vrijdag 22 februari 2019

Het Noorderbos en de Vogels 2003 - 2017 Grote bonte specht


 
 


 

Ad Kolen



Een reeks artikelen over de vogeltellingen en broedvogelinventarisaties in het Noorderbos bij Tilburg. Van 2003 tot en met 2017 werden alle vogels geteld, twee keer per maand, vanaf een vaste route. Tijdens het broedseizoen volgens de richtlijnen van het Sovon Broedvogel Monitoring Project (BMP.) In de begeleidende grafieken wordt het totaal aantal waargenomen vogels per jaar (24 tellingen) of per maand (30 tellingen) weergegeven. Bij de broedvogels zijn de per jaar vastgestelde territoria te zien.
 





Grote bonte specht - Dendrocopos major

 

Staart als steun bij het klimmen
De grootste van de drie bonte spechten, de grote bonte specht, is niet veel groter dan een merel. Het verenkleed is zeer gevarieerd. Naast zwart op de vleugels en de staart is de onderzijde vuilwit. De vleugels met grote witte ovale vlakken hebben ook fijne witte lijnen. Met op de kop en de hals wit naast zwart is het echt een ’bonte’ specht. Het rood van de onderstaartdekveren en de rode nekvlek, alleen bij het mannetje, maken het geheel compleet. De jonge grote bonte specht heeft een rode kruin.


De korte stijve staartveren ondersteunen de vogel bij het klimmen langs stammen en takken van bomen. Het belangrijkste daarbij zijn wel de krachtige klauwen met gebogen nagels om zich vast te grijpen. De grote bonte specht heeft zygodactyle voeten: de buitenste teen wijst naar achteren en samen met de achterteen en de 2 voortenen ontstaat er een soort X-vorm. De grote bonte specht is het merendeel van jaar te horen door het scherpe en luid klinkende ‘kick kick kick’, zijn alarm- of contactroep. Het roffelen, het territoriumgeluid, klinkt vanaf het einde van de winter tot ver in het voorjaar.


Landelijke toename door meer en ouder bos
De grote bonte specht is voornamelijk een standvogel, alhoewel jonge vogels wel omzwervingen maken. Uit het verleden zijn wel kleine invasies bekend. Vermoedelijk zijn het vogels uit het noorden of het oosten, die vanwege voedselgebrek zijn vertrokken. In ’Nederlandsche Vogelen’ (1770-1829) schrijven Nozeman & Sepp dat de “Bonte Grooter Specht” de meest voorkomende specht is, naast de veel minder voorkomende kleine bonte, de groene en de zwarte specht. Over de middelste bonte specht wordt niet gerept. Ook aan aantalsschattingen doet men niet in die tijd. Ten tijde van de eerste broedvogelatlas (1973-1977) spreekt men van 10.500-17.000 broedparen van de grote bonte specht. Die aantallen zijn opgelopen tot 75.000-100.000 broedparen volgens de eind 2018 verschenen ‘Vogelatlas van Nederland’, waarvoor de gegevens van 2013 tot 2015 verzameld zijn. In de loop van de tijd zijn alle gebieden met bomen bezet door grote bonte spechten. De sterkste aanwas vond al voor de eeuwwisseling plaats door uitbreiding en het ouder worden van de bossen (bron: Sovon.nl).

 

 Figuur 1.


Beginnen zich thuis te voelen
In de 15 teljaren is een totaal van 401 grote bonte spechten waargenomen in het Noorderbos. Gemiddeld bijna 33,5 per jaar, dat is 1,4 per telling. Absoluut gezien is er een stijgende lijn in de aantallen per jaar aanwezige grote bonte spechten in het Noorderbos (zie figuur 1). Met wat schommelingen nemen de aantallen duidelijk toe. Dat gaat mijn inziens gelijk op met het ouder worden van de bomen in het gebied. Aan de randen van het Noorderbos en ook in een bosje in het midden zijn de bomen al circa 100 jaar oud. Een deel van de eikenbossen is in 1990 aangeplant en bereikt ondertussen een leeftijd waarin grote bonte spechten zich thuis beginnen te voelen. Terwijl de overige gebiedsdelen zo goed als kaal waren bij de aanvang van het tellen raken ze nu ook allemaal behoorlijk begroeid: goed voor de bosvogels.

 

 Figuur 2.

 Territoria bij oudere bomen
De aantallen broedparen lopen in de jaren iets minder sterk op dan de totalen van de waargenomen vogels. Zie figuur 2. Toch is er naast vele schommelingen ook een licht stijgende lijn te zien. Op alle locaties van de vastgestelde territoria staan oudere bomen. Soms is het wel aan de rand van een jonger bos. Het noordelijke, meer open deel van het Noorderbos aan de Kalverstraat wordt vermeden als broedgebied. Slechts in een beperkt deel daarvan is eenmalig één territorium gevestigd.

 

 Figuur 3.

Piek in maart
De grote bonte specht wordt in een aanzienlijk deel van het jaar nauwelijks opgemerkt. Hij is dan stil of hij is er gewoon niet. Het kloppen op zoek naar voedsel is vrij zacht en de bekende ‘kick kick’ laat hij blijkbaar niet altijd horen. In de grafiek (figuur 3) staat het totaal aantal waargenomen vogels per maand opgeteld over de hele telperiode. De 2e helft van het jaar is de presentie van grote bonte spechten erg laag. In de winter stijgen de aantallen tot een piek in maart. Voor het broedseizoen begint, worden paren gevormd en territoria verdeeld. Dat gaat vaak met veel kabaal en opwinding gepaard. De verdubbeling van het aantal waargenomen grote bonte spechten is dan ook niet vreemd in die periode. Uitgevlogen jongen en hun ouders houden de aantallen tot in juni tamelijk hoog. Vanaf juli dalen de waarnemingen tot de helft in de rest van het jaar.
 


Reacties naar adkolen@kpnmail.nl

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten