dinsdag 26 maart 2019

Het Noorderbos en de Vogels 2003 - 2017 Tjiftjaf





                       Tjiftjaf in de winter



Ad Kolen




Een reeks artikelen over de vogeltellingen en broedvogelinventarisaties in het Noorderbos bij Tilburg. Van 2003 tot en met 2017 werden alle vogels geteld, twee keer per maand, vanaf een vaste route. Tijdens het broedseizoen volgens de richtlijnen van het Sovon Broedvogel Monitoring Project (BMP.) In de begeleidende grafieken wordt het totaal aantal waargenomen vogels per jaar (24 tellingen) of per maand (30 tellingen) weergegeven. Bij de broedvogels zijn de per jaar vastgestelde territoria te zien.
 

 

 
 

Tjiftjaf - Phylloscopus collybita



Zingt zijn eigen naam
De tjiftjaf behoort tot de ’geelbruine zangertjes’. Een groep zangvogels met voornamelijk bruin, geel en soms wat groen in hun verenkleed. Ze leven tussen bladeren en twijgen, vaak hoog in struiken en bomen. Bij slecht licht en als ze minder goed in beeld komen, zijn deze gelijkende vogeltjes vaak moeilijk van elkaar te onderscheiden. Door de combinatie van biotoop en zang is het echter een stuk eenvoudiger. Alleen het liedje horen is vaak al voldoende. De werkwijze van determineren op zang is dan ook een algemeen gebruikte methode bij kleine zomergasten! De zang van de tjiftjaf is een eenvoudig liedje. Ook mensen die niet ’vogelen’, hebben het zo door. Met wat fantasie hoor je de tjiftjaf steeds zijn naam roepen: een onophoudelijk tjif-tjaf, tjif-tjfaf, tjif-tjaf klinkt het gehele voorjaar door. Ook in de zomer schalt het door de lucht. Het is een zo algemeen geluid dat het soms niet eens opvalt.


Onduidelijke wenkbrauwstreep
Er zijn wel uiterlijke verschillen met de meest gelijkende soort, de fitis. De tjiftjaf heeft een variabele kleur poot, maar meestal is die donkerbruin of grijszwart. De wenkbrauwstreep is vaak nogal onduidelijk. Van beide kenmerken zijn variaties bekend bij tjiftjaffen die in andere gebieden voorkomen. Het is dus niet eenvoudig de tjiftjaf altijd op zicht op naam te brengen. Gewoonlijk ’luister’ ik alleen maar naar de tjiftjaf bij tellingen en broedvogelinventarisaties. Alleen bij de enkele winterwaarnemingen die ik ooit deed volgde nader onderzoek. Om zeker te zijn!


Al tientallen jaren stijgende aantallen tjiftjaffen
De tjiftjaf broedt in heel Nederland. Hoge dichtheden bereiken ze vooral in goed ontwikkelde loofbossen met veel ondergroei, op de kleigronden. Het is ook een gewone broedvogel in tuinen, parken en singels in stedelijke gebieden en in bosjes op het platteland. Ze broeden eigenlijk overal waar wat bomen staan. Vanaf 1975 kon de tjiftjaf zich dan ook vestigen in de voorheen kale gebieden in het westen en het noorden van ons land. Toegenomen verstedelijking en beplantingen speelden daarbij een rol. Landelijk stijgen de aantallen al tientallen jaren. Soms zijn er forse en moeilijk verklaarbare inzinkingen. Ook in het Noorderbos is dat vastgesteld in 2013. Zie figuur 1. In 2013-2015 bestaat de Nederlandse populatie tjiftjaffen uit 350.000-550.000 (bron: Sovon.nl.)


  

 Figuur 1.


Trekkers en blijvers
De meeste Nederlandse broedvogels trekken weg na het broedseizoen om te overwinteren in Spanje, Portugal, rond de Middellandse Zee of in Noord-Afrika. In zachte winters blijven enkele honderden tjiftjaffen hangen in Nederland (1980-2000.) Inmiddels zijn de aantallen opgelopen tot 1.000-2.000 (bron: Sovon.nl.) Ook in België overwintert de tjiftjaf. In het Noorderbos werd op 7 december 2015 een tjiftjaf gehoord en gezien. Afhankelijk van het weer keert de tjiftjaf begin of half maart terug in ons land. Voorjaarstrek naar noordelijke streken houdt aan tot half mei, vooral aan de kust.

 

 Figuur 2.
 

 
Stabiel na stijging
De tjiftjaf staat op de 2e plaats van de meest vastgestelde territoria in het Noorderbos. Met het toenemen van de leeftijd van de bomen is, zoals verwacht een stijging van het aantal broedende tjiftjaffen gevolgd. Zie figuur 2. Daarna is de situatie vanaf 2011 min of meer stabiel. Meer groei zit er naar verwachting wel in. Veel areaal bos is nog jong en biedt de komende jaren meer perspectief voor deze bosvogel. Als bodembroeder is de tjiftjaf, met vele andere vogels die zo laag broeden wel een kwetsbare vogel in het Noorderbos.

  



 Figuur 3.

 
De grafiek in figuur 3 geeft aan dat ruim de helft van het aantal in april aanwezige tjiftjaffen al in maart zijn gearriveerd. Daar zijn uiteraard doortrekkers bij. Om doortrekkers van broedvogels te onderscheiden mogen volgens de richtlijnen van het BMP pas vanaf 10 april territorium-indicerende waarnemingen van tjiftjaffen worden genoteerd. In juni neemt de zang af. Klaar met broeden trekt de tjiftjaf het gebied uit. In augustus zijn de eventueel nog aanwezige vogels stil vanwege de rui. In september is er een lichte opleving van jonge vogels. Gewoonlijk komen ze van elders en oefenen hier hun liedje.

 

Reacties naar
adkolen@kpnmail.nl



1 opmerking: