het einde van het broedseizoen via autoclustering door één knopdruk alle territoria te bepalen. Het aantal vastgestelde territoria van veertig vogelsoorten in 2022 is vijf lager dan het aantal van het voorgaande jaar. Het ligt ook onder het gemiddelde (42,6) van de tellingen sinds 2003. Lagere aantallen territoria zijn vastgesteld in 2003 (39) en 2013 (37). Het hoogste aantal (46) is in 2020 genoteerd.



Drieënzeventig soorten vogel

In het teljaar 2022 zijn in het Noorderbos het aantal van 4847 vogels waargenomen. Het betreft 73 verschillende soorten. Het aantal vogelsoorten is evenals het aantal vogels laag dit jaar. Het gemiddelde van het aantal vogelsoorten is 79,15. Het hoogste aantal is zesentachtig (2005 & 2012) en het laagste per jaar is tweeënzeventig (2015).




De Noorderplas


Noorderplas, blijvend onrustig

De Noorderplas grenzende aan de Kalverstraat hoort bij het Noorderbos. Het is een flinke plas waaruit het zand voor de aanleg van de noordoostelijke randweg en vele andere bouwprojecten is gewonnen aan het begin van dit millennium. De enorme diepte van de plas zorgde later voor instabiele oevers. De aannemer kreeg de opdracht zand terug te storten aan de randen. Dit is later een grootschalig commercieel project geworden. Van 2008 tot en met 2018 is op grote schaal laagwaardig zand in de plas gestort. Met het zand zijn naast allerlei bouwmaterialen, veel stenen en daarbij ook veel waterplanten en grote hoeveelheden slib gestort. Na het beëindigen van dit project is de plas ingericht om zich te kunnen ontwikkelen tot een natuurplas. Opgeleverd op 15 maart 2019. Voorzieningen voor rietkragen en een diepte van de plas tussen drie en vier meter zijn hoopgevende vooruitzichten. Vrij snel daarna vallende de talrijke bubbels op die uit het water omhoog borrelen. Het vele organisch materiaal dat met de terug stortingen in de plas te recht is gekomen zet zich om in moerasgas, methaan. In wisselende, vaak grote hoeveelheden blijft het methaan opborrelen. Tot het einde van dit teljaar is dat waargenomen. Vooral als er weinig wind staat vallen de bubbels op aan het strakke wateroppervlak. De verwachte opleving van de natuur na de inrichting en de herstelde rust is nog niet echt gekomen. Er ontwikkelt zich wel een rijke rietkraag aan de oostrand nabij de Kalverstraat.



Ganzen en aalscholvers

Ondanks de maatregelen komt het herstel van het eenden- en watervogelbestand niet echt van de grond op en rond de Noorderplas. Van de grote Canadese gans is in 2022 één succesvol broedsel aangetroffen. Ook tijdens acht eerdere jaren is één territorium van deze soort vastgesteld. In 2022 zijn 377 grote Canadese ganzen geteld. Een wat lager aantal in een jarenlange reeks van wisselende aantallen. Deze ganzen komen hier gewoonlijk drinken en rusten vanuit het oostelijk gelegen grootschalig agrarisch gebied. Grauwe ganzen liften soms met ze mee, 96 exemplaren geteld dit jaar. De al sinds 2013 aanwezige witte soepgans is 22 keer geteld dit jaar. De aalscholver is dit jaar eigenlijk alleen in de wintermaanden waargenomen. Waarnemingen daarbuiten zijn van andere jaren wel bekend. Sinds enkele jaren komen grote groepen aalscholvers in december en in januari gezamenlijk vissen op de plas. In totaal 112 in 2022 waarvan 37 op 23 november en 55 op 7 december. De fuut met 48 waarnemingen komt pas in september met drie jongen te voorschijn.





Canadese ganzen met jongen.


Eenden en meerkoeten

Hoewel het aantal wilde eenden sterk dalende is, 579 in 2022 en de soepeenden ook afnemen (21) zijn er van andere soorten eenden wel enkele noemenswaardige feiten vastgesteld. In januari zijn groepjes (3 & 5) foeragerende grote zaagbekken op de plas gezien. Zowel mannen als vrouwen. Tijdens twee tellingen, één in september en één in oktober worden groepjes (4 & 7) foerageren slobeenden in het midden van de plas gezien. Ze slobberen voortdurend met de kop juist onder water. Opvallend gedrag in dit 3 tot 4 meter diepe water. Gewoonlijk zoek slobeenden in ondiep water naar voedsel. Er drijft blijkbaar iets eetbaars juist onder de waterlijn (algen-wieren?) In het eerste deel van het jaar zijn op acht opeenvolgende tellingen krakeenden gezien. In totaal 54 in 2022. De drie voorgaande jaren zijn er steeds minder dan tien gezien. Aan het einde van deze reeks toch nog een watergebonden vogelsoort die het wel goed doet. In 2022 zijn 215 meerkoeten geteld en 7 territoria vastgesteld. Dan komt er nog één. Ook het waterhoen heeft in 2022 een goed jaar doorgemaakt. Met 57 waargenomen exemplaren en 5 vastgestelde territorium is het gelijk aan het ook uitstekende jaar 2021. Beide soorten, vooral het waterhoen, komen ook buiten de plas voor.




Ooievaars in het Noorderbos.


Reigers en ooievaars

Grote zilverreigers worden meest in de wintermaanden gezien. Ook in 2022, vijf in totaal. Tientallen ooievaars broeden al jaren in het Safaripark Beekse Bergen. Ze vliegen vrij rond en worden nog al eens foeragerende in de buitengebieden van Tilburg Noord waargenomen. In de winter slinkt het aantal gewoonlijk tot ongeveer twintig exemplaren. Dit jaar zijn er echter tot in november grote aantallen ooievaars ten noorden van Tilburg gezien. Op 23 november 2022 tracht een groep van 72 ooievaars cirkelend neer te strijken bij de Noorderplas. Al snel stijgt de groep weer naar hogere regionen en zweeft af in westelijke richting. Een tamelijk stabiel aantal blauwe reigers wordt al twintig jaar in Noorderbos waargenomen. De waarnemingen variëren tussen 33 en 79 exemplaren, dit jaar zijn het er 53. Gezien over alle tellingen dalen de waarnemingen in maart en april om direct weer in mei te stijgen tot ongeveer het gemiddelde niveau van de rest van het jaar. Dit jaar is de eerste maal een broedende blauwe reiger aangetroffen met minstens één jong. Goed verborgen was het een hele klus dit te bevestigen. Ik sluit niet uit dat er meerdere of mogelijk eerdere broedsels van blauwe reigers hebben plaats gevonden in het Noorderbos.



Bonte vliegenvanger, nieuwe soort in het Noorderbos.


Verschenen en verdwenen

Naast een nieuwe broedvogelsoort, de blauwe reiger, is er ook een nieuwe vogelsoort in het Noorderbos gezien, de bonte vliegenvanger (3) met territoriumindicerende activiteiten. Het verdwijnen van een vogelsoort uit een omgeving is soms voorspelbaar. Vanaf het begin van de tellingenreeks floreert de fazant in het Noorderbos. Hij wordt het jaarrond regelmatig gezien ook als broedvogel doet hij het goed (3-8 territoria). Vanaf 2015 halveren de aantallen. Een opleving in 2017 is van korte duur. In 2021 zijn maar 5 fazanten gezien en is één territorium vastgesteld. dit jaar ontbreekt de fazant geheel in het Noorderbos. De fazant is landelijk vele jaren uitgezet voor de jacht. Hoewel hij al heel lang hier voorkomt is dat niet van nature. Uitzetten is al jaren verboden maar nog lang illegaal uitgevoerd. Nu dat ook voorbij is komt naar voren dat er gebieden zijn waar de fazant zich niet zelfstandig kan handhaven. Ook in het noordoostelijk van Tilburg gelegen grootschalige landbouwgebied komt al enkele jaren geen fazant meer voor. Van de elf ooit in het Noorderbos waargenomen roofvogels zijn in 2022 twee soorten aangetroffen. Eenmaal één havik en 23 maal één buizerd, zonder vastgesteld territorium. Wel zijn er juist uitgevlogen buizerds aan de rand van het gebied gezien (3). Aan het einde van 2021 heeft Bosbeheer Tilburg, Weijtmans B.V. de aanwezige oeverzwaluwwand hersteld. De overwoekerde wand is vrijgezet en uitgebreid. Later is de wand verder afgeschermd om verstoring te voorkomen. Helaas zijn er geen oeverzwaluwen gaan broeden. Het komt meer voor dat dergelijke voorzieningen niet jaarlijks gebruikt worden. Ook de stenen wand in de Dongevallei is dit jaar niet bezet.





Jonge buizerd.

Lage aantallen

Naast geheel ontbrekende vogelsoorten zijn er in 2022 nogal wat in lage aantallen waargenomen zoals scholekster (4), kievit (3), kokmeeuw (37), stormmeeuw (8), kleine mantelmeeuw (1), holenduif (11), houtduif (109), koekoek (1) en gierzwaluw (3). Van slechts drie soorten uit deze reeks zijn territoria vast gesteld, holenduif (1), houtduif (9) en koekoek (1).



IJsvogels, spechten, zwaluwen en piepers

De ijsvogel nestelde in 2022 even buiten de grens van het telgebied. Er zijn echter voldoende gegevens verzameld om één territorium in het Noorderbos vast te stellen. Het voedsel voor de jongen is langs de Noorderplas bij elkaar gevist (zeven waarnemingen). De grote bonte specht, de meest talrijke specht in Nederland het zich 72 maal laten zien in het Noorderbos in 2022. Er zijn 6 territoria van deze soort vastgesteld. De overige spechten komen hier in veel lagere aantallen voor en laten zich minder vaak zien. Wel behoren er nog drie soorten spechten tot de broedvogels, groene specht (1), zwarte specht (1) en kleine bonte specht (2). De verschillende soorten zwaluwen broeden hier niet. Wel worden hier voedsel- en drinkvluchten gezien van boerenzwaluw (40), huiszwaluw (10) en gierzwaluw (3). De boompieper floreert vanaf het begin van de tellingenreeks. Wisselingen in aantallen per jaar liggen tussen 49 en 13. Het aantal territoria is dit jaar op 8 vastgesteld, zo ook in de twee voorgaande jaren. Het hoogste aantal in de reeks was 12 (2011) het laagste 5 (2017 & 2018).





Mannelijke ijsvogel bij zijn nest.


Het vroege trio

Het drietal, winterkoning, heggenmus en roodborst is eerder door mijn benoemd als het vroege trio. Ze zingen alle drie al vroeg in het jaar en hun biotopen overlappen elkaar. De toenemende bramen- en brandnetel concentraties in het gebied, vaak aan bosranden zijn geliefde omgevingen. De winterkoning doet het met 255 waarnemen en 25 territoria erg goed in het Noorderbos dit jaar. De stijgende lijn is voor deze soort doorgetrokken. Vijfentwintig waarnemingen zijn voor de heggenmus genoteerd en 9 territoria zijn vast gesteld. Alleen in 2007 zijn er meer territoria vastgesteld (11.) Het aantal waarnemingen van de roodborst (150) ligt in de lijn van de laatste jaren. Het aantal territoria (6) valt echter wat lager uit dit jaar.



Lijsters

Na lagere aantallen door sterfte door het usutuvirus heeft de merel zich vorig jaar weer hersteld (283 waarnemingen en 15 territoria). Dit teljaar zijn 250 waarnemingen gedaan en 21 terrioria vastgesteld. Van zanglijsters zijn 56 waarnemingen vastgelegd en 9 territoria. De trend van de zanglijster geeft vooral een stijgende lijn aan vanaf het begin. Soms stabiel maar ook sterke wisselingen in de aantallen komen voor. Lage aantallen van de wintergast, de koperwiek (83). Alle overige lijsterachtigen ontbreken dit jaar.



Zangertjes

Van de eerder waargenomen zangertjes ontbreken sprinkhaanzanger en braamsluiper. Die zijn in vorige jaren in zeer lage aantallen waargenomen. De overige acht zangertjes zijn in wisselende aantallen aangetroffen. In volgorde van aantallen (met W voor het aantal waarnemingen en T voor het aantal territoria er achter) zijn dat: Tjiftjaf (W162 - T24), zwartkop (W110 - T22), grasmus (W44 - T14), kleine karekiet (W20 - T9), fitis (W17 - T7), tuinfluiter (W19 - T12), spotvogel (W1 - T1) en bosrietzanger (W1 - T1). Over langere termijn gezien nemen bosrietzanger en spotvogel af. Ook de fitis verliest terrein door het groeien van het bosareaal. Daarentegen zitten zwartkop en fitis en alleen dit jaar ook de tuinfluiter behoorlijk in de lift. De aantallen van de grasmus nemen licht af. Ook de kleine karkiet neemt wat af maar wisselt ook sterk.





Dertien eieren van een pimpelmees, één van de succesvolle broedsels in een nestkast.


Mezen


De aantallen van de koolmezen vallen hoog uit door het uitgevoerde nestkastproject. Er zijn 403 waarnemingen geregistreerd en 42 territoria vastgesteld. De pimpelmees is 211 keer geteld en er zijn 21 territoria vastgesteld. Van beide soorten zijn tientallen jongen uitgevlogen. Een goed resultaat wat mogelijk heeft bijgedragen aan de vermindering van de overlast van de eikenprocessierupsen. Zie verder in het verslag over dit project. Verder: Staartmees, 54 waarnemingen en 1 territorium. Matkop 4 waarnemingen. Kuifmees 1 waarneming. Boomklever en boomkruiper zitten beiden in een licht stijgende lijn. Boomklever, 59 waarnemingen en 4 territoria zijn vastgesteld. Drie broedgevallen in een nestkast met goed resultaat. In totaal 23 uitgevlogen jonge boomklevers. Er zijn 59 boomkruipers geteld en 7 territoria van deze soort zijn vastgesteld.


Kraaien en vinken

De ekster komt talrijk voor in de nabij gelegen woonwijken maar moet van het Noorderbos niet veel hebben. Alleen in de buurt van een paar woningen wordt de soort enkele malen gezien in het Noorderbos. Achtmaal in 2022. Territoria zijn niet vastgesteld. In de laatste tien jaren was dat slechts eenmaal. De kauw ontbreekt al sinds 2012 als broedvogel. Wel verblijft de soort soms in de hoge bomen aan de rand van de Stokhasseltlaan. Met maar 50 waarnemingen dit jaar zijn de aantallen al jarenlang afgenomen. Zwarte kraaien zijn ook minder (107) gezien maar er zijn wel 5 territoria vastgesteld. Van vink (281), keep (3), groenling (19), putter (1) en goudvink (8) zijn de waargenomen aantallen erg laag. De overige vinkachtigen ontbreken.


Hoop en vrees

2022 gaat voor het Noorderbos als een slecht jaar de boeken. De aantallen van zowel de in totaal waargenomen vogels als de vastgesteld territoria zijn laag. Het toch vrij snel niet meer voorkomen van een algemene vogel als de fazant doet me wel iets. Ook al hoort hij eigenlijk helemaal niet thuis. De wel van lokale herkomst zijnde patrijs wordt hier al jaren niet meer gezien. Meerdere vaker waargenomen soorten waren er gewoon niet dit jaar. Zoals meerdere roofvogels, de watersnip, stellopers en de kramsvogels. Daarentegen is een nieuwe broedvogelsoort, de blauwe reiger, goede resultaten van de spechtensoorten en stijgende aantallen van zwartkop, tjiftjaf en ander ’boomvogels’ toch wel enigszins hoopgevend. Het is duidelijk dat het extreem warme en droge weer sterk van invloed is geweest op de resultaten van de vogeltellingen en inventarisaties in het Noorderbos in 2022. En dat ook op ander plaatsen heb ik dat vastgesteld. De vogelgriep en andere interne en externe negatieve invloeden spelen zeker ook mee. Een gebied, in dit geval het Noorderbos staat nooit op zichzelf. De omstandigheden in de regio maar ook landelijk of zelfs Europees hebben op een bepaalde manier invloed. Voorlopig sluit ik ook hier af met de aanname dat in 2022 een samenloop van negatieve omstandigheden de resultaten in het Noorderbos enorm beïnvloed hebben. Met hoop en vrees kijk in uit naar het nieuwe jaar.




Reacties naar adkolen@kpnmail.nl