zaterdag 1 september 2012

Het Markizaat, Tholen, fietsen en vogelen !



49 Kilometers en 79 vogelsoorten !


Ad Kolen


Drie van de vier deelnemers aan deze tocht; Johan van Laerhoven, Ben Akkermans en Dirk-Jan Tilborghs.


Het Markizaatsmeer, Tholen, fietsen en vogelen zijn de treffers die deze dag maakten. Vanmorgen (zaterdag 1 september 2012) al voor 08.00 u. vertrokken 4 vogelaars, van de Vogelwerkgroep KNNV Tilburg met de trein vanuit Tilburg naar Bergen op Zoom. Naast verrekijkers en vogelboeken behoorden ook 4 fietsen tot de bagage. Na een gratis bakje koffie, aangeboden door mijnheer NS, reden Ben Akkermans, Johan van Laerhoven, Dirk-Jan Tilborghs en Ad Kolen om 09.00 u. vanaf het station in aanvankelijk in noordelijke richting.

Langs het Anton van Duinkerkenpark en de 17e eeuwse verdedigingswerken ging het links af. Nu in westelijke richting langs de Zoom. Via dit gegraven stroompje werd in het verleden turf vervoerd. Het geheel is groen omzoomd en ligt in de schaduw van tientallen oude bomen. Groen is ook het water van het zoommeer, dat we bereiken na het doorkruisen van een brede stook met industrie. Aan de rand liggen dikke pakketten door de wind samengedreven algen. Daarachter dobberen honderden Meerkoeten, Krakeenden en andere eenden. Het zuidelijk daarvan gelegen recreatiemeer ’De Binnenschelde’ is algenvrij, maar vogels zien we er nauwelijks.

Moeilijk te determineren:
We steken een zandweg in die over de Molenplaat leidt. In de verruigde rietvelden bevinden zich meerdere soorten struiken. Het wemelt er van de vogeltjes maar ze vliegen steeds in en uit de struiken. Het valt dan ook niet mee ze op naam te brengen. Soms hebben we geluk en gaat er een even op een rietstengel of in een dode vlier zitten. We ontdekken onder andere; Gekraagde roodstaart, meerdere Roodborsttapuiten, Grasmussen en een Zwartkop. De zandweg buigt af naar het noorden waar het hoogste punt van de plaat ligt. Hier is een plas waarin Tafeleenden en Grauwe ganzen dobberen.

Slechtvalk:
Johan ziet een vogel op grote hoogte een hoogspanningsmast invliegen. In de schaduw van een brede stalen balk vallen de details aanvankelijk in het niet. De vogel is in beweging en laat dan toch de zwart-witte tekeningen op de kop goed zien; een Slechtvalk. De gebogen houding en de licht gespreide vleugels wijzen op het afschermen van een juist geslagen prooi. We nemen waar dat er iets naast ligt waaraan na geruime tijd ook getrokken wordt, prachtig!

De Molenplaat:
De Molenplaat is een natuurgebied van het Brabants Landschap. Het is gelegen ten westen van Bergen op Zoom tussen het Markizaatsmeer en het Zoommeer (150 ha.) Oorspronkelijk, vóór de aanleg van de Oesterdam, was de Molenplaat een bij laag water droogvallende zandplaat, een natuurlijke opduiking in het Oosterscheldebekken. Overspoeld door het getij. De Molenplaat is ruim twintig jaar een slibdepot geweest. Daarna is het begreppeld, ingezaaid met koolzaad en in gebruik genomen als akkerland. Op sommige plaatsen is zand afgegraven, waardoor plassen en ‘terreindepressies’ zijn ontstaan.

Prachtig weer:
Met wat lichte bewolking, weinig wind, veel zon en een temperatuur die oploopt tot 20°C. is het weer een prachtige dag geworden. Het mooie licht doet de vogels goed uitkomen en de wind beïnvloed, de weinige geluiden die vogels maken in deze tijd van het jaar, niet of nauwelijks.

Rijn-Scheldekanaal:
Via een fietspad draaien we in een halve cirkel, langs een oude werkhaven, terug in zuidelijke richting. De tocht gaat nu verder langs de door schapen begraasde dijk van het Schelde-Rijnkanaal. Vele eenden rusten tussen de stenen onder aan de dijk. Regelmatige horen we het tsie-wie-wie-wie van opvliegende Oeverlopers. Soms 2, soms 3 bij elkaar. Ze vliegen vaak voor ons uit maar het hele stuk tot aan de sluizen gaat het toch wel over 10 tot 20 exemplaren.

Het Schelde-Rijnkanaal (32 km.) is een getijdenloze verbinding van de Schelde bij Antwerpen met Rotterdam en de grote Nederlandse rivieren Maas, Rijn en Waal. Ten zuiden van de Kreekkraksluizen is het water zout. Ten noorden zoet, inclusief het Zoommeer. De verbindende sluizen zijn voorzien van zoet- en zoutwaterscheidingen.

Markizaatsmeer:
Even voor het sluizencomplex gaan we links een zandweg in die eindigt tegen het Markizaatsmeer. Aan een oude werksteiger ligt de aluminium boot van een beroepsvisser. Eerder zagen wie die op het water dobberen. Met grote fuiken wordt paling gevangen, ook snoek en snoekbaars zwemmen er in. Hij is de enige die hier mag vissen. We kijken recht op een eiland, wat midden in het meer ligt. Op enkele geulen van circa 6 meter diepte na is het meer vrij ondiep. Het merendeel meet 1 tot 2 meter diepte. Rechts van het eiland bevinden zich op grote afstand enorme hoeveelheden vogels. Te ver weg echter om ze herkenen. Daar staat niet meer dan enkele decimeters water. Links, wat dichter bij, zijn wat Wilde eenden, Grauwe ganzen en 4 Zwarte zwanen, wel te determineren.

Overvliegende ganzen, ruim 60 stuks. Het schril blaffende geluid wijst op Brandganzen al voor ze in de kijker gevangen worden. Een ganzensoort die al lang niet meer alleen in de winter in ons land gezien wordt. In grote aantallen broeden ze vandaag de dag o.a. op de Hellegatsplaten en bij het Markizaatsmeer.

Spuikanaal Bath:
Over de Kreekkraksluizen rijden we aan de andere kant terug in noordelijke richting. Hier gaat het enige tijd langs het ’Spuikanaal Bath’ (8,4 km.) Het kanaal is aangelegd, is samen met de Bathse spuisluis om zoet water af te kunnen voeren waarmee het Volkerak, het Zoommeer, het Markizaatsmeer en het Schelde-Rijnkanaal worden doorgespoeld. Door het doorlaten van vers water via de Volkerakdam wordt schoon water het gebied ingelaten. Het oude, vervuilde, water wordt via het Bathse spuikanaal en de Bathse spuisluis in de Westerschelde geloosd. Ook wordt de spuisluis gebruikt voor het lozen van water uit West-Brabant, dat via het Schelde-Rijnkanaal wordt afgevoerd.

De vogelrijke Oesterdam:
De Oesterdam, de langste dam (10,5 km.) van de Deltawerken en is met andere dammen aangelegd om de Zeeuwse en Zuid-Hollandse wateren te verdelen in compartimenten ten behoeve van zoetwaterhuishouding en scheepvaart. De Oesterdam ligt tussen Tholen en Zuid Beveland in het oostelijke deel van de Oosterschelde

Blikkend op de uitlopers van de Oosterschelde valt het erg lage water op (springeb ?) Grote delen van het ’Verdronken land van Zuid-Beveland’ liggen droog. Veel vogels verblijven er, maar de meeste erg ver weg! Vanuit het zuidwesten komt een grote vogel aanvliegen. Al snel wordt er geroepen; Visarend. In het heldere licht is de vogel, met al zijn kenmerken goed te zien. In de klauwen is een stevige vis geklemd. Op enige afstand voor ons begint deze viseter in cirkels te vliegen. Langzaam maar zeker wint de vogel zo hoogte. Het gaat wel erg langzaam, alsof hij er moeite mee heeft. Na geruime tijd wijkt hij af naar rechts, om ergens in een van de vele hoogspanningsmasten zijn vangst te verorberen. Goed was het niet te zien maar waarschijnlijk gaat het om een juveniele Visarend.

Strandplevier.


Een licht vogeltje:
Verder rijdende worden meer Oeverlopers, Steenlopers en een vrij licht getint vogeltje gezien. Vage tekeningen op de vleugels maar verder veel wit. Drieteentje wordt geroepen, nee zeker niet, is het antwoord. Kleine strandloper of Temmincks, nee de snavel klopt niet! Strandplevier? Het vogeltje is vrij rustig en laat zich goed benaderen. De details bekeken en vergeleken, ja, een Juveniele Strandplevier. Het lukt zelfs om een redelijke foto er van te maken. Daarop zijn details als zoals de kleine zijborstvlekken en de witte halsband te zien. Wat een dag!

Strandplevier.


Meer verassingen:
Steeds meer verassingen worden ons in de schoot geworpen. Soms is het wel even puzzelen, overgangskleden tussen zomer- en winteruitrusting zijn aan de orde van de dag. Geoorde futen nog half in zomerkleed maar ook in volledig winterkleed aangetroffen. Zo ook bij Steenlopers en Kanoeten. Het kan niet op, van alles zien we, Grote sterns, Groenpootruiters, Watersnippen, Lepelaars, Grote zilverreigers, Casarca’s, Kemphanen en een Bosruiter! Een eenzame Rotgans op de dijk, met ring en een moeilijk loopje. Waarschijnlijk blijven hangen, gewond tijdens een jachtpartij!



Goudplevieren:
Aan het einde van de Oesterdam passeren we de Bergsediepsluis. De doorgang naar de Oosterschelde, een scheiding tussen zoet en zout water. Juist op het vaste land, in de Schakerloopolder is rechts een laagte met èèn grote en enkele kleine plassen. De grote plas bestaat al langer, de rest is enkele jaren terug verder afgegraven. Aan het einde tegen de dijk bevinden zich vele vogels waaronder minstens 600 Goudplevieren. De meeste van deze vogels dragen noch gedeeltelijk het zomerkleed, naast het goud  (warmbruin) hebben ze veel zwart in het verenkleed.

Tholen:
Door polders en langs oude zeedijken bereiken we Tholen. De stad heeft een historische stadskern, die nog steeds grotendeels omringd is door wallen en vesten. De stadskern wordt daarnaast gedeeltelijk begrensd door de haven.

Eerst wordt iets aan de honger gedaan. In een frituur eten we een frietje bij een echte Chinese (geboren in China), met een Zeeuws accent. Op een terras bij de haven lessen we de dorst en tellen de waargenomen soorten op. We komen op 79 verschillende soorten vogels waaronder verschillende uitschieters. Samen met het heerlijke weer was het een onverwacht prachtige dag die we zeker niet hadden willen missen !!

Zeeland, land van wind, vogels en uien.


Nog een half uurtje fietsen, geen straf met dit weer, brengt ons terug op het station van Bergen op Zoom. Al snel (19.30 u.) rijdt de trein het station van Tilburg op en rond 20.00 u. zitten meerdere personen van dit groepje weer aan de pizza op de bank. Wat een dag!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten