vrijdag 23 december 2011

Gele trilzwam




Ad Kolen

Wintertijd zonder sneeuw en ijs, met veel regen en een hogere temperatuur is ideaal voor de gele trilzwam. Ze komen dan massaal te voorschijn. Dit weertype heerst al enige tijd. Op Amerikaanse vogelkers en jonge eiken in een grove dennenbos tussen Kaatsheuvel en Loon op Zand groeien ze talrijk op dit moment.

Vanmorgen, in het Noorderbos bij Tilburg Noord trof ik ze ook volop aan op het dode hout in een ruim 20 jaar oud eikenperceel. Veelal op ooghoogte maar ook in de toppen, op meer dan 5 meter hoog groeien vele, soms erg grote exemplaren. Aan het begin van het jaar, in de eerste weken van januari was de weersgesteldheid enkele weken gelijk aan het huidige weertype en zagen we daar ook weken lang vele gele trilzwammen.


De Gele trilzwam(Tremella mesenterica) groeit, ongesteeld, direct op afgestorven en op de grond gevallen takken van loofbomen. Het vruchtlichaam van enkele tot wel 10 centimeters breed, is kringvormig en verdeeld in talrijke hersenachtige gedraaide lobben. De kleur is goudgeel en in vochtige toestand zijn ze elastisch en geleiachtig. In droge toestand is het vruchtlichaam hard en ineengeschrompeld met een aangename geur. De soort is algemeen op eiken en haagbeuken en is niet eetbaar.

Dat het tot nu toe erg zacht weer is geweest is ook aan de flora te zien. Naast de Gaspeldoornstruiken (Ulex europaeus) vol bloemen, die ik al eerder deze maand ontdekte, staan ook meerdere exemplaren witte dovenetel (Lamium album) en fluitenkruid (Anthriscus sylvestris) in bloei. Daarnaast hangen al aan meerdere hazelaarstruiken (Corylus avellana) de mannelijke bloeiwijzen en groeien onder een lange rij aangeplante krentenboompjes volop, duidelijk herkenbaar de bladeren van fluitenkruid.